Freiberg is een gemeente en stad in de Duitse deelstaat Saksen gelegen tussen de steden Dresden en Chemnitz, met een geschiedenis in de mijnbouw. Het is de Kreisstadt van de Landkreis Mittelsachsen. De stad heeft een universiteit; daarom voert ze het predicaat Universitätsstadt vóór de eigenlijke plaatsnaam. Freiberg telt inwoners. De historische Bergstadt behoort sinds 2019, samen met andere plaatselijke monumenten uit de mijnbouwgeschiedenis van het Ertsgebergte in Duitsland en Tsjechië, tot de UNESCO-Werelderfgoedlijst als "Montanregion Erzgebirge/Krušnohoří".
Indeling van de gemeente
Volgens artikel 1, lid 4 van de per 6 juni 2014 van kracht geworden hoofdgemeenteverordening (HauptsatzungWebsite van de gemeente: https://web.archive.org/web/20230401194219/https://www.freiberg.de/fileadmin/Stadtrecht/I._Allgemeine_Verwaltung/1-1Hauptsatzung.pdf) bestaat de gemeente uit de volgende 8 stadsdelen: 001 Altstadt (centrum) 002 Freiberg Nord 003 Freiberg Ost 004 Freiberg Süd 005 Freiberg West 006 Zug, ten zuiden van het centrum 007 Kleinwaltersdorf, ten noordwesten van het centrum 008 Halsbach, ten oosten van het centrum.
Een plattegrond met daarop de situering van de 8 stadsdelen, en hun nadere indeling in stadswijken, is op bladzijde 14 van genoemde Hauptsatzung opgenomen.
Geografie Freiberg ligt tegen een helling aan, op gemiddeld ruim 400 meter boven de zeespiegel, in het noorden van het Ertsgebergte. De geologie van het stadsgebied is interessant, maar gecompliceerd. Zie voor meer details hierover het artikel over Freiberg op de Duitstalige Wikipedia.
Langs de oostkant van de stad loopt de, juist over de grens met Tsjechië ontspringende, rivier Freiberger Mulde. Deze is niet bevaarbaar. De Freiberger Mulde verenigt zich meer noordwestelijk met de Zwickauer Mulde tot de Mulde, een zijrivier van de Elbe.
Infrastructuur
In Freiberg kruisen de Bundesstraße 173 en de Bundesstraße 101 elkaar. Op 15 km ten noorden van Freiberg kruist de B101 de Autobahn A 4 op afrit 75 bij Siebenlehn, gemeente Großschirma.
Freiberg heeft sedert 1862 een station, dat officieel Bahnhof Freiberg (Sachs) heet. Het staat bijna één kilometer ten zuiden van het oude stadscentrum en ligt aan twee spoorlijnen: tussen station Moldava (okres Teplice) (Duits: Moldau), TsjechiëIn het Tsjechisch: Stanice Moldava v Krušných horách en station Nossen, dat 23 km ten noorden van Freiberg ligt tussen station Werdau en Dresden Hauptbahnhof, via o.a. Zwickau Hauptbahnhof, Chemnitz Hauptbahnhof (35 km ten westen van Freiberg) en dus Freiberg, dat 40 km ten zuidwesten van Dresden ligt.
Van 1890 tot 1995 bestond ook een kleine spoorlijn Freiberg–Halsbrücke v.v..
De stad beschikt over een stads- en streekbusnet van negen lijnen, die echter buiten de spitsuren meestal slechts als belbus bediend worden.
Naburige gemeentes In de richting van de wijzers van de klok, beginnend in het noorden: Rothenfurth, gemeente Großschirma; bijna 20 km verderop Nossen Halsbrücke, en de daaronder ressorterende dorpen: Tuttendorf Conradsdorf Naundorf, gemeente Bobritzsch-Hilbersdorf Hilbersdorf Weißenborn Berthelsdorf Brand-Erbisdorf, in het zuiden Sankt Michaelis Oberschöna, en de daaronder ressorterende dorpen: Kleinschirma Langhennersdorf Großschirma; verderop, 25 km ten NW van Freiberg: Roßwein.
De plaatsen Nossen, Roßwein, Großschirma, Freiberg en Brand-Erbisdorf zijn zich geleidelijk tot een kleine agglomeratie met circa 75.000 inwoners aan het ontwikkelen.
Economie De laatste jaren vond een structurele economische verandering plaats en hebben zich in de stad bedrijven gevestigd die zich toeleggen op de technische ontwikkeling en vervaardiging van halfgeleiders en zonnepanelen.In 2018 beëindigd, de fabriek ging failliet. Freiberg is onderdeel van de te Dresden gevestigde industrie- en researchcluster Silicon-SaxonyWebsite: https://silicon-saxony.de/ waar ook Nederlandse bedrijven als ASML in deelnemen.
Van de non-ferro-metaalindustrie, bloeiend in de DDR-periode, is nog één kopergieterij in de stad overgebleven.
In Freiberg en omgeving wordt veel zonne- en windenergie opgewekt.
De stad is door haar bezienswaardigheden, de belangstelling voor industrieel erfgoed is sinds 2000 sterk toegenomen, centrum van een toenemend toerisme.
Na de universiteit is het grote stedelijke ziekenhuis de belangrijkste werkgever in Freiberg.
Geschiedenis
Vanaf de 12e eeuw tot 1423 lag Freiberg in het Markgraafschap Meißen, daarna in het Keurvorstendom Saksen (1423-1485), het Hertogdom Saksen (1485-1547) en het Keurvorstendom Saksen (1547-1806).
Freiberg bestaat al sedert het eind van de 12e eeuw, toen er na het snel verspreide gerucht Erstes Berggeschrey zilver werd gedolven, van de mijnbouw. Markgraaf Otto II van Meißen had, na de eerste berichten over zilverertsvondsten, van keizer Frederik Barbarossa in 1170, het zgn. Bergregal ontvangen. Dit was het koninklijke privilege, om bodemvondsten te (laten) exploiteren. Otto II liet ten gunste van het cisterciënzer klooster Altzella, ten westen van het huidige Nossen, enige ontginningsdorpen stichten. Het belangrijkste van deze dorpen, Christiansdorf, aan de zuidoostkant van de huidige binnenstad, werd in 1268 bekend, omdat er zilvererts werd ontdekt. Markgraaf Otto verleende vervolgens op zijn beurt talrijke, met een Bergstad verbonden mijnbouwprivileges, en er ontwikkelde zich het huidige Freiberg. In 1225 werd de plaats door een grote brand verwoest, maar vrijwel direct weer opgebouwd. In 1233 werden alle rechten en plichten van de mijnwerkers en andere inwoners schriftelijk, in het ius Freibergensis, vastgelegd. Dit kwam mede neer op verlening van stadsrechten. Reeds rond 1185 werd met de bouw van een Mariakerk, de huidige Dom van Freiberg, begonnen. Van ca. 1170 tot 1556 (verplaatsing naar Dresden) was Freiberg ook een plaats met een belangrijke munt.
Economische teruggang trad op vanaf het midden van de 14e eeuw. De zilvermijn begon minder op te brengen. In 1351 sloeg de als Zwarte Dood berucht geworden pestepidemie toe. Grote branden teisterden Freiberg in 1375, 1386, 1471 en 1484.
De stad was eeuwenlang, vooral in de 13e eeuw, welvarend; in die eeuw vestigden zich verscheidene kloosters in Freiberg. Na plm. 1500, toen Freiberg de facto enige tijd hoofdstad en residentie was van het Hertogdom (in deze tijd regeerden de hertogen vanuit Kasteel Freudenstein in Freiberg), volgde, mede doordat de zilvermijn weer meer opbrachtDe technische kennis was rond 1450 vooruitgegaan. Men kon diepere ertslagen aanboren. Ook werden premies uitgeloofd voor wie ergens erts had ontdekt., een tweede, korte bloeiperiode, hetgeen aan de vele fraaie bouwwerken in de binnenstad nog te zien is.
In 1536 voerde hertog Hendrik met harde hand de Reformatie door. Tot op de huidige dag is de meerderheid van de christenen in Freiberg evangelisch-luthers, wat ook geldt voor de meeste kerkgebouwen.
Gedurende de Dertigjarige Oorlog was de stad enige malen doelwit van o.a. keizerlijke en Zweedse troepen. Met name tussen 1630 en 1648 had Freiberg veel van deze oorlog te lijden. In de Zevenjarige Oorlog versloeg het door prins Hendrik aangevoerde leger van Pruisen op 29 oktober 1762 bij Freiberg een keizerlijk leger. In 1765 werd de Bergakademie (zie hierna) opgericht, en in 1790 werd het Stadttheater, een van de oudste nog bestaande schouwburgen in Duitsland, geopend.
In de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw vonden te Freiberg weinig gebeurtenissen plaats, die afweken van wat elders in Duitsland gebeurde. De mijnbouw kende nog een hausse in het derde kwart van de 19e eeuw, toen in het Himmelfahrt-complex nog jaarlijks veel zilver aan de dag kwam, maar nam vanaf 1873 in betekenis af; door o.a. monetaire maatregelen nam de vraag naar zilveren munten sterk af, en waarde van dit metaal daalde tot zeker 1886. Op 29 februari 1880 gebeurde in een van de mijnen, de Abrahamschacht, een ernstig ongeval. De zogenaamde Fahrkunst brak af, 13 mijnwerkers stortten 20 meter omlaag en 11 van hen kwamen om het leven.De mijndirecteur werd twee jaar later wegens dood door nalatigheid bij het onderhoud van de mijn veroordeeld tot 1½ jaar gevangenisstraf. Zilver werd na 1913 niet meer gedolven; tot 1969 alleen nog zink en lood. Vanaf 1919 werden gedeelten van het complex ten behoeve van de Bergakademie en andere onderwijsinstellingen in stand gehouden voor onderwijs- en researchdoeleinden.
In de tijd van Adolf Hitlers Derde Rijk was er in de stad een buitencommando van het concentratiekamp Flossenbürg gevestigd. Van 31 augustus 1944 tot 14 april 1945 moesten tot wel duizend Joodse en Poolse vrouwen hier als dwangarbeid voor de firma Arado onderdelen van militaire vliegtuigen maken. Op 7 oktober 1944 vielen 172 doden door een geallieerd luchtbombardement op de stad, waarbij vooral de strategisch belangrijke spoorlijnen en emplacementen het doelwit waren. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, in mei 1945, gaf de burgemeester van Freiberg, die een betrekkelijk fanatiek nazi was geweest, de stad tegen een bevel van hogerhand in, over aan het Rode Leger van de Sovjet-Unie.
Freiberg lag vervolgens van 1949 tot 1990 in de DDR. In de DDR-periode steeg het aantal inwoners tijdelijk tot ongeveer 51.000, en werden enige nieuwe woonwijken gebouwd. De stad was het centrum van industrie, die elders gedolven non-ferrometalen zuiverde en verder verwerkte. Zeker tot plm. 1970 werd bij de verwerking van afval van deze fabrieken weinig rekening gehouden met daardoor ontstane schade aan het milieu.
Vanaf 1990, na de Duitse hereniging, daalde de bevolking tot circa 40.000 zielen. Enige fabrieken sloten hun poorten, omdat ze niet aan Westerse standaarden voldeden; ook trokken mensen weg naar economisch sterkere gebieden in westelijk Duitsland.
In 2015 kwam Freiberg negatief in het nieuws. Een groep neo-nazi's viel in juni in de stad verblijvende vluchtelingen, en in oktober doorreizende vluchtelingen aan. De daders zijn nooit gevonden.
Universiteit
In 1765 werd de Bergakademie Freiberg opgericht, een zeer belangrijke instelling voor wetenschappelijke studies en opleidingen, die verband hielden met de mijnbouw. De belangrijkste docent in de beginjaren van de Bergakademie was Abraham Gottlob Werner (1749–1817). In 1791 en 1792 werkte Alexander von Humboldt hier in zeer hoog tempo een studie geologie en mineralogie af. In die tijd studeerde hier ook de bekende geoloog Leopold von Buch. De bekende dichter Novalis studeerde vanaf 1797 ook korte tijd te Freiberg; zijn verblijf in ondergrondse mijnschachten, dat voor zijn studie noodzakelijk was, is van invloed op zijn literair oeuvre geweest.
Opvallend is, dat er weinig bekend is over de Bergakademie in de nazi-tijd. Er is slechts één publicatie bekend, die hier aandacht aan besteedt, zie:.Günther Heydemann c.a., Sachsen und der Nationalsozialismus, deel 53; alleen in te zien door studenten en docenten geschiedenis aan enige Duitse universiteiten, of door aankoop van de gehele boekenserie. ;
Na de Tweede Wereldoorlog werd een voormalige kazerne aan de universiteit ter beschikking gesteld als woonruimte voor studenten. Op een voormalig exercitieterrein is in 2002 een sportstadion voor de universiteitssportverenigingen gebouwd.
In de 20e en 21e eeuw ontwikkelde dit instituut zich tot een moderne, vooral technisch en natuurwetenschappelijk georiënteerde, universiteit. Deze draagt de officiële naam: Technische Universität Bergakademie Freiberg, afgekort : TUBAF.
Het aantal studenten aan de TUBAF bedroeg 3.712 (zomersemester 2024); het aantal medewerkers bedroeg 2.030, van wie 97 professoren (peildatum 1 oktober 2023).Bron: https://tu-freiberg.de/universitaet/profil/rankings-und-zahlen.
Bezienswaardigheden Historische gebouwen in de binnenstad Het hele stadscentrum maakt deel uit van het elders in dit artikel omschreven wereldcultuurerfgoed.