Deze lijst bevat uitdrukkingen, gezegden en termen uit het voetbalcommentaar. Zo mogelijk is degene genoemd die het commentaar geuit heeft, samen met de datum en de gelegenheid waarbij de uitspraak gedaan is.

Aansluitingstreffer of ook wel Anschlusstor is een doelpunt waardoor het verschil tussen twee teams weer tot één doelpunt wordt teruggebracht. Advocaatwissel - In het leven geroepen, nadat bondscoach Dick Advocaat tijdens het EK 2004 Arjen Robben wisselde in de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Tsjechië, bij een 2-1-voorsprong. Robben was op dat moment de beste speler op het veld. Nederland verloor de wedstrijd uiteindelijk met 3-2. Met een Advocaatwissel wordt derhalve een onbegrijpelijke wissel bedoeld. (herkomst 2004) Afhaken: wordt gezegd van een aanvaller die, bij gebrek aan passes of voorzetten in zijn richting, even afzakt naar het middenveld om even de bal te voelen of zelf een aanval op te zetten. Daardoor heeft het team een mannetje meer op het middenveld, wat handig kan zijn. Maar dat duurt best niet te lang want dan ontbreekt er iemand vooraan.Euro 2016, Verklarende woordenlijst voetbalkunde, De Standaard, 2016 Afvallende bal, ook wel Tweede bal genoemd: bal die even van niemand of verloren is wanneer de verdediging een bal lukraak wegkopt of wegtrapt.Van der Zwan, Kees, Recente voetbalwoorden, Onze Taal. Jaargang 79 (2010) Angstgegner of Zwarte beest: kwalijke reputatie van een club die bij een team, vaak omwille van de slechte resultaten die er in het verleden tegen werden behaald, angst inboezemt waardoor dat team, als een selffulfilling prophecy, er waarschijnlijk opnieuw van verliest. Ajax-systeem - Het Ajax-systeem stamt uit het verleden en doelt op de formatie die Ajax in het veld inneemt en tot uitvoering probeert te brengen. Wanneer een trainer van Ajax de besprekingen met de spelers en/of de media voert, spreekt hij niet over een spits, maar over "de 9", voor een schaduwspits wordt "de 10" gebruikt. Louis van Gaal was de trainer die deze benummeringen het meest gebruikte en deze zelfs gebruikte bij de andere clubs waar hij trainer was. Arsenalscore: 1-0, de kleinste overwinning. "Olympiakos boekt Arsenalscore tegen AZ".Voetbalbelgie.be, 16 september 2009 Arsenal FC was in het verleden bekend als "boring, boring Arsenal" omdat het vaak met één doelpunt won. Ausputzer (uit het Duits): laatste man van de verdediging die erom bekendstaat dat hij meestal de bal zo ver mogelijk wegtrapt. Balafpakker: speler (verdediger of middenvelder) die de aanval van de tegenstander weet te ontregelen. Banaan: gekrulde voorzet vanaf de zijlijn van de goal weg. Handelsmerk van Frank Vercauteren. Het beleg duurt voort: een aanval wordt in eerste instantie gepareerd, maar de aanvallende partij houdt balbezit en druk op de verdedigende partij. Betonvoetbal: de tegenpartij het spel laten maken, zelf helemaal inzakken en dan proberen door middel van de counter te scoren (catenaccio). Bewussie: een bewust gescoord doelpunt, wat niet direct blijkt uit de uitvoering ervan.De Coster, Marc, Woordenboek van Populair Taalgebruik, 21 juni 2020 Bobo: aan Ruud Gullit toegeschreven benaming voor voetbalbestuurders en sponsors. Kan bondsbonzen betekenen; is ook Sranantongo voor sukkel of slome. Box-to-box speler: Een middenvelder die zowel meewerkt aan de aanval als aan de verdediging. Brilstand: Een 0-0 (lijkt op een bril) eindstand. Catenaccio (letterlijk: grendel): manier van spelen die populair is in Italië. Sterk verdedigende manier van voetballen waarbij doelpunten uit een counter voort moeten komen. Champagnevoetbal: technisch verfijnd, hoogstaand combinatievoetbal, sprankelend als champagne, in tegenstelling tot saai, verdedigend of countervoetbal. In het verleden gezegd van de voetbalstijl van Anderlecht. Chocoladebeen: het minst getrainde of het minst ontwikkelde been van een voetballer waarmee dus ook het slechtst getrapt of gesprongen kan worden. Bij een rechtsbenige speler het linkerbeen en bij een linksbenige speler het rechterbeen.Ensie.nl. Counter: vanuit een verdedigende positie heel snel naar voren spelen terwijl het andere team weinig verdedigers heeft. Cruijff-Olsenpenalty: een strafschop die door twee spelers samen wordt genomen; door Johan Cruijff en Jesper Olsen op 5 december 1982 toegepast tijdens Ajax-Helmond Sport. Eerder in de jaren vijftig al toegepast door de Belgische speler Rik Coppens, in 2016 ook door Lionel Messi en Luis Suárez. Een cruijffiaanse uitspraak: vernoemd naar Johan Cruijff, een verwarrende of triviale uitspraak over voetbal doen. Daumscore: 1-0, de kleinste overwinning. Genoemd naar de Duitser Christoph Daum, die als trainer van Club Brugge aanvankelijk vaak met een dergelijke score won. De bal het werk laten doen: de bal passeren i.p.v. met de bal lopen (draven) of dribbelen. Volgens Johan Cruijff was geen man sneller dan de bal en was goed positiespel en het snel laten rondgaan van de bal belangrijker.De Coster, Marc,Voetbalcliché, Ensie, Woordenboek van Populair Taalgebruik, 20 juni 2023 De bal in het mandje leggen: een doelpunt maken, uitdrukking die Johan Boskamp vaak gebruikt. De bal is rond (boektitel van D. Ariese): een cliché-uitdrukking, vaak gebruikt bij de voorbeschouwingen van een wedstrijd, om aan te geven dat een wedstrijd niet altijd door de sterkste wordt gewonnen. Met variant la pelota esta redonda (Spaans voor de bal is rond; Johan Cruijff). De bus parkeren: zeer defensief spelen. Draak van een wedstrijd: wedstrijd waarin totaal niets gebeurt, met andere woorden we hadden beter thuis kunnen blijven. Eenrichtingsverkeer: wordt gezegd als één partij vrijwel constant in de aanval is en de andere partij niets anders kan dan verdedigen. een Een-tweetje: een simpele combinatie waarbij een speler de bal naar een ploeggenoot speelt, zelf doorloopt en de bal direct weer terugkrijgt. Elleboog (o.a. Hugo Borst): het met de elleboog attaqueren van de tegenstander. Engeltje op de lat: wil zeggen dat een keeper geluk heeft dat veel schoten naast het doel verdwijnen. Fopduik: een ander woord voor schwalbe (verzonnen door Evert ten Napel). Gallery play: een manier van spelen waarbij het accent op de schoonheid van het spel ligt, wat vaak wordt bereikt door een individuele actie. Geflatteerde uitslag: een uitslag die de krachtsverhouding niet weerspiegelt, bijvoorbeeld een onverdiend (grote) nederlaag voor een gelijke of zelfs betere ploeg. Gekraakt schot: de bal niet vol kunnen raken waardoor de kracht ontbreekt. Grandelletje: een blunder van de keeper. Naar Franck Grandel, de keeper van FC Utrecht in 2006. Halve maantje: halve cirkel op de rand van het strafschopgebied, met straal van 9,15 meter rond de strafschopstip, waarbinnen enkel de strafschopnemer zich mag bevinden, de andere spelers niet. Hattrick: drie goals van één speler in één wedstrijd. Van een zuivere hattrick spreekt men als de goals in één helft worden gemaakt als een aaneengesloten reeks. Hoog spelen: tactische speelwijze waarbij de een team verder van het eigen doel maar dichter bij het doel van de tegenstander gepositioneerd staat. Wie hoog speelt, loopt het risico dat de tegenstander een diepe bal geeft in de rug van de verdediging. Hoog spelen heeft dan weer het voordeel dat, als je de bal verovert, je dichter bij het vijandelijk doel bent. Omgekeerd, een team dat lager speelt, gaat dichter bij het eigen doel verdedigen waardoor er minder ruimte is tussen de laatste verdediger en het doel. Men speculeert dan te scoren op de counter. Hoog voor de pot: hoge bal die ingekopt moet worden. Hol-Knots-Begoniavoetbal (Bert Jacobs): erbarmelijk slecht voetbal. Inkomen met gestrekt been: een onbesuisde overtreding, gericht op het blesseren van de tegenstander. Ook overdrachtelijk gebruikt buiten de voetbalwereld. Jan van Staa-effect: naar Jan van Staa, opvolger van Rini Coolen. Trainer van FC Twente in 2006. Het Jan van Staa-effect wil zeggen, dat je een goede start maakt met je team, nadat je het roer hebt overgenomen van een trainer die is ontslagen of opgestapt.Docu 'Het Jan van Staa-effect', TV Oost, 2 januari 2021 Kans en mogelijkheid: een kans is een situatie waarin een speler rechtstreeks op doel kan schieten; de voorafgaande situatie wordt wel aangeduid als halve kans of mogelijkheid. Kapotfluiten: doordat een scheidsrechter heel streng fluit, wordt het tempo lager en daarmee het spel vaak saai. Kein keloel: geen gelul, uitgesproken met de Oostenrijkse tongval van Ernst Happel, m.a.w. zo weinig mogelijk praten en streven naar resultaatvoetbal.keinkeloel.nl Kick and rush voetbal: ouderwetse, van oorsprong Engelse, primitieve voetbalstijl waarbij de verdedigers de bal simpelweg met een lange (meer dan 25 meter), hoge voorzet ('lange bal') naar voor trappen, het middenveld overslaand, in de hoop dat de spits de bal kan aannemen en eventueel scoren.Conings, Wim, TACTISCH BEKEKEN. Antwerp trapt een lange bal bij elke halve minuut balbezit, maar dat doen ze niet zomaar, Het Nieuwsblad, 18 augustus 2023 Kluitjesvoetbal (ook: pupillenvoetbal of f'jesvoetbal): veel voetballers in een kluwen rond de bal. Klutsgoal (ook frommelgoal of Uit de kluts): doelpunt uit een chaotische situatie (scrimmage) voor het doel. Naar binnen knijpen: wordt gezegd van een flankspeler (vleugelverdediger of wing back) die naar binnenkomt, d.w.z. zich van de zijkant naar de centrale as van het veld begeeft waardoor er voor de tegenstander minder ruimte en dus minder afspeelmogelijkheden zijn. Komt dat schot!: typerende uitspraak van voormalig sportcommentator Hugo Walker. Kijken hoe het gras groeit: een wedstrijd die zo saai is, dat het groeien van het gras nog boeiender is. Krulbal: een schot richting doel óf een pass, met een mooie speciale boog, net iets anders dan een effectbal. Bedacht door een sportverslaggever van Enschede FM tijdens een wedstrijd van FC Twente. Lange halen, snel thuis: speltype waarbij ballen ver naar voren worden geschoten en dan ook weer snel terug is in de verdediging. Het Legioen: grote trouwe supportersschare, bijnaam voor de Feyenoordsupporters. Luchtmacht: opstelling van kopsterke aanvallers bij een hoekschop of vrije trap. Niet goed in de match zitten: wordt gezegd van een speler die tijdens de wedstrijd onder de verwachtingen presteert, weinig aan de bal is of mislukt in zijn acties (dribbels, balcontrole, passing). Met z'n elven voor de pot hangen: manier van spelen waarbij het hele elftal verdedigt, komt vaak voor als een ploeg op voorsprong staat en deze koste wat kost wil verdedigen. Engels: Parking the [team] bus in front of the goal. Gebruikt door Mourinho. Een mickeymousecompetitie: een voetbalcompetitie die zeer zwak is en geen internationale rol van betekenis speelt. Mispeer: een bal die in een onbedoelde richting van de voet springt, een mistrap. Ook in ruimere betekenis gebruikt als mislukking, afgang of zeperd.Zee-ezel Een muur(tje) optrekken: met een aantal verdedigers dicht tegen elkaar aan gaan staan om bij een vrije trap in de buurt van de goal de aanvaller te hinderen. Nummer 10: vakjargon voor de positie van de aanvallende middenvelder (schaduwspits), die de aanvallers aanstuurt. Komt niet noodzakelijk overeen met het werkelijke rugnummer van de speler in kwestie. Deze denkbeeldige of metaforische nummers zijn bepaald per positie op het veld, te beginnen achteraan met één voor de doelman, dan telkens van rechts naar links verder, tot nummer elf, de linksbuiten. Nummer 6: vakjargon voor de positie van verdedigende middenvelder Naar binnen trekken: als speler meer naar het midden lopen. Olympische goal: doelpunt dat ontstaat na een hoekschop, doordat speler die de corner neemt de bal rechtstreeks in doel trapt (of krult) zonder dat een andere speler de bal raakt. Oorlog in de zestien: verwarring stichten in het vijandelijk strafschopgebied.