Het Stedelijk Museum Vlissingen is een museum opgericht in 1890. In 2000 sloot het de deuren, om op te gaan in het Zeeuws maritiem muZEEum.
Oudheidskamer De jonge rechtenstudent Willem van der Os jr. (1865-1890), zoon van een Vlissingse brandspuitfabrikant, is aan het eind van de negentiende eeuw een van de Vlissingers die zich zorgen maakt over het verdwijnen van stedelijk erfgoed. Hij ageert tegen een besluit van de gemeenteraad om fragmenten van het in 1809 afgebrande stadhuis en twee middeleeuwse grafstenen over te dragen aan het museum van het Zeeuwsch Genootschap te Middelburg.zie: Vlissingse Courant 22-12-1889 Het genootschap, dat in 1769 is opgericht in Vlissingen, was ruim 80 jaar eerder naar Middelburg vertrokken, nadat het door interne financiële perikelen, geen geld meer had om een geschikt pand te verwerven waar de uitdijende museale collectie kon worden ondergebracht. Sindsdien was de stad verstoken van een museaal instituut, historische voorwerpen werden door de gemeenteraad in beheer gegeven van het genoodschap. Het besluit van de raad in 1889 om de zilverschat, de enige preciosa die waren overgebleven na de brand van het stadhuis, voor ƒ 18.000,00 te verkopen aan het Rijksmuseum, stuit op weerstand.zie: Het StedelijkMuseum te Vlissingen 91890 - 27 Aug.-1940 door H.G. van Grol Van der Os doet in de krant suggestie om de historische voorwerpen tijdelijk te bewaren in een deel van een gemeentelijk archief. Hij krijgt steun van drie gemeenteraadsleden, Kalbfleisch, Gewin en Wibaut, die zich verenigen in een commissie voor een oudheidkamer.
De raad besluit weinig later om een ruimte beschikbaar te stellenZie: Middelburgse Courant 18-01-1890 pagina 2 en trekt zelfs een bedrag uit om de te maken onkosten te dekken: ƒ 124,00. Nadrukkelijke voorwaarde is dat de eventueel bijeen te brengen voorwerpen eigendom blijven van de gemeente Vlissingen.zie: Vlissingsche Courant 29-03-1890, p.2 Op 27 augustus 1890 vindt de opening van de oudheidkamer plaats.
Er wordt echter geen ruimte in de stadsbegroting gemaakt voor het uitbreiden van de collectie. Het publiek krijgt een oproep jaarlijks contributie te betalen in ruil voor gratis toegang. Zo kunnen enige aankopen worden gedaan. De eerste grote uitbreiding komt snel en door onverwachte omstandigheden. Grondlegger Willem van der Os, overlijdt enkele maanden na de opening van de oudheidkamer op 26-jarige leeftijd.Zie: Vlissingsche Courant 02-11-1890, p.1 Hij laat zijn zeer uitgebreide verzameling oudheidkundige voorwerpen na.
Huisvesting Stadhuis De gemeentelijke oudheidkamer wordt ondergebracht in de “vaandel- of tropheënkamer” van het toenmalige stadhuis van Vlissingen.Destijds gehuisvest in het zg. Van Dishoeckhuis aan de Houtkadezie: Vlissingsche Courant 29-03-1890, p. 2 De collectie 'Van der Os' wordt de basis van de museumcollectie.Vlissingse Courant 01-01-1891, p. 2 Het materiaal omvat afbeeldingen van Vlissingse zeehelden als Michiel de Ruyter, Evertsen en Joost van Trappen Banckert, en ook van negentiende-eeuwse kapers en van de Vlissingse vrijheidsstrijder Jacob Hobein. Behalve deze portretten van bekende of beruchte Vlissingers laat hij ook veel gedrukte plattegronden en stadsgezichten uit meerdere eeuwen na. De verzameling is zo omvangrijk dat die niet meer in het gemeentehuis ondergebracht kan worden.
Westpoort thumb|300px|Gevangentoren anno 2010|rechts In 1880 werd Vlissingen als vestingstad opgeheven. Het stadsbestuur begon krachtig alle fortificaties af te breken. Aan de zeezijde stond ook een restant van een vijftiende-eeuwse stadspoort, in de volksmond de Gevangentoren geheten. De stad wilde een boulevard aanleggen op de voormalige wallen en deze stadspoort stond deze plannen in de weg, waarbij het voornemen is om de toren te slopen.Zie: Vlissingse Courant 01-03-1883, p. 1 Victor de Stuers weet met succes het plan te verijdelen.zie: Middelburgse Courant 27-02-1883, p. 1 Uit die tijd stamt een tekening, vermoedelijk gemaakt door Pierre Cuypers, waarop een impressie van de gerestaureerde toren met een gietijzeren brug rondom. Naar aanleiding van de weigering door het ministerie om de sloopvergunning af te geven besloot de gemeente de toren te restaureren en deze te gebruiken voor de oudheidkamer.zie: Zierikzeesche Nieuwsbode 01-04-1893, p. 3 Op de begane grond wordt een “taveerne” ingerichtZie: Zierikzeesche Nieuwsbode 30-05-1895, p. 1 en de collectie zelf wordt op de eerste verdieping tentoongesteld.
Maar ook in de Gevangentoren ontstaat al snel ruimtegebrek. Bovendien is daar geen verwarming en er treedt regelmatig waterschade op. De oplossing komt in 1913 wanneer het voormalig woonhuis van de familie van de oprichter Willen van der Os beschikbaar komt.
Bellamypark 19 In 1913 overleed de moeder van de oprichter, Willem van der Os, en laat het woonhuis aan het Bellamypark na zijn zus, Mw. Van den Broek-Van der Os. Zij besluit het gebouw te schenken aan de gemeente onder voorwaarde dat het wordt ingericht als gemeentelijk museum en huisvesting van het oud archief.zie: Vlissingse Courant 25-07-1913, p. 5 Op de begane grond wordt de Oudheidkamer gehuisvest, dat ter gelegenheid daarvan wordt omgedoopt in Stedelijk Museum Vlissingen. Op de twee verdiepingen erboven worden de archiefdienst en het kantoor van de gemeentearchivaris, die tevens conservator is, gehuisvest.Zie: Vlissingse Courant, 11-04--1914, p. 5 In 1925 vindt een grondige herinrichting van het museum plaats, naar de “laatste museumeisen” uit die tijd en na consultatie van de directeur van het Rijksmuseum.zie: Vlissingse Courant 07-04-1925, p. 1 Deze situatie bleef tot circa 1939 gehandhaafd.
In het najaar van 1939 sluit het museum zijn deuren voor het publiek door dreigende oorlogsgevaar.zie: Vlissingse Courant 25-08-1939 De collectie wordt tot 1949 opgeslagen in bom- en scherfvrije kelders, verspreid over Vlissingen. Het vijftigjarig jubileum wordt in 1940 dan ook niet gevierd in het gebouw zelf, maar met een tijdelijke tentoonstelling van museumcollectie in Grand Hotel Britannia.zie: Vlissingese Courant, 28-08-1940. p. 5 Tijdens de bevrijding van en het daarbij behorende bombardement op Vlissingen in 1944 wordt een van de depots geraakt door een voltreffer, waarbij de daar opgeslagen collectie in zijn geheel verloren gaat.
Het museumgebouw is vanaf mei 1942 in gebruik als gemeentehuis en na 1944, vanwege de grote woningnood op Walcheren, achtereenvolgens als distributiekantoor, schoolgebouw, tijdelijk kantoor van de Rijksbelastingdienst en de dienst van wederopbouw. In 1949 komt het museumgebouw weer beschikbaar en op 19 april van dat jaar vindt, na restauratie en herinrichting, de heropening van het museum plaats.zie: Provinciale Zeeuwse Courant, 20-09-1947, p. 2 Het gemeentearchief krijgt een eigen huisvesting elders in de stad. De vrijgekomen ruimte wordt beschikbaar gesteld aan kunstkring Het Zuiden, waarvan het atelier annex tentoonstellingsruimte in Badpaviljoen Juliana in 1940 door een storm is weggevaagd.zie: Provinciale Zeeuwse Courant, 01-04-1941, p. 2 De kunstkring krijgt de beschikking over twee ruimten op de 2e verdieping als leslokaal en atelier.zie: Provinciale Zeeuwse Courant, 16-08-1949, p. 3
De stormramp van februari 1953 had voor het museum weinig gevolgen. Slechts het souterrain van het museum stond onder water. De schade bleef beperkt tot enkele natte gevelstenen.zie: Provinciale Zeeuwse Courant, 22-04-1953, p. 11 Als in 1960 de kunstkring verhuist, wordt de vrijgekomen ruimte deels benut voor het museum ten behoeve van een nieuwe maritieme afdeling en deels als woonruimte voor de inwonende conciërge. In 1987 werd door inbreng van de Vereniging Vrienden van het SMVzie: www.vriendenmuzeeum.nl/activiteiten/diversen.php het pand uitgebreid met het ernaast gelegen woonhuis, Bellamypark 21. Daarin wordt de dienstwoning voor de conciërge ondergebracht plus drie extra museumzalen. De ruimtes die de inwonend conciërge had betrokken in het pand Bellamypark 19 kwamen daardoor vrij voor museaal gebruik. In 1987, nadat de conciërge met pensioen gaat, wordt de dienstwoning omgevormd tot kantoorruimte; de voormalige kantoorruimte in Bellamy 19 krijgt een museale bestemming.
CollectieDe collectie is grofweg in te delen in een maritieme en een stadhistorische collectie. De maritiem collectie is te raadplegen via website van de gezamenlijke Maritiem Musea Stadshistorie thumb|300px|Cornelis Lampsins|rechts Tot 1881 beschikte de gemeente Vlissingen over een aantal historische zilveren voorwerpen die gered zijn uit het voormalig stadhuis dat in 1809 door Engelse troepen tijdens de Walcherenexpeditie in brand was geschoten. Wegens financiële tekorten besluit de gemeente deze voorwerpen te verkopen. Door een interventie van Victor de Stuers koopt het rijk deze voorwerpen aan ten behoeve van het Rijksmuseum te Amsterdam.zie: Het Zuiden, 26-05-1881
Schenkingen en legaten De meeste objecen van de museumcollectie zijn verworven door schenkingen,zie: Middelburgse Courant 22-08-1890, p.4 bruiklenenonder andere van Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, Rijksmuseum Amsterdam, Instituut Collectie Nederland en particulieren en legaten. Bijzonder is de serie portretten van de familie Lampsins die in de zeventiende eeuw de grondslag legde voor een grote handelscompagnie. Deze collectie is vlak voor de Tweede Wereldoorlog in bruikleen aan het museum afgestaan. Na het overlijden van de eigenaar, Jonkheer Lampsins van de Velde, is de bruikleen omgezet in een schenking.zie: Provinciale Zeeuwse Courant, 14-12-1953, p. 2
Numismatische collectie In 1926 schenkt Burgemeester Carel Albert van Woelderen zijn verzameling munten en penningen aan het museum,zie: Vlissingse Courant, 07-10-1926, p. 1 waarmee de basis wordt gelegd van een van de grootste numismatische collectie van Zuid-West Nederland.
Bouwfragmenten Door de renovatie van de binnenstad in de jaren 60 en 70 wordt het museum gebruikt voor opslag van gevelstenen en interieurfragmenten, waardoor het een van de grootste collecties haardplaten en wandtegels in beheer kreeg.
VOC-collectie links| thumb|Geldkist afkomstig uit wrak 'tVliegent Hart. Afbeelding & collectie: Zeeuws maritiem muZEEum. De vondst van het wrak van VOC-schip 't Vliegent Hart in 1981zie: https://web.archive.org/web/20050405013900/http://www.vocsite.nl/schepen/detail.html?id=10436 betekent een ommekeer in collectievorming.Zierikzeesche Nieuwsbode, 09/06/1983; p. 4/14 Het museum stelde het souterrain beschikbaar voor conservering, waarvoor in ruil door de expediegroep collectiestukken uit het wrak werden geschonken. De samenwerking is omstreden en zorgt voor terugtrekking van de deelnemende Rijksmusea uit het project.zie: 40 jaar onderwaterarcheologie, jagen op VOC-wrakken, Andere Tijden, 10 december 2002 Niettemin blijft het Rijk zich wel op andere wijze betrokken, omdat de Dienst Domeinen de licentie verstrekt aan het duikteam. Na de verzelfstandiging van de Rijksmusea krijgt het museum via het Instituut Collectie Nederland ook de Rijkscollectie uit het wrak in permanente bruikleen. Hierdoor is het museum zich meer gaan profileren als maritiem museum. Om een beeld te geven van het leven aan boord van een Oost-Indië-vaarder, zijn ook van andere scheepswrakken artefacten verworden, onder andere van de Geldermalsen, Campen, Diana en Breezand.
Oudheidkamer KMS