thumb|Standbeeld van J.P.E. Hartmann door August Saabye aan de Sankt Annæ Plads in Kopenhagen Johan Peter Emilius Hartmann (Kopenhagen, 14 mei 1805 – aldaar, 10 maart 1900), soms gespeld als Johann, maar meestal aangeduid met de voorletters J.P.E. Hartmann, was een Deens componist, organist en muzikaal leidsman.
Biografie Hartmann kwam uit een muzikale familie van Duitse afkomst. Stamvader was componist Johann Ernst HartmannIn Denemarken bekend als Johann Hartmann, om verwarring te voorkomen met zijn oudste zoon Johan Ernst Hartmann (1770-1844), een oom van J.P.E. Hartmann.Review op de internetpagina van JSTOR, een deel van ITHAKA, over Angul Hammerichs publicatie over J.P.E. Hartmann in de Duitse vertaling van L. Freifrau von Liliencron, gepubliceerd in "Sammelbände der Internationalen Musikgesellschaft", Franz Steiner Verlag, 2. Jahrg., H. 3. (May, 1901), pp. 455-476, geboren 1726 in Groß-Glogau in Silezië, een uitstekend violist die een aanstelling als musicus heeft gehad in dienst van zowel de vorst-bisschop van Breslau als aan het hof van Johan Frederik van Schwarzburg-Rudolstadt. Later werkte hij in Plön. Hij ging in 1761 naar Kopenhagen en was violist en concertmeester in de koninklijke hofkapel tot zijn dood in 1793.
Hij had drie zoons. De jongste van hen, de organist en componist August Wilhelm Hartmann (1775-1850), was de vader van J.P.E. Hartmann. Hij gaf zijn zoon de eerste muzieklessen, maar toch was deze grotendeels autodidact. Van 1829 tot 1870 was hij werkzaam als jurist en ambtenaar, maar dat belette hem niet een invloedrijke positie als musicus te verwerven. Al in 1824 was hij de vaste organist van de Garnisons Kirke in Kopenhagen, een positie die hij tot 1843 behield. In 1832 had hij zijn eerste succes met de ambitieuze opera in drie bedrijven Ravnen, in samenwerking met Hans Christian Andersen. Later schreef Andersen ook het libretto voor Liden Kirsten (1844-46). Deze opera werd dankzij Franz Liszt in 1856 in Weimar op de planken gebracht.
Vanaf 1836 maakte Hartmann enkele studiereizen door heel Europa, waardoor hij vooraanstaande componisten leerde kennen als Chopin, Rossini, Cherubini, Liszt en Spohr, en later ook Mendelssohn en Schumann. In het begin werd Spohr zijn belangrijkste mentor, samen met de Deense componist C.E.F. Weyse. In 1836 richtte hij het Deens Muziekverbond op, waarvan hij voorzitter was. In 1843 kreeg hij de post van organist van de Kopenhaagse Vor Frue Kirke. Beide posities behield hij tot zijn dood.
In de jaren 1827-1840 gaf hij les aan de toenmalige Kopenhaagse muziekacademie van Giuseppe Siboni en vanaf 1849 was hij hoogleraar aan de Universiteit van Kopenhagen. In 1867 richtte hij, samen met Niels W. Gade, het Conservatorium van Kopenhagen op, waarvan hij een der schoolleiders was en - na Gades dood in 1890 - nog directeur werd in zijn 85e levensjaar. Vrijwel alle toekomstige Deense componisten, onder wie Carl Nielsen, Victor Bendix, Otto Malling en Asger Hamerik, hadden les van hem. Hij was altijd vriendelijk en populair bij de studenten. Samen met Gade stimuleerde hij ook de opkomst van de jonge August Enna door hem een stipendium te bezorgen. Johanne Stockmarr en de zangeres Sigrid Wolf behoorden tot Hartmanns pianostudenten.
Tijdens zijn lange leven bekleedde J.P.E. Hartmann een centrale positie in het Deense muziekleven, als musicus, componist, docent en bestuurder. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Dannebrog.
Familie J.P.E. Hartmann trouwde in 1829 met Emma Sophie Amalia Zinn (1807-1851), die onder meer vijf bundels liederen en een aantal dansen componeerde. Ze gebruikte het pseudoniem Frederik H. Palmer omdat ze als vrouwelijke componist in die tijd weinig kans maakte op succes. Van hun tien nakomelingen stierven er vier nog in hun kindertijd. Van hun zoons werd Carl Christian Ernst Hartmann (1837-1901) een bekende beeldhouwer en Emil Hartmann (1836-1898) een bekende componist. Diens zoon Johannes Palmer Hartmann, een kleinzoon dus van J.P.E., stichtte in 1897 de Bloemisterij J.P. Hartmann in Sint-Amandsberg, het grootste tuinbouwbedrijf van Gent. Componist Niels W. Gade, toen de nummer twee in de Deense muziekwereld, trouwde in 1852 met J.P.E.'s dochter Emma Sophia (Sophie), die al in 1855 stierf. Componist August Winding trouwde in 1864 met zijn dochter Clara. De componist Niels Viggo Bentzon was Hartmanns achterkleinzoon.
Waardering Hartmanns leven speelde zich bijna een eeuw lang vrijwel geheel af binnen dezelfde paar straten van Kopenhagen. Hij verliet het ouderlijk huis in 1829 en bewoonde tot zijn dood in 1900 een huis iets verderop. Hij ligt op de begraafplaats waar hij als kind al speelde. Ook de functies die hij in de loop der jaren verzamelde behield hij zijn hele leven. Het is typerend voor een man die voor het grootste deel van de 19e eeuw de centrale figuur was van de Deense muziek en die in zijn composities behoudend was en bleef.
J.P.E. Hartmann heeft een uitgebreid oeuvre in allerlei genres op zijn naam staan, waaronder drie opera's, twee symfonieën, ouvertures, balletten (samen met August Bournonville), veel toneelmuziek, talloze cantates, en een grote hoeveelheid pianostukken en liederen. Zijn werken waren populair bij het Deense publiek doordat hij aan zijn muziek een nationaal gevoel wist mee te geven binnen een romantisch idioom, dat veel te danken had aan de voorbeelden van de Eerste Weense School, Mendelssohn, Weber, Marschner en Spohr. Vaak kondigt zich, dankzij de invloed van vooral Schumann en Liszt, toch een nieuwe tijd aan. Zijn stijl kenmerkt zich door vormkracht, dramatiek en levenskracht. In zijn muziek klinkt een 'streng', 'donker' geluid door dat bij meer Scandinavische componisten te vinden is.
Tot de sleutelwerken in zijn oeuvre worden gerekend de Eerste symfonie, de toneelmuziek voor Hakon Jarl, de Orgelfantasie op. 20, de Orgelsonate op. 58, de Pris-Sonate voor piano, Andantino en 8 variaties voor pianotrio, de Suite voor viool en piano en de Andersen-opera's Ravnen en bovenal Liden Kirsten. Zijn vijfdelige koorcompositie Vølvens spådom, gebaseerd op de IJslandse Edda, is in de Deense cultuurcanon opgenomen.
Werkenlijst (selectie) Orkest Symfonieën in g mineur, op. 17 (1835; rev. 1850) Introduction: Moderato - Allegro assai, con passione Andante Menuetto Finale: Allegro molto assai in E majeur, op. 48b (1847–48) Prelude: Moderato sostenuto - Allegro non troppo grazioso Andantino Intermezzo: Allegro pastorale, non vivace Finale: Allegro vivace Overig Concertouverture, op. 3 (1825) Geestelijke ouverture, op. 9, met orgel Den sörgende Jödinde, voor sopraan, vrouwenkoor en orkest (1844) - tekst: naar Hans Christian Andersens gedicht "Ahasverus" Concertouverture, op. 51 (1852) En Efteraarsjagt, op. 63b, concert-ouverture (1874) Festmarsch og Sange til Mindefesten ved Skanderborg over höisalig Kong Frederik den Sjette, voor gemengd koor en orkest, op. 42 Til Prologen ved Musikforeningens Mindefest over Niels W. Gade, voor orkest (1891) Hellig tre Kongers-Kvad. - Die Weisen aus dem Morgenlande (Math. Evang. I, 20. 21.; II, 1-11), voor vocaal-solisten, gemengd koor en orkest (1894) Koncert-Indledning, voor vocaal-solisten, gemengd koor en orkest - tekst: Chr. Richardt Musik til Undine, Dramatisk Æventyr Sørgemarch fra Bertel Thorvaldsens Bisættelse i Frue Kirke, voor groot orkest (1844) (identiek met de Treurmars voor orgel) Suite for Orkester, (onvoltooid) Foraarshilsen Elegi Vaabendans Tre Karakterstykke, op. 81 Troldenes Dans Valhalla Marsch, voor orkest
Werken voor harmonieorkest 1848 Krigs-Tappenstreg, voor harmonieorkest Gudernes Triumfmarch (af balletten "Thrymskviden") - bewerking: Leif Kayser
Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1830-1832; omgewerkt: 1865 Ravnen, eller Broderprøven, op. 12 3 bedrijven 29 oktober 1832, Kopenhagen; omgewerkte versie: 23 april 1865, Kopenhagen Hans Christian Andersen naar Carlo Gozzi 1832-1835 Corsarerne, op. 16 3 bedrijven 23 april 1835, Kopenhagen Henrik Hertz 1844-1846, rev. 1858 Liden Kirsten, op. 44 2 bedrijven; oorspronkelijk: 1 akte 12 mei 1846, Kopenhagen, Koninklijke Opera; rev. versie: 29 oktober 1858, Kopenhagen Hans Christian Andersen 1864-1865 Kong Saul alleen fragmenten Hans Christian Andersen
Balletten Voltooid in titel aktes première choreografie 1838 Fantasiens Ø (Het eiland van de Fantasie) 1 akte 1838, Kopenhagen August BournonvilleJohan Peter Emilius Hartmann op de internetpagina van Guide to the Danish Golden Age (gearchiveerd) 1853-1854 Et Folkesagn (2e akte van J.P.E. Hartman; 1e en 3e akte van Niels Gade) 3 aktes 20 maart 1854, Kopenhagen August Bournonville 1860–1861 Valkyrien, op. 62 3 aktes (4 aktes) 1861, Kopenhagen August Bournonville 1867–1868 Thrymskviden, op. 67 4 aktes 1868, Kopenhagen August Bournonville 1873-1875 Arcona, op. 72 4 aktes 1875, Kopenhagen August Bournonville
Toneelmuziek Voltooid in titel aktes soort van toneel tekst première 1838 Olaf den Hellige, op. 23 tragedie Adam Oehlenschläger 1838, Kopenhagen 1839 Knud den Store, op. 28 Adam Oehlenschläger 1839, Kopenhagen 1840 Fiskeren og hans Børn, op. 29 Adam Oehlenschläger 1840, Kopenhagen 1840; omgewerkt: 1872 Syvsoverdag, op. 30 Johan Ludvig Heiberg 1840, Kopenhagen 1840-1842 Maurerpigen, op. 32 Hans Christian Andersen 1842, Kopenhagen 1842 Undine, op. 33 Carl Borgaard 1842, Kopenhagen 1844/1857 Hakon Jarl, op. 40 (1844 = Ouverture; 1857 = Intermezzo/tussenspel) Adam Oehlenschläger 1854 Sulamith og Salomon, op. 52 Bernhard Severin Ingemann (1789-1862) 1856/1858/1883 Ouvertures: Axel og Valborg, Op. 57 Correggio, op. 59 Yrsa, op. 78 Tragedies Adam Oehlenschläger 1878 Ambrosius Christian Knud Frederik Molbech 1878, Kopenhagen 1888 Dante, op. 85 Christian Knud Frederik Molbech
Vocaal Cantates: Orglets Pris, op. 5 (1825) Cantate componeret i Anledning af Selskabet for Efterslægtens 50aarige Jubilæum, voor vocaal-solisten, gemengd koor en orkest, op. 19 (1836) Cantate i Anledning af Hendes Majestæt Dronning Caroline Amalias høje Fødselsfest d. 28. Juni 1842, op. 22 (1842) - tekst: Hans Christian Andersen Sørgekantate over Fredrik VI, op. 27 (1840) Weyses Minde, cantate voor vocaal-solisten, gemengd koor en orkest, op. 36 (1842) - tekst: Henrik Hertz - première: 24 januari 1843 Kantate ved Sørgefest over Thorvaldsen, op. 41 (1844) Kantate ved Sørgefest over Christian VIII, op. 47 (1848) Fragment af Oehlenschlägers "Jesu Bjergprædiken", voor drie vocaal-solisten, mannenkoor en orgel, op. 49 Kantate ved Fredrik VII's Bisættelse, op. 61b (1863) Cantate ved Indvielsen af Studenterforenings-Bygningen den 17de April 1863, voor vocaal-solisten, gemengd koor en orkest, op. 64(a) - tekst: Chr. Richardt Cantate ved Kong Frederik den Syvendes Bisættelse i Roeskilde Domkirke d. 19de Decbr. 1863, voor vocaal-solisten, gemengd koor en orkest, op. 64b - tekst: Hans Peter Holst Cantate til Universitetets Fest i Anledning af Kronprinds Frederiks og Kronprindsesse Lovisas Formaling d. 28. Juli 1869 in Es majeur, voor solisten (tenor, tenor, bariton), solokwintet (TTTBB), mannenkoor (TTBB) en orkest, op. 69 (1869) Foraarssang in C majeur, cantate voor gemengd koor en piano (of orkest), op. 70 (1870) - tekst: Hans Christian Andersen Hilsen til Norge - Cantate fra Studentertoget 1869, voor mannenstem en piano vierhandig (1869) - tekst: P. Hansen Universitetets Jubelkantate - Cantate til Universitetets 400 Aars Jubelfest af C. Ploug Juni 1879, voor vocaal-solisten, gemengd koor (SSTB) en orkest, op. 75 (1879) Cantate ved Holberg festen paa Universitetet, 3 Dec. 1884, voor vocaal-solisten, gemengd koor en orkest Cantate ved Universitetets Fest i Anledning af Hans Majestæt Kong Christian den Niendes 70aars Fødselsdag den 8. April 1888, voor vocaal-solisten, gemengd koor en orkest, op. 84 (1888) - tekst: Ernst von der Recke Cantate ved de Massmannske Søndagsskolers Aarsfest 1890, voor mannenkoor en koperblazers (1890)