miniatuur|Demonstratie in 1981 Het kernenergiedebat is de discussie over de invoering en het gebruik van kernreactors, waarbij voor civiel gebruik elektriciteit wordt gegenereerd uit nucleaire brandstof. Deze discussie was op het hoogtepunt tijdens de jaren 1970 en 1980. In sommige landen werd dit een verhitte discussie als nooit tevoren.
Voorstanders van kernenergie beweren dat dit een schone en veilige energiebron is, met een lage CO2-uitstoot. Voorstanders propageren het idee dat kernenergie in tegenstelling tot de verbranding van fossiele brandstoffen vrijwel geen luchtvervuiling produceert. Voorstanders benadrukken dat de risico's van opslag van kernafval klein zijn en verder kunnen worden verminderd door gebruik te maken van de nieuwste technologie in nieuwere reactors. Zij wijzen er ook op dat de energievoorziening hiermee minder afhankelijk wordt van buitenlandse brandstoffen.
Tegenstanders van kernenergie beweren dat dit vele bedreigingen voor mens en milieu vormt. Deze bedreigingen zijn de gezondheidsrisico's en milieuschade als gevolg van de uraniumwinning, de verwerking en het vervoer, het risico van verspreiding van kernwapens of sabotage, en het onopgeloste probleem van radioactief afval.
Critici betwijfelen de veiligheid van kerncentrales en wijzen op eerdere ernstige rampen. Zij geloven niet dat risico's verminderd kunnen worden door het principe van nucleaire veiligheid, defence-in-depth. Zij beweren ook dat wanneer de gehele keten van kernenergie wordt beschouwd, van de uraniumwinning tot de ontmanteling van kerncentrales, kernenergie geen duurzame energiebron met lage CO2-uitstoot is.
Geschiedenis De discussie over kernenergie heeft sinds de ontdekking van de technologie een aantal fasen doorlopen. Eerst was er grote steun vanwege de nieuwheid van de technologie en de oliecrisis van 1973. Hierna ontstond veel kritiek op het gebruik van kernenergie wegens milieuaspecten en de kernramp van Tsjernobyl. Aan het begin van de 21e eeuw ontstond er een opleving van de discussie over het gebruik van kernenergie, vanwege nieuwe argumenten als klimaatverandering, geopolitiek en ontwikkeling van de nieuwe generatie kernreactors.
Het begin van de kernenergie miniatuur|Het Atoms for Peace-programma verspreidde kerntechnologie, kennis en grondstoffen naar veel landen. Onmiddellijk na het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam kernenergie voor civiele doeleinden in gebruik. In de euforie van die tijd werd kernenergie gezien als de oplossing voor elk energieprobleem. Fantastische concepten zoals een door kernenergie aangedreven auto, de Ford Nucleon, verlieten echter nooit de ontwerpfase.
Op 20 december 1951 werd in Idaho (VS) voor het eerst elektriciteit met kernenergie opgewekt in de experimentele kweekreactor EBR-1. De eerste kerncentrale die elektriciteit aan het net leverde werd op 27 juni 1954 in dienst genomen in Obninsk in de Sovjet-Unie: hij produceerde 5 MW. Maar de eerste commerciële reactor ter wereld was die van Calder Hall in Sellafield, Engeland met een vermogen van 50 MW bij de opening in 1956 (later 200 MW).
In de beginjaren waren er al argumenten voor en tegen kernenergie. Voorstanders meenden dat kernenergie oneindig goedkope elektriciteit kon leveren, terwijl anderen van mening waren dat kernenergie niet meer dan een vijfde van de benodigde elektriciteit kon leveren.Institute for Energy and Environmental Research: The Nuclear Power Deception, U.S. Nuclear Mythology from Electricity "Too Cheap to Meter" to "Inherently Safe" Reactors, 1996. Gearchiveerd op 7 juni 2023.
In december 1953 hield president Dwight Eisenhower een toespraak tot de VN over het Atoms for Peace-programma, waarin hij het nuttig gebruik van kernenergie benadrukte, en over het beleid van de VS om andere landen te helpen kernenergie te gebruiken en de verspreiding van kernwapens te voorkomen. In 1953 is het International Atomic Energy Agency (IAEA) als Atoms for Peace-organisatie van de VN opgericht. Het IAEA coördineert internationale samenwerking op het gebied van veilige en vreedzame kerntechnologie.International Atomic Energy Agency: Atoms for Peace, 1953.
In de jaren 50 was een aantal landen in Europa ook bezig de ontwikkeling van deze veelbelovende nieuwe energiebron te faciliteren. De subsidie en aangepaste wetgeving was noodzakelijk om energieopwekking met kerncentrales commercieel rendabel te maken.
De oliecrisis thumb|Amerikaanse benzinebonnen. Tijdens de oliecrisis van 1973 waren er ernstige problemen met de energievoorziening. In veel landen, waaronder Nederland, en ook de VS, kwam dat tot uiting tot rantsoenering van benzine, maar in landen die veel elektriciteit gebruikten, zoals Frankrijk en Japan, vond ook uitval van oliegestookte centrales plaats. Naast de daaropvolgende economische crisis, leidde de oliecrisis tot een doorbraak in studies over de diversificatie van energiebronnen, waaronder kernenergie, zonne-energie en windenergie, om zodoende minder afhankelijk te zijn van de olieproducerende landen. Frankrijk en Japan werden een groot voorstander van kernenergie en bouwden elk in 10 jaar tijd ongeveer 50 nieuwe reactoren.
De anti-kernenergiebeweging
thumb|65px
Kernenergie riep veel discussie op en in de jaren 1970 en 1980 was er een brede anti-kernenergiebeweging in Nederland. Deze was het gevolg van de kritische kanttekeningen vanuit de milieubeweging, vakbeweging, kerken, en organisaties van kritische wetenschappers als het Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers. Als gevolg daarvan is er een brede maatschappelijke discussie over kernenergie gevoerd in de periode 1981-1983 en ontstonden een paar organisaties (zoals Laka en WISE) die kernenergie bestrijden. Het onderwerp ligt nog steeds gevoelig en in 2010 laaide de discussie weer op.
Ecoterrorisme Sinds eind jaren 1970 hebben terroristische groepen meerdere aanslagen met een ecologisch doel gepleegd. In Spanje heeft de ETA de antinucleaire zaak gesteund en heeft sinds 1978 meerdere bomaanslagen tegen de in aanbouw zijnde kerncentrale van Lemoiz gepleegd, en in 1981 de hoofdingenieur ontvoerd en vermoord. In 1982 is de bouw gestopt en tot op de dag van vandaag ligt de centrale die bijna klaar was, maar nooit in gebruik genomen is, er verlaten bij.Aanslagen tegen de kerncentrale van Lemóniz, Spanje
Ongevallen De steun aan de antikernbeweging nam na het ongeluk in Three Mile Island in 1979 toe en bereikte haar hoogtepunt in het jaar 1986 na de kernramp van Tsjernobyl. Vanaf dat moment besloten sommige regeringen (vooral in Europa) over te gaan tot sluiting van kerncentrales en annulering van lopende projecten. Na de kernramp van Fukushima in 2011 laait deze discussie wereldwijd weer op.
Belgische kernuitstapwet De Belgische regering nam in 2003 een kernuitstapwet aan die stipuleert dat "De nucleaire centrales bestemd voor de industriële elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen, worden gedeactiveerd veertig jaar na datum van hun industriële ingebruikname en kunnen geen elektriciteit meer produceren". Hierdoor zullen wellicht tussen 2015 en 2025 alle Belgische kerncentrales sluiten. Om het verlies aan energieproductie op te vangen worden onder meer windturbines geplaatst op een zandbank, de Thorntonbank in de Noordzee. De kernuitstapwet biedt echter mogelijkheden om de uitstap niet te effectueren, indien er niet voldoende vervangende capaciteit is voor de te sluiten centrales. Aangezien België 55 procent van zijn elektriciteit nucleair opwekt, is het niet ondenkbaar dat deze escape in de wet nog gebruikt gaat worden.
Deelnemers aan de discussie De politieke partijen en de overheid zijn een van de belangrijkste partijen in de discussie over kernenergie.
Daarnaast nemen veel niet-gouvernementele organisaties deel aan de discussie. Ngo's onderscheiden zij zich van politieke partijen, omdat zij vaak één politiek of maatschappelijk doel nastreven. Ngo's kunnen actief zijn op verschillende niveaus, van lokaal via nationaal tot internationaal. Veel organisaties hebben een gelede structuur: lokale afdelingen gecombineerd met regionale, nationale en internationale kantoren. Soms laten organisaties zich op een hoger niveau vertegenwoordigen door een platformorganisatie. Er zijn verschillende soorten ngo's, zoals: actiegroepen, die zich vooral manifesteren in zichtbare acties als demonstraties en petities, bijvoorbeeld de nieuwe actiegroep Borssele2Nee. belangengroepen, die personen of organisaties verenigen die een gezamenlijk belang hebben dat zich niet beperkt tot één doelstelling, zoals de Weinberg Foundation. bewegingen, bestaande uit een aantal samenwerkende groeperingen die een vergelijkbare verandering van de houding in de maatschappij nastreven, zoals de milieubeweging en de antikernenergiebeweging.
Internationale organisaties, zoals het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) en het OECD Nuclear Energy Agency (OECD/NEA) bevorderen kernenergie en beperken proliferatie van nucleaire kennis en middelen voor militair gebruik.
De industriële sector bedient zich van lobby bij de regering, om budgetten voor onderzoek en vergunningen voor projecten te bemachtigen. De sector informeert ook het publiek. Voor producten wordt reclame gemaakt.
Thema's thumb|Wat zijn de energiebronnen die het veiligst zijn en het minst broeikasgassen uitstoten? Het debat over kernenergie gaat voornamelijk over de vraag of deze in de toekomst een belangrijke rol moet spelen bij de opwekking van elektriciteit en of het überhaupt wenselijk is kernenergie hiervoor toe te passen. Argumenten over belangrijke thema's staan hieronder vermeld. De voorstanders zijn hier de voorstanders van grootschalig gebruik van kernenergie.
Veiligheid Kans op kernrampen en kernongelukken Kernongelukken als dat van Three Mile Island in 1979 en kernrampen als die van Tsjernobyl in 1986 en Fukushima in 2011 zijn in de toekomst nooit uit te sluiten. Hoewel de kans op een kernramp door verbeterde ontwerpen van kerncentrales relatief klein wordt geacht, zijn de gevolgen zeer groot wanneer ze daadwerkelijk optreden. Charles Perrow ontwikkelde naar aanleiding van het ongeval bij Three Mile Island zijn theorie van systeemongelukken. Hij stelt dat bij complexe interacties met sterke koppelingen in het systeem ongelukken onvermijdelijk en daarmee 'normaal' zijn. Perrow gaat uit van de risicoanalyse die is gebaseerd op de formule risico = kans × gevolg. Anders dan kernrampen, komen storingen, problemen met de gebouwen (haarscheurtjes) en kernongelukken frequent voor. Bij een kernramp in Nederland of België zal in het ongunstigste geval een groot deel van de bevolking voor onbepaalde tijd moeten worden geëvacueerd.
Radioactief afval Voorstanders merken op dat het hoogradioactief afval klein is in volume en hiervoor een beperkte opslag volstaat. De jaarlijks geproduceerde hoeveelheid hoogradioactief kernafval per centrale is in volume maar 1% van de totale hoeveelheid.
Tegenstanders stellen dat de hoeveelheid hoogradioactief in volume relatief klein is, maar wel het grootste afvalprobleem omdat het, afhankelijk van het element, duizenden tot honderdduizenden jaren hoogradioactief blijft. In de loop van tijd blijft die hoeveelheid daarom ophopen. Na decennia van kernenergie bestaat er nog steeds geen oplossing voor de eindopslag van hoogradioactief afval, waarvan gegarandeerd moet worden dat deze gedurende die tijd niet wordt verstoord door bijvoorbeeld een aardbeving. In Finland, Zweden en de Verenigde Staten heeft men dergelijke locaties gevonden en worden ondergrondse bergplaatsen aangelegd. Bovendien wordt in diverse landen geëxperimenteerd met ondergrondse 'opbergmijnen' om later een echte bergplaats te kunnen aanleggen. Zo is in België in de Boomse Klei een proeftunnel gebouwd waar experimenten gedaan worden op de doorlaatbaarheid van de klei op lange termijn.
Terrorisme