300px|thumb|Voormalige Sovjetstaten: 1. Armenië, 2. Azerbeidzjan, 3. Wit-Rusland, 4. Estland, 5. Georgië, 6. Kazachstan, 7. Kirgizië, 8. Letland, 9. Litouwen, 10. Moldavië, 11. Rusland, 12. Tadzjikistan, 13. Turkmenistan, 14. Oekraïne, 15. Oezbekistan Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de late 20e eeuw, alsmede een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de geschiedenis van Rusland. Het uiteenvallen van deze supermacht was het gevolg van een reeks gebeurtenissen tussen 19 januari 1990 en 31 december 1991.

Deze waren op hun beurt een gevolg van het verzwakken en de stagnatie van de Sovjet-Unie in de nadagen onder het leiderschap van Leonid Brezjnev en het beleid van 'glasnost' (openheid) en 'perestrojka' (hervorming) van Michail Gorbatsjov. De ruimte die dit gaf aan nationalisme, zette verschillende sovjetrepublieken aan tot uitroepen van de onafhankelijkheid, waarna uiteindelijk eind 1991 de Sovjet-Unie ontbonden werd.

Verloop Het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie stemde in februari 1990 ermee in om het eenpartijstelsel op te geven. In de weken daarop werden nieuwe republikeinse en volksnationalistische partijen opgericht en werden in 1990 in de sovjetrepublieken open en veelal pluriforme verkiezingen gehouden voor de Opperste Sovjets. Bij hun eerste verkiezingsdeelname wonnen de nieuwe partijen vele zetels en in een aantal gevallen wonnen ze de meerderheid van de communistische partij.

Onafhankelijkheidsbewegingen Het streven naar onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie was het grootst in de Baltische staten en in de Zuidelijke Kaukasus, waar dit eind jaren 80 al aanving. In januari 1990 bezocht president Michail Gorbatsjov de Litouwse hoofdstad Vilnius als reactie op de oprichting van de onafhankelijkheidsbeweging in de Litouwse sovjetrepubliek op 3 juni 1988. Op 11 maart 1990 verklaarde de Litouwse SSR, geleid door Vytautas Landsbergis, zich onafhankelijk van de Sovjet-Unie. Het Sovjetleger probeerde dit tegen te houden, onder andere door een economische blokkade op te leggen.

Enkele weken later, op 30 maart 1990, verklaarde de Estlandse hoge raad dat de bezetting van Estland door de Sovjets illegaal was, en startte een actie om ook onafhankelijk te worden. Op 4 mei 1990 begon een soortgelijke actie in de Letse sovjetrepubliek. Op 13 januari 1991 bestormden Sovjettroepen samen met de Alfagroep van de Spetsnaz-commando's van de KGB de televisietoren van Vilnius in een poging om de nationalistische media daar de mond te snoeren. Veertien burgers werden hierbij gedood en talloze anderen raakten gewond.

Later die maand braken anti-Sovjetprotesten uit in de Georgische sovjetrepubliek, waar in april 1989 ook al anti-Sovjet demonstraties waren gehouden, die gewelddadig door het Rode Leger waren onderdrukt. Op 17 maart 1991 werd in een referendum gestemd voor hervorming van de Sovjet-Unie. De Armeense, Georgische en Moldavische sovjetrepublieken boycotten dit referendum. Georgië hield die maand zelf een referendum over haar toekomst in de Sovjet-Unie en verklaarde zich op 9 april 1991 onafhankelijk.

thumb|Barricade in Riga om te voorkomen dat het Sovjetleger het Letse parlement kon bereiken, juli 1991Op 12 juni 1991 won Boris Jeltsin met 57% van de stemmen de Russische presidentsverkiezingen van 1991. Daarmee versloeg hij Gorbatsjovs favoriete kandidaat, Nikolaj Ryzjkov. Gorbatsjov kwam op 17 juli 1991 naar de G7-top in Londen om financiële steun te vragen, maar vertrok zonder toezeggingen; enkel technische steun werd aangeboden. In de nacht van 31 juli 1991 vielen Russische OMON-commando's uit Riga de Litouwse grens aan en vermoordden zeven grenswachters. Dit verzwakte de positie van de Sovjet-Unie zowel nationaal als internationaal nog verder. Gorbatsjov kreeg steeds meer te maken met separatisme binnen de Sovjet-Unie. Hij probeerde dit tegen te gaan door de republikeinen meer hun zin te geven en van de Sovjet-Unie een land met individuele staten geleid door één algemene president (confederatie), te maken. Dit viel niet bij iedereen in goede aarde.

In augustus 1991 vond als gevolg hiervan de Augustusstaatsgreep in Moskou plaats, waarbij een aantal leden van de regering van de Sovjet-Unie de macht van het land over probeerden te nemen van Gorbatsjov. De staatsgreep mislukte en leidde tot veel protesten, aangevoerd door Jeltsin. De plegers van de staatsgreep werden gearresteerd. Vervolgens nam de Opperste Sovjet van Oekraïne op 24 augustus 1991 de Onafhankelijkheidsverklaring van Oekraïne aan. Dit zette de onderlinge verhoudingen extra op scherp: zonder de op een na grootste en belangrijkste Sovjetrepubliek zou volgens verschillende prominente Sovjetpolitici de Unie als geheel geen toekomst meer hebben. Om de gemoederen te bedaren en om de verklaring meer democratische legitimiteit te geven, schreef het Oekraïense parlement een volksraadpleging uit voor 1 december 1991 om de kiesgerechtigde Oekraïners te vragen of ze het met deze beslissing eens waren. miniatuur|Het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) moest een lossere opvolger zijn van de Sovjet-Unie, maar niet alle oud-republieken werden lid. Anderen stapten er in latere jaren uit. De doorslag voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd gegeven op 1 december 1991, toen ook in Oekraïne massaal werd gestemd voor afscheiding van de Sovjet-Unie. Meer dan 92%, met een absolute meerderheid in alle delen van het land, was voor de onafhankelijkheid. Het ene na het andere land erkende Oekraïne vervolgens diplomatiek als een onafhankelijke staat. Op 8 december 1991 kwamen vervolgens de staatshoofden van Rusland, Oekraïne, en Wit-Rusland (Belarus) bij elkaar om het Akkoord van Białowieża te ondertekenen, waarbij zij als oprichtende lidstaten het Unieverdrag van 1922 opzegden en in plaats daarvan het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) oprichtten. Zij beweerden daarmee het einde van de Sovjet-Unie te hebben bewerkstelligd, hoewel de wettigheid van deze handeling door sommigen werd betwist.

Op dat moment waren alleen nog Belarus, Rusland en Kazachstan lid van de Sovjet-Unie, totdat Belarus de Unie op 10 december verliet en Rusland op 12 december ook. Vervolgens was Kazachstan vier dagen lang de enige lidstaat van de Sovjet-Unie. De regering van Kazachstan wilde eigenlijk nauwere economische banden met Rusland onderhouden dan voorzien in de structuur van de GOS. Toen zij besefte dat Gorbatsjov in Moskou inmiddels feitelijk al zijn macht had verloren aan Jeltsin, die de resterende Sovjet-instellingen aan het afschaffen was, en het einde van de Unie daarmee een voldongen feit was, verliet Kazachstan als laatste lidstaat de Sovjet-Unie op 16 december 1991. Op 17 december 1991 tekenden twaalf van de vijftien Sovjetstaten in Den Haag het Energiehandvestverdrag als soevereine staten. Op 25 december viel het definitieve doek voor de Sovjet-Unie toen Gorbatsjov als leider aftrad en de macht overdroeg aan Boris Jeltsin, de president van de Russische Federatie.

Niet alle voormalige sovjetrepublieken werden lid van het GOS. Zo weigerden de drie Baltische staten en Georgië het lidmaatschap. Laatstgenoemde werd eind 1993 alsnog lid, nadat Rusland onder die voorwaarde militaire steun verleende tegen de gewapende rebellie in het westen van Georgië van loyalisten van de afgezette president Zviad Gamsachoerdia. Deze rebellie volgde kort op de ontknoping van de oorlog in Abchazië, waar de Georgische troepen een zware nederlaag leden.

Gevolgen

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was een van de grootste en meest plotselinge verliezen van grondgebied in de geschiedenis van Rusland. Tussen 1990 en 1992 verloor Rusland ongeveer een kwart van het grondgebied dat het via de Sovjet-Unie controleerde. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie betekende een grote tegenslag voor de economie van Cuba. Het land verloor 80% van zowel de import als de export, waarbij tevens het bruto nationaal product met 34% daalde. Vooral de invoer van voedsel en medicijnen nam sterk af.

Nieuwe landen

miniatuur|260px| De vijftien sovjetstaten verklaarden zich vanaf 1990 stuk voor stuk onafhankelijk van de Sovjet-Unie met inachtneming van de grenzen die toen tussen de sovjetrepublieken golden. Met uitzondering van Armenië werden de onafhankelijkheidsverklaringen voorafgegaan door een soevereiniteitsverklaring, die de grondwet van de betreffende sovjetrepubliek boven de federale grondwet van de Sovjet-Unie plaatste. Deze onafhankelijkheidsgolf begon in het westen van de Sovjet-Unie, met name in de Baltische staten, en in de Zuidelijke Kaukasus. De centraal-Aziatische sovjetrepublieken, waar geen nationalistische afscheidingsgevoelens waren, volgden pas nadat de Russische SFSR tot deze stap over was gegaan. Voor deze landen was dit vooral een manier om niet buiten de boot van onderhandelingen te vallen.

De staatkundige scheuring van de Sovjet-Unie werd voornamelijk gedreven door de drie Baltische republieken en de drie Transkaukasische republieken. Na de staatsgreep in augustus 1991 tegen Michail Gorbatsjov versnelde het proces van onafhankelijkheidsverklaringen. Kazachstan was het laatste land dat zich formeel onafhankelijk verklaarde. In zeven sovjetrepublieken werden referenda gehouden over de onafhankelijkheid. Met uitzondering van Georgië vonden deze pas na de onafhankelijkheidsverklaringen plaats. In Azerbeidzjan werd het referendum door de feiten ingehaald: de Sovjet-Unie was toen inmiddels formeel opgehouden te bestaan.

De drie Baltische staten werden nog voor het formele einde van de Sovjet-Unie toegelaten tot de Verenigde Naties. Oekraïne en Wit-Rusland waren al als sovjetrepubliek sinds 1945 lid van de VN, en Rusland nam de zetel over van de Sovjet-Unie. De andere landen volgden op 2 maart 1992, met Georgië als laatste op 31 juli 1992. Gedurende 1991 en 1992 ging dat land door een instabiele fase met een burgeroorlog in Zuid-Ossetië en een gewelddadige staatsgreep tegen de nationalistische president Gamsachoerdia tijdens de ontbinding van de Sovjet-Unie. Het land kreeg het vertrouwen van de Verenigde Naties toen de gerespecteerde voormalige buitenlandminister van de Sovjet-Unie Edoeard Sjevardnadze vanaf maart 1992 Georgië ging leiden en in juli 1992 een vredesbestand over Zuid-Ossetië overeenkwam met de Russische president Boris Jeltsin.

De landen van de voormalige Sovjet-Unie worden sinds het uiteenvallen veelal aangeduid met 'voormalige Sovjetlanden' of 'post-Sovjetlanden'. Een aantal van deze landen probeert zich te ontworstelen aan deze terminologie. De vijftien landen worden vaak verdeeld in vijf groepen, gebaseerd op de ligging, geografische- en culturele eigenschappen en de geschiedenis van de staten ten opzichte van Rusland.

Land Hoofdstad Verklaringsoevereiniteit Onafhankelijkheid Lid VN Regio Verklaring Referendum Jerevan 23 aug 1990 21 sep 1991 2 maa 1992 Zuidelijke Kaukasus Bakoe 23 sep 1989 30 aug 1991 29 dec 1991 2 maa 1992 Zuidelijke Kaukasus Tallinn 16 nov 1988 30 maa 1990 3 maa 1991 17 sep 1991 Balticum Tbilisi 18 nov 1989 9 apr 1991 31 maa 1991 31 jul 1992 Zuidelijke Kaukasus Astana 25 okt 1990 17 dec 1991 2 maa 1992 Centraal-Azië Bisjkek 24 okt 1990 31 aug 1991 2 maa 1992 Centraal-Azië Riga 28 jul 1989 4 mei 1990 3 maa 1991 17 sep 1991 Balticum Vilnius 18 mei 1989 11 maa 1990 9 feb 1991 17 sep 1991 Balticum Chisinau 23 jun 1990 27 aug 1991 2 maa 1992 Oost-Europa Kiev 16 jul 1990 24 aug 1991 1 dec 1991 24 okt 1945 Oost-Europa Tasjkent 20 jun 1990 31 aug 1991 2 maa 1992 Centraal-Azië Moskou 12 jun 1990 12 dec 1991 24 okt 1945 Oost-Europa en Noord-Azië Doesjanbe 24 aug 1990 9 sep 1991 2 maa 1992 Centraal-Azië Asjchabad 22 aug 1990 26 okt 1991 2 maa 1992 Centraal-Azië Minsk 27 jul 1990 25 aug 1991 24 okt 1945 Oost-EuropaBron data: Walker, Verenigde Naties.

Afscheidingsstaten