Citipati is een geslacht van theropode dinosauriërs uit de Oviraptoridae, dat tijdens het Laat-Krijt in het gebied van het huidige Mongolië leefde.

Citipati is een van de best bekende Oviraptoridae door de vondst sinds de jaren negentig van enkele zeer goed geconserveerde en volledige exemplaren. Die werden aangetroffen in de Gobiwoestijn in lagen zandsteen van de tachtig miljoen jaar oude Djadochtaformatie van Uchaa Tolgod. Daartoe behoren ook eieren, een embryo in een ei, en meerdere wijfjes die zich nog in een broedende positie bovenop nesten bevonden. De vondsten werden eerst per abuis toegewezen aan de verwante soort Oviraptor. Toen de vergissing ingezien werd, benoemde men in 2001 een apart geslacht Citipati, wat 'Heer van de brandstapel' betekent. De typesoort is Citipati osmolskae. Er bestaat ook een verwante, nog onbenoemde vorm die soms wordt gezien als een tweede soort van Citipati. Ook het enige bekende fossiel van deze andere soort is jarenlang als een oviraptor beschouwd. De meeste illustraties van Oviraptor zijn in feite op dit skelet gebaseerd.

Citipati was, met een lengte van twee en een halve meter, voor een oviraptoride vrij groot. Hij liep op de achterpoten waarbij de horizontale romp in evenwicht gehouden werd door een korte staart. Hij had lange armen met grote handen. Op een lange nek stond een korte hoge kop met een kam op de snuit. De kaken droegen vooraan een snavel. Ze waren sterk gebogen en tandeloos. Door hun afwijkende vorm zijn de wetenschappers het er niet over eens wat Citipati at: kleine prooidieren, eieren, schelpdieren of planten.

Citpati was vermoedelijk warmbloedig en voorzien van een verenkleed. Bij het broeden sloeg het wijfje de armen over de rond haar liggende, langwerpige harde eieren. Bij het fossiel is daardoor goed te zien dat de voorpoten de vorm hadden van vleugels met lange slagpennen, de grote uiterste veren. De soort verschaft zo unieke informatie over de vroege evolutie van het broedgedrag van theropode dinosauriërs, waartoe ook de vogels behoren.

Ontdekking en naamgeving Het holotype van Citipati, IGM 100/978, werd in de Mongoolse provincie Ömnögovĭ door een expeditie van het American Museum of Natural History en de Mongoolse Academie van Wetenschappen ontdekt in de Ankylosaur Flats-vindplaats in de Uchaa Tolgod in lagen zandsteen van de Djadochtaformatie die dateert uit het Campanien, ongeveer vijfentachtig tot vijfenzeventig miljoen jaar oud. Het werd in 1996 gemeld als een exemplaar van Oviraptor.Webster, D. 1996. "Dinosaurs of the Gobi". National Geographic 190(1): 70–89 In 2001 werd het voor de eerste keer kort beschreven en door James Michael Clark, Mark Norell en Rinchen Barsbold benoemd als de typesoort Citipati osmolskae, samen met de oviraptoride Khaan. Het holotype bestaat uit een bijna compleet skelet met een uitermate goed geconserveerde schedel, waarvan zelfs beide stapes (gehoorbeenderen), een scleraalring (een deel van het oog) en het tongbeen bewaard zijn gebleven. De schedel is in 2002 in detail door Clark beschreven,Clark, J.M., Norell M.A. and Rowe, T. 2002. "Cranial anatomy of Citipati osmolskae (Theropoda, Oviraptorosauria), and a reinterpretation of the holotype of Oviraptor philoceratops". American Museum Novitates. 3364: 1-24 de rest van het skelet was in 2002 nog niet geprepareerd en wacht nog op een grondige beschrijving. left|thumb|upright=1.7|Een diagram van twee specimina Al in 1993 was door hetzelfde team een nest met eieren ontdekt, met in één daarvan nog een gefossiliseerd embryo.Mark A. Norell, James M. Clark, Dashzeveg Demberelyin, Barsbold Rhinchen, Luis M. Chiappe, Amy R. Davidson, Malcolm C. McKenna, Perle Altangerel and Michael J. Novacek, 1994, "A Theropod Dinosaur Embryo and the Affinities of the Flaming Cliffs Dinosaur Eggs", Science 4 November 1994: Vol. 266 no. 5186 pp. 779-782 DOI: 10.1126/science.266.5186.779 Het embryo, specimen IGM 100/971, werd echter pas in 2001 als dat van Citipati herkend,Norell, M.A., Clark J.J. and Chiappe, L.M. 2001. "An embryonic oviraptorid (Dinosauria: Theropoda) from the Upper Cretaceous of Mongolia". American Museum Novitates. 3315: 1-17 en later in het benoemende artikel aan die soort toegewezen. In 1993 werd ook een gedeeltelijk skelet (IGM 100/979) in een broedende positie op een nest gevonden. Het werd gemeld in 1995.Norell, M.A., Clark, J.M., Chiappe, L.M., and Dashzeveg, D. 1995. "A nesting dinosaur". Nature 378: 774-776 Dit exemplaar, dat in de media als "Big Mama" bekendstond, werd oorspronkelijk als een specimen van Oviraptor gezien. Het werd in 1999 beschreven als een aparte, nog onbenoemde soortClark, J.M., Norell, M.A., & Chiappe, L.M. (1999). "An oviraptorid skeleton from the Late Cretaceous of Ukhaa Tolgod, Mongolia, preserved in an avianlike brooding position over an oviraptorid nest". American Museum Novitates, 3265: 1-36 en werd in 2001 door Clark et al. aan Citipati toegewezen. Het mist het grootste deel van de wervelkolom, het bekken en de schouderbladen, zodat het voornamelijk uit de ledematen bestaat. Een ander broedend exemplaar (IGM 100/1004), gevonden in 1995, werd door het team de naam "Big Auntie" gegeven.Truitt, L. 1996. "Dinosaur hunters—secrets of the Gobi Desert". National Geographic Films Het werd in eerste instantie niet formeel aan Citipati toegewezen. In 2018 gebeurde dit alsnog. Het betreft een vermoedelijk dertien jaar oud dier dat 6% langer is dan het holotype. Door erosie zijn schedel en staart bij dit exemplaar verdwenen. Beide broedende exemplaren missen de schedel, zodat de associatie met Citipati waarvan de postcrania nog slecht geanalyseerd zijn, slechts een voorlopige is. Een afgietsel van Big Mama wordt in het AMNH tentoongesteld aangevuld met een afgietsel van de nek en schedel van het holotype, waarbij de hals naar rechts ombuigt net als bij Big Auntie. Twee verdere broedende exemplaren zijn gemeld, maar nog niet beschreven. Al deze specimina werden snel door los duinzand bedekt. Daardoor zijn ze uitstekend geconserveerd en vrij compleet in verband liggend, omdat de skeletten niet door stromend water verstrooid raakten. Bovendien zijn ze ook driedimensionaal bewaard zonder te zijn geplet of vervormd. Nesten zonder skeletten zijn zeer algemeen in de Uchaa Tolgod en worden vaak door illegale fossielenhandelaren gestroopt.Mark A. Norell, Amy M. Balanoff, Daniel E. Barta and Gregory M. Erickson, 2018, "A Second Specimen of Citipati Osmolskae Associated With a Nest of Eggs from Ukhaa Tolgod, Omnogov Aimag, Mongolia", American Museum Novitates Number 3899 : 1-44 Nest IGM 100/1125 is door de wetenschap geborgen en werd in 2006 kort beschreven.Grellet-Tinner, G., L. Chiappe, M.A. Norell, and D. Bottjer. 2006. "Dinosaur eggs and nesting behaviors: a paleobiological investigation". Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 232: 294–321

Etymologie De geslachtsnaam Citipati wordt gevormd door de twee woorden: citi ("brandstapel" in het Sanskriet, een oude Indische taal) en pati (Sanskriet voor "heer"). In het Tibetaans-Mongoolse volksgeloof zijn de Citipati twee boeddhistische monniken die tijdens een diepe staat van meditatie werden onthoofd door een rover. Ze worden meestal voorgesteld als twee skeletten die omringd zijn door vuur, en gelden als beschermers van begraafplaatsen. Vandaar dat de naam gebruikt werd voor de goed geconserveerde botten van het holotype. De soortaanduiding eert de Poolse paleontologe Halszka Osmólska, die in het gebied veel onderzoek had verricht naar oviraptoriden.

Overige soorten In 2010 wees Gregory S. Paul een viertal eerder als aparte geslachten benoemde oviraptoriden aan Citipati toe. Dat leverde een Citipati barsboldi (= Nemegtomaia), Citipati gracilis (= Conchoraptor), Citipati huangi (= Heyuannia) en een Citipati mongoliensis (= Rinchenia) op.Paul, G.S., 2010, The Princeton Field Guide to Dinosaurs, Princeton University Press p. 153-154 In deze naamgeving is hij echter door niemand gevolgd.

De Zamyn Khondt Oviraptorid thumb|Een vergelijking tussen de hoofden van C. osmolskae en C. sp. Een ander volledig exemplaar met schedel (IGM 100/42) werd in de Djadochtaforrmatie van Zamin Chondt (ook als Zamyn Khondt of Dzamin Khong geschreven) gevonden. Het is tot nu toe onbenoemd gebleven, maar wordt tegenwoordig wel als Citipati sp. of als de Zamyn-Khondt Oviraptorid ("Zamin-Chondt-Oviraptoride") aangeduid. left|thumb|IGM 100/42 Oorspronkelijk meldde Barsbold het in 1981 als een exemplaar van Oviraptor. Omdat deze Zamyn-Khondt-Oviraptorid beter geconserveerd was dan het holotype van Oviraptor, vormde hij daarna de basis voor de wetenschappelijke studies en populaire voorstellingen van Oviraptor. De meeste gepubliceerde afbeeldingen van Oviraptor zijn in feite op dit exemplaar gebaseerd. Latere studies tonen echter dat er verschillen zijn tussen de Zamyn-Khondt-Oviraptoride en Oviraptor, bijvoorbeeld in de lengte van de schedel en van de boven- en onderkaken. In 2001 werd door Clark vermoed dat de Zamyn-Khondt-Oviraptorid dichter bij Citipati dan bij Oviraptor staat, vanwege de gelijkenissen bij het tussenkaaksbeen (het intermaxillare of de praemaxilla) en de neusregio. Hij duidde de vondst aan als een nieuwe, nog onbenoemde soort van Citipati: een Citipati sp. Latere analyses gaven echter de positie van dit exemplaar vaak toch weer dichter bij Oviraptor, en ook een positie bij Conchoraptor of Nemegtomaia behoorde tot de uitkomsten. Gezien deze onzekerheden is wel gesuggereerd het als een eigen nieuw geslacht te benoemen.

Deze vorm onderscheidt zich van Citpati osmolskae doordat de vomeres, ook bekend als ploegschaarbeenderen, in het verhemelte niet vergroeid zijn, de voorrand van de snuit in zijaanzicht hol is en de halswervels niet bijzonder verlengd zijn.

Beschrijving Algemeen right|350px|thumb|Big Auntie broedend op haar nest; de schedel ontbreekt In 2010 schatte G.S. Paul de lengte van Citipati op tweeënhalve meter en het gewicht op vijfenzeventig kilogram,Paul, G.S., 2010, The Princeton Field Guide to Dinosaurs, Princeton University Press p. 153 hoewel eerder zelfs een lengte van drie meter werd verondersteld. Bij Big Auntie is het dijbeen 405 millimeter lang. Daarmee is Citipati een van de grotere Oviraptoridae, ongeveer een kwart langer dan de meeste andere leden van de groep, hoewel een stuk kleiner dan de reuzenvorm Gigantoraptor.

Citipati deelt enkele van de algemene eigenschappen van de ruimere Theropoda. Zo is hij een tweevoeter die alleen op zijn achterpoten liep en wordt een horizontale romp in evenwicht gehouden door een staart. De soort is echter ook dat lid van de Oviraptoridae waarvan het skelet het best bekend is. Hij kan dus als het beste voorbeeld dienen van de speciale eigenschappen van die groep. Oviraptor zelf kan die rol niet meer spelen nu de specimina van Citipati en IGM 100/42 daarvan afgescheiden zijn, daarvoor is zijn holotype te fragmentarisch. Het vaststelbare verschil met Oviraptor ligt hem vooral in diens plattere schedel.