thumb|De nieuwe kleren van de keizer De nieuwe kleren van de keizer is een sprookje opgetekend door Hans Christian Andersen, het verscheen in 1837. Het betreft een kort verhaal van vier pagina's.

"De (nieuwe) kleren van de keizer", in het Nederlands vaak (hij/zij is een) "keizer zonder kleren", is in veel talen de uitdrukking geworden voor dwaas, pretentieus gedrag, dat iedereen afkeurt, maar waartegen niemand protesteert uit angst om tegen de meerderheid in te gaan.

Het verhaal

thumb|left|De nieuwe kleren van de keizer, 1895 Het sprookje verhaalt van een keizer die erg op zijn uiterlijk is gesteld. Zijn kleermakers maken steeds duurdere gewaden, maar de keizer raakt steeds sneller verveeld. Uiteindelijk wil hij iets heel bijzonders en beveelt zijn kleermakers een gewaad te maken van "de stof die niet bestaat."

Dan komen er een paar rondreizende kleermakers aan het hof die zeggen helemaal aan zijn wensen te kunnen voldoen. Zij hebben een uniek, nog nooit vertoond concept: een stof die alleen zichtbaar is voor slimme mensen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk oplichters, want zo'n stof bestaat niet, maar de kleermakers vertrouwen erop dat niemand zal durven erkennen dat hij de stof niet ziet - uit angst om voor dom uitgemaakt te worden.

De keizer huurt ze in. Ze sluiten zich enkele dagen op in hun atelier en doden de tijd. Het ontbreekt ze aan niets. Daarna komen ze met veel misbaar en flauwekul naar de keizer en doen alsof ze een heel bijzonder kleed in hun handen hebben. Ze voeren een fantastische pantomime op en trekken de keizer het kleed aan dat alleen gezien kan worden door slimme mensen. De keizer aarzelt even, want hij ziet zijn eigen kleed niet, maar door de verrukte kreten van zijn kleermakers gaat hij er zelf ook in geloven, zeker als ook de eerste minister zegt dat het kleed hem prachtig staat! De keizer waant zich in peperdure kleren en hij wil natuurlijk niet dat mensen denken dat hij dom is. Hij vertoont zich dus aan zijn hovelingen en ook zij, bevreesd voor zijn woede-uitbarstingen, prijzen zijn nieuwe kleren de hemel in en loven zijn uitgekiende smaak.

Zodoende besluit de keizer zich te vertonen aan het hele volk. Fier flaneert hij in de optocht, geheel naakt, terwijl het volk omvalt van verbazing, angst en plaatsvervangende schaamte, totdat een kind in het publiek roept: "Hee, kijk, de keizer loopt in zijn blootje!" Iedereen houdt de adem in voor de toorn van de vorst, maar plots wordt zijn kreet beantwoord. "Hij heeft gelijk! Hij loopt in zijn blootje!" Spoedig roept iedereen dit, maar de keizer weet niet anders te doen dan trots door te lopen, zelfs al ziet ook hijzelf de kleren niet. De dienaren blijven zijn sleep dragen, die er niet is. Al gauw had de keizer door dat de twee kleermakers hem bedrogen hadden. Toen hij terugging naar zijn paleis waren de twee al lang vertrokken met hun verworven rijkdommen.

In verfilmingen en in de afbeeldingen in sprookjesboeken draagt de keizer vaak nog wel ondergoed, maar er zijn tegenwoordig ook uitgaven waarbij hij helemaal naakt is.Koninklijke Bibliotheek, Hans Christian Andersen, geïllustreerd door Lidia Postma

Verwijzingen in moderne literatuur De econome Anat Admati bracht in 2014 het boek The Bankers' New Clothes: What's Wrong With Banking and What to Do About It uit, naar aanleiding van de bankencrisis 2007-2011, die een gevolg was van de zwakke kapitaalvereisten voor banken.

Zie ook Lijst van sprookjes en overige vertellingen van Hans Christian Andersen

Externe link Informatie over en afbeeldingen van De nieuwe kleren van de keizer op de website van de Koninklijke Bibliotheek

Categorie:Werk van Hans Christian Andersen

Categorie:Personage uit sprookje Categorie:Uitdrukking in meerdere talen