Planten kunnen in groeivormen worden ingedeeld op grond van hun habitus: hun algemene uiterlijke morfologische kenmerken. Bij de zaadplanten wordt dan bijvoorbeeld gekeken naar de mate van verhouting van de stengel (stam) en de mate en plaats van vertakking, naar het al of niet afvallen van de bladeren en hun algemene vorm.

Zaadplanten De indeling in groeivormen naar morfologische kenmerken voor zaadplanten is grotendeels verwerkt in de indeling in levensvormen volgens Raunkiær. De verschillende literatuur over definities van groeivormen en levensvormen is vaak verwarrend en tegenstrijdig. Een min of meer gebruikelijke indeling, waarop naar behoefte variaties worden gemaakt, volgt hieronder.

Bij zaadplanten kunnen worden onderscheiden:

Houtige planten naaldbomen loofbomen loofverliezende loofbomen groenblijvend loofbomen struiken lianen Kruidachtige planten rozetplanten kussenplanten breedbladige kruiden smalbladige kruiden, grasachtigen klimplanten, slingerplanten hoge kruiden

Levensvormen naar Raunkiær thumb|400px|Raunkiær's levensvormen:1. Fanerofyt.2-3. Chamefyt. 4. Hemikryptofyt. 5-6. Cryptofyt. 7. Helofyt. 8-9. Hydrofyt. Therofyt (wordt niet getoond) Christen Christiansen Raunkiær heeft de meest gebruikte de indeling van zaadplanten in levensvormen gemaakt. Deze wordt toegepast in de beschrijvende plantkunde en in de vegetatiekunde. De indeling is gebaseerd op de plaatsing van de organen (zoals knoppen en zaden) die van belang zijn voor het overleven van het ongunstige seizoen (zoals koude winters, droge zomers).

Korstmossen Een gebruikelijke indeling bij korstmossen:

Levermossen Bij de levermossen kan onderscheid gemaakt worden in folieuze of bebladerde levermossen en thalleuze levermossen.

Mossen Een globale indeling bij de mossen is die op grond van kun algehele vertakkingswijze, de bouw van de plant met van stengels en zijtakken en de plaats van de sporenkapsels. De onderscheiden groepen zijn topkapselmossen, slaapmossen en cladocarpe mossen. Enkele groepen passen niet goed in deze indeling, zoals de veenmossen.

Een wat nauwkeuriger indeling bij mossen is:

In zijn mossentabel (een determinatietabel voor levermossen, mossen en hauwmossen) onderscheidt Margadant de volgende praktische groepen: (1959) Mossentabel. 3de druk. Uitgave De NJN, Amsterdam.

levermossen (Marchantophyta): thalleuze levermossen bebladerde levermossen 'echte' mossen (Bryophyta): veenmossen topkapselmossenOnderverdeling naar: 2002 Veldgids Mossen. 2de herzien uitgave. KNNV Uitgeverij zoden, kussens en polletjes slaapmossen: boompjesmossen dubbelgeveerde mossen 'haakmossen' klauw- en sikkelmossen platte slaapmossen mollige slaapmossen puntmossen geplooide slaapmossen enkel geveerde slaapmossen kortcellige slaapmossen generfde en ongenerfde restgroepen

Categorie:Plantenmorfologie