thumb|Maurits Mok in 1976. Maurits Mok (Haarlem, 7 november 1907 - Bergen, 7 februari 1989) was een Nederlands schrijver, dichter, literatuurcriticus en vertaler. In de jaren dertig werkte hij op een handelskantoor waar hij onder andere correspondent was. Hij publiceerde gedichten in het katholieke tijdschrift De Gemeenschap, dat de stem was van een christelijke beweging, die ondogmatisch de band tussen geloof en samenleving wilde aanhalen.Theo Bijvoet, e.a.: De Gemeenschap, Schrijversprentenboek 24, Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, 's-Gravenhage 1986, p. 2 Mok heeft zich nooit een uitgesproken representant van de joodse traditie gevoeld. Hij leefde meer in de traditie van het christendom, verklaarde hij tegenover Wim Hazeu. ‘Veel van de elementen, die mij later als dichter door de geest zouden spelen, werden mij later door de geschiedenis in een ruiker aangeboden’.Wim Hazeu, Ik zie het altijd voor het eerst. In gesprek met Maurits Mok (1971), in Dimensie, jrg 3, no. 1, 1978, p 61-64

Geschiedenis In 1934 debuteerde Mok met zijn roman Badseizoen. Dat hij met name schreef over zijn traumatische ervaringen in de Tweede Wereldoorlog moet zo worden begrepen, dat het thema van het verdoolde volk ook al voor de oorlog de onderstroom van zijn poëzie bepaalde.

Kort voor het begin van de oorlog verhuisde het middenstandsgezin Mok, vader, moeder, Maurits en een twee jaar oudere zus naar Zandvoort. Het landschap van duin en zee zou altijd de achtergrond van zijn gedichten blijven. Mok, die eigenlijk Mozes heette, veranderde deze naam in Maurits. Toen de kuststrook voor Duitse verdedigingswerken ontruimd moest worden trokken zijn ouders en zus naar Amsterdam. Daar zijn ze in 1944 verraden en vermoord in Dachau. Mogelijk heeft Mok kort ondergedoken gezeten in het Gooi, maar zelf ontkent hij dat. ‘Ik ben in de oorlogsjaren wel eens op de vlucht geweest, maar ondergedoken niet. Ik heb wel met een ster gelopen, maar heel kort'.Lisette Lewin, Literair proza, poëzie en de pers, in: Het clandestiene boek 1940-1945, van Gennep, Amsterdam, 1983, p 114, Hij publiceerde in die tijd verschillende werken onder pseudoniemen als Hector/Hendrik Mantinga, Victor Langeweg en Jan Luyken jr..Wim Hazeu, Het literair speudoniemen boek, 1987, De Bijenkorf, blz. 61-64 Ook vertaalde hij boeken en hoorspelen van onder anderen Sartre, Hegel, Heidegger, Pierre Teilhard de Chardin, Margaret Mead, Abraham Maslow, Theodor Adorno, Pearl S. Buck, Heinz G. Konsalik, Koestler, Gustav Landauer, Dorothy L. Sayers, Theodor Plievier, Guy de Maupassant, Georges Simenon en Huxley. Als literatuurcriticus zat Mok enkele malen in de jury van de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (1948, 1951, 1956, 1959), Boekenmarkt-prijs (1958, 1962), Anne Frank-prijs (1963) en de P.C. Hooft-prijs (1970).

Epiek Maurits Mok was in de jaren dertig en veertig een van de weinige auteurs die verhalende, epische gedichten schreven. Martinus Nijhoff, Ed Hoornik en Slauerhoff deden dit een enkele keer, maar Mok maakte het tot een zwaartepunt van zijn werk. Hij zag in deze dichtvorm een mogelijkheid om strijdbaarheid uit te drukken, maar moest later wel erkennen, dat deze dichtwijze vatbaar was voor gemeenplaatsen en rijmdwang. Critici reageerden wisselend op zijn productiviteit, van prijzend tot vaak afkeurend. Een epos typerend voor Moks talent en zijn wereldbeeld is het 'Kaas- en broodspel' uit 1938. De wereld bestaat uit de strijd van de natuur, maar ook uit strijd van de mensen. In dit geval het gevecht van de West-Friese boeren tegen het leger van de graaf van Holland, uit verzet tegen nieuwe belastingen. Het enige wat zij verlangden, kaas en brood, droegen zij in hun vaandels mee. Het woord 'spel' dat Mok in de titel gebruikte, duidt op de wisselvalligheid van het gebeuren. Het perspectief is aanvankelijk wijd en vredig:

Zoo was het eeuwig, water, wind en wolken, In kudden drijvend naar den horizont, als op een vreemde reis verloren volken, wier hunker nimmer meer de doortocht vond naar het beloofde land; … Dan vallen de soldaten van de graaf aan:

Totdat een krijgsman zijn klaroenen stootte en door de landen joeg een ruiterbent, als pijlen op de einder afgeschoten; de manen stonden vlammend overend; de morgenzon werd vurig in hun zwaarden, een huivering doorliep het rijpe graan, terzij gedrongen door de drift der paarden; vertrapt en tot een lege huls vergaan;Kaas- en broodspel, de Tijdstroom, Lochem, 1938, p. 5, 8

Gedichten

In zijn latere gedichten vond Mok een korte en betere vorm om zijn gedachten uit te drukken. Het thema van de menselijke vergankelijkheid valt in zijn poëzie samen met het lot van het joodse volk. Criticus en dichter Adriaan Morriën herkende de houding van Mok in zijn gedichten als een ‘humanisme uit protest’, niet als ideaal maar als ‘een uiting van een hartgrondig wantrouwen in de mens en in de menselijke staat’, een gevoel van vergeefsheid, dat tot uiting kwam in de grote elementen van wind en zee, die soms overvloeide in vergetelheid, ‘een vorm van berusting, waarin nog een laatste verzet, een zekere hoog gestemde wrevel wordt uitgedrukt'.Adriaan Morriën ,Humanisme uit protest, in: Concurreren met de sterren, van Oorschot, Amsterdam, 1959, p. 91-93 De tijdloosheid van het leven vindt zijn uitdrukking in de wereld van strand en zee. In 'Strand in de schemer' schreef hij:

Kinderen speelden toen de schemering verdonkerde nog in de laatste lichtbaan. Hun lachen was boven de zeerand een ander, blinkender water. Verderop verging het strand. Een late vogel rustte er in zichzelf en hield nog wat glans bijeen op zijn vergrijzende veren totdat een losse golf hem verder joeg.Terug door de tijd, ‘s Gravenhage, BZZTÔH, 1987, p. 17

Als samenvatting van het poëtisch en thematisch credo van Maurits Mok kan het gedicht 'Gedenk de mens' gelden uit de gelijknamige bundel.

De mens daar, in zijn huid van licht; boven zijn ogen vangt zijn haar de wind; met alle stilten houdt zijn stervend lijf gelijke tred, met elke vinger boort hij peilloos water aan.

De klank die van zijn lippen in de lucht verglijdt, het slapen dat zijn hoofd met stof van droom bemantelt, zij omlijnen zijn kracht, zijn weemoed, zijn volkomen stand in zin die waanzin wordt.

Gedenk de mens, hoe hij zijn morgen heft, twee handen onder schalen vuur, de estafette van de eeuwigheid. Gedenk de mens, het teken aan de muur, het vlees dat zich als woord verspreidt.Gedenk de mens, Bakker, Daamen, Den Haag, 1957, p. 5

Proza

Het karakter van het verhalend proza van Mok wordt in de bundel 'Het feest van Hercules' door de uitgever als volgt gekwalificeerd: ‘De verhalen van Maurits Mok hebben alle een sterke vermenging van fantasie en realiteit, vaak hebben ze te maken met natuurkrachten of de sfeer van geheimzinnig landhuizen’. Kenmerkend is ‘het dualisme tussen verdrukkende verbondenheid aan de realiteit en de overstijgende droomverbeelding’.Maurits Mok, Het feest van Hercules, korte verhalen, van Nijgh & Ditmar, ’s Gravenhage, Rotterdam, 1977 In het verhaal 'La Lorraine' uit deze bundel schept de auteur een vervreemding, die dicht bij huis ligt. ‘Een uithoek van het dorp. Eigenlijk bestond het dorp uit louter uithoeken…Ik ging er menige avond naar bed met de gedachte dat het de komende uren wel zou vergaan. En als ik insliep, met de wind in de oren, wist ik de ondergang zich aan het voltrekken was. Het dorp dat ik de volgende morgen vond leek op het oude, maar was een ander, door de dood heengegaan en met het raadsel van de wedergeboorte in zijn trekken’.Id., La Lorraine, p. 67, 68 Personen in verhalen en novelle zijn eenzamen, kleine zwoegende middenstanders en een wat zwaar tillende dromerige jongeman. Soms opent in zo'n verhaal een vergezicht, typerend voor de schrijver. 'Men loopt op straat en denkt: de wind komt van ver, de wereld is groot en diep, er zijn veel landen en zeeën, aarde en hemel zijn in vol bedrijf, een gigantisch bouwwerk, waarin of waarachter zelfs de scherpste blik den bouwmeester niet kan ontdekken'.De tweede Jeugd, de Tijdstroom, Lochem, 1939, p. 13

Bibliografie Romans/Kinderboeken 1933 - De Tweede Jeugd (Digitale versie) 1934 - Badseizoen. Roman (Digitale versie) 1935 - De jongens van Duindorp 1937 - De nieuwe baron von Münchhausen van 1937 (Digitale versie) 1939 - Figuren in het Zand (Digitale versie) 1941 - De vliegende Hollander (Digitale versie) 1944 - Licht in donkere dagen. Twee verhalen (Onder het pseudoniem van Victor Langeweg) (Digitale versie) 1946 - Voorspel tot het leven (Digitale versie) 1948 - Strijd zonder einde (Digitale versie). In 1975 verschenen als: Dorp in de branding. Roman 1957 - Het geheim van de Beukenhorst 1958 - Niemandsland 1962 -1963 - Dr. Kwekkeltee 1: Dr. Kwekkeltee vindt een paard 2: De fluit van Dr. Kwekkeltee 3: Dr. Kwekkeltee in Zeedorp 4: Dr. Kwekkeltee als goudmaker 5: Dr. Kwekkeltee koopt een eiland 6: Dr. Kwekkeltee wil tekenen 1963 - De ontmaskering. Roman 1976 - Dorp in de branding. Roman 1977 - Het feest van Hercules. Korte verhalen. Bevat o.a.: 1. Het feest van Hercules; 2. La Lorraine; 3. Worstdag 1979 - De ondergrondse 1982 - Het haarlint. Twaalf verhalen 1987 - Een mens van nergens. Novelle

Gedichten 1938 - Exodus (Digitale versie) 1938 - Kaas- en broodspel (Digitale versie) 1939 - De rattenvanger. Een gedicht (Digitale versie) 1939 - Verloren droomen (Digitale versie) 1940 - Scheppingsdroom (Digitale versie) 1941 - Verzen - De Peperbus IV (Uitgeverij Bigot & Van Rossum, 400 genummerde exx., 33 blz.) (Digitale versie) 1943 - De zeven hoofdzonden (Onder het pseudoniem van Hector Mantinga. De Bezige Bij, de Jong 571) (Digitale versie) 1944 - Een naamloos strijder (Onder het pseudoniem van Hector Mantinga) https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=DEJONG:000023997 (Digitale versie) 1944 - De Vader spreekt (Onder het speudoniem: Hector Mantinga, De Bezige Bij, Amsterdam) (Digitale versie) 1945 - Europa. Gedicht (Digitale versie) 1945 - Verzen van Nederland (Bayard Pers, F.G. Kroonder, Bussum) (Digitale versie) 1946 - Salvis titulis. Gedichten 1946 - Het wankel hart. Gedichten 1948 - Silhouetten. Verzen (Digitale versie) 1949 - Vergeefs gebaar. Gedichten 1950 - Aan de vermoorden uit Israël, en In memoriam sororis (Digitale versie) 1952 - Storm uit het oosten 1953 - De spoorwegstaking 1955 - Woorden in het donker ca. 1955 - Rom bom bom. Gedichten 1956 - Stormen en stilten 1957 - Gedenk de mens. Gedichten 1958 - Het lied van de olifant 1958 - Niemandsland 1960 - Vuurmerken 1962 - Berijmde bokkesprongen 1962 - Dwars door de zomer 1964 - Een zak pepernoten, Riemke en Maurits Mok 1965 - Weer een zak pepernoten, Riemke en Maurits Mok 1965 - Achtergrond 1967 - Stadiën. Bevat werk uit zijn bundels (1938-1965) en ongebundeld werk 1970 - Avond aan avond 1972 - Met Job geleefd 1975 - Grondtoon 1977 - Gedichten van zestig tot zeventig. Bevat: 1. Avond aan avond; 2. Met Job geleefd; 3. Grondtoon; 4. De tijd gaat over 1977 - Zeven gedichten & een fragment 1980 - Bij brood alleen 1981 - Achterwegen 1982 - Verwaaiende raadsels 1983 - De doorleesbril 1983 - Oud dorp van storm en stilte, door Maurits Mok ... e.a. 1984 - Terug door de tijd 1985 - Laat getijde 1987 - Nachtblauw 1987 - Altijd de aarde

Vertalingen 1940 - Oproep tot socialisme. Vert. van Aufruf zum Sozialismus door Gustav Landauer, 1911 (Digitale collectie) 1941 - Van de heksenwaag te Oudewater en andere te weinig bekende zaken door Casimir K. Visser (= pseudoniem van Kurt Baschwitz; voorrede van Jan Romein; uit het Duitsche manuscript vert. door M. Mok 1946 - Zangen uit de stad des doods. Vert. van: Gesänge aus der Stadt des Todes door Hermann Adler 1949 - Tussen aarde en hemel. Feiten toekomstdromen. Vert. van: Entre terre et ciel door A. Piccard