We spreken van tekstvarianten van het Nieuwe Testament als er tussen handschriften verschillen zijn ontstaan in de tekst.

Introductie Tekstvarianten Tekstvarianten ontstaan wanneer een kopiist opzettelijke of onbedoelde veranderingen maakt in de tekst zoals weglating (omissie), verandering van volgorde, herhaling, of vervanging van een of meer woorden. Bijvoorbeeld, wanneer het oog van de schrijver per ongeluk naar een op zijn vers gelijkend ander vers gaat, heet dit parablepsis, veroorzaakt door een homoioteleuton. Als zijn oog naar een vorig vers gaat, ontstaat dittografie, het herhalen van een vers; wanneer hun oog naar hetzelfde woord later in de tekst gaat, ontstaat een weglating, of ontstaat een afwijkende zinsvolgorde, omdat men probeert de betekenis van het vers in zijn context te bewaren.

Bij andere gelegenheden voegt de schrijver de tekst van een gelijkend of parallel gedeelte uit zijn hoofd toe. Of hij vervangt de oorspronkelijke tekst door een alternatieve lezing die beïnvloed is door zijn persoonlijke religieuze overtuiging. Soms wordt de spelling veranderd. Woorden kunnen door synoniemen worden vervangen. Een persoonlijk voornaamwoord wordt vervangen door een zelfstandig voornaamwoord of een naam (Hij zeide wordt dan bijvoorbeeld vervangen door Jezus zeide.)

Sommige tekstvarianten ontstaan uit glossen; aantekeningen in de kantlijn die bij een volgende overschrijfronde voor een deel van de tekst worden aangezien en in de tekst worden ingevoegd. Ook kan een kopiist denken dat een vorige kopiist een fout heeft gemaakt en deze proberen te corrigeren, maar fouten kunnen incorrect gecorrigeerd worden en daarom leiden tot alweer een nieuwe fout en daarmee een nieuwe tekstvariant.

Onderzoeksgeschiedenis De Alexandrijnse kerkvader Origenes (185-254) was een van de eersten die tekstverschillen opmerkte tussen de handschriften die later gebundeld zouden worden tot het Nieuwe Testament. Hij had ook uitgesproken voorkeuren tussen de varianten. In Matteüs 27,16-17 gaf hij de voorkeur aan Barabbas boven Jesus Barabbas (In Matt. Comm. Ser 121). In Johannes 1,28 gaf hij de voorkeur aan Bethabara boven Bethanië als regio waar Johannes doopte (Commentaar op Johannes VI:40 (24)). Gergeza kreeg de voorkeur boven Geraza of Gadara (Commentaar op Johannes VI40(240)). In Brief aan de Hebreeën 2,9 merkt Origenes op dat er twee lezingen zijn: buiten God om en door de genade van God.

In Sic et Non (ca. 1125) stelde de Franse scholasticus Petrus Abaelardus reeds dat het Nieuwe Testament niet helemaal correct is overgeleverd door kopiisten en dat sommige handschriften corrupt waren. Hij twijfelde echter niet aan de betrouwbaarheid van de oorspronkelijke tekst, die zijns inziens goddelijk geïnspireerd was en daarom geen fouten kon bevatten. Abaelardus' opmerkingen zijn nog incidenteel en hij bestudeerde de nieuwtestamentische manuscripten nog niet volgens vaste regels.

De Engelse theoloog John Mill (ca. 1645–1707) was de eerste moderne geleerde die systematisch de tekstvarianten van het Nieuwe Testament onderzocht. Hij schatte het aantal varianten in de tekst van het Nieuwe Testament op 30.000, Novum Testamentum Graecum, cum lectionibus variantibus MSS (Oxford 1707) gebaseerd op '...bijna 100 handschriften ...'., The Text of the New Testament: Its Transmission, Corruption, and Restoration (2005) blz. 154 De Duitse nieuwtestamenticus Eberhard Nestle (1851-1913) schatte echter wel 150.000–200.000., Einfürung in das Griechische Neue Testament (1909) blz. 23. De Amerikaanse Bijbelgeleerde Bart D. Ehrman (1955) schat tussen de 200.000 en 400.000 varianten in enkele miljoenen bladen handschrift., Misquoting Jesus; The Story Behind Who Changed the Bible and Why (2005) blz. 90 (recensie) Ehrman benadrukt dat men niet kan weten wat er in het oorspronkelijke Nieuwe Testament stond geschreven, omdat de oorspronkelijke 27 boeken allemaal verloren zijn gegaan en hoe ouder de gekopieerde handschriften zijn, hoe meer ze van elkaar verschillen, en dus kan de originele tekst vrijwel onmogelijk correct overgeleverd zijn. Volgens een schatting uit 1982 van de Duits tekstcriticus Kurt Aland (1915-1994) en zijn vrouw Barbara (1937) is 62,9% van het Nieuwe Testament min of meer variantvrij overgeleverd; voor de overige 37,1% bestaan er significante tekstvarianten (zie Novum Testamentum Graece). , The Text of the New Testament: An Introduction to the Critical Editions & to the Theory & Practice of Modern Textual Criticism, 1995, op. cit., blz. 29-30.

Categorisering Sedert 1981 zijn de Oudgriekse handschriften van het Nieuwe Testament ingedeeld in vijf groepen. In dit artikel wordt een verkorte lijst van tekstvarianten van het Nieuwe Testament geboden.

Legenda: mss: afkorting van manuscripts oftewel "handschriften". : papyrus getal beginnend met "0": unciaal getal niet beginnend met "0": minuskel ℓ: lectionarium "Byz" of 𝔐: Byzantijnse tekst ƒ of f: Familie vg: Vulgaat A: Codex Alexandrinus B: Codex Vaticanus C: Codex Ephraemi Rescriptus Dea: Codex Bezae Dp: Codex Claromontanus Ke: Codex Cyprius Kap: Codex Mosquensis I Le: Codex Regius (Nieuwe Testament) Lap: Codex Angelicus Papr: Codex Porphyrianus W: Codex Washingtonianus Z: Codex Dublinensis Γ: Codex Tischendorfianus IV Δ: Codex Sangallensis 48 Θ: Codex Koridethi Π: Codex Petropolitanus Φ: Codex Beratinus Ξ: Codex Zacynthius Ψ: Codex Athous Laurensis Ω: Codex Athous Dionysius א: Codex Sinaiticus ff1: Codex Corbeiensis I

Evangelie volgens Matteüs thumb|Papyrus 1 met tekst Matteüs 1,1-9; 1,3 heeft de variant Ζαρε voor Ζαρα Matteüs 1,3 Ζαρε — 1 B mae-1 Ζαρα — rell (bijv., alle andere bestaande handschriften)

Matteüs 1,6 Δαυιδ δε ο βασιλευς (Ook David de koning) — C Ke L W Δ Π 33 157 892 1071 𝔐 itmss vg syrh geo Δαυιδ δε (Ook David) — 1 א B Γ ƒ1 ƒ13 579 700 itg1,k vgmss syrs, c,p cop arm Didymus

Matteüs 1,16 Ιησους (Jezus) — weggelaten door ƒ1

Matteüs 1,18 Ιησου (Jezus) — W Χριστου (Christus) — 71 Latt syrs,c Diatessaronsyr Theophilus Irenaeuslat Chromatius Hiëronymuspt Augustinus Χριστου Ιησου (Christus Jezus) — B Origenespt Hiëronymuspt Ιησου Χριστου (Jezus Christus) — rell

Matteüs 1,19 δειγματισαι (belasteren ) — Sinaiticus1, B, Z, f1 παραδειγματισαι (belasteren ) — Sinaiticus*, 2, C, L, W, Θ, f13, handschriften van de Byzantijnse tekst

Matteüs 1,21 τεξεται δε σοι υιον (Dan zal zij u een zoon baren) — syrs,c τεξεται δε υιον (Dan zal zij een zoon baren) — rell

Matteüs 1,21 αυτος γαρ σωσει τον κοσμον (want hij zal de wereld redden) — syrc αυτος γαρ σωσει τον λαον αυτου (want hij zal zijn volk redden) — rell

Matteüs 1,22 δια Ησαιου του προφητου (door Jesaja de profeet) — D 269 954 ita,b,c,d vgmss syrs,h,pal copsams arm Diatessaronsyr Irenaeuslat δια στοματος Ησαιου του προφητου (bij monde van Jesaja de profeet) — syrc δια του προφητου (door de profeet) — rell

Matteüs 1,23 καλεσεις το ονομα (usg zal hem noemen) — B D 2* itd(c),ff1 copbomss Origenes Eusebius καλεσει το ονομα (hij zal zich noemen) — itd* καλεσουσιν το ονομα (ze zullen hem noemen) — rell

Matteüs 1,24 ἐγερθεὶς (wakker) — א, B, C, Z, 071, f1 διεγερθεὶς (werd wakker) — C3, Dea, L, W, 087, f13, Byzantijnse mss

Matteüs 1,25 υἱὸν (een zoon) — א, B, Zvid, 071vid, ƒ1, ƒ13, pt, 33, 1192 itb,c,g1,k syrc,palmss mae-1 geo Ambrosius Chromatius αυτω υιον (aan hem een zoon) — syrs τον υιον (de zoon) — copbo υιον αυτης (haar zoon) — 1182 copsa τον υιον τον πρωτοτοκον (de eerstgeboren zoon) — D* L itd,q τὸν υἱὸν αὐτῆς τὸν πρωτότοκον (zijn eerstgeboren zoon) — C, D, Ke, L (laat αὐτῆς weg), W, Δ, Π, 28, 565, 700, 892, 1009, 1010, 1071, 1079, 1195, 1216, 1230, 1241, 1242, 1365, 1646, 2148, 2174, Byz, Lect, ℓ 70, ℓ 185, ℓ 333, ℓ 1761, itaur, f, ff1, vg

Matteüs 2,3 πασα (iedereen) — weggelaten door D

Matteüs 2,4 παρ' αυτων (bij zich) — weggelaten door D Γ

Matteüs 2,5 per Esiam prophetam dicentum (door Jesaja de profeet die zei) — ita δια του προφητου Μιχαιου (door de profeet Micha) — 4 copboms δια του προφητου (door de profeet) — rell

Matteüs 2,9 επανω (boven) — weggelaten door syrs Origenes

Matteüs 2,9 του παιδιου (van het kind) — D it ου ην το παιδιον (waar het kind was) — rell

Matteüs 2,11 ευρον (ze vonden) — 2c, 474, itaur,b,c,ff1,g1 vg ειδον (ze zagen) — rell

Matteüs 2,11 τας πηρας (hun tas) — Epiphanius τους θησαυρους (hun schatkisten) — rell

Matteüs 2,15 του στοματος Ησαιου του προφητου (bij monde van Jesaja de profeet) — syrs του προφητου (de profeet) — rell

Matteüs 2,17 ρηθεν υπο Κυριου δια Ιερεμιου (gesproken door de Heer middels Jeremia) — D itaur

Matteüs 2,18 κλαυθμὸς (tranen) — א, B, 0250, f1, it(q), aur, b, c, f, ff1, g1, k, l, 1, vg, syrp, pal, copsa, bo, eth θρηνος (geklaag) — copbo θρῆνος καὶ κλαυθμός (geklaag en geween) — C, D, K, L, W, Δ, Π, f13, 28, 33, 565, 700, 892, 1009, 1010, 1071, 1079, 1195, 1216, 1241, 1253, 1365, 1546, 1646, 2148, 2174, Byz, ℓ 70, ℓ 150, ℓ 185, ℓ 1761, syrcur, syrs, syrh, arm

Matteüs 2,18 βρυγμος (tandgeknars) — Z οδυρμος (gekerm) — rell

Matteüs 2,21 ηλθεν (ging) — D, L, W, 0233, 0250, f1, f13 ℳ εισηλθεν (ingevoerd) — א B C pc επανηλθεν — copsa Eusebius

Matteüs 3,3 φωνη βοωντος εν τη ερημω (luid klinkt een stem in de woestijn) — weggelaten door syrs

Matteüs 3,3 ευθειας ποιειτε τας τριβους αυτου (maak recht zijn paden) — weggelaten door itk syrs

Matteüs 3,3 (zie Jesaja 40,3) του Θεου ημων (van onze God) — itb syrc Irenaeus weggelaten (zie vorige variant) — itk syrs αυτου — rell

Matteüs 3,5 παιδια Ιεροσολυμα (de kinderen van Jeruzalem) — syrs,c τα Ιεροσολυμα (de Jeruzalemieten) — 157 1071c πασα Ιεροσολυμα (heel Jeruzalem) — 517 892 1424 πασα η Ιεροσολυμα (iedereen uit Jeruzalem) — ƒ1 22 1365 ita,k,l vgms arm Origenes Ιεροσολυμα (Jeruzalem) — rell

Matteüs 3,6 εις τον Ιορδανην (de Jordaan in) — 983 1689 εν τω Ιορδανη (in de Jordaan) — C3 D K L Π ƒ13 28 700 892 𝔐 lat mae-1 εν τω Ιορδανη ποταμω (in de Jordaanrivier) — א B C* M S W Δ 0233 ƒ1 22 33 157 346 579 1424 itq syr cop arm Origenes

Matteüs 3,9 εν εαυτοις (bij jullie zelf) — weggelaten door itmss syrs Chrysostomus

Matteüs 3,11 οπισω μου (na mij) — weggelaten door 101 ita,d copsamss Cyprianus

Matteüs 3,11 και πυρι (en vuur) — weggelaten door E S V Ω 2 28 517 579 1424 𝔐 syrpal

Matteüs 3,14 Ιωαννης (Johannes) — weggelaten door א* B 𝑙1043 copsa Eusebius

Matteüs 3,15 τοτε αφιησιν αυτον βαπτισθηναι (Toen stond hij hem toe om gedoopt te worden.) — syrs,c [τοτε αφιησιν αυτον] et cum baptizaretur lumen ingens circum fulsit de aqua, ita ut timerent omnes qui advenerant (Toen stond hij het hem toe. En toen hij gedoopt zou worden, scheen een enorm licht uit het water, zodat zij alleen vreesden voor hij die gekomen was.) — ita [τοτε αφιησιν αυτον] et cum baptizaretur Iesus lumen magnum fulgebat de aqua, ita ut timerant omnes qui congregati erant (Toen stond hij het hem toe. En toen Jezus gedoopt zou worden, was een groot licht uit het water aan het schijnen, zodat allen die bijeengekomen waren zouden vrezen.) — itg1 και πυρ ανηφθη εν τω Ιορδανη (En een vuur ontstak in de Jordaan.) — Justinus de Martelaar ...het licht dat verscheen op het water van de Jordaan... — DiatessaronTatianus (volgens Efrem de Syriër) και ευθυς περιελαμψε τον τοπον φως μεγα (En onmiddellijk verlichtte een groot licht die plek) — EvangelieHeb (volgens Epiphanius)Epiphanius, Panarion 30:13 τοτε αφιησιν αυτον (Toen stond hij het hem toe.) — rell

Matteüs 3,17 λεγουσα προς αυτον Συ ει ο υιος μου (die tegen hem zei, "Jij bent mijn zoon") — D ita,d syrs,c,pal Irenaeus λεγουσα Ουτος εστιν ο υιος μου (die zei, "Dit is mijn zoon") — rell

Matteüs 4,2 και νυκτας τεσσερακοντα (en veertig nachten) — weggelaten door ƒ1 syrc Irenaeus

Matteüs 4,4 εκπορευομενω δια στοματος (dat uit de mond komt) — weggelaten D ita,b,d,g1 Clemens Tertullianus Augustinus

Matteüs 4,6 βαλε σεαυτον εντευθεν κατω (werp uzelf dan vanaf hier naar beneden) — C* Θ syrs copbo βαλε σεαυτον κατω (werp uzelf dan naar beneden) — rell

Evangelie volgens Marcus