De Pet Shop Boys zijn een Brits muzikantenduo, gevormd door zanger Neil Tennant (1954) en toetsenist Chris Lowe (1959). Vooral in de tweede helft van de jaren tachtig had het duo vele hits.

Achtergrond De muziek van de Pet Shop Boys bestaat uit elektronische pop- en dancemuziek; heftige, soms bombastische synthesizerklanken, aanstekelijke ritmes en enigszins emotieloze zang. Neil Tennant en Chris Lowe schrijven hun nummers zelf, waarbij Tennant doorgaans voor de teksten verantwoordelijk is, en Lowe voor de muziek. De groep onderscheidt zich met hun specifieke geluid, dat in de loop der jaren wel aan verandering onderhevig is. De hoezen van vrijwel alle uitgaven zijn ontworpen door één ontwerper, Mark Farrow, die zich met zijn vaak minimalistische en stijlvolle ontwerpen weet te onderscheiden en trends weet te zetten.

Geschiedenis 1981-1984 Het duo ontmoette elkaar bij toeval op 19 augustus 1981 in een elektronica-zaak in Londen, waar Neil een kabel voor zijn pas gekochte synthesizer zocht. Het kostte de verkoper ruim een kwartier om de betreffende kabel te vinden. Zo raakten Neil en Chris, die op dat moment binnenkwam, aan de praat. Tijdens de ontmoetingen erna bleek het muzikaal gezien te klikken en ontstond het eerste nummer (Jealousy). Het duo vernoemde zichzelf naar vrienden die boven een dierenwinkel woonden, bekend als de 'Pet Shop Boys'.

Toen Neil in 1984 door zijn werkgever, het Britse muziektijdschrift Smash Hits, naar de Verenigde Staten werd gestuurd voor een interview met The Police, nam hij meteen enkele demo's mee. Hij was vastbesloten om discoproducer Bobby Orlando te ontmoeten. De ontmoeting vond plaats en het resultaat hiervan was dat er enkele nummers werden opgenomen, waaronder de eerste versie van West End Girls. Het nummer werd een club-hit in onder andere België, maar het zorgde niet voor een doorbraak.

Na een ruzie over rechten en royalty's volgde een breuk met Orlando. Orlando heeft echter ook nu nog steeds de rechten over de eerste opnamen van de Pet Shop Boys. Dit is te merken aan obscure uitgaven die af en toe nog verschijnen van nummers als West End Girls en One More Chance, met name op het Duitse ZYX-label. Vaak in "nieuwe", geremixte versies.

1985-1988 In 1985 ontmoetten Neil en Chris manager Tom Watkins, die hen in maart een platencontract bezorgde bij het Parlophone-label van EMI. Neil nam ontslag bij Smash Hits, om zich volledig op hun carrière te kunnen storten. De single Opportunities (let's make lots of money) kwam uit, maar haalde de Britse single Top 100 niet. In november 1985 volgde een nieuwe, door Stephen Hague geproduceerde, versie van West End Girls, die in 1986 een nummer 1-hit werd in onder meer Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Het duo nam met Hague ook hun debuutalbum Please op. Het leverde de singles Love comes quickly en Suburbia op, evenals een nieuwe versie van Opportunities (let's make lots of money); deze keer wél met commercieel succes. Eind 1986 verscheen het mini-album Disco. Hierop staan zes langere versies en remixes van genoemde singles en twee B-kanten uit die periode.

Rond 1987 bereikte de populariteit van de Pet Shop Boys z'n hoogtepunt. Neil en Chris noemen dit later hun 'imperial phase'. Hun geluid paste perfect in de toen heersende trend van (kille) synthpop, waarmee ook groepen als Erasure en Depeche Mode successen behalen. De single It's a Sin, afkomstig van het tweede album Actually, werd een wereldwijde hit. Dat geldt ook voor de tweede single: een samenwerking met zangeres Dusty Springfield, die op dat moment in de vergetelheid was geraakt. De Pet Shop Boys wilden per se haar stem voor What have I done to deserve this?. Springfield zegde toe en haar samenwerking met de Pet Shop Boys, die in 1989 nog een vervolg zou krijgen, zorgde voor een opleving in haar carrière.

De derde single van Actually is Rent, gevolgd door een cover van Always on My Mind. Dit nummer is niet van het album afkomstig, maar werd speciaal opgenomen voor een special over Elvis Presley op de Britse tv. Door de goede reacties werd besloten het nummer in december 1987 als single uit te brengen, wat hen de Britse kerst-nummer-1 hit van 1987 opleverde. De laatste single van Actually is een licht geremixte versie van Heart in 1988, wederom een nummer 1-hit in Engeland. In 1988 had de band met Eighth Wonder van actrice Patsy Kensit een hit in diverse Europese landen met I'm Not Scared, geschreven en mede-geproduceerd door de Pet Shop Boys.

Op 10 oktober 1988 brachten de Pet Shop Boys hun derde studioalbum uit, voorafgegaan door de single Domino Dancing, een nummer met Zuid-Amerikaanse invloeden. Het album Introspective bevat zes lange nummers. De door Trevor Horn geproduceerde nummers Left to my own devices en It's alright verschijnen op single en leverden Britse top 5-hits op. It's alright is een cover van producer Sterling Void, die ook weer een remix van het nummer maakt. Verder bevat het album een nieuwe versie van Always on my mind, een remix van de eerdere B-kant I want a dog en Pet Shop Boys' eigen versie van I'm not scared.

1989-1992 In 1989 en 1990 werkten de Pet Shop Boys volop samen met andere artiesten. In 1989 verscheen het album Results van Liza Minnelli, dat is geproduceerd door de Pet Shop Boys en Julian Mendelsohn. Als eerste single verscheen een cover van het musical-nummer Losing my mind. Het door de Pet Shop Boys geschreven Don't drop bombs en So sorry, I said kwamen ook op single uit, gevolgd door een cover van het nummer Love pains. Het album Results bevat eveneens een cover van Twist in my sobriety van Tanita Tikaram en van twee Pet Shop Boys-nummers: Tonight is forever en Rent.

De samenwerking met Dusty Springfield kreeg in 1989 een vervolg, met de single Nothing has been proved, die fungeerde als titelsong voor de film Scandal. Eind 1989 volgde In private, dat in 1990 een hit werd. Dusty Springfield nam het album Reputation op, waar de Pet Shop Boys nog drie nummers voor leverden. Het duo leverde ook bijdragen aan het titelloze debuutalbum van de formatie Electronic, gevormd door New Order-zanger Bernard Sumner en voormalig The Smiths-gitarist Johnny Marr, dat in 1990 verscheen. Op de single Getting away with it uit 1989 is Neil als achtergrondzanger te horen.

Samen met producer Harold Faltermeyer, bekend van de hit Axel F, namen de Pet Shop Boys in 1990 hun vierde studioalbum op. De bedoeling was om terug te keren naar de "pure synthesizersound" van de jaren tachtig. Dit leidde tot een ingetogen album, getiteld Behaviour. De muziek is minder gericht op de dansvloer en maakt duidelijk dat Neil en Chris tekstueel en qua arrangementen meer in hun mars hadden dan velen aanvankelijk dachten. So hard en Being boring waren de eerste twee singles die van dit album verschenen.

In 1991 verscheen een opmerkelijke single: een combi-cover van twee verschillende nummers. De Pet Shop Boys brachten een eigen versie uit van het U2-nummer Where the Streets Have No Name en koppelen dit aan de discoklassieker Can't Take My Eyes Off You. Het nummer verscheen als dubbele A-kant op single, samen met de Behaviour-track How can you expect to be taken seriously? waarin de Pet Shop Boys de artiestenwereld op de hak nemen. De single ontlokte U2-zanger Bono de uitspraak: "What have we done to deserve this". Het nummer Jealousy is de vierde en laatste single van het album.

In het najaar van 1991 verscheen de verzamel-cd Discography: The Complete Singles Collection, waarop de eerste zestien singles van de groep zijn verzameld, samen met twee nieuwe tracks: DJ culture en Was it worth it?, die eveneens beide op single verschenen. Aansluitend ging de groep op tournee. Neil Tennant verzorgde in 1992 de lead-vocals op de single Disappointed van Electronic, terwijl Chris Lowe een nummer opnam met Arsenal-voetballer Ian Wright: Do The Right Thing.

1993-1995 In 1993 kwam het duo met een nieuw album: Very. Naast het reguliere album verscheen ook een speciale dubbel-cd Very Relentless. Op Relentless staan zes overwegend instrumentale dancetracks. Very wordt voorafgegaan door de single Can you forgive her?. Dat nummer valt niet alleen op door zijn afwijkende ritme, maar ook door de videoclip, waarin de Pet Shop Boys door een computerlandschap rondlopen met grote oranje-wit-gestreepte puntmutsen op. Als tweede single verscheen Go West, een cover van de discogroep Village People uit de jaren zeventig. Het nummer werd een wereldhit en klinkt vandaag de dag nog steeds in vele voetbalstadions. Van het album verschenen nog drie andere singles: I wouldn't normally do this kind of thing, Liberation en Yesterday, when I was mad.

In augustus 1994 gaf Neil Tennant in een interview met het tijdschrift Attitude openheid over zijn seksuele geaardheid. Hoewel verwijzingen naar het thema homoseksualiteit al eerder in Pet Shop Boys-nummers waren te vinden, deed Tennant er vanaf dan niet meer geheimzinnig over. In 1994 verscheen ook een single die niet op het album Very staat. Voor een goed doel nam het duo een single op met Jennifer Saunders en Joanna Lumley, actrices uit de comedyserie Absolutely Fabulous. De single draagt dezelfde titel als de serie en kwam ook onder deze artiestennaam uit. Een remix van Absolutely Fabulous is te vinden op het non-stop remixalbum Disco 2, dat in september 1994 verscheen. Hierop staan remixes van recente nummers. De Pet Shop Boys gingen eind 1994 op tournee in Azië, Australië, Midden- en Zuid-Amerika; vastgelegd op de video Discovery: Live in Rio.

In augustus 1995 verscheen de dubbel-cd Alternative met daarop alle B-kanten van de voorgaande 10 jaar. Als een van de weinige popgroepen schreef de groep voor iedere single nieuwe nummers, die niet op de reguliere albums verschijnen. Het nummer Paninaro, ooit de B-kant van Suburbia, werd in een nieuwe versie op single uitgebracht: Paninaro '95.

1996-2001 In 1996 hadden de Pet Shop Boys samen met hun idool David Bowie een hit. Het gaat om een remix van het nummer Hallo Spaceboy, waarvan de oorspronkelijke versie op Bowie's album 1. Outside staat. Die versie telt slechts één couplet. Als suggestie zong Neil een tweede couplet in. Bowie was hierover echter zo tevreden dat de zanglijn van Neil overeind bleef, waardoor de 'remix' effectief een soort duet werd.

In september 1996 verscheen het album Bilingual, voorafgegaan door de singles Before en Se a vida é (that's the way life is). Het muzikaal gevarieerde album laat onder meer latin-invloeden horen, maar op een van de singles, A red letter day, zingt ook een Russisch mannenkoor mee. Het nummer Single verscheen onder de titel Single-Bilingual als single. De populariteit van de Pet Shop Boys beperkte zich inmiddels vooral tot het Verenigd Koninkrijk, Italië, Duitsland en Zuid-Amerika. In de rest van Europa bereikte het duo sporadisch de hitlijsten, terwijl het succes in de Verenigde Staten zich beperkte tot de dance-hitlijsten. In 1997 verscheen een cover van het musicalnummer Somewhere op single, gevolgd door een kleinschalige tournee langs het Savoy Theatre in Londen.

1998 was een rustig jaar voor de Pet Shop Boys: ze leverden alleen een song, Screaming, voor de soundtrack van een remake van de filmklassieker Psycho. In 1999 meldden de Pet Shop Boys zich weer met nieuw werk. Net als bij de voorloper Bilingual werd ook op het album Nightlife samengewerkt met meerdere producers. Deze keer zijn dat Faithless-brein Rollo Armstrong, Craig Armstrong en David Morales. Singles zijn I don't know what you want but I can't give it anymore, New York City boy en You only tell me you love me when you're drunk. Zangeres Kylie Minogue zingt mee op het nummer In denial. Net als een aantal andere tracks op Nightlife is dat nummer geschreven voor de musical Closer to Heaven, die in 2001 in het Londense West End debuteert. De musical ontving sterk wisselende kritieken. De soundtrack, met diverse nieuwe Pet Shop Boys-composities, gezongen door de cast, verscheen later op cd.