De Kerk van Leegkerk is een middeleeuws kerkgebouw aan de Leegeweg 38 in het dorp Leegkerk in de Nederlandse gemeente Groningen. Het is een van oorsprong 13e-eeuwse kerk, die in de 16e eeuw werd herbouwd nadat de Saksische burggraaf Hugo van Leisnig de kerk had verwoest omdat de bevolking van Leegkerk de opgelegde brandschatting weigerde te betalen.

De westgevel en de noordelijke schipmuur zijn romanogotisch. De zuidmuur is laatgotisch en dateert van omstreeks 1620. Tussen het schip en het koor staat een 16e-eeuwse scheidingswand met een rondboogopening. De kerk is in 1973 ingrijpend gerestaureerd en in 2012 van binnen aangepast om de kerk voor meerdere functies geschikt te maken. De kerk vormt een rijksmonument en is sinds 1970 eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. Sinds de restauratie van 2012 wordt de kerk beheerd door de stichting Bijzondere Locaties Groningen. In de zomermaanden is de kerk op zondag opengesteld voor bezoekers. Er worden dan soms ook culturele evenementen gehouden.

Gebruik De opdrachtgever voor de bouw van de kerk is onbekend. Tilbusscher vermoedt dat het gebouw tot stand kwam onder leiding van het klooster van Aduard in samenwerking met lokale boeren, maar bewijzen hiervoor zijn niet gevonden. In de middeleeuwen vormde de kerk echter wel eigendom van het corpus van het klooster van Aduard. De eerste vermelding van de kerk is waarschijnlijk in 1264, toen paus Urbanus IV aan het Aduarder klooster schreef over het beheer van de kerk van 'Linwertherawalda' (Lieuwerderwolde), waarmee waarschijnlijk de kerk van Leegkerk werd bedoeld.Kortekaas, G., "Graven in Lieuwerderwolde". In: Loenen, H.W.W. van [red.] (1996), Hervonden Stad 1996. pp. 51-62. Gearchiveerd op 27 juni 2023. In deze oorkonde wordt 'Evergerus de Midach' aangeduid als pastoor van Leegkerk.

Bij de reductie werd al het kloostergoed door de provincie Stad en Lande geconfisqueerd, waarmee de provincie ook eigenaar werd van de kerk van Leegkerk en daarmee tevens unicus collator van de kerk. De provincie benoemde daarom de predikanten, kosters en onderwijzers. De eerste predikant was in 1595 Martinus Everhardi, die daarvoor vatenmaker van beroep was geweest. Zijn preken bevielen de synode echter geenszins, want hij werd al snel 'geremoveert' (afgezet) door de synode. Een belangrijke predikant was waarschijnlijk Abelus Lamberti van Bolhuis, die werkzaam was van 1635 tot 1653 en tijdens wiens leiding de preekstoel, een van beide avondmaalsbekers en het tiengebodenbord gereed kwamen, de laatste echter mogelijk na zijn dood. Hij ligt ook begraven in de kerk. Een andere predikant was Henricus Schonebeek of Schoonbeeck, die tijdens zijn dienstperiode tussen 1676 en 1682 het met zijn recalcitrante gedrag, echtelijke ruzies en openbare dronkenschap zo bont maakte bij de classis, dat hij uiteindelijk vertrok naar Oost-Indië om te voorkomen dat hij werd afgezet. Eenmaal in Indië aangekomen overleed hij binnen twee maanden.

thumb|150px|Tekeningen en andere inscripties in het onderste deel van de standvink lijken te verwijzen naar een periode dat het westelijke deel van de kerk werd gebruikt als school.

De kerk is sinds de reductie altijd gecombineerd geweest met de kerk van Hoogkerk. Beide kerkgemeenten hadden daarbij tot in de jaren 1970 een eigen kerkvoogdij, bestaande uit elk 2 ouderlingen en 2 diakenen.Kooij, p. 208 Leegkerk was echter lange tijd het belangrijkst doordat de pastorielanden van Leegkerk zorgden voor driekwart van de inkomsten van de gecombineerde gemeente. De predikant woonde dan ook eeuwenlang in Leegkerk, waar ook de school stond. Mogelijk werd echter eerst een tijdlang in het westelijke deel van de kerk lesgegeven, daar de onderzijde van de standvink in de kerk is bedekt met initialen, zessterren, harten en andere figuren. In die tijd kwam dit in wel meer kerken voor. De collatie van Leegkerk werd in 1694 door de provincie verkocht.In 1694 wordt gesproken over 'de helft der collatie', maar de andere helft van de collatie betrof Hoogkerk. De collatie kwam later in handen van de adellijke familie Lewe van het Huis te Aduard. In de 19e eeuw kwam de collatie in handen van landbouwer Iwema, die het vervolgens aan de kerk schonk. Het kerspel Leegkerk bezat een eigen stem in de Ommelander Landdag.Kooij, p. 210

In de protestantse periode was de kerkgemeente van Leegkerk zeer arm. Er werd dan ook regelmatig een beroep gedaan op het Rijk, de provincie en de protestantse kerk om geld te geven voor het herstel van kerk, pastorie en kosterij. Na 1850 groeide Hoogkerk steeds sneller, waarop in de jaren 1850 een ruzie uitbrak tussen beide kerkvoogdijen over de pastorie. Hoogkerkers wilden dat deze naar dat dorp werd overgeplaatst, waarop de protestantse kerk weigerde met geld over de brug te komen tot het conflict was beslecht. Uiteindelijk trok de Leegkerkse kerkvoogdij aan het langste eind. In 1924 kwam in Leegkerk de eerste vrouwelijke predikant op de preekstoel. Deze Lydia Koomans werd echter het jaar erop ziek en overleed in een kuuroord in Davos aan tuberculose. In 1927 kreeg de gecombineerde gemeente een nieuwe predikant die zich wenste te vestigen in Hoogkerk omdat daar inmiddels het grootste deel van de hervormde gemeente woonde en hij daar dus het merendeel van zijn bezigheden had. De pastorie, die nog in 1922 was hersteld, werd daarop verbouwd tot woonhuis en de kerk werd mede vanwege de afgelegenheid van Leegkerk steeds minder gebruikt. In 1938 werd er nog maar eens per 3 weken een dienst in de kerk gehouden. In 1961 werd de kerk alleen nog gebruikt in de zomer en met kerstavond; ongeveer 4 diensten per jaar. In 1964 werden de kerkenraden van Hoogkerk en Leegkerk samengevoegd met behoud van eigen kerkvoogdijen. In 1965 werd de laatste dienst in de kerk gehouden door de hervormde gemeente. In 1976 fuseerden de gemeenten Hoogkerk en Leegkerk. In 1983 ging deze gemeente samen met de gemeenten Oostwold, Hoge- en Lagemeeden onder de naam gemeente Hoogkerk c.a.-Oostwold c.a. Begin 21e eeuw is deze gemeente opgegaan in de protestantse gemeente Hoogkerk-Oostwold.

Na de restauratie van 1970 was de hoop aanwezig dat de kerk weer in gebruik zou kunnen worden genomen als religieus centrum. De toen sterk groeiende rooms-katholieke gemeente van Hoogkerk wilde er in 1972 wel naartoe. Uiteindelijk trok echter in september 1974 de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden Hoogkerk in de kerk van Leegkerk, die er eens per 3 weken kerkten. Later ging deze gemeente op in de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten Westerkwartier, die de kerk in 2014 nog slechts eenmaal per jaar gebruikte en alleen om koffie te drinken.

Naast kerkdiensten werd het gebouw vanaf de jaren 1970 ook gebruikt voor onder andere concerten, lezingen, boekenmarkten, huwelijkssluitingen en een enkele keer voor een rouwdienst. Het gebruik bleef echter achter bij wat men had gehoopt en de kosten van het onderhoud, gas en licht werden er bij lange na niet mee gedekt. Een van de tekortkomingen van de kerk was het volledig ontbreken van een toilet. De stichting Oude Groninger Kerken had in de jaren 1970 wel een aanvraag gedaan bij de gemeente Groningen om een toilethuis te mogen plaatsen op het kerkhof, maar deze aanvraag werd blijkbaar niet gehonoreerd, want 40 jaar later was er nog geen toilet.

In 2012 werd de kerk bij een nieuwe restauratie opnieuw ingericht om de kerk meer functies te kunnen geven en zodoende meer bezoekers te trekken. In 2013 werd aan overzijde van de weg een parkeerplaats aangelegd om de parkeergelegenheid te verbeteren. Tot die tijd waren er helemaal geen parkeerplaatsen bij de kerk. In april 2013 werd de kerk opnieuw in gebruik genomen. De kerk wordt sindsdien geëxploiteerd door de stichting Bijzondere Locaties Groningen, die de kerk verhuurt voor onder andere concerten, exposities, huwelijkssluitingen, lezingen, recepties, vergaderingen en incidenteel ook voor kerkdiensten. In de zomermaanden is de kerk zondagsmiddags geopend voor bezoekers en worden er thee, koffie en andere dranken geschonken, mits er genoeg vrijwilligers zijn om de kerk open te kunnen houden. Er worden dan ook regelmatig culturele evenementen georganiseerd.

Exterieur Bouw (13e eeuw) De kerk staat op een lage wierde die mogelijk in de 11e of 12e eeuw werd opgeworpen tegen het water. Bij de restauratie in de jaren 1970 zijn kogelpotscherven aangetroffen onder de kerk die erop wijzen dat er waarschijnlijk op de plek van de kerk eerst een boerderij heeft gestaan."Leegkerk, centrum", Archeologische MonumentenKaart nr. 11831, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Dit is eveneens het geval bij de omliggende wierden waar later de pastorie en kosterij werden gebouwd en bij diverse onbebouwde wierden in de omgeving, waaronder de wierde ten zuiden van de kerk. De potscherven zijn gedateerd in de 12e of 13e eeuw en de relatief korte tijd tussen de potscherven en de bouw van de stenen kerk maken het niet aannemelijk dat er een houten voorganger is geweest, al valt dit niet uit te sluiten.

Halbertsma denkt dat de huidige kerk waarschijnlijk in het tweede kwart van de 13e eeuw werd gebouwd. Anderen dateren de kerk op de eerste helft van de 13e eeuw of op het tweede of derde kwart van de 13e eeuw. In dezelfde periode verrees ook de kerk van Hoogkerk. De opdeling in vierkante traveeën en omkraalde nissen en vensters wijzen volgens Berghuis op een datering in het begin van de romanogotiek; dezelfde tijd dat ook de kerken van Oostum, Noorddijk en Noordwolde werden gebouwd. De kerk was bij de bouw wat kleiner dan de huidige kerk en had ongeveer 10 kleine omkraalde smalle vensters in een overgangsvorm tussen rondboog en spitsboogPlas, H. & W. Plas (2008), Religieus erfgoed in Groningen. Oude kerken in de Ommelanden. pp. 146-147. met bijbehorende siernissen. De oorspronkelijke kerk bestond – afgaande op soortgelijke kerken – uit drie traveeën, die van elkaar werden gescheiden door lisenen. Het koor in de oostelijke travee was recht gesloten en bevond zich op de plek van de huidige vijfzijdige kerksluiting. De huidige ingang aan noordzijde van de kerk was vroeger de vrouweningang en de nu gesloten ingang aan noordzijde was de manneningang. De kerk was oorspronkelijk bedekt met dakbeschot en leien. Dit wordt afgeleid van de vondst van brokstenen van leien in de grond.

Herbouw (ca. 1520) thumb|Doorsneden toppen in de noordmuur wijzen op een verlaging van het dak.