De Vlaamse emigratie naar Wallonië was een omvangrijk fenomeen in de geschiedenis van België. Van de onafhankelijkheid van België tot ongeveer 1965 trokken honderdduizenden Vlamingen naar Wallonië op zoek naar werk. De in Lauwe geboren Belgische sociolinguïst Kas Deprez (1945-2000) schreef: "De eerste industriële revolutie ging Vlaanderen bijna geheel voorbij. Vlamingen emigreerden naar het Waals industrieel bekken (en andere regio's) om aan de armoede thuis te ontsnappen."Simposi Pompeu Fabra: Jornades Científiques de l'Institut d'Estudis Catalans, Secció Filològica, Volum 19, Volum 7 de Sèrie Jornades científiquesSimposi Pompeu Fabra: Jornades Científiques de l'Institut d'Estudis Catalans, Secció Filològica, Joan A. Argenter, Institut d'Estudis Catalans, 2000, p. 304, , In mindere mate trokken ook Vlaamse boeren naar Wallonië, vooral uit West- en Oost-Vlaanderen.
De cijfers van de door de overheid georganiseerde talentellingen van 1866 tot 1910 (onderdeel van de tienjaarlijkse volkstellingen ) zoals gepubliceerd door de Waalse historicus Yves Quairiaux maken de omvang van dit economisch verschijnsel zichtbaar.Yves Quairiaux, L'Image du Flamand en Wallonie – Essai d'analyse sociale et politique (1830-1914), Labor, Bruxelles, 2006, p. 126, . Tabel
Mijnwerkers Tot omstreeks 1965 was Wallonië welvarender dan Vlaanderen. Honderdduizenden Vlamingen probeerden hierdoor uit de armoede te ontsnappen door naar Wallonië te trekken. Vooral door de landbouwcrisis van de jaren 1870, de tweede industriële revolutie (rond 1890) en de crisis van de jaren 30 trokken veel Vlamingen naar Wallonië.Jef Abbeel, 'Vlaamse migranten in Wallonië': veelzijdige thematiek (boekrecensie - 12 maart 2013)
Een deel vestigde zich permanent daar; anderen pendelden wekelijks of zelfs dagelijks en combineerden hun werk in Wallonië met kleinschalige landbouw thuis. De uitbouw van het spoornet zorgde ervoor dat in de loop van de tijd meer mensen kozen om te pendelen dan zich permanent in Wallonië te vestigen.
Vanaf de jaren '30 kregen de Vlaamse arbeiders in Wallonië toenemend concurrentie van buitenlanders (vooral Italianen, Noord-Afrikanen en Polen). De ontginning van de mijnen in Limburg zorgde ervoor dat Vlamingen vooral daarheen trokken. Het arbeidsplaatsenoverschot in Wallonië werd daarna bijna uitsluitend door deze buitenlanders gevuld.
Deze migratie besloeg alle Vlaamse provincies, maar de focus verschilde. Limburgers en inwoners van het Hageland en de Zuiderkempen trokken vooral naar Luik en, in mindere mate, Charleroi. West-Vlaamse arbeiders trokken voornamelijk naar Henegouwen (en Noord-Frankrijk).
Boeren De migratie van Vlaamse boeren naar Wallonië (de Waalse pers sprak vaak van "kolonisatie") was veel kleinschaliger dan die van arbeiders. Het bedraagt slechts ongeveer tienduizend boeren, tegenover honderdduizenden arbeiders.
Al in het jaar 1903 is er sprake van een kleine groep Vlaamse boeren in Wallonië die daar in de tien voorgaande jaren heengetrokken waren. Zij moeten dus aan het einde van de 19de eeuw daarheen gemigreerd zijn, mogelijk omwille van de agrarische depressie van de jaren 1880-1895. Soms volgden zij Waalse boeren op die naar Canada getrokken waren. Een tweede kleine migratiegolf vond plaats in de jaren '30. De crisis zorgde ervoor dat een aantal Waalse boeren geen opvolger vonden. Vlamingen namen deze hoeven over.
De grootste golf vond plaats na de Tweede Wereldoorlog. In Vlaanderen waren er, omwille van het hoge geboortecijfer bij boeren, te veel boeren voor de beschikbare grond. Daarbovenop was er omwille van de uitdijende steden, wegen- en kanaalbouw, ... ook nog een forse afname van de landbouwgrond, die niet werd gecompenseerd door het ontginnen van woeste gronden. Vroeger waren veel Vlaamse boeren naar Noord-Frankrijk getrokken, maar na de Tweede Wereldoorlog sloot Frankrijk zijn grenzen omdat het land nodig was voor de uit de kolonies terugkerende Fransen.
In tegenstelling tot de migratie van arbeiders was de migratie van boeren voornamelijk beperkt tot Oost- en vooral West-Vlaanderen. Verklaringen hiervoor zijn de hogere pacht- en grondprijzen daar en het feit dat boeren daar minder geneigd waren in de fabriek te gaan werken. Zij weken liever uit dan hun sociale status als boer te verliezen.
Effect op de Waalse literatuur De Waalse literatuur (als regionale taal) beleefde haar gouden eeuw tijdens de piek van de Vlaamse immigratie: volgens Steven Kellman kwamen in die tijd de Waalse literatuur, toneelstukken en poëzie tot bloei en werden er veel theaters en tijdschriften opgericht.Switching Languages Translingual schrijvers denken over hun ambacht, bewerkt door Steven G. Kellman Lincoln: University of Nebraska Press, 2003, p. 153,
Omvang van de immigratie Talentellingen 1866-1910 Deze talentellingen bepaalden per gemeente de talenkennis (Vlaams (nu Nederlands), Frans of Duits) van de inwoners. Quairiaux baseerde zich in zijn schatting van het aantal Vlamingen in Wallonië op het gegeven dat in deze periode alleen de Vlamingen Vlaams spraken of tweetalig (Vlaams-Frans) waren. Het duurde niet lang voordat zij zich de plaatselijke cultuur en taal eigen maakten (meer het Waals of het Picardisch dan het Frans, zeker in het begin).
Talentelling Arrondissement (provincie) Aat (Henegouwen) Charleroi (Henegouwen) Bergen (Henegouwen) Zinnik (Henegouwen) Thuin (Henegouwen) Doornik (Henegouwen) Hoei (Luik) Luik (Luik) Verviers (Luik) Borgworm (Luik) Waals-Brabant Luxemburg Namen 1866 Totale bevolking: Vlamingen: 84.207 1.621 1,93% 212.446 9.044 4,26% 189.168 2.205 1,17% 93.014 2.727 2,93% 96.283 485 0,50% 151.434 3.515 2,32% 80.874 433 0,54% 290.947 19.242 6,61% 131.828 5.953 4,52% 49.019 1.635 3,34% 156.243 4.466 2,86% 199.910 645 0,32% 302.778 2.100 0,69% 1880 Totale bevolking: Vlamingen: 85.856 1.359 1,58% 286.249 10.565 3,69% 214.078 2.793 1,30% 110.591 5.219 4,72% 108.823 971 0,89% 153.610 4.957 3,23% 89.969 431 0,48% 358.282 24.369 6,80% 155.382 6.534 4,09% 54.856 1.570 2,86% 165.594 4.221 2,55% 209.118 916 0,44% 322.654 2.606 0,81% 1890 Totale bevolking: Vlamingen: 84.373 2.173 2,58% 327.179 15.912 4,86% 227.835 2.921 1,28% 121.133 5.895 4,87% 114.496 1.078 0,94% 154.936 6.434 4,15% 95.847 753 0,79% 425.595 40.423 9,50% 172.016 5.714 3,32% 57.450 2.592 4,51% 169.350 8.502 5,02% 211.711 842 0,40% 335.471 4.198 1,25% 1900 Totale bevolking: Vlamingen: 84.649 2.300 2,72% 377.590 21.266 5,63% 245.244 3.968 1,62% 135.303 7.549 5,58% 125.298 1.806 1,44% 157.049 6.867 4,37% 100.387 876 0,87% 481.849 41.687 8,65% 176.370 4.765 2,70% 60.447 2.902 4,80% 176.390 9.189 5,21% 219.210 1.225 0,56% 346.512 4.035 1,16% 1910 Totale bevolking: Vlamingen: 83.790 2.537 3,03% 421.024 26.986 6,41% 260.780 4.070 1,56% 147.879 8.956 6,06% 137.522 3.327 2,42% 164.054 7.930 4,83% 103.385 971 0,94% 534.981 42.476 7,94% 178.476 5.052 2,83% 63.077 2.805 4,45% 186.354 10.561 5,67% 231.215 1.546 0,67% 362.846 5.169 1,42%
Deze cijfers zijn overgenomen uit de officiële cijfers gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Bij het cumuleren van de cijfers voor de arrondissementen gelegen langsheen de taalgrens werden de gemeenten die toen al in meerderheid Nederlandstalig waren en nu deel uitmaken van Vlaanderen en de gemeenten die nu faciliteitengemeenten zijn (bijv. Edingen) niet opgenomen. Omgekeerd werden de toen al in meerderheid Franstalige gemeenten die in Vlaanderen lagen en nu in Wallonië wel opgenomen. In het boek (vertaald in het Frans) van de Vlaamse journalist Pascal VerbekenLa Terre promise; Flamands en Wallonie, Le Castor astral, Bruxelles, 2010, , een vertaling van Arm Wallonië, een reis door het beloofde land, 2007, gebruikt de auteur deze cijfers om de omvang van het fenomeen in kaart te brengen. Verbeken net als Quairiaux zijn het erover eens dat dit verschijnsel heel belangrijk was voor de wording van België of in ieder geval voor de vorming van de identiteit van de grootste bevolkingsgroepen van België: de Walen en de Vlamingen.
Van de industriële gebieden langs de Sillon industriel (de "industrievallei" tussen Bergen/Mons en Verviers), waren de Borinage (in het westen van Wallonië) en de regio rond Verviers (in het oosten) minder betrokken bij dit verschijnsel. Aan de provincies Waals-Brabant, Namen en Luxemburg ging dit fenomeen vrijwel volledig voorbij. De belangrijkste gebieden van de Vlaamse immigratie waren de drie industriële gebieden Charleroi, Luik en het Centre rond La Louvière. In de periode waarvan Quairiaux de resultaten van de talentelling publiceerde trokken ongeveer 500.000 Vlamingen naar Wallonië om in de industriële gebieden werk te zoeken.
Gemeenten met hoog aandeel Vlamingen Op basis van dezelfde criteria (sprekers NL en NL+FR = Vlamingen) als voor de cijfers per arrondissement kan men op basis van de talentellingen ook terugvinden hoe hoog het aandeel Vlamingen opliep per gemeente tijdens de hoogdagen van de Waalse kolen- en staalindustrie. Vooral in het bekken van Luik ging het soms om erg hoge aandelen.
Bekken van Luik Talentelling Jaar 1866 1880 1890 1900 1910 1920 1930 1947 Luik Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 99.073 11.677 11,79% 123.087 12.878 10,46% 147.614 18.893 12,80% 150.010 18.790 12,53% 162.933 16.760 10,29% 156.258 14.461 9,25% 160.179 12.582 7,85% 150.693 13.856 9,19% Tilleur Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 3.107 843 27,13% 4.306 965 22,41% 5.679 1.855 32,66% 6.239 1.362 21,83% 6.487 1.960 30,21% 6.109 1.258 20,59% 6.374 1.486 23,31% 5.956 639 10,73% Montegnée Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 3.451 124 3,59% 4.896 423 8,64% 6.103 1.174 19,24% 7.856 1.675 21,32% 9.096 2.000 21,99% 9.307 1.845 19,82% 9.920 1.652 16,65% 9.968 1.285 12,89% Saint-Nicolas Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 3.044 269 8,84% 4.536 763 16,82% 6.547 1.787 27,29% 7.391 2.050 27,74% 8.546 1.743 20,40% 8.229 1.865 22,66% 8.510 1.444 16,97% 8.477 925 10,91% Ans Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 5.782 240 4,15% 5.636 253 4,49% 6.872 572 8,32% 8.141 910 11,18% 10.116 930 9,19% 10.966 1.227 11,19% 12.246 1.321 10,79% 13.329 1.092 8,19% Glain* Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 1.517 213 14,04% 2.150 431 20,05% 2.561 573 22,37% 2.788 689 24,71% 2.693 855 31,75% 3.006 540 17,96% 3.048 467 15,32% Seraing Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 19.451 1.448 7,44% 27.380 1.851 6,76% 33.265 2.290 6,88% 35.711 2.144 6,00% 39.500 2.132 5,40% 36.646 2.331 6,36% 41.824 2.371 5,67% 40.326 1.969 4,88% Ougrée Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 5.756 82 1,42% 7.978 315 3,95% 10.237 474 4,63% 12.271 701 5,71% 16.470 1.199 7,28% 16.743 1.388 8,29% 18.862 1.299 6,89% 17.785 1.593 8,96% Jemeppe Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 4.546 483 10,62% 6.252 580 9,28% 8.397 1.036 12,34% 9.798 966 9,86% 11.428 997 8,72% 11.792 1.407 11,93% 13.185 995 7,55% 13.152 762 5,79% Bressoux* Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 2.243 45 2,01% 3.495 211 6,04% 6.762 648 9,58% 11.564 1.237 10,70% 12.866 1.127 8,76% 14.637 837 5,72% 15.058 1.103 7,33% Grivegnée Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 6.036 237 3,93% 7.170 251 3,50% 9.569 1.049 10,96% 9.417 500 5,31% 11.513 787 6,84% 11.748 901 7,67% 13.873 734 5,29% 17.899 1.050 5,87% Angleur Totale bevolking: Vlamingen: Aandeel%: 2.554 192 7,52% 4.357 368 8,45% 5.901 534 9,05% 8.402 695 8,27% 10.575 722 6,83% 10.248 586 5,72% 10.681 721 6,75% 9.638 724 7,51%
Glain behoorde tot 1874 tot de gemeente Ans Bressoux behoorde tot 1871 tot de gemeente Grivegnée
Bekken van Charleroi