De Fiat CR.42 Falco (Valk) was een eenzitsgevechtsvliegtuig van Italiaanse makelij, dat voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog dienstdeed bij (voornamelijk) de Italiaanse luchtmacht, de Regia Aeronautica. Het door de Turijnse fabrikant geproduceerde toestel deed in kleine aantallen ook dienst bij de Belgische, Zweedse en Hongaarse luchtstrijdkrachten. In totaal werden er meer dan 1.800 exemplaren gebouwd, waardoor de Falco het meest gebouwde van alle Italiaanse toestellen uit de Tweede Wereldoorlog is.Avions militaires 1919-1939 - Profils et Histoire1979, p. 89. De CR.42 was de laatste door Fiat geproduceerde dubbeldekker die aan het front dienstdeed als jachtvliegtuig en wordt wel gezien als de ultieme ontwikkeling van het dubbeldekkertype. Zo prees de RAF de uitzonderlijke wendbaarheid en merkte ze op dat het toestel "ontzettend sterk gebouwd" was.Haining 2005, pp. 8, 15. Het toestel kwam voort uit de eerder ontwikkelde CR.32, die onder meer tijdens de Spaanse Burgeroorlog dienstdeed. Het vliegtuig bewees uitstekende diensten in de handen van Hongaarse piloten, die er aan het Oostfront een winst/verliesratio van 24:2 mee scoorden.Skulski 2007
Ontwerp en ontwikkeling De CR.42 was in feite een evolutie van de CR.32, die op haar beurt afstamde van de CR.30-serie die in 1932 ontwikkeld werd. De Regia Aeronautica had de CR.32 met veel succes ingezet tijdens de Spaanse Burgeroorlog, wat Fiat ertoe dreef een moderne jager te ontwikkelen, gebaseerd rond de nieuwe Fiat A.74R1C.38-luchtgekoelde radiaalmotor. Deze dreef een driebladige Fiat-Hamilton Standard 3D.41-1-propeller aan met een diameter van 2,9 m. De stevige vleugels werden gebouwd uit de lichtgewicht duraluminiumlegering en staal, bedekt met stof of canvas zoals ook bij de Hawker Hurricane nog gebruikt werd. Hij had een maximumsnelheid van 438 km/u op een hoogte van 5.300 m en 342 km/u op zeeniveau en deed er één minuut en 25 seconden over om tot 1 km hoogte te klimmen.Sgarlato 2005
Hoewel het een dubbeldekker betrof, had de CR.42 een slank en modern design, gebaseerd op een stevig stalen frame met een afgeronde motorbehuizing en stroomlijnkappen voor het vaste landingsgestel. Het toestel had overigens een grotere boven- dan ondervleugel, een configuratie die ook wel anderhalfdekker genoemd wordt (en: sequiplane).Sgarlato 2005 De Fiat was uitzonderlijk wendbaar dankzij de lage vleugelbelasting, maar had daarentegen in gevechtssituaties te kampen met een gebrek aan bepantsering en het ontbreken van radioapparatuur.
Tijdens de evaluatiefase kwam de CR.42 als winnaar uit de bus in de tests tegen de Caproni Ca.165-dubbeldekker, hoewel deze laatste weliswaar minder manoeuvreerbaar was, maar wel sneller. Hoewel dubbeldekkers eind jaren 30 al min of meer als verouderd beschouwd werden, hadden toch de nodige buitenlandse luchtmachten interesse in het toestel en werd een aantal Falco's aan het buitenland geleverd.
Al gauw na de invoering van het type ontwikkelde Fiat enkele varianten. De CR.42bis en de CR.42ter kregen een krachtigere bewapening, voorts werden de CR.42N-nachtjager, de CR.42AS voor grondaanvallen en de CR.42B Biposto (tweezitter)trainer ontwikkeld.Taylor 1969, p. 212.
Ook enkele experimentele versies werden ontwikkeld, waaronder de I.CR.42 (Idrovolante oftewel watervliegtuig), die in 1938 op de tekentafel kwam. De opdracht voor het prototype ging naar de CMASA-fabrieken in Marina di Pisa aan de Tyrreense kust, het enige exemplaar werd in 1940 voltooid. Uit de tests, die in 1941 van start gingen bij Vigna di Valle op het meer van Bracciano ten noorden van Rome, bleek al snel dat de watervliegtuiguitvoering weinig toevoegingen had. De topsnelheid ging omlaag naar 423 km/u, terwijl het dienstplafond op nog slechts 9.000 m uitkwam, voornaamste factor was het toegenomen leeggewicht en de vergrote luchtweerstand.
Een ander experiment was de CR.42DB, een poging om de prestaties van het type te verbeteren door het inbouwen van een Duitse Daimler-Benz DB 601 V12-motor, die in de Messerschmitt Bf 109 gebruikt werd. Dit prototype, de MM469, werd in maart 1941 gevlogen door testpiloot Valentino Cus in de buurt van Rome. Hij haalde er een topsnelheid van 518 km/u mee, terwijl het dienstplafond werd vastgesteld op 10.600 m, het bereik ging naar 1.250 km. Het project werd echter afgeblazen omdat het geen voordelen bood ten opzichte van bestaande eendekkerjagers. Hoewel het toestel nooit de productiefase bereikte, heeft het tot op heden wel de onderscheiding het snelste dubbeldekkervliegtuig aller tijden te zijn.Lopez, Donald S. Aviation: A Smithsonian Guide. Washington, DC: Ligature Inc., 1995.
Hoeveel CR.42's er precies gebouwd zijn is niet helemaal duidelijk. De meest waarschijnlijke schatting is een totaal van 1.819 stuks, inclusief de 63 (volgens sommige bronnen 51) toestellen die onder Luftwaffe-toezicht gebouwd werden, alsmede 140 exportexemplaren.
Operationele geschiedenis Regia Aeronautica De Fiat CR.42 trad in mei 1939 in dienst van de Italiaanse luchtmacht, bij het 53e Stormo, dat haar basis op het Turijnse vliegveld Caselle had. Toen Italië zich in mei 1940 in de Tweede Wereldoorlog mengde, waren er al zo'n 300 toestellen geleverd. De Falchi (Italiaans meervoud van Falco) werden tot aan de wapenstilstand van 8 september 1943 vooral ingezet ter verdediging van vliegvelden, steden en marinehavens. Verder nam de CR.42 het boven Malta op tegen de Britse Gloster Gladiator en later ook de Hawker Hurricane, soms met onverwacht succes. Vooral de manoeuvreerbaarheid van de Falco baarde de Britten zorgen. Een rapport van de Britse geheime dienst uit oktober 1940, dat aan alle RAF-eenheden gestuurd werd, stelde dat: 'De wendbaarheid van de CR.42 en in het bijzonder haar vermogen om een uiterst scherpe halve rol uit te voeren, heeft voor de nodige verrassing gezorgd bij andere piloten en heeft zonder twijfel vele Italiaanse piloten voor hun vernietiging behoed.'Haining 2005, p. 8. Ten tijde van de wapenstilstand in 1943 waren er overigens nog slechts 60 toestellen in vliegende staat.
De Slag om Frankrijk De vuurdoop van de CR.42 had plaats op de ochtend van 13 juni 1940, toen 23 piloten van de 23e ‘’Gruppo’’ van het 3e ‘’Stormo’’ als escorte dienden voor tien Fiat BR.20-bommenwerpers die de haven van Toulon aanvielen.Sgarlato 2005, p. 24. Tegelijkertijd vielen twaalf ‘’Falchi’’ (151e ‘’ Gruppo’’, 53e ‘’Stormo’’) het vliegveld van Fayence in de Provençe aan, waar echter weinig schade aangericht werd. Hetzelfde deden ze later in Hyères, waar ze op de grond zo’n 20 vliegtuigen vernield werden.Sgarlato 2005, p. 24.De Marchi 1994, p. 6. Italiaanse piloten van de 151e ‘’Gruppo’’ claimden verder een Franse Vought V-156 te hebben neergeschoten. Minder geluk had een CR.42 van het 82e ‘’Squadriglia’’ (13e ‘’Gruppo’’), die opsteeg om een Franse verkenner te onderscheppen, maar daarin faalde en vervolgens crashte bij de landing, waardoor de piloot omkwam.Sgarlato 2005, p. 24.Skulski 2007, p. 20.
Op 15 juni namen 67 CR.42’s van de eerdergenoemde eenheden alsmede de 18e ‘’Gruppo’’ van het 3e ‘’Stormo’’ deel aan een aanval op vliegvelden in Zuid-Frankrijk. 27 dubbeldekkers van de 150e ‘’Gruppo’’ mitrailleerden daarbij het veld van Cuers-Pierrefou, waar zo’n 15 Vought V-156’s in brand werden geschoten.Sgarlato 2005, p. 24. Zeven van die Fiats die als escorte dienden warden onderschept door Franse Bloch MB.152’s (MB.151’s volgens andere bronnen) van A.C.-3 die één “Falco” neerhaalden en een andere tot landen dwongen. De Italiaanse piloten claimden zelf vier Franse jagers te hebben neergehaald.Sgarlato 2005, pp. 24-26. Later vielen de Fiats de vliegvelden van Cannet des Maures en Puert Pierrefin aan, die vlak bij de grens lagen. Ditmaal reageerde de Franse luchtmacht wel adequaat, de Fiats werden onderschept door Dewoitine D.520’s van G.C.III/6. De piloten van de ‘’Regia Aeronautica’’ claimden hier 8 à 10 overwinningen en een groot aantal op de grond vernielde toestellen, ze kregen uiteindelijk drie Bloch’s en vijf Dewoitine’s toegewezenDe Marchi 1994, pp. 6-7. voor een eigen verlies van vijf CR.42’s.De Marchi 1994, p. 7.
Malta Boven Malta kwamen de CR.42’s op 3 juli 1940 voor het eerst Hurricanes tegen. Op die dag had de Britse ‘’Flying Officer’’ Waters (P2614) net een Savoia-Marchetti SM.79-bommenwerper neergehaald (zo’n 8 km van Kalafrana) toen een aantal escorterende CR.42’s hem aanviel, en zijn toestel zwaar beschadigden. Waters maakte een noodlanding waardoor het toestel afgeschreven moest worden.Cull and Galea 2008, pp. 54–55. De Britse piloten kwamen er al gauw achter dat de Italiaanse dubbeldekkers veel wendbaarder waren dan zijzelf. Pilot Officer Jock Barber herinnerde: "Tijdens mijn eerste gevecht, op 9 juli, viel ik de leider van een ‘’Squadriglia’’ Falco’s aan terwijl Flt.Lt George Burges een SM.79 aanviel. Toen ik van 100 meter afstand op een CR.42 schoot, deed ‘ie een scherpe rol en ging al spinnend naar beneden. Toen was ik echter verwikkeld in een ‘’dogfight’’ met de overgebleven CR.42’s, dat ging zo door tot op ongeveer 3.000 meter hoogte toen m’n munitie op was, zonder veel succes, al geloof ik dat ik aan het begin wel de leider geraakt heb. Ik kwam er al vrij gauw achter dat het geen doen was om een klassieke dogfight met die dubbeldekkers te houden. Ze waren zo wendbaar dat je ze nauwelijks in je vizier kreeg en ik moest maar blijven duiken en draaien om zelf niet beschoten te worden. Tegen die tijd was George uit zicht verdwenen dus drukte ik m’n neus naar beneden en ging er vol gas vandoor.”Cull and Galea 2008, pp. 56–57.
Een week later vloog een dozijn CR.42’s van de 23e ‘’Gruppo’’ een verkenningsvlucht boven Malta. Flt.Lt’s Peter Keeble en Burges gingen direct de lucht in om ze te onderscheppen, maar in de daaropvolgende actie raakten de Britten sterk onder de indruk van de wendbaarheid van de Italiaanse dubbeldekker. Keeble viel een CR.42 aan - waarschijnlijk het toestel (MM4368) van ‘’Sottotenente’’ Mario Benedetti van het 74e ‘’Squadriglia’’ – dat vervolgens crashte, waarbij de piloot omkwam, maar werd vervolgens zelf aangevallen door de CR.42’s van ‘’Tenente’’ Mario Pinna en ‘’Tenente’’ Oscar Abello. Keeble probeerde een dogfight aan te gaan met de Italianen, maar werd in de motor geraakt. Het toestel stortte neer bij Wied-il-Ghajn, en ontplofte. Keeble was de eerste Britse piloot die tijdens gevechtshandelingen boven Malta omkwam.Cull and Galea 2008, pp. 64–66, 118. Tevens was dit de eerste luchtoverwinning van een CR.42 tegen een Hurricane.
Nachtjageroperaties De CR.42 was de voornaamste nachtjager van de ‘’Regia Aeronautica’’ terwijl het toestel niet over een radar beschikte en vaak zelfs geen radio had. De eerste nachtelijke onderschepping vond plaats in de nacht van 13 op 14 augustus 1940, toen ‘’Capitano’’ Giorgio Graffer een Britse Armstrong Whitworth Whitley bommenwerper lokaliseerde die onderweg was Turijn te bombarderen. Toen Graffer’s machinegeweren vastliepen, besloot hij de bommenwerper te rammen waarna hij uit het toestel sprong. De Brit was zwaar beschadigd en stortte uiteindelijk in het Kanaal bij een poging zijn thuisbasis te bereiken.Massimello and Apostolo 2000, pp. 46–47.
Corpo Aereo Italiano Op 11 en 23 november 1940 vlogen de CR.42’s twee raids boven Groot-Brittannië als onderdeel van de “Corpo Aereo Italiano” (Italiaanse Luchtvaart Eenheid). De Duitse toestellen van de Luftwaffe hadden daarbij overigens moeite met het in formatie vliegen met de veel tragere Italiaanse dubbeldekkers. Maar hoewel ze trager waren, een open cockpit hadden, niet over radio beschikten en maar licht bewapend waren, draaiden de CR.42’s veel scherper dan de Hurricanes en Spitfires en bleken moeilijk te raken. Veel succes hadden de Italianen echter niet en in de winter werden de CR.42’s weer verplaatst naar het Middellandse Zeegebied.
Oost-Afrika