Een steinerschool, genoemd naar grondlegger Rudolf Steiner (1861-1925), is een methodeschool waar les wordt gegeven op basis van de steinerpedagogie. Het steineronderwijs maakt deel uit van een internationale schoolbeweging en omvat scholen voor basisonderwijs en secundair onderwijs. Steinerscholen worden ingedeeld in: kleuterschool (4 tot 6 jaar), onderbouw (6 tot 12 jaar, klas 1 t/m 6) en bovenbouw (12 tot 18 jaar, klas 7 t/m 12). De klassen 7 en 8 worden ook wel middenbouw genoemd. In 2019 waren er 1182 steinerscholen in 66 landen. In België vallen de steinerscholen onder het methodeonderwijs en worden de richtingen 'Steinerpedagogie' (aso) en 'Duurzaam Wonen' (bso) aangeboden.

Ontstaan In 1919 vroegen de arbeiders van de Waldorf-Astoria-sigarettenfabriek in Stuttgart Rudolf Steiner een school op te richten waarin hun kinderen volgens de uitgangspunten van de antroposofie en de Sociale Driegeleding zouden worden onderwezen. Emil Molt (1876-1936), eigenaar van de fabriek en sympathisant van Rudolf Steiner, faciliteerde deze Freie Waldorfschule. Rudolf Steiner baseerde zich voornamelijk op de hem bekende, Oostenrijkse Realschule, maar ook op de methoden van al bestaande vernieuwingsscholen zoals Abbotsholme School (1889, Rochester, Verenigd Koninkrijk), de Odenwaldschule (1910, Heppenheim, Duitsland) en de Hermann-Lietz-Schule (1901, Haubinda, Duitsland).Matthias Fechner: "Gemeinsame Aspekte der frühen Reformschulen und der entstehenden Waldorfschule", in Info3, juni 2016 Naar het voorbeeld van de Waldorfschule in Stuttgart werd in 1954 in Antwerpen de eerste Belgische steinerschool geopend.

Geschiedenis in België In België speelt het initiatief voor de oprichting van het steineronderwijs zich af onder impuls van de Edegemse notaris Emile Gevers in de periode 1948-1954. Formeel niet gebonden aan of verbonden met een politieke of religieuze strekking krijgt de zichzelf pluralistisch noemende steinerschool in 1954 - op het hoogtepunt van de Tweede Schoolstrijd - groen licht van de toenmalige CVP-regering om in Antwerpen een school op te richten en wordt zo een kleine speler op de onderwijsmarkt. Voor de opening van de school zijn vanuit verscheidene Europese landen bekende namen uit de antroposofische beweging naar Antwerpen gekomen. Uit Duitsland Herbert Hahn en Ernst Lehrs, Werner Pache uit Zwitserland en Wilhelm Rath uit Oostenrijk. Maar vooral de Nederlanders waren sterk vertegenwoordigd: Willem Zeylmans van Emmichoven, Bernard Lievegoed, Max Stibbe, Frits Julius, Matthieu Laffree, Kees Van Der Linden, Daniel van Bemmelen en Wim Veltman zijn enkele van de meest markante figuren. Van Bemmelen volgde de Antwerpse steinerschool nog jaren op de voet. In 1971 werd in Antwerpen de Parcivalschool opgericht, een school voor buitengewoon onderwijs, specifiek voor leerlingen van steinerscholen met leerproblemen.

In 1976, 22 jaar na het ontstaan van de eerste Belgische steinerschool, werd in Lier een tweede steinerschool opgericht, de Sterrendaalders. Vanuit de steinergemeenschap ontstonden nu meer en meer initiatieven die tot de oprichting van steinerscholen leidden. Aanvankelijk in enkele provinciehoofdsteden: Gent (1978), Brugge (1979), Leuven (1982), later ook in kleinere steden en gemeenten. In 2018 telt België 21 steinerscholen.

Spreiding scholen(gemeenschappen) In Vlaanderen zijn er steinerscholen kleuter- en basisonderwijs te Aalst (Michaëlisschool), Anderlecht (Rudolf Steinerschool), Antwerpen (Rudolf Steinerschool, Yggdrassil), Berchem (Het Speelschooltje), Borgerhout (De Kleine Wereldburger), Munte (Landelijke Steinerschool Munte), Brasschaat (De Wingerd), Brugge (Guido Gezelleschool), Geel (Novalisschool), Gent (Rudolf Steinerschool Gent, De Teunisbloem), Ieper (Koningsdale), Leuven (De Zonnewijzer), Lier (De Sterrendaalders), Tervuren (Kristoffelschool), Turnhout (Michaëlschool), Wilrijk (Lohrangrin), Ronse (Ringelwikke) en te Voeren (Landelijke Steinerschool Voeren).

Steinerscholen secundair onderwijs zijn in Vlaanderen verenigd in de Scholengemeenschap Steinerscholen Secundair Onderwijs met vestigingen te Antwerpen (Hibernia), Berchem (De Es), Leuven (De Zonnewijzer), Lier (De Populier), Gent (Vrije Rudolf Steinerschool), Brugge (Guido Gezelleschool) en Aalst (Michaëli).

Op een aantal steinerscholen (als eerste die in Lier) is sinds 2008 een studierichting voor beroepssecundair onderwijs volgens de steinerpedagogiek ingericht onder de noemer 'Duurzaam Wonen'. Hier kunnen leerlingen zich voorbereiden op op diverse beroepen rondom 'de zorg voor de woning, voor de mens die in die woning leeft en voor de omgeving van de woning'.[bso.html Steiner-BSO], Federatie Steinerscholen

Wallonië telt vier vestigingen waar kleuteronderwijs volgens de steinerpedagogie kan worden gevolgd, waarvan twee vestigingen ook basisonderwijs aanbieden. De scholen zijn gevestigd in Court-Saint-Étienne, Bois-de-Villers (Le jardin des deux pays) en Doornik (L’Enfance de l’Art).

Afwijkende eindtermen en ontwikkelingsdoelen Steinerscholen vinden dat de officiële eindtermen en ontwikkelingsdoelen niet genoeg ruimte geven voor hun pedagogisch project en de onderwijsvrijheid in het gedrang komt.Standpunt Federatie Steinerscholen 09/09/2017 Daarom gebruiken ze afwijkende eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Dit recht op vrijheid van onderwijs werd door de steinerscholen in 1997 middels het zogenaamde Hibernia-arrest afgedwongen, wat toenmalig minister van Onderwijs Luc Van den Bossche deed besluiten de gangbare eindtermen dusdanig te vereenvoudigen dat ze de grootst mogelijke vrijheid van onderwijs boden. Hierdoor konden steinerscholen hun eigen, van het reguliere onderwijs afwijkende leerplannen, ontwikkelingsdoelen en eindtermen hanteren.

In 2017 vond in het Vlaams Parlement een debat rond de afwijkende eindtermen van de steinerscholen plaats. De meeste politieke partijen wilden niet langer een uitzonderingspositie voor steinerscholen, maar Minister van Onderwijs Hilde Crevits wilde de mogelijkheid tot afwijking van de eindtermen in het decreet onderwijs behouden. Eind december 2019 werd bekendgemaakt dat de Vlaamse regering de eindtermen voor de eerste graad secundair steineronderwijs had afgekeurd. Nadat de steinerscholen aanpassingen aan hun eindtermen hadden gedaan, werden in april 2020 de eindtermen voor de eerste graad secundair steineronderwijs, door de Vlaamse regering goedgekeurd.Steinerscholen krijgen dan toch eigen eindtermen De Standaard 10 april 2020

Toezicht Steinerscholen staan net zoals alle erkende en gesubsidieerde scholen onder toezicht van de Onderwijsinspectie.

In 2012 stelde de onderwijsinspectie vast dat de kwaliteit van onderwijs van de twee steinerschoolgemeenschappen voor secundair onderwijs niet aan de kwaliteitseisen van de onderwijsinspectie voldeden. Ze werden als 'beperkt gunstig' geëvalueerdData Onderwijs Vlaanderen en Data Onderwijs Vlaanderen Na een verbetertraject kreeg de Middelbare Steinerschool Vlaanderen in 2015 een gunstig advies.Data Onderwijs Vlaanderen De andere middelbare steinerschool, Hibernia, voldoet nog steeds niet volledig aan de kwaliteitseisen van de onderwijsinspectie en kreeg tot 2019 om de kwaliteit van haar onderwijs te verbeteren. Data Onderwijs Vlaanderen Data Onderwijs Vlaanderen

In 2010 werd voor de Leuvense steinerschool 'De Zonnewijzer' de procedure tot schrapping van de erkenning en de subsidies ingezet, omdat de school van de onderwijsinspectie een ongunstig advies had gekregen, iets dat uitzonderlijk gebeurt. De school heeft anno 2018 nog steeds moeilijkheden om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.

Leerrendement Uit een onderzoek naar de werking en effecten van methodeonderwijs dat de Katholieke Universiteit Leuven in 2013 uitvoerde blijkt dat leerlingen van steinerscholen basisonderwijs minder goed presteren. Voor het vak wiskunde was dit het meest opvallend.J. de Bilde, B. De Fraine en J. Van Damme, Methodescholen in het Vlaams basisonderwijs – een overzicht van onderzoek naar de werking en effecten van methodescholen op basis van SIBO, Centrum voor onderwijseffectiviteit en -evaluatie Onderzoekseenheid Onderwijskunde Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen KU Leuven 2013

Uit onderzoeken van de Universiteit Antwerpen en de Katholieke Universiteit Leuven uit 2013 blijkt dat een afstuderende leerling uit het middelbaar steineronderwijs een slechter rapport voorlegt, gemiddeld slechtere resultaten behaalt voor wiskunde en Nederlands en de slaagkansen voor universitair en hoger onderwijs beduidend lager liggen in vergelijking met leerlingen uit het regulier secundair onderwijs.Verboven F & Declerq S, Slaagkansen universiteitsstudenten, KUL 2010Welke richtingen doen het goed? deredactie.be, 23 april 2015 Leerlingen van steinerscholen kiezen in hun vervolgopleiding meer dan gemiddeld voor alfarichtingen dan voor bètarichtingen.

Pedagogische visie De pedagogische visie die steinerscholen hanteren is gebaseerd op Rudolf Steiners antroposofie, meer bepaald op zijn antroposofische menskunde.R.Steiner, Algemene menskunde als basis voor de pedagogie, Christofoor 2015Introductie in de (antroposofische) menskunde als basis voor de pedagogie, Federatie Steinerscholen Vlaanderen 2017 Vertrekkende vanuit zijn menskundige inzichten ontwikkelde Steiner de antroposofische pedagogiek.R.Steiner, Anthroposophische Menschenkunde und Pädagogik, GA304a, Rudolf Steiner Verlag 1979

In het steineronderwijs streeft men ernaar dat zowel lichaam, ziel als geest worden aangesproken. Concreet vertaalt zich dit als onderwijs voor handen, hart en hoofd, wat zich op zijn beurt weerspiegelt in het belang aan handvaardigheid-, kunst- en denkvakken. Er wordt geen nadruk gelegd op intellectuele vermogens, want tussen de drie gebieden (willen, voelen, denken) dient een evenwicht te zijn. Het onderwijs wordt vormgegeven aan de hand van een ontwikkelingspsychologisch model waarin drie zeven-jaars-fasen zijn te onderscheiden. Elke fase veronderstelt een andere aanpak en de scheidslijnen tussen de fasen komen min of meer overeen met de overgangen van kleuter- naar lagere en van lagere naar middelbare school.

Kleuterschool De eerste fase (0-7 j.), waarin zich de kleutertijd situeert, staat volledig in het teken van de wil. De kleuter bootst zijn omgeving na, maar handelt onbewust. Door middel van spelsituaties krijgt het kind niet alleen de gelegenheid fantasie en creativiteit te ontwikkelen, maar kan ook de wilsontwikkeling worden gestimuleerd. De kleuterklas dient de lijn van de omhulling en warme gezinssfeer die het kind normaal thuis vindt, verder te zetten. Ritme, herhaling en gewoontevorming spelen een belangrijke rol in het klasleven. In de kleuterschool wordt gewerkt met naar leeftijd gemengde groepen. Dit betekent dat kinderen hun hele kleutertijd bij dezelfde kleuterleid(st)er blijven. Op die manier zitten in een kleuterklas kinderen van verschillende leeftijden, variërend van drie tot zeven jaar. Kinderen blijven gemiddeld langer kleuter, omdat de overgang naar de lagere school (onderbouw) pas wordt gemaakt wanneer het kind schoolrijp is bevonden, dus niet noodzakelijk wanneer het kind volgens de kalenderleeftijd klaar is om de overstap te maken.

Onderbouw