De Britse Kaapkolonie (Engels: Cape of Good Hope) was een deel van Zuid-Afrika onder Brits bestuur gedurende de 19e eeuw. De Kaapkolonie strekte zich uit vanaf de Atlantische Oceaan oostwaarts tot aan de uiteindelijke oostelijke grens, die na vele oorlogen tegen de Xhosas, bij de Visrivier getrokken was. In het noorden was de Oranjerivier, ook bekend als de Gariep, lange tijd de grens tussen de Kaapkolonie en Oranje Vrijstaat. Na de Tweede Boerenoorlog, waarbij de Britten de Nederlandse republieken Oranje Vrijstaat en Transvaal veroverden, lag de grens bij de tegenwoordige grens tussen Botswana en Zuid-Afrika.

Vooraf De geschiedenis van de Kaapkolonie begint in 1652 met de stichting van Kaapstad door de Nederlandse commandeur Jan van Riebeeck, die in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) was.

Einde van de VOC

In 1795 bezette Napoleon de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (Nederland). De republiek was het moederland van de VOC. Dit voorval heeft het Verenigd Koninkrijk ertoe bewogen om Kaap de Goede Hoop om tactische redenen gedurende de napoleontische oorlogen te bezetten. De VOC droeg in 1798 haar overzeese landgebieden aan de Bataafse Republiek (de Nederlandse vazalstaat van Frankrijk) over en ging uiteindelijk failliet in 1799. De Britten hadden echter het VOC-gebied in de Kaap de Goede Hoop al in 1795 overgenomen en namen de overige Bataafse koloniën, zowel in de Oost als in de West, in 1800 over.

Herstel Bataafs gezag Echter, in 1803 verlieten de Britten de Kaapkolonie alweer, overeenkomstig de Vrede van Amiens. Hierbij werd bepaald dat de Kaap de Goede Hoop aan het Bataafs Gemenebest behoorde. Hiermee werd het Nederlandse gezag in de Kaap hersteld.

Stichting van de Engelse Kaapkolonie thumb|right|300px|alt=Kaart van de Zuid-Afrikaanse republieken rond 1885|De Zuid-Afrikaanse republieken rond 1885 In 1806 werd de Bataafse Kaapkolonie weer door het Verenigd Koninkrijk bezet, ditmaal definitief. Het Bataafse gezag werd gedurende de Slag bij Blaauwberg verdreven. De Nederlandse vesting om het Kasteel en de rest van de kolonie werden aan de Britten overgegeven. Het Verenigd Koninkrijk deed dit in een poging om Napoleon uit de Kaap weg te houden; de Bataafse Republiek was immers een vazalstaat van Frankrijk. Ook probeerden de Britten met deze actie de handelsroutes naar het Verre Oosten veilig te stellen.

De Britse kolonie werd op 8 januari 1806 ingesteld en de Kaapkolonie bleef onder Brits beheer tot de vorming van de Unie van Zuid-Afrika in 1910, waarna dit de Kaapprovincie werd, beter bekend als de Provinsie Kaap die Goeie Hoop.

In 1814 werd de kolonie permanent afgestaan aan de Britse kroon door koning Willem I, Soeverein Vorst der Nederlanden. Tegen deze tijd strekte de Kaapkolonie zich uit tot de bergen voor het grote centrale plateau van "Boesmansland", en had ze een oppervlakte van ongeveer 194.000 vierkante kilometer en een bevolking van ongeveer 60.000 mensen, waarvan 27.000 blank, waarvan 17.000 vrije Khoikhoi en de rest slaaf. Deze slaven waren meestal ingevoerde zwarte mensen, Indiërs of Maleisiërs.

Eerste en Tweede Grensoorlog De eerste van de vele oorlogen met de Xhosas had reeds plaatsgevonden tijdens het tijdperk van de Nederlandse Kaapkolonie. In het Engelse tijdperk werden de Xhosas, die de koloniale grens overgestoken waren, weer verjaagd uit het district tussen de Zondagsrivier en de Grote Visrivier. Dit gebied was ook bekend als het "Zuurveld". Geruime tijd vóór 1811 hadden de Xhosas al reeds bezit genomen van het Zuurveld en de kolonisten aangevallen; in een poging om de Xhosas te verdrijven, viel John Graham in december 1811 het gebied met een gemengd rassenleger binnen en uiteindelijk zijn de Xhosas tot voorbij de Visrivier verdreven. Op de plek van de hoofdkwartieren van Grahams leger is een dorp met zijn naam verrezen, Graham's Town, dat uiteindelijk zijn huidige naam Grahamstad gekregen heeft.

Een nieuwe opstand van de Xhosas volgde in 1817, direct als gevolg van een poging van de Britse koloniale overheid om terugbetaling te eisen voor het door de Xhosas gestolen vee. Op 22 april 1817 hebben zij, onder leiding van “profeet” en stamhoofd Makana, Grahamstad aangevallen, dat destijds slechts door een handvol blanke troepen bezet was. De verdedigende troepen kregen echter bijtijds hulp en de Xhosas werden teruggedreven. Hierna is overeengekomen dat het land tussen de Vis- en Keiskammarivier een neutraal gebied zou zijn.

Komst van de eerste Engelse kolonisten in 1820 De oorlogen met de Xhosa hebben geleid tot een eerste golf van Britse immigranten; een gebeurtenis die uiteindelijk verreikende gevolgen zou hebben. De gouverneur, Lord Charles Somerset, wiens verdragsovereenkomsten met die Xhosa-stamhoofden niet gehandhaafd konden worden, wenste bescherming van de Kaapkolonie op te richten tegen de Xhosas door blanke kolonisten in het grensgebied te vestigen. In 1820, op aanraden van Lord Somerset, stemde het Britse parlement in om £ 50.000 te spenderen om emigratie naar de Kaap te bevorderen, waarna 4.000 Britten - zogenaamde Kolonisten van 1820 - overtuigd werden om naar de Kaapkolonie te komen. Deze immigranten hebben Port Elizabeth (nu: Nelson Mandelabaai) gesticht en Grahamstad tot hun hoofdkwartier gemaakt. Alhoewel de stichting van Port Elizabeth niet bedoeld was door Lord Somerset, heeft de Britse regering in Londen toch opdracht hiertoe gegeven om de grens beter te beveiligen en om werk te bieden aan een paar duizend werkloze Britten. De implicaties van dit immigratieschema strekten veel wijder dan de Britse regering en Lord Somerset bedoeld hadden: de nieuwe kolonisten, die afkomstig waren vanuit alle delen van de Britse Eilanden en vanuit alle lagen van de samenleving, hebben, tezamen met hun nageslacht, steeds hun loyaliteit aan het Verenigd Koninkrijk behouden. Met het verloop van de tijd werden zij door de al aanwezige Nederlandse kolonisten als een tegenpartij beschouwd.

De aankomst van deze immigranten hebben ook het Engels als voertaal naar de Kaap gebracht. Engelse taalwetten zijn voor de eerste keer in 1825 afgekondigd en in 1827 is het gebruik daarvan uitgebreid na gerechtelijke handelingen. Maar het Nederlands werd in het dagelijks leven nooit onttroond en de nieuwe Engelse kolonisten werden grotendeels tweetalig.

Nederlandse tegenkanting tegen de Britse overheersing Alhoewel de kolonie vooruitstrevend was, waren vele Nederlandse boeren ongelukkig met Brits bestuur. In 1799 was het Londens Zendingsgenootschap begonnen om zowel de Khoikhoi als de Xhosas te bekeren. Hiermee werden de problemen van de Khoikhoi door de zendelingen opgelost. De meerderheid van de kolonisten – zowel Engels als Nederlands – waren echter tegen de oplossing van de problemen van de Khoikhoi gekant, omdat hun problemen nog niet waren opgelost. Dit voorval zorgde voor een golf van conservatisme onder de kolonisten. Als wraak op de goede positie van de Khoikhoi hebben zij in 1812 een wet afgekondigd, die magistraten de macht gaf om de kinderen van de Khoikhoi als ambachtsleerlingen op te leiden onder omstandigheden, die weinig verschilden van slavernij. In de tussentijd was echter de aanhang van de beweging voor de afschaffing van de slavernij in Engeland enorm gegroeid en de zendelingen hebben een ellenlang appel aangetekend tegen de kolonisten.

Een onenigheid tussen de Nederlanders en Britten in 1815 en 1816 heeft enorm bijgedragen aan de permanente vijandigheid van Nederlandse grensbewoners tegenover de Britten: een Nederlandse boer (Afrikaner), genaamd Bezuidenhout, had geweigerd om een dagvaarding na te komen, die tegen hem was uitgereikt, nadat er een klacht van een Khoikhoi ontvangen was. Deze boer heeft tijdens de daarop volgende in hechtenisneming op zijn belagers geschoten en hij werd gedood door het verdedigingsvuur van zijn belagers. Dit voorval heeft een kleine rebellie veroorzaakt en in de onderdrukking hiervan zijn vijf ringleiders in het openbaar opgehangen by Slagtersnek, waar zij oorspronkelijk samengezworen hebben om "de Engelse tirannen" uit de Kaap te verdrijven. De afkeer, die deze publieke terechtstelling teweeggebracht had, werd nog meer verdiept door omstandigheden, waarop de vijf werden omgebracht: de stelling, waaraan de rebellen tegelijk opgehangen zijn, is gebroken door hun gezamenlijke gewicht, en die mannen zijn daarna een voor een gehangen.

Een wet, die in 1827 afgekondigd werd, verbood de oude Nederlandse "landdrost" en "heemraden" en stelde inwonende controleurs op de plasen aan. De wet had verder bepaald dat alle gerechtelijke handelingen vanaf dat moment in het Engels gevoerd moesten worden. Een latere wet heeft in 1828 de rechten van de Khoikhoi en ander vrije kleurlingen gelijk gemaakt aan de rechten van de blanke kolonisten, als gevolg van de vele verzoeken van de Britse zendelingen. Weer een andere wet uit 1830 legde zware boetes op voor de harde behandeling van slaven en de Engelse afschaffing van de slavernij werd in 1834 aangekondigd. Elke van deze wetten had verdere vijandigheid van de Nederlandse kolonisten tegenover de Engelse regering aangewakkerd. Nog meer vijandelijkheid is ontstaan door het vergoedingsbedrag aan slaveneigenaars dat als veel te laag werd ervaren. De Nederlandse kolonisten moesten de anti-slavernijwetten gewoon slikken, ondanks dat de slavernij in andere Nederlandse gebieden pas in 1863 werd afgeschaft.

Dit alles heeft in 1835 de neiging van Nederlandse kolonisten tot het wegtrekken naar onbekende delen van Zuid-Afrika om aan een gehate regering te ontsnappen weer aangewakkerd. Emigratie voorbij de koloniale grenzen was er eigenlijk al doorlopend geweest vanaf de aankomst van Jan van Riebeeck in de Kaap, maar de trek heeft nu pas grote maten aangenomen.

Derde Grensoorlog Andere problemen ontstonden bij de oostgrens tussen de Engelse regering en de Xhosas. De regering van de Kaapkolonie had een onduidelijk beleid over deze grenskwestie. Op 11 december 1834 doodde een commando een Xhosashoofdman met een hoge rang, wat de Xhosas woedend maakte: een leger van 10.000 manschappen, geleid door Macomo, de broer van de gedode hoofdman, is de grens overgestoken, heeft plaashuizen geplunderd en in brand gestoken, en boeren die weerstand boden, gedood. Onder de slachtoffers die het ergste lijden ondergaan hebben, was een kolonie bevrijde Khoikhoi, die in 1829 door de Britse overheid in de Katriviervallei gevestigd was. Hoewel er niet veel soldaten in de Kaapkolonie beschikbaar waren, trad gouverneur Benjamin D'Urban snel op en alle beschikbare troepen werden onder kolonel Harry Smith samengesnoerd. Deze heeft Grahamstad op 6 januari 1835 bereikt, zes dagen nadat het nieuws van de opstand Kaapstad bereikt had. De Britten hebben negen maanden lang tegen de Xhosas gevochten tot de vijandigheden op 17 september 1835 beëindigd werden met de ondertekening van een nieuw vredesverdrag, waarbij alle grond tot aan de Keirivier als Brits erkend werd en de inwoners van deze streek tot Britse onderdanen verklaard zijn.

Grote Trek

De Britse regering in Londen heeft echter de acties van gouverneur D'Urban afgekeurd en de Britse Minister van Koloniën, Lord Glenelg, heeft in een brief aan zijn Koning verklaard dat "the great evil of the Cape Colony consists in its magnitude" en hij heeft daarop aangedrongen dat de grens teruggeschoven werd naar de Visrivier. Hij heeft in 1837 D'Urban als gouverneur ontslagen. Lord Glenelg was van mening dat de Xhosas meer dan genoeg redenen hadden gehad om oorlog te voeren en dat hij wraak zou nemen voor de reeks van grensoverschrijdingen. De houding tegenover de Xhosas was een van de vele redenen, die de Trekboeren aangevoerd hebben voor het verlaten van de Kaapkolonie. De Grote Trek heeft van 1836 tot 1840 geduurd.