Het Schumacker-arrest is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 14 februari 1995 (C-279/93) in een geding tussen de Duitse belastingdienst en Roland Schumacker:

Persoonlijke tegemoetkomingen mogen in aftrek worden genomen in werkstaat indien belastingplichtige 90% of meer van totale inkomen verdient in werkstaat en de tegemoetkomingen niet in de woonstaat in aanmerking kunnen worden genomen.

Casus en procesverloop De heer Roland Schumacker is woonachtig in België en werkzaam in Duitsland. Hij verdient meer dan 90% van zijn inkomen in Duitsland. Als buitenlands belastingplichtige had hij in Duitsland geen recht op toepassing van de 'splittingregeling' voor gehuwden, waardoor hij aanzienlijk meer belasting betaalde dan inwoners van Duitsland in overigens vergelijkbare omstandigheden.

Het Bundesfinanzhof heeft het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing.

Uitspraak Hof Het Hof is van mening dat de woonstaat in principe de persoonlijke tegemoetkomingen moet toekennen (in casu België). De werkstaat moet pas persoonlijke tegemoetkomingen geven wanneer de belastingplichtige in de woonstaat geen inkomsten van betekenis heeft en in de werkstaat het grootste deel van zijn belastbaar inkomen verwerft. Duitsland moet derhalve de persoonlijke tegemoetkomingen geven. België hoeft geen tegemoetkomingen te geven.

Categorie:Rechtspraak van het Europees Hof van Justitie Categorie:Belastingrecht (Europese Unie)