De Egyptische Revolutie van 2011, ook bekend als de 25-januari-revolutie (Egyptisch Arabisch: ثورة 25 يناير; Thawret 25 yanāyir) was gericht tegen de toenmalige Egyptische regering en het regime van president Hosni Moebarak. Na enkele zelfverbrandingen op 17 en 18 december 2010, die in de media in verband werden gebracht met het begin van de Jasmijnrevolutie in Tunesië, vingen op 25 januari op grotere schaal protesten aan. Uiteindelijk trad Moebarak, die het land bijna dertig jaar op autocratische wijze had geleid, op 11 februari af.

Achtergrond In januari en februari 2011 vonden in Egypte grootschalige protesten plaats. De demonstraties en rellen waren sterk geïnspireerd door de succesvolle Jasmijnrevolutie in Tunesië. De Egyptische noodtoestand die al sinds het aantreden van Moebarak gold, geweld door de regering, werkloosheid, armoede, woning- en voedseltekorten, corruptie, gebrek aan toekomstperspectief en de beperkte vrijheid van meningsuiting waren voor de Egyptenaren de voornaamste redenen om de straat op te gaan. Gaandeweg werd het aftreden van president Moebarak een van de hoofddoelen van de demonstranten. Een andere eis was vrijlating van alle politieke gevangenen,NRC Handelsblad 16 febr. 2011. onder wie alle gevangenen van de Moslimbroederschap.

Aanloop Begin januari Een bomaanslag op de Koptische al-Qiddissinkerk, (kerk van Twee Heiligen), in Alexandrië, na een viering van oud en nieuw, een week voor het Koptische kerstfeest, kostte zeker 23 mensen het leven.Reuters (4 januari 2011) Egypt church blast death toll rises to 23 President Moebarak betuigde binnen enkele uren in een zeldzame televisietoespraak zijn geschoktheid, stelde dat dit terrorisme de harten van islamitische en christelijke Egyptenaren raakt en dat de aanslag het kenmerk droeg van "buitenlandse handen die van Egypte een nieuw slagveld van terrorisme willen maken". Ook Egyptes hoogste islamitische leiders en de Moslimbroederschap betuigden condoleances en eenheid. Ondanks die woorden raakten honderden boze Kopten slaags met politie en met plaatselijke moslims. De Alexandrijnse aartsbisschop Arweis laakte het gebrek aan beveiliging voor de kerk. "Waarom hebben ze zo weinig beveiliging op een zo gevoelig moment als er zo veel bedreigingen komen van al-Qaeda?" De regering zei dat de veiligheidsmaatregelen bij kerken waren verscherpt nadat eind oktober een Iraakse militante tak van al-Qaeda, ‘de Islamitische Staat Irak’, de Egyptische Kopten had bedreigd.BBC (1 januari 2011) Egypt bomb kills 21 at Alexandria Coptic church De BBC-analist voor Arabische kwesties stelde dat de aanslag zeer gênant was voor de Egyptische politie die, ondanks draconische machtsmiddelen, keer op keer niet in staat bleek om dergelijk geweld te verijdelen. Ook in Caïro werd door de Kopten geprotesteerd tegen hun gebrekkige beveiliging.NRC Handelsblad maandag 3 januari 2011, p. 3. Daar probeerden betogers om sjeik Ahmad al-Tayeb van de Al-Azhar-moskee, een zeer hoge autoriteit van de soennitische islam, na een sympathiebezoek aan de Koptische paus Shenouda III, in het nauw te drijven. Iets later gooiden betogers stenen naar de onderminister van Economische ontwikkeling, die eveneens een bezoek had gebracht aan paus Shenouda. Er werden verdachten van de aanslag gearresteerd.de Volkskrant (2 januari 2011) Egypte pakt verdachten aanslag Koptische kerk op

Zelfverbrandingen Op maandag 17 januari 2011 stak nabij het Egyptische parlementsgebouw een restauranthouder zichzelf in brand, vermoedelijk om aandacht te vragen voor zijn lage levensstandaard. Een getuige had de man slogans horen zingen tegen de staatsveiligheidsdienst. The Guardian (17 januari 2011) Man sets himself on fire near Egyptian parliament Een soortgelijke gebeurtenis in Tunesië leidde uiteindelijk tot de afzetting van toenmalig Tunesisch president Zine El Abidine Ben Ali. In de week van 17 tot 23 januari staken in Egypte ten minste twaalf mensen zichzelf in brand. Op 21 januari demonstreerde in El-Mahalla El-Kubra, een textielstad 60 km noord van Caïro, een groepje van 50 jonge mensen met Tunesische vlaggen en met affiches tegen de Egyptische corruptie, politiemartelingen en armoede. The Guardian 23 januari 2011 Egypt's frustrated young wait for their lives to begin, and dream of revolution

Gebeurtenissen

thumb|Protest in de straten van Caïro op 25 januari thumb|Een legervoertuig vol demonstranten op het Tahrirplein (29 januari) thumb|Een mensenmassa op het Tahrirplein (8 februari 2011)

De groeiende ontevredenheid half januari resulteerde in het uitroepen van 25 januari tot "dag van de woede" door de 6 aprilbeweging en de website "We zijn allemaal Khaled Saïd" op social media-sites als Facebook en Twitter.The Wall Street Journal (2 februari 2011) How Cairo, U.S. Were Blindsided by Revolution Op 22 januari sprak Mohammed el-Baradei, de ex-chef van het IAEA, in een persverklaring zijn steun uit voor deze nationale dag van actie. Ook stelde el-Baradei dat Moebarak zich niet herkiesbaar zou moeten stellen als president.AFP (22 januari 2011) ElBaradei: Egyptians should copy Tunisian revolt

De oproep bleek effectief, want in Caïro en andere steden, demonstreerden tienduizenden, van wie zo’n 15.000 in Caïro, tegen het regime van president Moebarak, tegen armoede, corruptie en onderdrukking. De protesten waren massaler dan verwacht en de demonstranten zagen kans toch het Tahrirplein in Caïro te bereiken. De Egyptische politie sloeg met rubberkogels, waterkanonnen en traangas de betogers uiteen. Er vielen zeker drie doden: twee activisten en een politieman (de politieman in Caïro, de betogers in Suez). Ook waren er plunderingen en brandstichtingen. In een poging hervatting van dit protest te voorkomen blokkeerden de autoriteiten de toegang tot Twitter.NRC Handelsblad 26 januari 2011, openingsartikel.

Ook op 26 januari gingen in Egypte duizenden de straat op.NRC Handelsblad 27 januari 2011, pagina 7, ‘Protesten houden aan, VS scherper’ (bronnen AP, Reuters, AFP). De autoriteiten hadden echter alle protest verboden, en arresteerden zeker 1.000 mensen. De politie was massaal aanwezig om betogers te verspreiden. In totaal vielen nu op 25 en 26 januari zes doden: vier betogers en twee agenten. In Suez werd zelfs gericht geschoten op protesterenden. Demonstranten staken er overheidsgebouwen in brand, onder andere het lokale politiebureau. Op 27 januari waren de protesten minder omvangrijk vanwege de massale aanwezigheid van oproerpolitie en de oproep tot een groot protest een dag later, na het vrijdaggebed. Deze dag gaf de Moslimbroederschap te kennen zich te voegen bij ‘alle nationale Egyptische krachten, het Egyptische volk’ in het aangekondigde protest op vrijdag, de ‘Algemene Dag van Woede’.NRC Handelsblad (28 januari 2011) Na Twitter nu de moskee, p. 1 Vandaag stelt El Baradei in Wenen voor zijn terugkeer die avond naar Egypte, dat het regime nu moet aftreden. In de nacht van 27 op 28 januari sloot het Egyptische regime internet volledig af om activisten te hinderen bij de organisatie van protesten. Daarop nam de moskee de organiserende rol van Facebook en Twitter over. Vrijdag 28 januari, gedoopt de 'Algemene Dag van Woede', protesteerden volgens schattingen van persbureaus vele tienduizenden, in Caïro en andere grote steden.NRC Handelsblad 29 januari 2011, pagina 1. Betogers gingen over tot brandstichting en belegering. Vooralsnog is de oppositie tegen Moebarak verdeeld over hun eisen. Het leger en de politie reageerden met geweld: traangas, rubberkogels en pantserwagens. In enkele steden kozen de militairen echter de kant van de demonstranten. Er vielen zeker twintig doden, van wie 13 in Suez en vijf in Caïro. Afgelopen vier dagen raakten bovendien 900 mensen gewond. Moebarak zei in een tv-toespraak kort na middernacht dat hij de regering naar huis stuurde, en hij beloofde in algemene zin meer vrijheid en welvaart, maar noemde geen concrete hervormingen. Gevangenissen werden geopend, waardoor grote aantallen criminelen konden ontsnappen. Oppositiepoliticus Mohammed el-Baradei werd onder huisarrest geplaatst. 29-31 januari: Op 29 januari nam de Egyptische regering officieel ontslag. Op dezelfde dag benoemde Moebarak Omar Suleiman tot vicepresident. Suleiman was tot dat moment hoofd van de Egyptische geheime dienst Moeghabarat. Ahmed Shafik werd aangesteld als minister-president. Hij volgde Ahmed Nazif op. Betogers eisten 29 januari en voorgaande dagen dat Moebarak zou opstappen. In reactie op de oproep tot een "miljoenenmars" op 1 februari in Caïro, om zo Moebarak tot aftreden te dwingen, legden de autoriteiten het treinverkeer in het gehele land stil, om mensen te verhinderen naar Caïro te komen. Ook het internet en grote delen van het GSM-netwerk werden platgelegd, om de communicatie tussen demonstranten te bemoeilijken. 1 februari: In het hele land vonden grote betogingen plaats. Onder meer op en rond het Tahrirplein in Caïro verzamelde zich een grote mensenmassa. Moebarak maakte via de televisie bekend dat hij van plan was zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen, maar dat hij niet voortijdig zou opstappen. De eerstvolgende verkiezingen stonden gepland voor september 2011. In Alexandrië en Caïro leidde de toespraak tot aanvaringen tussen demonstranten en Moebaraks aanhangers. Het internet was weer beschikbaar. 2 februari: Een dag na de 'Dag van een miljoen' vielen medestanders van Moebarak op paarden en kamelen, de zgn. baltagiya, de anti-regeringsbetogers aan. Ook molotovcocktails werden gebruikt tegen de betogers. Het leger hield zich neutraal of trachtte de strijdende partijen te scheiden. Het geweld van politieagenten, soms in burger, en Moebarakaanhangers begon zich ook tegen medewerkers van mensenrechtenorganisaties en journalisten te richten. Camera's werden in beslag genomen, hulpverleners en journalisten werden in elkaar geslagen, gevangengenomen of het land uitgezet. Om zeven uur 's avonds lokale tijd werden drie doden en meer dan 1500 gewonden geteld. 3-9 februari: Het geweld tussen de betogers en tegen journalisten hield enige tijd aan. De Nederlandse journalistenvakbond NVJ raadde journalisten af naar Egypte af te reizen en de Nederlandse ambassade evacueerde op 3 februari vijf Nederlandse journalisten uit een hotel in Caïro. In de gevechten wisten de betogers stand te houden tegen het geweld en uiteindelijk verdwenen de pro-Moebarakdemonstranten (grotendeels politiemensen in burger) van de straat. De internetactivist en Googlemanager Wael Ghonim, die van 27 januari tot 7 februari gevangen werd gehouden, sprak op 9 februari de demonstranten op het Tahrirplein toe. 10 februari: Na hoog overleg en verklaringen van Egyptische militairen dat alle eisen van de demonstranten ingewilligd waren, waren er sterke geruchten dat Moebarak af zou treden. Op televisie verklaarde Moebarak echter enkel taken over te dragen aan zijn vicepresident Suleiman en verder bij zijn besluit te blijven niet op te stappen voor de eerstvolgende verkiezingen. Kort daarna hield ook Suleiman een rede, waarin hij iedereen opriep naar huis en aan het werk te gaan omdat hun eisen vervuld zouden zijn. Op straat reageerden Egyptenaren met ontsteltenis en woede.