Weiden in der Oberpfalz, in ambtelijke documenten soms afgekort tot Weiden i.d.OPf., is een kreisfreie Stadt in de Duitse deelstaat Beieren. De stad telt inwoners () op een oppervlakte van 70,5 km².

Stadsindeling

Er bestaan 15 Stadtteile, die in ieder 3-8, in totaal 83, statistische districten zijn onderverdeeld. en{ https://web.archive.org/web/20220926072950/https://www.weiden.de/fileadmin/user_upload/A_Stadt-Rathaus-Buerger/A01_Willkommen/Monitoring_und_Statistik/a1_bevoelkerungsbestand_HP.pdf | }

Nr. Stadsdeel Oppervl.km² Bevolking* Opm. Bevolk. dichth. (personen per km²) 01 Altstadt 0,98 3.943 Zuidelijke helft centrum met de historische stadskern4023 02 Scheibe 0,86 2.296 Noordelijke helft centrum2669 03 Hammerweg 4,32 5.559 1286 04 Weiden-Ost II 10,45 2.829 incl. Tröglersricht, Zollhaus, Almesbach 270 05 Weiden-Ost I 3,14 2.490 792 06 Bahnhof-Moosbürg 2,55 1.466 574 07 Fichtenbühl 1,27 1.192 incl. Ermersricht938 08 Stockerhut 1,80 3.953 2196 09 Lerchenfeld 1,45 4.459 3075 10 Weiden-West 5,03 2.062 incl. Brandweiher 409 11 Rehbühl 1,53 6.538 4273 12 Mooslohe 5,50 3.559 incl. Moosöd 647 13 Neunkirchen 11,50 1.718 incl. Frauenricht , Latsch , Halmesricht, Spitalöd en Wiesendorf149 14 Rothenstadt 11,73 3.145 incl. Ullersricht , Neubau , Maierhof , Mallersricht en M.-Ziegelhütte268 15 Weiden-Land 8,43 235 bestaande uit de plaatsjes Muglhof , Matzlesrieth , Unterhöll , Mitterhöll , Trauschendorf en Oedenthal27   Weiden 70,54 45.444   * 31-12-2021 incl. tweede-woningbezitters

In 2020 (1987) was 55 (78)% van de bevolking van de gemeente rooms-katholiek, 16 (19)% evangelisch-luthers en 29 (4)% aanhanger van een andere godsdienstige gemeenschap, dan wel atheïst.

Een andere indeling van Weiden is die in de eigenlijke Kernstadt en diverse later aan de gemeente toegevoegde plaatsen. Aldus ontstonden 9 zogenaamde Gemarkungen:

Gemarkung Oppervlakte (ha) Weiden i. d. OPf. 3450 Frauenricht 817 Rothenstadt 686 Gemarkung Oppervlakte (ha) Neunkirchen b.Weiden 528 Muglhof 519 Mallersricht 450 Gemarkung Oppervlakte (ha) Matzlesrieth 325 Schwarzenbach 201 Manteler Forst 77

Geografie De stad ligt in het bosrijke gebied Oberpfälzer Wald, 80 km ten noorden van Regensburg, ongeveer 65 km ten zuidoosten van Bayreuth en 100 km ten oosten van Nürnberg. De grens met Tsjechië is hemelsbreed 30 km oostwaarts, maar ligt over de weg 40 km verwijderd. Door de stad stroomt de Waldnaab, de noordelijke bronrivier van de Naab.

Naburige gemeentes In het noorden: Neustadt an der Waldnaab Altenstadt an der Waldnaab Störnstein Schirmitz Theisseil In het oosten: Vohenstrauß Pirk Bechtsrieth In het zuiden: Luhe-Wildenau Etzenricht In het westen: Weiherhammer Mantel Parkstein Schwarzenbach (Oberpfalz).

Infrastructuur

De belangrijkste hoofdverkeerswegen in de gemeente Weiden zijn: A93, van noord naar zuid Hof- Weiden- Regensburg; de afritten 22 (noord) t/m 25 (zuid) liggen bij Weiden. Bundesstraße 22, van noordwest naar zuidoost Bayreuth- Weiden- Cham Bundesstraße 470, westwaarts naar Forchheim

Sinds 1863 is de stad via het station, dat officieel Bahnhof Weiden (Oberpf) heet, aangesloten op het spoorwegnet. Spoorverbindingen bestaan met Bayreuth, Regensburg, Oberkotzau ( met overstapmogelijkheid naar Hof) en Neukirchen bei Sulzbach-Rosenberg, met overstap naar Neurenberg. Het station ligt minder dan een kilometer ten zuidwesten van de binnenstad.

De stad beschikt sedert 1964 over een klein vliegveld, vooral bedoeld voor helikopters en voor de zweefvliegsport en andere sport- en hobbyvliegtuigjes. Het veld heeft de ICAO-code EDQW. De start- en landingsbaan meet 600 x 60 meter, waarvan 580 x 10,5 meter met beton verhard. De geografische coördinaten luiden: 49° 40′ 44″ noorderbreedte, en 12° 6′ 59″ oosterlengte. Het veld ligt op 405,4 m (1.330 ft) boven zeeniveau, op 4 km ten westen van het centrum van Weiden in der Oberpfalz. Ter plaatse is een traumahelikopter gestationeerd. Er is een vliegschool, waar men sportvliegtuigjes en helikopters kan leren besturen.

Economie

Van noord naar zuid, langs de spoorlijnen, ligt een langgerekte, smalle zone van bedrijventerreinen. Veel bedrijvigheid hier is alleen van regionale of lokale betekenis.

De stad heeft een traditie op het gebied van de fabricage van glas en porselein. Deze bedrijfstakken zijn in de 20e eeuw in belang afgenomen. Toch zijn er te Weiden nog twee kleine porseleinfabrieken overgebleven. Eén daarvan, Seltmann, maakt kop en schotels, serviesgoed e.d. voor dagelijks, huishoudelijk gebruik. De andere onderneming, Bauscher, levert dit soort artikelen aan met name luxe horecabedrijven.o.a. Burj al Arab, Dubai. Verder is er nog één fabriek, Nachtmann, die o.a. van loodglas drinkglazen, flessen, vazen e.d. produceert.Productie voornamelijk te Neustadt an der Waldnaab; logistiek centrum en hoofdkantoor te Weiden. Vervangende werkgelegenheid ontstond vanaf de jaren-1990 in o.a. de branches kunststof verwerkende industrie, computertechnologie en productie van auto-onderdelen. In Weiden is het hoofdkantoor gevestigd van ATU, een landelijke keten garagebedrijven, die vooral autobanden vervangen, en, anno 2022, van plan zijn, zich op het onderhoud van fietsen en e-bikes toe te leggen.

In de stad staat het hoofdkantoor van het in 1907 opgerichteIn 1934 had dit bedrijf 5.266 personeelsleden en behoorde tot de grootste postorderbedrijven in kleding van geheel Europa. Witt Weiden, een groot postorderbedrijf in dameskleding, dat tot de Otto Group behoort.

De gemeente heeft zich, na de val van het IJzeren Gordijn in 1989, ook toegelegd op uitbreiding van het winkel-areaal, mede met het oog op klanten uit Tsjechië. Daartoe is in 2019 een groot, modern winkelcentrum met de naam NOC Weiden (18.000 m2 winkeloppervlak, 55 winkels) gerealiseerd.

De Bundeswehr beschikt in het westen van de stad over de Major-Radloff-Kaserne, waar meer dan duizend soldaten van uiteenlopende legeronderdelen gestationeerd zijn. Verder beschikt Weiden in der Oberpfalz over een groot ziekenhuis met meer dan 550 bedden en 1800 medewerkers, en talrijke, regionale, ambtelijke instanties.

De stad beschikt over enige bezienswaardigheden in de binnenstad en ligt in een bosrijke omgeving. Hierdoor is enig toerisme ontstaan.

Geschiedenis

Weiden ontstond in de middeleeuwen op een kruising van twee oude handelsroutes, de Goldene Straße (Neurenberg-Praag), en de reeds sinds de Jonge Steentijd bestaande noord-zuidroute van de vindplaatsen van barnsteen aan de Oostzee via het huidige Maagdenburg en de bergpassen over de Alpen naar Italië. In een document uit 1241 wordt de stad voor het eerst vermeld als „apud Weithaa“, wat volgens een meerderheid van de geleerden bij de wilgen betekent. De plaats ligt aan de Naab, waar tot op de huidige dag hier en daar ooibossen met veel wilgenbomen (Duits: Weiden) te vinden zijn. In het stadswapen is ook een wilg afgebeeld. In welk jaar Weiden stadsrechten heeft verkregen, is niet meer bekend; de meeste historici plaatsen dit in de 13e eeuw, omdat in die tijd Weiden reeds in een document een Statt genoemd wordt.

Rondom de stad liggen een aantal dorpjes, waarvan de plaatsnaam op -richt eindigt. Dit is een plaatselijke variant van -reuth, in het Nederlands: -rode. Uit middeleeuwse documenten blijkt, dat deze plaatsjes als ontginningsnederzettingen zijn ontstaan bij plekken, waar bos is gerooid.

De grootste bloeiperiode van Weiden was grofweg van plm. 1375 tot 1618. Het grootste deel van de stad is in de late 14e eeuw planmatig aangelegd en ommuurd. In die tijd is ook een molenbeek (Stadtmühlbach) van de Naab afgeleid, die nog steeds langs het centrum loopt. In 1536 en 1540 werd de stad door grote stadsbranden getroffen. In de 15e en 16e eeuw bloeide de stad vooral door drie bedrijfstakken: de textielnijverheid (Tuchmacher), de pottenbakkerij (Hafner) en de leerlooierij (Lederer). De leerlooiers woonden in een apart stadswijkje.

Van 1421 tot 1714 maakte de plaats binnen het Vorstendom Opper-Palts deel uit van een condominium Parkstein-Weiden. In 1623 werd Wolfgang Willem van Palts-Neuburg heer van beide helften van dit condominium. In de 16e eeuw was de stad, doordat de heersers protestants geweest waren, evangelisch-luthers geworden. Wolfgang Willem was echter orthodox rooms-katholiek en dwong een rekatholisering van het gebied af. In enkele sinds driekwart eeuw evangelisch-lutherse kerkgebouwen leidde dat, in Neunkirchen pas in 1652, tot een verbouwing tot simultaankerk, andere nieuw gebouwde godshuizen waren uitsluitend rooms-katholiek. Gedurende de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) hadden Weiden en omgeving veel te lijden van oorlogsgeweld, o.a. bezetting in 1634 door Zweedse troepen. Daarna lag Weiden tot aan de Napoleontische tijd in het Vorstendom Palts-Sulzbach (1615-1791).

In 1863 begon de periode van industrialisatie met de aansluiting van Weiden op het spoorwegnet. De stad werd een centrum van keramiek- en glasindustrie, met rond 1900 voor het eerst meer dan 10.000 inwoners.

In 1919 werd Weiden een kreisfreie Stadt.

Ten tijde van Adolf Hitlers Derde Rijk, werden in het westen van de stad een kazerne voor de Wehrmacht en een Stalag, een kamp voor Franse en Russische krijgsgevangenen, gebouwd. In dit gevangenenkamp stierven veel van de hier opgesloten mannen aan de combinatie van zware dwangarbeid, honger, besmettelijke ziektes en onmenselijke behandeling door de kampbewakers. Voor deze slachtoffers is later een monument opgericht op de begraafplaats, waar hun stoffelijke overschotten rusten. De Tweede Wereldoorlog trof Weiden zwaar op 5 en 16 april 1945, toen de stad door geallieerde vliegtuigen gebombardeerd werd. Bij het tweede bombardement ontplofte een bij het station staande munitietrein, wat ten minste 60 mensen het leven kostte. Op 17 april viel Weiden in handen van Amerikaanse troepen.

Tussen 1945 en 1955 steeg het bevolkingscijfer van Weiden sterk. Duizenden Heimatvertriebene, vooral uit Tsjechië verdreven Sudeten-Duitsers, moesten in de stad een nieuw thuis vinden.

Bezienswaardigheden, cultuur, toerisme De stad heeft een historisch oud centrum, waar talrijke monumentale, oude huizen uit de 16e-19e eeuw bewaard gebleven zijn. Vooral het langgerekte marktplein, begrensd door de poorten Oberes Tor en Unteres Tor, is hier rijk aan. Van de stadsomwalling zijn nog muurfragmenten, enkele torens en de stadspoort Unteres Tor behouden. De poort Oberes Tor is vervangende nieuwbouw uit 1911. De stadstoren Flurerturm, van oorsprong de woning van de Flurer (veldwachter), is als dependance van het politiebureau in gebruik. Twee kerkgebouwen zijn van veel meer dan regionale architectuur- en kunsthistorische betekenis; voor uitvoerige beschrijvingen van deze godshuizen wordt verwezen naar de Duitstalige Wikipedia: de evangelisch-lutherse St.-Michaëlskerk, oorspronkelijk 15e-eeuws, is talrijke malen verwoest en weer herbouwd. Van 1633-1899 was het een simultaankerk, d.w.z. dat in het kerkgebouw zowel protestantse als rooms-katholieke kerkdiensten werden gehouden. De beroemde componist Max Reger was vanaf 1883 zes jaar lang organist in deze kerk, en heeft er veel van zijn jeugdwerken, composities van orgelmuziek, geschreven. Het door hem gebruikte kerkorgel bestaat overigens niet meer. de rooms-katholieke Sint-Jozefkerk in deels neoromaanse stijl, deels (vooral van binnen) Jugendstil; ingewijd in 1901. Op de Obere Markt staat het uit 1539 daterende Oude Raadhuis. Het is tussen 1981 en 1983 gerenoveerd en van een carillon voorzien. Onderin het Oude Raadhuis zijn, evenals in de 16e eeuw al het geval was, enkele kleine winkeltjes ingericht. In de stad staat sedert 1991 een groot congres- en cultuurcentrum, de Max-Reger-Halle. De grote zaal van dit gebouw kan 900 mensen tegelijk een zitplaats bieden. Ook een stadspark, met daarin een monument te zijner ere, is naar Max Reger genoemd. In dit Max-Reger-Park vinden in de zomer regelmatig openluchtconcerten e.d. plaats.