Alessandro Blasetti (Rome, 3 juli 1900 – aldaar, 1 februari 1987) was een Italiaans filmregisseur en scenarist. Hij draaide 35 langspeelfilms, aanvankelijk hoofdzakelijk drama's, later meer en meer komedies. Hij wordt beschouwd als de enige belangrijke cineast, samen met Mario Camerini, uit het Mussolinitijdperk.
Hij beïnvloedde mede het Italiaans neorealisme. Hij bracht ook het filmkoppel Sophia Loren - Marcello Mastroianni voor het eerst samen. In enkele films heeft hij zichzelf gespeeld, onder meer in Bellissima van Luchino Visconti. Hierin verscheen hij in de scène waar de dochter van hoofdrolspeelster Anna Magnani een auditie ging doen in Cinecittà.
Leven en werk Opleiding en filmcriticus Nadat Blasetti school had gelopen op de militaire academie in Rome (1917-1918), ging hij rechten studeren aan de Universiteit van Rome. Hij huwde in 1923, ging aan de slag als bankbediende en studeerde af in 1924. Zijn passie voor film zorgde ervoor dat hij in 1925 een filmrubriek opstartte in L'Impero, onder de naam Lo Schermo. Het was de allereerste filmrubriek die in een Italiaanse krant verscheen. In 1927 richtte hij cinematografo (1927-1931) op, net als Lo Spettacolo d'Italia (1927-1928). Tot 1928 schreef hij veel, zowel voor zijn eigen bladen als voor anderen.
Filmregisseur Wegbereider van het neorealisme Met de financiële steun van zijn lezers richtte hij in 1928 de productiecoöperatieve Augustus op en stapte hij over naar het regisseren. Zijn eerste (nog stomme) film, het drama Sole, was al een succes, niet in de laatste plaats omdat hij er de drooglegging van moerasgronden in ter sprake bracht, een thema dat het fascistisch regime nauw aan het hart lag. De film wordt beschouwd als een voorloper van het neorealisme.Beschrijving neorealisme Van deze film zijn slechts enkele taferelen overgebleven. Twee andere films van Blasetti, het historisch drama 1860 (1934) en de tragikomedie Quattro passi fra le nuvole (1942), zouden later zijn naam als wegbereider van het neorealisme bevestigen.
Komedies en Gino Cervi Met zijn derde film, Nerone (1930), een parodie op het keizerlijke Rome van Nero, bewees hij dat hij ook komische films kon verwezenlijken. Met de avonturenkomedie Un'avventura di Salvator Rosa (1939) bracht hij een van de succesrijkste Italiaanse films van de jaren dertig op het grote scherm. Gino Cervi, met wie hij 7 films maakte, speelde de titelrol. Cervi vertolkte ook een hoofdrol in Quattro passi fra le nuvole (1942), de film waardoor Blasetti bekend zou blijven, en in groots opgezette succesvolle producties zoals La corona di ferro (1941), een avonturenfilm, en Fabiola (1949), een prestigieus opgezette sandalenfilm.
Fascistische bijval In 1934 draaide hij het drama Vecchia guardia, een film die de sfeer op de vooravond van de Mars op Rome opriep in een voor de fascistische zaak gewonnen familie. De prent gaat door voor de bekendste fascistisch geïnspireerde Italiaanse film en viel erg in de smaak van Hitler.
De jaren vijftig Het genre van de komedie verfijnde hij pas in de jaren vijftig. Hij deed daartoe een beroep op rasacteurs zoals Vittorio De Sica en Marcello Mastroianni. Met Peccato che sia una canaglia (1954) en La fortuna di essere donna (1956) leverde hij twee sprankelende komedies af. Sophia Loren en Marcello Mastroianni speelden er voor het eerst samen. Het scenario van beide komedies vloeide uit de pen van Suso Cecchi D'Amico. Als een der eersten deed hij het genre van de anthologiefilm opbloeien, een genre dat heel populair werd in Italië. Na Altri tempi (Zibaldone n. 1) (1952) en het vervolg Tempi nostri (Zibaldone n. 2) (1954) volgde nog zijn aandeel in de collectieve sketchenfilm Le quattro verità (1962) waarin vier cineasten een fabel van Jean de La Fontaine verfilmden.
Televisie Vanaf 1962 werkte hij ook voor de televisie. Opmerkelijk waren de tweedelige film Napoli 1860 : la fine dei Borboni (1970) en de driedelige miniserie Racconti di fantascienza (1979).
In 1967 was hij voorzitter van de jury op het Filmfestival van Cannes.
Blasetti stierf in 1987 op 86-jarige leeftijd.
Filmografie Regisseur van langspeelfilms 1929 - Sole 1930 - Resurrectio 1930 - Nerone 1931 - Terra madre 1931 - Palio 1932 - La tavola dei poveri 1933 - Il caso Haller 1934 - 1860 1934 - L'impiegata di papà 1934 - Vecchia guardia 1935 - Aldebaran 1937 - Contessa di Parma 1938 - Ettore Fieramosca 1939 - Retroscena 1939 - Un'avventura di Salvator Rosa 1941 - La corona di ferro 1941 - La cena delle beffe 1942 - Quattro passi fra le nuvole 1943 - Nessuno torna indietro 1945 - Un giorno nella vita 1949 - Fabiola 1950 - Prima comunione 1952 - Altri tempi (Zibaldone n. 1) 1952 - La fiammata 1954 - Tempi nostri (Zibaldone n. 2) 1954 - Peccato che sia una canaglia (naar het kortverhaal Il fanatico van Alberto Moravia) 1956 - La fortuna di essere donna 1957 - Amore e chiacchiere (Salviamo il panorama) 1958 - Europa di notte (documentaire) met o.a. Coccinelle 1961 - Io amo, tu ami... (documentaire) 1962 - Le quattro verità (episode La lepre e la tartaruga) (naar de fabels van Jean de La Fontaine) 1963 - Liolà (naar het gelijknamige toneelstuk van Luigi Pirandello) 1966 - Io, io, io... e gli altri 1967 - La ragazza del bersagliere 1969 - Simon Bolivar
Acteur 1935 - Aldebaran (enige fictierol, verschijning van enkele seconden) 1951 - Bellissima (Luchino Visconti) (zichzelf) 1961 - Una vita difficile (Dino Risi) (zichzelf) 1977 - Il mistero di Cinecittà (Mario Ferrero) (zichzelf)
Prijzen 1941 - La corona di ferro : Coppa Mussolini voor Beste Italiaanse film op het Filmfestival van Venetië 1946 - Un giorno nella vita : Nastro d'Argento voor Beste regisseur 1951 - Prima comunione : Nastro d'Argento voor Beste regisseur en Beste scenario 1963 - Premi David di Donatello : Targa d'oro 1966 - Io, io, io... e gli altri : David di Donatello per il miglior regista 1982 - Gouden Leeuw voor een ganse carrière op het Filmfestival van Venetië
Bibliografie Gianfranco Gori: Alessandro Blasetti, Il Castoro Cinema n. 108, Editrice Il Castoro, 1984.
Externe link
Categorie:Italiaans filmregisseur Categorie:Italiaans scenarioschrijver