Anthonie Palamedesz. (Leith (Edinburgh), gedoopt 9 november 1602 - Amsterdam, 27 november 1673) was een schilder en miniatuurschilder actief in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij schilderde vooral portretten en genrestukken. Hij is bekend om zijn schilderijen van vrolijke gezelschappen met elegante figuren die zich vermaken met spel, muziek en conversatie, schuurinterieurs, keukenstukken en ook zogenaamde kortegaardjes (corps de garde) scenes waarin soldaten in wachtkamers hun tijd verdrijven met allerlei activiteiten. Zoals veel Nederlandse schilders van zijn tijd, schilderde hij portretten en stillevens, waaronder vanitasstillevens. Verder schilderde hij de stoffage in enkele aanzichten van het interieur van kerken. Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de genreschilderkunst in Delft in het midden van de 17e eeuw.Dennis Weller, Seventeenth-Century Dutch and Flemish Paintings, North Carolina Museum of Art, 2009, p. 155-160

Leven De vader van Anthonie was de steensnijder Palamedes Willemsz. Stevens (?-1651)Palamedes Willemsz. Stevens. Ecartico. Geraadpleegd op 13 augustus die na een tijd in Schotland voor koning James te hebben gewerkt en er een gezin te hebben gesticht zich in Delft vestigde; zijn moeder was Maeijken van Naerssen (?-1649). Anthonie Palamedesz leerde het schilderen vermoedelijk van Michiel Jansz. van Mierevelt, Hans Jordaens (I) en Hendrick Gerritsz. Pot. Hij werd 8 november 1621 lid van het Sint-Lucasgilde in zijn woonplaats en was in 1635, 1638, 1663 en 1672 hoofdman van het gilde.

Voor zijn huwelijk woonde Anthonie in de Vlamingstraat. Hij trouwde op 16 maart 1630 met Anna Joosten van Hoorndijk, waarna zij aan de Burgwal gingen wonen. Zijn oudste zoon Palamedes (1632-1705) werd ook schilder. Het ging Anthonie Palamedesz voor de wind want hij kocht in 1638 een huis voor het aanzienlijke bedrag van 3400 gulden. Na de dood van zijn eerste vrouw trouwde hij op 29 december 1658 met Agata Woodward, met wie hij nog een zoon, Arthur (1659-1693), kreeg.

Hoewel Anthonie in zijn beginjaren veel financieel succes had en een duur huis kon kopen in Delft, was zijn financiële situatie tegen 1668 aanzienlijk verslechterd. Dat jaar kreeg hij een buitengewone subsidie van de Delftse stadsraad. Rond 1670 verhuisde hij vermoedelijk naar Amsterdam, mogelijk om bij zijn oudste zoon te gaan wonen. Daar overleed hij op 27 november 1673 en werd op 1 december 1673 in de Oude Kerk begraven.

Hij gaf les aan Ludolf de Jongh en zijn broer Palamedes Palamedesz. (I).

Werk Behalve kunstschilder was Anthonie ook miniatuurschilder, prentkunstenaar en tekenaar. Hij schilderde vooral genrestukken en portretten, waaronder individuele en groepsportretten. Hij stond bekend om zijn schilderijen van vrolijke gezelschappen die elegante figuren tonen die zich bezig houden met spel, muziek en conversatie en zijn wachtlokaaltaferelen van het militaire leven, die zeer gewaardeerd werden door zijn opdrachtgevers uit de hogere middenklasse. Hij werkte samen met Bartholomeus Cornelisz. van Bassen, Joris Abrahamsz. van der Hagen (I), Pieter Anthonisz. (van) Groenewegen (I) en Jan Govertsz. van Vucht. Hij oefende invloed uit op Hendrick van der Burgh en Willem Duyster. Zijn navolgers waren Adriaen Lucasz. Fonteyn, Laurence Neter en Abraham van Westerveld.

Wachtlokaal scènes Hij was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het zogenamde kortegaardje: een genre waarin soldaten te zien zijn die in wachtlokalen de tijd doden met uiteenlopende – soms twijfelachtige – activiteiten. Dit genre was bijzonder populair in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar werd ook beoefend door Vlaamse kunstenaars zoals David Teniers de Jonge. Belangrijke exponenten waren Pieter Codde, Willem Duyster en Simon Kick in Amsterdam, Jacob Duck in Utrecht, en Anthonie Palamedesz. en Jacob van Velsen in Delft. Het genre won aan populariteit na 1621, toen het Twaalfjarig Bestand met Spanje afliep. Doordat de soldaten verspreid over de Republiek waren gelegerd en er regelmatig lange periodes zonder militaire actie waren, vulden zij hun vrije tijd met uiteenlopend tijdverdrijf en contact met de lokale bevolking.

In de beginfase van het genre toonden kortegaardjes hoofdzakelijk rustende soldaten die ontspannen met elkaar praatten, hun uniformen verzorgden, ruziemaakten over buit, dobbelden of kaartten met prostituees, een pijp rookten of ander min of meer bedenkelijk gedrag vertoonden. Rond 1645 brak een tweede fase aan waarin het gedrag van de soldaten verfijnder werd weergegeven, passend bij de toenemende burgerlijkheid van de Nederlandse samenleving. In deze latere voorstellingen ontbraken buit en oorlogssymboliek grotendeels, en mengden burgers uit de gegoede stand zich onder de soldaten.Anthonie Palamedesz., A Guardroom Interior with a Company of Pikemen, card players, and a woman with a child at Sotheby'sJochai Rosen, Masculinity Pacified: Women as Mothers in the Guardroom Scenes of Anthonie Palamedes (1602-1673), De Zeventiende Eeuw. Jaargang 24 (2008), p. 181-195

In zijn eigen wachtkamertaferelen, die hij tot ver in de jaren 1660 bleef schilderen, verbeeldde Palamedesz. meestal een grote, aan de achterzijde open zaal van een ruïne of kasteel met een prominente schouw. Het middelpunt van de compositie wordt vrijwel altijd ingenomen door een gezette officier met een hoge hoed en een klein snorretje. Veel van deze werken benaderen de elegantie en monumentaliteit van de destijds geliefde schuttersstukken. Zijn wachtkamervoorstellingen zijn uniek omdat hij vrouwen niet in de gebruikelijke rol van courtisane weergeeft, maar als moeder. Daarmee vertegenwoordigen zijn werken de getemde versie van een masculiene wereld: het robuuste soldatenleven dat wordt gepacificeerd door de huiselijke en moederlijke invloed van de vrouw. Zijn schilderijen weerspiegelen zo een bredere 17e-eeuwse maatschappelijke trend van toenemende verburgerlijking en verfijning.

Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw