Vaals () (in de eigen streektaal, het Völzer plat, Vols genaamd) is de hoofdplaats van de Nederlandse gemeente Vaals, gelegen in het uiterste zuidoosten van Limburg. Het dorp ligt aan de rijksgrens van Nederland, nabij het drielandenpunt met België en Duitsland, en aan de oostzijde grenzend aan de Duitse stad Aken. Vaals heeft volgens de laatste CBS-gegevens inwoners en is daarmee de grootste plaats binnen de gemeente. Ondanks het relatief geringe inwonertal heeft het dorp een stadse uitstraling, voornamelijk vanwege de vele achttiende- en negentiende-eeuwse herenhuizen en de relatief uitgebreide winkel- en horecavoorzieningen. (1993): Reisgids Nederland: Zuid-Limburg, p. 75. Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, Den Haag. .
Natuur en landschap Vaals ligt in het Selzerbeekdal tussen de Schneeberg in het noorden en de Vaalserberg in het zuiden. Het historisch centrum van Vaals ligt op een hoogte van ongeveer 210 meter. In zuidelijke richting neemt de hoogte snel toe. In het uiterste noorden op de grens met Duitsland stroomt de Selzerbeek.
De Vaalserberg is het hoogste punt van 'Europees Nederland' met 322,4 meter, Nederland van laag tot hoog, NGT Geodesia 1987 nr. 7/8 pag. 273 t/m 275; Hoofd NAP in de Volkskrant in 1995 Het nulniveau van Nederland: De kop van de dakvormige steen bij het Drielandenpunt is NAP +321,9 meter. Dat is onlangs nagemeten, na twijfels over de vraag wat het hoogste punt van Nederland is. Dat is niet het Drielandenpunt, want in de buurt is een wal opgeworpen van NAP +323,0 m. Ook als deze kunstmatige verhoging buiten beschouwing wordt gelaten, heeft het Drielandenpunt niet het record. Dat betreft een speelweide in de nabijheid (NAP +322,4 m) NAP, waar zich ook het Vaalser Drielandenpunt bevindt. Een uitloper van de Vaalserberg is het Bokkebosje. De Schneeberg ten noorden van het dorp, in Duitsland gelegen, dankt zijn naam aan de kalkgrond die in de zomer een opvallend lichte kleur heeft ten opzichte van de omringende gronden.
Geschiedenis Eerste vermelding De plaats Vaals wordt voor het eerst vermeld in 1041. De plaats heet dan Vallis (betekenis: ‘dal’), vanwege de ligging in het dal van de Selzerbeek. Het centrum van de plaats lag destijds in het huidige Holset, waar ook een hoge rechtbank was gevestigd. In het gemeentewapen van Vaals (13 augustus 1890), wordt dan ook de heilige bisschop Lambertus afgebeeld die patroonheilige van Holset was. Rondom deze tijd hoorde het dorp tot het Land van 's-Hertogenrade, dat deel uitmaakte van de drie landen van Overmaas.
Kruispunt van heerbanen Doordat door Vaals twee heerbanen liepen, de Oude Akerweg van Maastricht naar Aken en de weg van Rolduc naar Moresnet, ontstond er door de tijd heen een kleine nederzetting in de vallei. De heerbanen zorgden tevens ervoor dat de inwoners van Vaals regelmatig reizende legermachten over zich heen kregen. Zo zou in 1568 het leger van Willem van Oranje, dat richting Maastricht naar de Spanjaarden trok, door Vaals trekken en de toenmalige St.-Pauluskerk plunderen.
17e eeuw: protestantse kerkgangers thumb|Vaals omstreeks 1700. Op de voorgrond de grensafbakening met Aken. Links de Waalse Kerk ("Franse Kerk") Toen de landen van Overmaas in 1661 verdeeld werden tussen de Habsburgers en de Nederlandse Republiek, werd Vaals ingedeeld bij het Staatse deel. Samen met de omliggende dorpen Vijlen en Holset vormde Vaals een geïsoleerde exclave van de Republiek. Door het rijksgraafschap Wittem was het gescheiden van de overige landen van Overmaas. De grenzen tussen Vaals en de omliggende gebieden waren niet alleen staatkundig, maar ook religieus. Terwijl de Republiek protestants was − waarbij in de Staatse landen van Overmaas katholieken en protestanten in principe gelijkberechtigd waren −, waren het Rijk van Aken en het rijksgraafschap Wittem uitsluitend katholiek.Benjamin Kaplan, Cunegondes ontvoering: Een geschiedenis van religieuze strijd in de tijd van de verlichting, (Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2014), 21. Dat zorgde ervoor dat Vaals in die tijd veel protestantse kerkgangers trok, niet alleen uit Aken en Wittem, maar ook uit het prinsbisdom Luik. Onder bescherming van de Staten-Generaal was het deze protestanten toegestaan om in Vaals kerkdiensten te houden. Dit verklaart het opmerkelijk grote aantal protestantse kerken in de plaats.
Volgens historici telde Vaals rond 1750 amper tien tot vijftien stenen huizen in de dorpskern.Rinse van Noordt en M. Tyderman, Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden, dl. 2 (Amsterdam, 1740); Benjamin Kaplan, Cunegondes ontvoering: Een geschiedenis van religieuze strijd in de tijd van de verlichting (Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2014), 26. Enkele buurtschappen rondom Vaals, zoals Raren en Wolfhaag, zijn hierbij niet meegerekend. Doordat sommige protestanten uit het grensgebied in Vaals een toevluchtsoord zochten voor de uitoefening van hun godsdienst, groeide het aantal huizen en kerken. De plaats kende in de 17e eeuw een Nederduits-gereformeerde, een Waalse (Franstalige), een Lutherse en een doopsgezinde kerk. De katholieken van Vaals bleven aanvankelijk de oude parochiekerk in het dorp als simultaankerk gebruiken, samen met de hervormden, maar kozen uiteindelijk voor een eigen gebouw, dat echter, net als de Hervormde Kerk, architectonisch verbonden was met de middeleeuwse kerktoren.Benjamin Kaplan, Cunegondes ontvoering: Een geschiedenis van religieuze strijd in de tijd van de verlichting, (Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2014), 26. Vermeldenswaard is verder dat de Lutherse gemeente in Vaals in 1669 gesticht werd op initiatief van Johannes Klermondt uit Burtscheid, de overgrootvader van Johann Arnold von Clermont. - Zuid-Limburg. Vaals, Wittem en Slenaken (1983) pag. 69 In 1695 kocht deze kerkgemeenschap een oude kopermolen voor het houden van haar kerkdiensten.
18e eeuw: industrieplaats thumb|Mausoleum van de familie Von Clermont Het zou echter nog een eeuw duren voordat Vaals naamsbekendheid kreeg als textielcentrum en de welvaart er sterk toenam. De grote motor achter die ontwikkeling was de Akense lakenfabrikant Johann Arnold von Clermont (1728-1795). In zijn tijd emigreerden veel Lutherse ondernemers vanuit Aken naar het omringende platteland. Met name in het Staatse Vaals genoten zij relatieve godsdienstvrijheid en golden ook de beperkende reglementen van de Akense gilden niet. Johann Arnold von Clermont vestigde zich zodoende in 1761 vanuit Aken in Vaals. Hij kocht er het vervallen kasteel Vaalsbroek en de bijbehorende Vaalsbroekermolen van baron Anton Ullrich de Lamberts de Cortenbach. Met zijn ondernemingen in Vaals ontstond er vanaf 1765 een waar textielimperium. Omstreeks 1790 telde zijn bedrijf 190 vaste werknemers en daarnaast meer dan tweeduizend thuiswevers. (2000): Handboek voor de geschiedenis van Limburg, pp. 323-324. Maaslandse Monografieën #63. Verloren, Hilversum. (tekst deels online). Von Clermont was niet de enige ondernemer die zich in Vaals vestigde. Minstens vijf andere lakenfabrikanten openden vestigingen in Vaals: Conrad Klermondt uit Burtscheid, Matthias Schlösser uit Monschau en Nicolaas Leopold Thelossen, Johann von dem Bruch en Johann Gerhard Römer, alle drie uit Eupen. In het laatste kwart van de achttiende eeuw was D'r Bau in de Tentstraat een naaldenfabriek. Vaals groeide daarmee in de achttiende eeuw uit tot vroege industrieplaats., 'Land van heel veel grenzen. Territorialiteit en textielindustrie tussen Maas en Rijn in de achttiende en het begin van de negentiende eeuw', in: (2015): Limburg. Een geschiedenis, deel 2, 1500-1800, pp. 334-341. Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, Maastricht. . Doordat de Vaalser fabrikanten zaken deden in de Staatse en Oostenrijkse Nederlanden, Frankrijk, Pruisen, Oostenrijk, Polen en Rusland, zorgde dit voor een grote naamsbekendheid van Vaals. In 1717 bracht de Russische tsaar Peter de Grote een bezoek aan Vaals en in 1803 volgde de Franse keizer Napoleon Bonaparte.
19e en 20e eeuw: omstreden gebied; opkomst van het toerisme thumb|Ansichtkaart van het Vierlandenpunt, 1905 Het Congres van Wenen bepaalde vervolgens in 1815 dat Limburg, waarin Vaals zich bevond, bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden hoorde. Als gevolg van de Belgische Revolutie in 1830 hoorde Vaals van 1830 tot 1839 bij België. Het belang van de textielindustrie liep aanzienlijk terug en de armoede nam sterk toe. Vaals was enkel nog bekend als uitgangsplaats, onder andere door de aanwezige speelbanken. In Duitsland was er sprake van het ‘Vaalser Paradijs’ (Vaalser Paradies).
Van 1839 tot 1919 was er in Vaals sprake van een vierlandenpunt, omdat hier vier landsgrenzen bij elkaar kwamen: Pruisen-Nederland, Pruisen-Neutraal Moresnet, Neutraal Moresnet-België en België-Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog kwam Neutraal Moresnet bij het koninkrijk België en kreeg het de naam Kelmis. Vaals probeerde vervolgens zijn industrie en toerisme te bevorderen. Voor dat doel werd vanaf 1922 de tramlijn Maastricht - Vaals aangelegd.
thumb|De tram Aken-Vaals had tot 1923 zijn eindpunt aan de Sjwats Jris Het gereedkomen van de steenweg Aken-Vaals-Gulpen-Maastricht in 1825 betekende de eerste verbetering van de bereikbaarheid van Vaals.Ubachs (2000), op. cit., p. 328. In 1889 werd de tramlijn Aken - Vaals in gebruik genomen. Deze tram reed aanvankelijk tot de Sjwats Jris, de oprijlaan van kasteel Bloemendal. In 1922 kwam een tweede tramlijn gereed: de tramlijn Maastricht - Vaals. Aan het huidige Prins Bernhardplein werd hiervoor station Vaals gebouwd, een gebouw dat ter plaatse nog steeds het straatbeeld bepaalt. Ook het eindpunt van de elektrische tram tussen Aken en Vaals werd naar dit tramstation verlegd. De stoomtrams van de nieuwe lijn reden aanvankelijk van Vaals naar Wijlre en Gulpen, vanaf 1925 verder door naar Maastricht. In 1938 werd de tramlijn alweer opgeheven.Ubachs (2000), op. cit., p. 432. Vanaf 1939 reed de elektrische tram vanuit Aken nog slechts tot de rijksgrens (halte Vaals Grenze). In 1974 werd de Akense tram opgeheven.
Bedrijfsvestigingen uit deze periode zijn onder andere: Sigarenfabriek Peeters, gesticht in 1893, gebouw van 1925 aan de Maastrichterlaan 49, verbouwd tot woon- en winkelpand in 1954 Stoomwasserij Jardon, aan de Maastrichterlaan 59-61, gevestigd in 1926 in een bestaand café van 1891. Naaldenfabriek MUVA, nabij Jos Francotteweg 23, van 1926.
Na de Tweede Wereldoorlog Toen de landgrenzen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gesloten, raakte Vaals geïsoleerd. Daarna kwam vooral het winkeltoerisme weer op gang. Duitsers kwamen dagelijks naar Vaals om er te winkelen. De Akense tram ging tot 1974 naar de halte Vaals Grenze. Deze tram werd ook wel de Buttertram genoemd, vanwege de vele Akenaren die er gebruik van maakten om in Vaals relatief goedkope producten (o.a. boter) te kopen. Daarnaast hebben veel Duitsers zich in het dorp gevestigd. Dit leidde ertoe dat Vaals bekendstaat als forenzengemeente vanwege het pendelverkeer tussen het dorp en het naastliggende Duitsland.
Bevolking