Lünen is een bedevaartoord en is tevens de grootste stad in de Kreis Unna in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De gemeente telde op de peildatum van de meest recente statistiek inwoners () op een oppervlakte van 59,20 km².

De rivier de Lippe stroomt door de stad.

De drie noordelijke stadsdelen, ten noorden van deze rivier, kunnen tot het Münsterland gerekend worden; het gebied aan en ten zuiden van de Lippe is deel van het noordelijke Ruhrgebied. Belangrijkste buurgemeentes zijn Kamen, 10 km oostelijk van het centrum van Lünen, en Dortmund, 14 km ten zuiden daarvan.

Stadsdelen

Lünen is onderverdeeld in 14 stadsdistricten (Stadtbezirke): Lünen-Mitte (met het stadscentrum) Geistviertel Horstmar (niet te verwarren met Horstmar in de Kreis Steinfurt, dat eveneens in Noordrijn-Westfalen ligt, maar 65 km noordelijker) Osterfeld Lünen-Nord Beckinghausen Niederaden Lünen-Süd Gahmen Brambauer (met 20.000 inwoners gezien de ligging meer op Dortmund dan op Lünen georiënteerdDe inwoners van Brambauer, vooral afstammelingen van mijnwerkers, noemen zichzelf Bramis.) Lippholthausen (bijna geheel bestaande uit industrie- en haventerreinen) Alstedde Nordlünen Wethmar.

Bevolkingscijfers 31 december 2018: 86.449 (statistiek van de deelstaat Noordrijn-Westfalen).

31 december 2019: bron: gemeente Lünen; totaal gemeente: 88.395 inwoners; als volgt over de Stadtbezirke verdeeld:

Alstedde 6.474 Beckinghausen 971 Brambauer 19.432 Gahmen 3.800 Geistviertel 5.487 Horstmar 7.491 Lippholthausen 85 Lünen-Nord 9.947 Lünen-Süd 8.019 Niederaden 2.248 Nordlünen 9.751 Osterfeld 7.191 Centrum 2.867 Wethmar 4.632

Ultimo 2019 was van de bevolking der gemeente ca. 27% evangelisch-luthers, 29% rooms-katholiek en 56% aanhang(st)er van een andere of van in het geheel geen geloofsgemeenschap.

Infrastructuur

Wegverkeer In Lünen komen drie Bundesstraßen bij elkaar: de B54 Münster-Dortmund, de B236 vanuit Selm, en de B61 vanuit Bielefeld en Hamm, dat ca. 25 km ten oosten van Lünen ligt.

Langs de zuidelijke stadsdelen van Lünen loopt de Autobahn A2 Oberhausen - Bielefeld. Afritten 13, Kreuz Dortmund Nord, en 14 bij Lünen-Süd, leiden naar de stad.

Openbaar vervoer Lünen Hauptbahnhof is een treinstation met twee eilandperrons. Een perron ligt aan de Spoorlijn Dortmund - Gronau waardoor de stad een directe verbinding heeft met Enschede, het andere perron ligt aan de spoorlijn Preußen - Münster. Station Preußen ligt zuidoostelijk van het centrum in stadsdeel Horstmar. Hier eindigt de spoorlijn Preußen- Münster, en men kan er overstappen op treinen naar o.a. Dortmund. Dit station werd in 1920 geopend en is naar de hier dichtbij gelegen, vroegere steenkoolmijn Preußen genoemd. Het meer zuidelijk gelegen station Lünen Süd is gesloten voor reizigersvervoer. De door Lünen lopende Spoorlijn Oberhausen-Osterfeld Süd - Hamm wordt eveneens alleen nog door goederentreinen gebruikt. De stad beschikt over een ZOB (busstation), van talrijke stads- en streekbuslijnen aankomst- en vertrekpunt. Snelbussen van twee verschillende lijnen rijden naar Hamm v.v., waarvan één via Bergkamen. Brambauer wordt door één tramlijn en één stadsbuslijn met Dortmund verbonden.

Waterwegen Lünen ligt aan de rivier de Lippe. Deze is sedert 1855 niet meer voor de beroepsscheepvaart bevaarbaar. Het Datteln-Hamm-Kanal (DHK) ligt nabij Lünen. Aan dit kanaal heeft Lünen sinds 1912 een belangrijke binnenhaven (Stadthafen) en twee kleinere (Stummhafen en Preußenhafen). In 1994 is met de vernieuwing van het sterk verouderde en voor moderne vrachtschepen te ondiepe Datteln-Hamm-Kanal begonnen. Daarbij moeten bijvoorbeeld alle sluizen in en bruggen over het kanaal worden vervangen. Dit miljardenproject moet rond 2025 gereed zijn. De haven is speciaal ingericht voor overslag van te recyclen huisvuil en bedrijfsafval.

Economie Lünen, van oorsprong een echte mijnstad, heeft in de periode 1970-1995 een grote economische ommezwaai moeten maken, toen in deze periode de kolenmijnen in en om de gemeente moesten sluiten. Er hebben zich op de vele voormalige mijn- en andere industrieterreinen talrijke andere ondernemingen gevestigd, waaronder enige van internationaal belang.

De belangrijkste van deze nieuwe bedrijven zijn: Remondis SE, een wereldwijd belangrijk concern (36.000 werknemers wereldwijd) op het gebied van afvalverwerking en recycling. Het hoofdkantoor en een belangrijke bedrijfslocatie bevinden zich nabij de industriehaven van Lippholthausen. De stedelijke binnenhaven is sterk gericht op de logistieke behoeften van dit bedrijf. De energie-producent Steag heeft in Lünen drie elektrische centrales, waarvan één kolencentrale per 31 december 2018 buiten dienst is gesteld. Een biomassa- en nog een kolencentrale, beide gevestigd nabij het Datteln-Hamm-Kanal en de Remondis-terreinen te Lippholthausen, zijn nog wel in bedrijf. Caterpillar bezit te Lünen nog steeds een fabriek van zware mijnbouwgereedschappen en -transportsystemen. Er werken ca. 600 mensen. Het is de voortzetting van het laatste bedrijfsonderdeel van de Gewerkschaft Eisenhütte Westfalia (1825). De Luxemburgse Ardagh Group heeft te Lünen een grote fabriek van glazen jam- en conservenpotten. Dream Property GmbH, fabrikante van settopboxen van het merk Dreamworks

De stad bezit daarnaast nog talrijke kleinere ondernemingen in zeer uiteenlopende branches.

Binnen de dienstensector is o.a. het stedelijk St.-Maria-ziekenhuis als werkgever van 1500 mensen van belang.

Geschiedenis

Rond 890 worden Lünen/(Luynen of Leunenbetekenis van de plaatsnaam: tegen overstromingen bescherm(en)de hoogte aan de rivieroever; waarschijnlijk verwant met het Nederlandse woord: leunen.), Alstedde (Alstedi), Wethmar (Wetmeri), Nordlünen (Nordliunon) en Südlünen (Sudliunon) voor het eerst vermeld in een register van de Abdij Werden. In de 13e eeuw bezat Lünen reeds een ommuring en ook stadsrechten van het Prinsbisdom Münster, waartoe het toen behoorde. In de 14e eeuw verwierf het Graafschap Mark de stad, en in 1341 krijgt Lünen opnieuw stadsrechten, maar nu volgens de in dat graafschap geldende regels. Zodoende heeft Lünen dus twee keer stadsrechten gekregen. Als bij-stad van Dortmund heeft Lünen tot de Duitse Hanze behoord. Het noordelijke gedeelte van de huidige gemeente behoorde niet tot Graafschap Mark. Hier stond vanaf 1018 een bedevaartkerk, die tijdens oorlogshandelingen in 1254 verloren ging; daarna werd een nieuwe Mariakerk gebouwd, en de bestaande relieken werden in 1270 in een nieuw Onze-Lieve-Vrouwebeeld (Gnadenbild) aangebracht. Van 1254 dateert ook de politieke scheiding tussen Altlünen, noordelijk van de Lippe, dat Münsters werd, en Lünen-Mitte en -Süd, zuidelijk van de rivier, dat later tot Graafschap Mark ging behoren. Door de bedevaarten kwamen beide gedeeltes van Lünen in de late middeleeuwen tot aanzienlijke bloei.

Vanaf de 16e eeuw keerde het tij. Talrijke rampen teisterden de stad, o.a. branden (1512 en 1550), oorlogen ( 1598; Dertigjarige Oorlog 1634; ca. 1750), overstromingen (1520) en besmettelijke ziekten (pest, 1526). Het aantal inwoners daalde tot slechts iets meer dan 1.200 in de 18e eeuw. Intussen was Lünen sinds 1609 in het machtsgebied van Brandenburg-Pruisen geraakt en daarna van het Koninkrijk Pruisen. In de 18e en 19e eeuw werd Lünen logistiek belangrijk, niet alleen, omdat er na plm. 1825 drukke scheepvaart op de Lippe ontstond, maar ook, omdat het een belangrijke halte van de postkoetsdienst was tussen Berlijn, Maagdenburg en Amsterdam. In 1855 eindigde de scheepvaart op de Lippe. De vrachtschepen waren te groot en diepgaand geworden. Stoomtreinen namen vanaf 1875 de rol van de schepen over. In 1914 echter kreeg de stad aan het in dat jaar opengestelde Datteln-Hamm-kanaal een binnenhaven voor de overslag van steenkool uit de mijnen in de omgeving. Lünen was toen al een steenkoolmijnenstad. O.a. de Minister Achenbach (1900-1992) tussen Lippholthausen en Brambauer was een belangrijke kolenmijn. In deze mijn vond op 18 december 1912 een mijngasexplosie plaats. Bij deze ramp kwamen 49 mijnwerkers om het leven. Soortgelijke ongelukken deden zich daarna nog drie maal voor.Te weten: 30 jan. 1914, 24 doden; 15 okt. 1917, 17 doden en 4 okt. 1968, 17 doden. Naar hun eigenaren begin 20e eeuw, de gebroeders Stumm, werd de Stumm-haven in het Datteln-Hamm-kanaal genoemd. Op de locatie van deze voormalige mijn bevindt zich nu een modern bedrijventerrein.Ook was er in Lünen al sinds 1826 een groot metaal verwerkend bedrijf, de Gewerkschaft Eisenhütte Westfalia, producente van o.a. ijzeren en stalen benodigdheden en machines voor in de kolenmijnen, en van haarden, kachels e.d.; het bedrijf bestond in 1951 nog, getuige berichten over het 125-jarige jubileum. Daarna is het bedrijf via een onoverzichtelijke reeks fusies en overnames grotendeels uit Lünen verdwenen, op één door Caterpillar overgenomen fabriek na. De voormalige bedrijfskantine staat er nog en is een industrieel erfgoed (bij een ander bedrijf als kantoor in gebruik).

Stadsuitbreidingen door gemeentelijke herindelingen e.d. 1 juli 1914: Lippholthausen 1 oktober 1923: Beckinghausen, Gahmen en Horstmar 1 april 1928: Brambauer en Derne (gedeeltelijk) 1 januari 1968: Niederaden 1 januari 1975: Altlünen (bestaande uit de Ortsteile Alstedde, Nordlünen en Wethmar)

Stadskarakter De huidige gemeente is, ook historisch gezien, tamelijk heterogeen. De drie noordelijke stadsdelen, die de vroegere gemeente Altlünen vormden, horen historisch eigenlijk nog bij het Münsterland, en de mensen, die er van oudsher reeds wonen, voelen dat ook nog zo. Ook de manier van bouwen, veel huizen van baksteen, herinnert aan de noordelijker buurgemeenten. Kerkelijk is dit -tot 1803 tot het Prinsbisdom Münster behorende, en nog steeds onder het Bisdom Münster vallende- gebied van oorsprong rooms-katholiek. Deze drie stadsdelen worden sinds ca. 1975 steeds meer volgebouwd met woonwijken voor mensen met een bovengemiddeld inkomen en vermogen; arbeiderswijken zijn er niet te vinden. De gebieden rond en vooral ten zuiden van de Lippe zijn duidelijk meer onderdeel van het Ruhrgebied. Sinds de Reformatie (16e eeuw) zijn de evangelisch-luthersen hier de grootste groep christenen, hoewel er sinds de instroom van arbeiders van elders, die rond 1890 begon, ook veel katholieken, moslims en onkerkelijken wonen, en dit evangelische karakter goeddeels verdwenen is. De rooms-katholieken in dit deel van de gemeente vallen kerkelijk onder het aartsbisdom Paderborn. Er zijn hier woonwijken te vinden voor mijn- en fabrieksarbeiders, die banen hadden in de omliggende steden, zoals Dortmund en directe omgeving. In Lünen ligt bijvoorbeeld de arbeiderswijk Ziethenstraße welke nog stamt uit de tijd van de grootschalige mijnbouw eind 19e eeuw. Ook het wat ver westwaarts gelegen Brambauer is een echt oud mijnwerkersdorp met anno 2020 een uit vele etnische groepen bestaande bevolking.

Bezienswaardigheden De rooms-katholieke Onze-Lieve-Vrouwe- of St. Mariakerk, bedevaartskerk (1896, neogotisch), gebouwd op de plaats van een eerdere kerk). Uit deze voorgangster bleven o.a. een triomfkruis en het genadebeeld, (ca. 1270), doel van vele Maria-bedevaarten , bewaard. Een van de twee kerkorgels is van Nederlandse makelij (Klop Orgels & Klavecimbels). De gotische, evangelisch-lutherse, Sint-Joriskerk dateert van omstreeks 1521. Ook deze kerk is op de plaats van een eerdere kerk gebouwd. Het altaar-retabel in deze kerk, dat het lijden van Jezus Christus uitbeeldt, is omstreeks 1470 geschilderd. Het godshuis bevat nog verscheidene andere kunsthistorisch interessante inventarisstukken uit de 15e en 16e eeuw. Stedelijk Museum in het voormalige personeelswoongebouw van Schloss Schwansbell: uitgebreid streekmuseum, opgezet rond de volgende thema's: Wooncultuur in het midden van de 19e eeuw, met stijlkamers Gietijzeren kachels, één der industriële specialiteiten van de stad tussen ca. 1850 en ca. 1950 Speelgoed en poppen van voor 1950