Plauen is een stad in de Duitse deelstaat Saksen, en Kreisstadt van de Vogtlandkreis. De stad telde op de peildatum van de meest recente statistiek inwoners. Hiermee is het de grootste stad in het Vogtland. Plauen is gelegen in het zuidwesten van Saksen en is op Leipzig, Dresden, Chemnitz en Zwickau na de grootste stad van Saksen. Sinds 1 augustus 2008 is Plauen een zogenaamde Große Kreisstadt, waarmee de stad speciale rechten heeft.
Vanwege de in de 17e eeuw begonnen historie van de textielindustrie, met name de productie van kant (Duits: Spitzen) voert Plauen de bijnaam Spitzenstadt. In het Duits is dit een woordspeling: Spitze betekent ook: top. Men kan Spitzenstadt dus ook als topstad vertalen.
Geografie en infrastructuur
Plauen ligt aan de, hier niet bevaarbare, rivier de Weiße Elster, die vanuit Tsjechië Duitsland binnenstroomt. Deze rivier stroomt door het dal waarin het stadscentrum is gelegen. In Plauen mondt de beek Syra of Syrabach via een kanaal Mühlgraben, Molengracht, in de Weiße Elster uit. De stad bevindt zich op het laagste punt 330 meter boven NN tot een hoogte van meer dan 500 meter. De hoogste berg van de stad is de Culmberg met 525 meter en bevindt zich in het zuidelijke stadsdeel Oberlosa.
De geologie van Plauen en omgeving is gecompliceerd. Uit vele geologische tijdvakken zijn gesteenten bewaard gebleven. Zo is de heuvel Kemmler van oorsprong een tijdens het Devoon ontstane vulkaan. In de ondergrond komen talrijke geologische breuklijnen voor. Deze veroorzaken regelmatig aardbevingen. Deze zijn echter zelden zwaarder dan 3 op de Schaal van Richter, en nauwelijks merkbaar.
Stadsindeling
De stad Plauen bestaat uit 39 stadsdelen in 23 zogenaamde Gemarkungen (zie bovenstaande kaart) die in de vijf stadsgebieden Zentrum, Nord, Ost, Süd en West zijn gebundeld.
Naburige gemeentes Tenzij anders aangegeven, liggen deze in de Vogtlandkreis: In het noordwesten: Rosenbach In het noorden: de stad Greiz in de Landkreis Greiz, deelstaat Thüringen In het noordoosten: Pöhl In het oosten: Neuensalz In het zuidwesten: Weischlitz In het zuiden: Oelsnitz In het zuidoosten: Theuma en Tirpersdorf.
Plauen ligt grofweg halverwege de steden Zwickau, 50 km noordoostwaarts, en Hof (Beieren), 50 km zuidwestwaarts.
Verkeer en vervoer
In de gemeente bevinden zich enkele markante bruggen en viaducten: De Friedensbrücke of het Syratal-Viadukt over de Syra, in de Bundesstraße 92, ligt niet ver ten westen van de stadskern. Het is een monumentale stenen boogbrug, die in 1905 werd voltooid en aanvankelijk naar koning Frederik August III van Saksen Friedrich-August-Brücke heette. De brug werd na verwoesting in de Tweede Wereldoorlog hersteld en heet sinds 1973 Vredesbrug. In 1984 en 2013 werd de brug gerenoveerd. De Syratalbrücke in de spoorlijn Plauen-Cheb, 2 km van Plauen Oberer Bahnhof verwijderd, is eveneens een boogbrug, die in 1871-73 gebouwd werd. De Alte Elsterbrücke uit 1244 is in de 19e, 20e en 21e eeuw diverse keren gerenoveerd, en van het middeleeuwse bouwwerk zijn nog slechts fragmenten aanwezig. Over de brug liep vroeger een trambaan, nu nog slechts een wandelpad. Bij de brug mondt de Syra uit in de Weiße Elster. Ten behoeve van het auto- en tramverkeer is hier dichtbij in 1973 de Neue Elsterbrücke gebouwd.
De beroemde bruggen Elstertalbrücke en Göltzschdalbrug liggen niet ver van Plauen, respectievelijk in de gemeentes Pöhl en Reichenbach im Vogtland.
Hoofdverkeerswegen, die door de gemeente lopen, zijn: de Autobahn A 72 de Bundesstraße 92 Gera (stad) - Plauen - Cheb in Tsjechië, die op afrit 6 Plauen-Süd de A 72 kruist de Bundesstraße 173 Zwickau - Plauen - Hof in Beieren, die op afrit 7 Plauen-Ost de A 72 kruist; Zwickau en Hof zijn vanuit station Plauen (Vogtland) Oberer Bahnhof ook per trein bereikbaar. de Bundesstraße 169, die bij Plauen van de B173 aftakt de Bundesstraße 282, die bij Plauen van de B92 aftakt.
Plauen heeft een station, Plauen (Vogtland) Oberer Bahnhof, ten noorden van het centrum, en een spoorweghalte Plauen Mitte, direct ten oosten van het centrumDeze ligt, evenals het in 2015 opgeheven station Unterer Bahnhof, aan een spoorlijntje , dat gekenmerkt wordt door zijn ligging aan de Weiße Elster, en waar veel rangeersporen voor goederentreinen zijn.. Deze stopplaatsen liggen aan verschillende spoorlijnenDe lokaalspoorlijn van Plauen naar Cheb in Tsjechië begint in Plauen (Vogtl.) Oberer Bahnhof, en gaat na 2 km over het Syratalviadukt (210 m boven de zeespiegel) heen. Op het grondgebied van Plauen doet de trein op deze lijn nog twee spoorweghaltes aan: na 3 km Plauen (Vogtl) West, 386 m boven de zeespiegel, en na 6 km Plauen (Vogtl)-Straßberg. , aan weerszijden van de Weiße Elster. De stad wordt daarnaast bediend door een tramnet en talrijke stads- en streekbuslijnen.
Klimaat In Plauen en het verdere Vogtland heerst een warmgematigde Midden-Europese vochtige westenwind. In vergelijking met de westelijk gelegen Duitse regio's heerst er een beduidend continentaler klimaat, met warme zomers, en koude winters. In vergelijking met andere regio's die op gelijke hoogten liggen, is het weer in het Vogtland wind- en neerslagarmer dan andere Duitse regio's. In Plauen bedraagt de gemiddelde luchttemperatuur 7,5 °C, waarbij de warmste maanden juli en augustus met gemiddelde temperaturen van ongeveer 16 °C. In de streek rond Plauen zijn er per jaar gemiddeld 26 tot 30 zomerse dagen (≥ 25 °C) met een gemiddelde zonneschijnduur van 1450 tot 1500 uren per jaar. De gemiddelde jaarlijkse neerslag in Plauen bedraagt 582 millimeter. Zelden sneeuwt het in oktober al of in mei nog. In Plauen zijn zuidwestelijke tot zuidelijke windrichtingen overheersend. De gemiddelde windsnelheid bedraagt 3 tot 4 m/s.Eberhard Freydank, Deutscher Wetterdienst Radebeul „Das Klima des Vogtlandes“ im Vogtlandatlas (siehe Literatur)
Economie, hoger onderwijs
Verspreid door de stad, vooral langs de spoorlijnen, staan nog talrijke oude fabriekspanden, die uit de 19e en 20e eeuw dateren. Sommige ervan zijn nog in industrieel gebruik, waaronder ook nog een kleine kantfabriek. De productie van gloeilampen, die in Plauen al sinds het eind van de 19e eeuw dateert, bestaat ook nog; van 1991-2011 had ook Philips er een fabriek. Dan staat er in de stad verder een kleine staalfabriek en een bedrijf dat metalen gereedschappen en kleine machines maakt, voor de auto-industrie en voor garagebedrijven. Andere voormalige fabrieken zijn tot industrieel erfgoed verklaard en gebruikt als bedrijfsverzamelgebouw, klimhal, evenementenhal, wooncomplex e.d..
Het in 1946 opgerichte bedrijf PLAMAG was in de DDR-periode een zeer grote machinefabriek, die o.a. machines voor drukkerijen maakte. De onderneming bestaat nog, het is een kleine dochteronderneming van een Chinees concern met ruim 100 werknemers; er worden machines ontworpen en gebouwd.
Langs de A 72 liggen enkele kleine, moderne bedrijventerreinen; daar is, naast lokaal midden- en kleinbedrijf, o.a. een onderneming gevestigd, die voor industrie en logistiek portaalkranen ontwerpt en bouwt, en verder een kleine fabriek van uitlaatsystemen voor in auto's.
De Stadt-Galerie in het centrum van Plauen is geen gebouw voor kunsttentoonstellingen, maar een groot winkelcentrum in de omgeving van het stadhuis. Ook het Elster-Park aan de oostelijke rand van Plauen is geen stadspark, maar een winkelcentrum.
In de stad is een zogenaamde Berufsakademie gevestigd, sinds 2019 in een gedeelte van het voormalige kasteel Plauen. Deze instelling voor hoger beroepsonderwijs biedt o.a. managementstudies, studies economie en vakopleidingen voor de beroepen van doktersassistent en verpleegkundige aan.
In de stad zijn veel kantoren en ook enkele ambtelijke instellingen gevestigd, waaronder het bestuurskantoor van de Vogtlandkreis. Plauen heeft een, voor de werkgelegenheid belangrijk, ziekenhuis (Helios Vogtland Klinikum, in stadsdeel Reusa, met 620 bedden), en een kleiner, evangelisch-luthers ziekenhuis Bethanien.
Geschiedenis
Archeologische vondsten wijzen erop dat zich reeds in de Bronstijd al mensen bevonden in het gebied van het huidige Plauen. Van een bevolking die haar doden in grafheuvels begroef vormen de Plauen-Chrieschwitz grafheuvels een archeologisch getuigenis, gelegen in het Reißiger Wald en in de omgeving van Reinsdorf. Deze vondsten duiden op een lokale groep, dragers van de Lausitzcultuur met verbindingen naar Bohemen, in het hoofdgebied en bij Thüringen.
De kolonisatie toont zich vanaf ongeveer 500 v. Chr.. De vondst van een heuvelgraf, mogelijk van de Keltische La Tène-cultuur van rond 420 v.Chr. in het gebied van Ruppertsgrün-Liebau markeert een periode, waarin de kolonisatie in het gebied van Plauen-Oelsnitz plotseling afnam. Aanwijzingen voor bewoning door Germanen van het Vogtland zijn tot dusver niet gevonden.
Vondsten van Romeinse munten uit de 2e eeuw na Christus tonen dat het Plauense gebied een betekenis had als een doorreisgebied.
Een Slavische kolonisatie is voor het eerst aangetoond kort voor het jaar 1000, terwijl wordt aangenomen dat hun vestiging hier begon rond het jaar 800.
Als latere bewijzen voor een Slavische kolonisatie worden de Slavische plaats-, veld- en waternamen in de regio gezien. De naam van de stad Plauen heeft eveneens een Slavische oorsprong. Het komt van het Slavische plavna, wat plaats waar men vlotten laat drijven betekent.
In het jaar 1122 werd Plauen voor het eerst bij naam genoemd als Vicus Plawe. Sinds 1180 ligt Plauen in het Vogtland, dat bij beschikking van keizer Frederik I Barbarossa onder bestuur van adellijke landvoogden was geplaatst. Wanneer en uit wiens hand Plauen stadsrechten heeft verworven, is niet meer bekend. Maar in een document uit 1224 over de Johannes-de-Doperkerk is sprake van een stedeling uit Plauen. Hieruit kan worden geconcludeerd, dat de verlening van de stedelijke privileges vóór 1224 plaats had gevonden.
Rond het midden van de 13e eeuw lieten de landvoogden van Plauen op de heuvel Schlossberg een kasteel bouwen.
In 1430 werd de stad tijdens de Hussietenoorlogen grotendeels verwoest. In de 15e eeuw was er een gemeenschap van kalendebroeders in Plauen werkzaam. Vanaf 1466, door ingrijpen van Albrecht van Saksen, behoorde de tot dan toe Boheemse stad tot het Keurvorstendom Saksen (1423-1485), later het Ernestijnse Keurvorstendom Saksen (1547-1806).
Tussen 1529 en 1533 werd de Reformatie in Plauen doorgevoerd. Sedertdien zijn verreweg de meeste christenen en ook de kerkgebouwen in de gemeente evangelisch-luthers. Het dominicanenklooster in Plauen, en ook het Duitse Huis van de Duitse Orde, werden geseculariseerd.
In 1548 en 1635 werd Plauen door een grote stadsbrand geteisterd; in de Dertigjarige Oorlog werd Plauen van 1632-1635 getroffen door bijna alle denkbare rampspoed, die een oorlog met zich meebrengt: plunderingen, een pestepidemie, brandstichtingen en moordpartijen.
In 1835 was er een grote overstroming, reden voor de Saksische koning om een Medaille voor het Redden van Levens tijdens de Overstroming in Plauen in 1835 in te stellen. Van 1852 tot circa 2013 dienden de overblijfselen van het kasteel van Plauen als gevangenis.
Opkomst van de textielindustrie