Meißen is een gemeente en plaats 25 km ten noordwesten van Dresden, in de Duitse deelstaat Saksen. Het is de Kreisstadt van de Landkreis Meißen. De stad telt inwoners.

Meissen, gespeld met -ss- in plaats van -ß-, is het officiële, wettelijk beschermde, handelsmerk van de Porzellan-Manufaktur Meissen, de historische porseleinfabriek.

Meißen ligt aan beide zijden van de Elbe, in een vrij breed en diep dal (Elbtalkessel). Het oude centrum en de ten zuidwesten daarvan staande porseleinfabriek bevinden zich aan de linker, westelijke, oever. Hier mondt ook het zijriviertje Triebisch in de Elbe uit. Het centraal station ligt aan de rechter, oostelijke, oever. Ten noorden van de stad, aan de rechter Elbeoever, ligt een vruchtbaar, met löss bedekt gebied, de Großenhainer Pflege, met vruchtbaar akkerland. Ook het gebied achter de stad aan de westelijke oever is vruchtbaar.

Geschiedenis De nederzetting werd gevormd bij een bocht in de Elbe en wordt aan het einde van de 9e eeuw voor het eerst vermeld. Op de steile burchtheuvel verrees in de dertiende eeuw een gotische kathedraal, de Dom, die in de negentiende eeuw met twee beeldbepalende torens verfraaid werd. Meißen verkreeg in of vóór 1332 stadsrechten.

Tot 1423 was Meißen hoofdstad en residentie van het Markgraafschap Meißen. Daarna behoorde het tot het Keurvorstendom Saksen (1423-1485) en het Keurvorstendom Saksen. Aan het einde van de vijftiende eeuw werd de Albrechtsburg naast de Dom gebouwd, het eerste niet als vesting gebouwde kasteel van Duitsland, bedoeld als residentie voor de hertogen van Saksen.

Sedert de Reformatie, doorgevoerd in 1539, zijn verreweg de meeste christenen te Meißen evangelisch-luthers. Dit geldt, tenzij anders vermeld, ook voor alle in dit artikel genoemde kerkgebouwen in de gemeente.

In 1710 begon Johann Friedrich Böttger (1681-1719) in de Albrechtsburg met de fabricage van het beroemde Meissener porselein, dat meer dan wat ook de naam Meissen wereldbekend heeft gemaakt; halverwege de 19e eeuw werd de fabricage overgebracht naar het huidige fabrieksgebouw.

In 1860 verkreeg Meißen aansluiting op het spoorwegnet. In de 19e en vroege 20e eeuw ontwikkelde zich fabricage van aardewerk voor wandbekleding, van tegelkachels (Teichert), van badkamerwand- en vloertegels, van chemicaliën voor verfstoffen om keramiek te kleuren (Bidtelia), van metalen kabels, windmolens en ventilatorenDe firma VWW uit Meißen heeft enkele windmolens van het zogenaamde Amerikaanse type in de jaren-1920 naar Nederland geëxporteerd. Daarvan bestaat er nog één, de Windmotor Stroobos, in Friesland. en van kleine metalen machine-onderdelen.

Gedurende de periode van het Derde Rijk zijn ook in en om Meißen joden, politiek linkse mensen en krijgsgevangenen het slachtoffer van gruwelijke vervolging en dwangarbeid geworden. Diverse gedenktekens herinneren hier nog aan.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, in de lente van 1945, wisten inwoners van de stad door bevelen van de burgemeester en hoge nazi-officierenDezen hadden de deels op een strategisch belangrijke heuvel gelegen stad tot vesting willen verklaren, en de burgerbevolking willen evacueren. te negeren, de verwoesting van de stad door de geallieerde troepen te verhinderen. Op 7 mei 1945 bezetten troepen van het Sovjet-Russische Rode Leger de stad, zonder haar te verwoesten.

Van 1949 tot 1990 lag de stad Meißen in de DDR. In deze periode nam de industrie een grote vlucht. De ventilatorenfabriek Turbowerke Meißen, v/h VWW bijvoorbeeld was de grootste in de DDR. Ook andere vooroorlogse bedrijven werden in genationaliseerde structuur voortgezet en uitgebreid. Voor het huisvesten van de talrijke hier werkende arbeiders werd de stad met nieuwe Plattenbau-flatwijken uitgebreid.Helaas werden sommige delen van de binnenstad verwaarloosd, en raakten enigszins in verval; na 1990 moest veel in stadsherstel geïnvesteerd worden. Het aantal inwoners van Meißen bedroeg op zeker moment bijna 50.000. Na de Duitse hereniging (1990) bleken veel firma's naar Westerse maatstaven economisch niet meer rendabel. Verscheidene werden drastisch ingekrompen, andere opgeheven. Arbeiders trokken weg naar economisch sterkere regio's in West-Duitsland. Hierdoor, en in mindere mate door vergrijzing, is het bevolkingscijfer tot beneden 30.000 gedaald.

In augustus 2002 richtte de Triebisch ernstige schade aan in delen van het historische centrum van Meissen door overstromingen (Hoogwater in Centraal-Europa 2002). In de nacht van 13 augustus overstroomde de rivier het dal en de oude binnenstad. Vier dagen later bereikte de Elbe zijn hoogste punt, waardoor de oude binnenstad en andere wijken tot wel drie meter diep onder water kwamen te staan. In Dresden bereikte het waterpeil 9,4 meter, bijna acht meter boven het normale niveau voor die tijd van het jaar. De bioscoop, het theater, de Heinrichsbrunnenfontein en andere bezienswaardigheden van Meissen kwamen tijdelijk onder water te staan. Het verhoogde marktplein met de Frauenkirche ( Onze-Lieve-Vrouwekerk) en het stadhuis bleven echter ongedeerd.

In juni 2013 werd de stad Meissen opnieuw getroffen door een overstroming (Overstromingen in Centraal-Europa 2013). Op 6 juni bereikte het waterpeil in Dresden 8,76 meter, 64 centimeter lager dan in 2002. Delen van de oude binnenstad van Meissen kwamen opnieuw onder water te staan, waaronder het theater, de bioscoop, de Heinrichsplatz, de Neugasse, de Gerbergasse, de Neumarkt en het Buschbad, doordat het water over de nieuw gebouwde dijk aan de oevers van de Elbe stroomde.

Cultuur en bezienswaardigheden Meissen porselein: De porseleinfabriek (Porzellan-Manufaktur) beschikt over een bezoekerscentrum met museum. Slot Albrechtsburg, met museum; er worden regelmatig diverse evenementen, zoals concerten, gehouden. Dom van Meißen Gotische St.-Afrakerk met bezienswaardig interieur uit de 15e en 16e eeuw.Het aanpalende voormalige klooster is sedert 1543 een middelbare school, aanvankelijk een Fürstenschule voor jongens uit de hoge adel, later een gymnasium, waar de dichter Gotthold Ephraim Lessing van 1737-1741 nog zijn schooljaren heeft doorgebracht. De school, met internaat, werd in de 21e eeuw heropgericht als het Sächsische Landesgymnasium St. Afra. Het is een gymnasium voor hoogbegaafde jongeren. Een ander voormalig klooster, van de franciscanen, aan de oostkant van de Elbe, huisvest ook een gymnasium. Hier vlakbij ligt een schilderachtig straatje met de naam Freiheit. In de binnenstad staan verscheidene monumentale huizen uit de late 15e, de 16e en de 17e eeuw. Ook staan er, verspreid door de stad, gebouwen en monumenten, die door kunstenaars voorzien zijn van gevel- en andere decoraties van porselein of andere keramiek. De kleine, 10e-/12e-eeuwse Sint-Nicolaaskerk werd omstreeks 1920 ingericht als gedenkplaats voor de gevallenen in de Eerste Wereldoorlog. Daartoe is, o.a. voor stèles met namen van gesneuvelden, rijkelijk van Meissener porselein gebruikgemaakt. In 2025 is dit monumentale gebouw, dat in 2013 onder water liep, gerestaureerd. De Frauenkirche aan de Markt dateert uit het eind van de 15e en de eerste helft van de 16e eeuw. Het gebouw beschikt over een altaarstuk van omstreeks 1500 en nog verscheidene andere kunsthistorisch interessante liturgische voorwerpen. Het stedelijk museum, gevestigd in een voormalig klooster, bevat o.a. veel materiaal over de porseleinfabricage en de geschiedenis daarvan. Ook natuurschoon, met wandel- en fietsmogelijkheden, ontbreekt niet in de gemeente Meißen. Op de grens van Meißen-Zaschendorf en Coswig, ten zuidoosten van de stad, ligt een kleine, 100 meter boven de Elbe uitstekende heuvelrug met de naam Spaargebirge. Net over de gemeentegrens met Coswig bevinden zich enige uitzichtpunten, o.a. Karlshöhe, Juchhöh en Deutscher Bösel, alle drie circa 190 meter boven zeeniveau, waar wandelpaden naartoe lopen. De toeristische langeafstands-fietsroute Elberadweg en de toeristische autoroute Sächsische Weinstraße lopen door de gemeente. Kasteel Proschwitz, in de 18e eeuw nieuw gebouwd in barokstijl, na 2000 gerestaureerd, is een luxueuze feest- en evenementenlocatie ten noorden van de stad. Bij het kasteel behoort een op een zuidhelling gelegen wijngaard, waar, volgens de eigenaren, reeds in de middeleeuwen de miswijn voor de kerken van Saksen vandaan kwam. Het kasteel en het wijngoed zijn eigendom van leden van het adellijke geslacht van de Prinsen van Lippe, verre verwanten van wijlen Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. De stad beschikt over een stadion voor de motorsport speedway.

Galerij

Economie

Vanwege de fraaie ligging en het historisch stedenschoon is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten in de stad.

De oude porselein-manufactuur van Meißen bestaat, in gemoderniseerde vorm, nog steeds. De fabriek staat in de wijk Triebischtal. In de oostelijke wijk Cölln is een granietgroeve.

Kleine spin-offs van vroegere grote fabrieken uit de DDR-periode zijn na de Wende van 1990 blijven bestaan, en produceren metalen onderdelen voor machines en voertuigmotoren, keramieken toiletpotten en badkuipen (filiaal van Duravit), keramische muur- en badkamertegels en verder eenvoudig aardewerken en porseleinen serviesgoed. Een voorbeeld daarvan is de in 1861 gestichte fabriek Bidtelia, die vóór de Tweede Wereldoorlog glazuur- en kleurstoffen voor porselein en bouwkeramiekBadkamer-, wand- en vloertegels; aardewerk wanddecoratie; geglazuurde dakpannen, enz. maakte, in de DDR-periode ook keramiek, en die in gemoderniseerde vorm tot op de huidige dag deze producten maakt.

Daarnaast is er verspreid over bedrijfsterreinen in de gemeente veel lokaal midden- en kleinbedrijf in vele branches gevestigd. Eén van die kleine bedrijven is de Schwerter-bierbrouwerij, die in 1460 in het Oude Brouwhuis in het stadscentrum werd opgericht, maar haar (meermalen bekroonde) speciaalbieren nu ten oosten van het centrum brouwt.

De grootste werkgever van de stad is het plaatselijke ziekenhuis (in 2021: 350 bedden, ruim 500 personeelsleden).

Buiten de stadsbebouwing liggen enige oude wijngaarden, waaronder die van kasteel Proschwitz .

Aangrenzende gemeenten In het noordwesten en westen: Käbschütztal In het noorden: Diera-Zehren In het noordoosten: Niederau In het oosten: Weinböhla In het zuiden en zuidwesten: Klipphausen In het zuidoosten: Coswig (Saksen) en verderop Radebeul.

Grotere steden zijn Dresden, circa 25 km ten zuidoosten van Meißen, en Freiberg, circa 30 km zuidwaarts.

Verkeer

Langs de westoever van de Elbe loopt de Bundesstraße 6 door de stad heen. Van zuidwest (Nossen) naar noord loopt de B101 door de gemeente heen naar Großenhain. Ten noorden van de stad en ten westen van de Elbe loopt de B101 door de ruim 700 m lange Schottenbergtunnel, met een maximaal stijgings- en dalingspercentage van 5, voor Duitse begrippen zeer steil. Een binnenweg, de S177, loopt vanuit Meißen zuid-zuidoostwaarts langs Klipphausen naar afrit 77a van de Autobahn A 4 over een afstand van circa 18 kilometer.

Het belangrijkste station van de stad ligt aan de oostkant van de Elbe, in de wijk Cölln. Het ligt, evenals twee spoorweghaltes te Meißen aan de westkant van de rivier, aan een door de S-Bahn van Dresden bediende spoorlijn (lijn S1) naar Dresden. Deze spoorlijn loopt in westelijke richting door naar Nossen en Döbeln. Sinds 2015 rijden hier alleen goederentreinen; in plaats van de passagierstreinen naar Döbeln rijdt een busdienst. Anno 2022 is besloten, dat deze spoorlijn zal worden opgeknapt. Indien uit verder onderzoek zal blijken, dat dit rendabel is, wordt het reizigersverkeer tussen Meißen en Döbeln omstreeks 2030 hervat.

Partnersteden De gemeente Meißen onderhoudt de volgende zeven jumelages: Korfoe, Griekenland, sedert 24 mei 1996 Litoměřice, (vroegere Duitse naam: Leitmeritz), Tsjechië, sedert 1 november 1996 Vitry-sur-Seine, Frankrijk, sedert 3 mei 1964 Arita-chō, Japan, sedert 9 februari 1979 Fellbach, Duitsland, sedert 28 mei 1987