Huis te Voorn is een buitenplaats met landgoed bij de Stadsdam in Utrecht. Tot 1995 behoorden Voorn en de Stadsdam tot de woonplaats De Meern.In 1995 werd de Stadsdambuurt bij de gemeente Utrecht gevoegd. Vóór 1400 was Voorn een hofstede met omringende landerijen, in bezit van het Utrechtse Kapittel van Oudminster en in leen gegeven aan leden van de familie Taets. In 1539 verkreeg Voorn de status van ridderhofstad. Omstreeks 1635 vond een verbouwing plaats, waardoor het huis Voorn het uiterlijk kreeg van een kasteel. Aan het einde van de 18e of het begin van de 19e eeuw werd het landgoed omgevormd tot een park in romantische stijl. In 1851 werd het kasteel afgebroken op twee duiventorens na. In 1873 werd aan het begin van de oprijlaan naar het vroegere kasteel een witgepleisterd landhuis gebouwd. thumb|left|Wapen van 't Huys te Voorn, afgebeeld op een Utrechtse wapenkaart uit ± 1674 Locatie Het landgoed Voorn ligt onmiddellijk ten westen van de autosnelweg A2 tussen het Rhijnoordviaduct (over het kanaal Leidse Rijn) en de zuidelijke ingang van de Leidsche Rijntunnel. Het heeft de vorm van een driehoek, waarvan de zuidoosthoek bij het Rhijnoordviaduct ligt, de zuidwesthoek bij de Stadsdambrug en de noordhoek circa 500 meter ten noorden van de Stadsdambrug. De grootte van dit landgoed is ongeveer 8 ha.
Het eiland waarop het vroegere kasteel lag, bevindt zich in het noordelijk deel, dicht bij de rivier de Rijn, waarvan thans weinig meer overgebleven is. Iets ten westen van het kasteel lag en ligt nog steeds een dienstwoning voor personeel. Aan de zuidgrens van het landgoed ligt de Leidse Rijn, een scheepvaartkanaal, aangelegd ter vervanging van de zeer bochtige, moeilijk te bevaren rivier. Toen het daar in de 17e eeuw drukker werd, is de ingang van het landgoed verplaatst naar de Stadsdambrug over dit kanaal.
Geschiedenis van het huis en het landgoed In 1395 werd een hofstede met een halve hoeve land met gerecht, cijns en tiende in leen gehouden door Gerrit van Voorn. Leenbrieven vanaf 1458 noemen ook nog een duifhuis en een molen. Deze Gerrit van Voorn was een lid van het geslacht Taets(e). Hij stamt af van Gerard Taetse, die in 1242 leefde en zichzelf ook Gerard van Voorn noemde, omdat hij op Voorn woonde. Deze Gerard was een achterkleinzoon van Willem van Voorne, die in 1160 leefde. Verschillende leden van de familie Taets noemden zich Taets van Voorn.Ferwerda,1785: Stamlyst van het geslagte van Amerongen De laatste van deze tak van de familie Taets was Hillegonde Taets van Voorn. Zij stierf kinderloos in 1547 en liet Voorn na aan Lubbert van Parijs van Zuidoord. Na zijn dood in 1608 volgde een reeks van wisselingen van eigenaar, waarvan sommige gedwongen door financiële problemen. Dit ging door tot 1819, toen de familie Meertens uit Demerary (Guyana) Voorn kocht. Daarna vonden tot 1951 slechts eigendomsoverdrachten plaats door vererving binnen de familie.
De familie Taets heeft een belangrijke rol gespeeld in de polders ten zuiden van het Huis te Voorn. Mogelijk was dit al het geval tijdens de Grote Ontginning. Het is in elk geval zeker dat een tak van deze familie, die de achternaam Taets van der Maern voerde, in de 14e eeuw het gerecht Heicop bestuurde. Deze familieleden bewoonden de Meernhoeve, gelegen aan het zuidelijke uiteinde van de Meerndijk. De 3 km lange Taatsendijk (waarvan nog twee fragmenten zijn overgebleven) liep vanaf een punt dicht bij Voorn het poldergebied in. Deze dijk eindigde in de Heicopse Polder. Deze polder was slechts een deel van het gerecht Heicop. De Meernhoeve was (en is) ongeveer 6 km van Voorn verwijderd.
thumb|Ridderhofstad Voorn omstreeks 1645 thumb|De overgebleven duiventorens In het jaar 1539 werd Huis te Voorn toegevoegd aan de lijst van erkende ridderhofsteden. Hierna werd het verschillende malen uitgebreid en verbouwd. Omstreeks 1635 vond een ingrijpende wijziging plaats. Deze hield verband met de verbetering van de scheepvaartroute tussen Utrecht en Leiden ten behoeve van de trekvaart. Een deel van deze route werd gevormd door het kanaal Oude Rijn langs de zuidgrens van het landgoed Voorn.Het kreeg toen ook een nieuwe naam, Leidse Rijn. De route werd verkort en obstakels werden verwijderd, waaronder de Stadsdam bij Voorn; deze werd vervangen door een schutsluis en een brug. Hier zou in de toekomst veel meer verkeer passeren dan voorheen, en daarom besloot de toenmalige eigenaar van Voorn de hoofdingang van het landgoed te verplaatsen naar de Stadsdambrug. Een 400 m lange rechte oprijlaan werd aangelegd van deze brug naar het huis. Omdat deze laan aan de achterzijde ervan zou eindigen, werd besloten het huis zo te verbouwen dat de achterzijde voorzijde werd. Mogelijk werd toen ook het huis vergroot, werden de daken ervan verhoogd en voorzien van dakkapellen en werden torens toegevoegd. De beide duiventorens waren in elk geval product van deze verbouwing.
Omstreeks 1800 werden de landerijen rondom het kasteel getransformeerd tot een park in Engelse landschapsstijl. Enkele oudere elementen bleven echter behouden, waaronder de rechte oprijlaan vanaf de Stadsdambrug. Aan de randen van het park werden bospercelen aangelegd. Een zone in het midden, grenzend aan de Leidse Rijn, bleef open met een licht glooiende weide en solitaire bomen. Nadien is deze indeling niet meer gewijzigd, zij het dat in het begin van de 21e eeuw een in het zuidoosten gelegen deel moest wijken voor de aanleg van de Stadsbaan Leidsche Rijn.
In 1851 werd het kasteel afgebroken. De twee duiventorens en het eiland waarop het huis stond bleven hierbij gespaard. Funderingsresten op het eiland zijn eveneens bewaard gebleven. In 1873 werd aan het begin van de oprijlaan bij de Stadsdambrug een witgepleisterd landhuis in eclectische stijl gebouwd.
Het park, de overblijfselen van het kasteel, de dienstwoning uit de 18e eeuw en het landhuis uit 1873 staan op de lijst van rijksmonumenten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Bewoners vanaf 1819
thumb|Anthony Meertens 1753-1815 thumb|Johanna Hendrina Catharina Slengarde
Stamboom
Opmerkingen vooraf
1. De cursief weergegeven namen zijn van personen van wie zeker is dat zij op Voorn hebben gewoond.
2. Deze stamboom is niet volledig. Personen zonder enige relatie met Voorn zijn weggelaten.
Anthony Meertens (*Middelburg 1753, †Clifton (GB) 1815); trouwt in 1780 met Johanna Hendrina Catharina Slengarde (*Demerary (Guyana) 1765, †Bath (GB) 1829) Jacobus Meertens (*Demerary ±1785, †Plantage Vauxhall (Guyana) 1835), trouwt in 1809 met Catharina Anna Maria Slengarde (*Demerary 1789, †De Meern 1861) Anthony Mangelaar Meertens (*Demerary 1816, †Buitenzorg 1881) Johanna Françoise Henriette Meertens (*Amsterdam 1821, †De Meern 1862), trouwt in 1846 met Jacob Carel Martens (*Utrecht 1817, †De Meern 1872) Johanna Henriëtta Antonia Martens (*Zeist 1848, †De Meern 1927), Vrouwe van Vliet vanaf 1898 en Vrouwe van Voorn vanaf 1902; trouwt in 1873 met Hendrik Cornelis Johannes Barchman Wuytiers (*Harderwijk 1843, †Wiesbaden (D) 1898), Heer van Vliet vanaf 1873 Susanna Amelia Martens (*Zeist 1851, †De Meern 1920), trouwt in 1874 met Jan Willem Antonie Barchman Wuytiers (*Harderwijk 1847, †De Meern 1926), Heer van Voorn Hendrik Jan Marie Barchman Wuytiers van Vliet (*Loosdrecht 1875, †De Meern 1916), Heer van Voorn Jan Willem Antonie Barchman Wuytiers van Vliet (*Lopikerkapel 1912, †Bussum 1962) Anthony Mangelaar Meertens (*Demerary 1786, †? ?,na 1831), Heer van Voorn; trouwt in Semarang (Java) in 1812 met Wilhelmina Jacoba Elizabeth Slengarde (*Demerary ?, †Cumingsburg (Guyana) 1866). Zij is een zuster van Catharina Anna Maria Slengarde, echtgenote van Jacobus Meertens Maria Meertens (*De Meern 1820, †? ?) Henry George Ferdinand Meertens (*Demerary 1790, †De Meern 1868), Heer van Voorn; trouwt in 1833 met Susanna Amelia Testas (*Utrecht 1794, †De Meern 1854). Zij is weduwe van Jan Hendrik Martin Martens (*Utrecht 1795, †Utrecht 1828) en komt met vijf jonge kinderen uit haar eerste huwelijk in Huis Voorn wonen. Deze volgen hieronder; het zesde kind is geboren uit haar huwelijk met Henry George Ferdinand Meertens. Jacob Carel Martens (*Utrecht 1817, †De Meern 1872). Trouwt in 1846 met Johanna Françoise Henriette Meertens (zie hierboven). David Jan Martens (*Utrecht 1820, †De Bilt 1862) Anna Elisabeth Cornelia Martens (*Utrecht 1821, †'s-Gravenhage 1905) Jan Louis Anne Martens (*Utrecht 1823, †Utrecht 1909) Johanna Henriëtta Antonia Martens (*Utrecht 1827, †Arnhem 1893) Henri Willem Meertens (*De Meern 1836, †De Meern 1902), Heer van Voorn, opdrachtgever tot de bouw van het landhuis aan het begin van de oprijlaan en eerste bewoner hiervan Catharina Maria Meertens (*Demerary 1792, †? ?) Antoinette Meertens (*Demerary ?,†? ?)
De vader van de familie
De jurist Anthony Meertens (1753-1815) had een bestuurlijke carrière opgebouwd in de provincie Demerary van West-Indië. Deze provincie ligt in de huidige staat Guyana, ten westen van Suriname. In de late 18e eeuw is dit gebied wisselend in handen van de Nederlanders en de Britten. In 1802/1803 is het gebied voor het laatst een Nederlandse kolonie. In die periode van minder dan een jaar is Anthony Meertens gouverneur-generaal van Demerary-Essequebo. Hierna komt dit gebied in Britse handen en dit zal zo blijven tot 1966, het jaar waarin het land Guyana onafhankelijk wordt. In 1808 vertrekt Anthony met een van zijn zoons naar Londen. Hij keert niet meer terug en gaat in het zuiden van Engeland wonen.
Anthony Meertens heeft een groot deel van zijn leven in Demerary gewoond en gewerkt. In 1780 trouwde hij met Johanna Hendrina Catharina Slengarde (1765-1829), een vrouw uit een vooraanstaande Surinaamse/Guyaanse familie. Al hun vijf kinderen zijn in Demerary geboren. Anthony overleed in 1815, zijn vrouw in 1829 in Bath (Engeland). Beiden hadden belangen in Guyaanse plantages en waren rijk.
thumb|Jacobus Meertens ±1785-1835 thumb|Catharina Slengarde 1789-1861Er bestaat enige twijfel of dit portret wel van deze vrouw is. Het werd aangetroffen bij douairière Johanna Henriëtta Antonia Barchman Wuytiers van Vliet, geboren Martens. Ene C.M. Meertens schreef op de achterzijde dat, hoewel zij beweerde dat dit een portret van Antoinette Meertens is, de familie Meertens aanneemt dat dit Catharina Anna Maria Slengarde moet zijn.
De tweede generatie Van de kinderen van Anthony Meertens blijft uiteindelijk alleen de oudste, Jacobus, achter in Guyana. Hij is daar plantagehouder. De tweede zoon, die net als zijn vader Anthony heet, koopt in 1819 de Ridderhofstad Voorn te De Meern voor 100.000 gulden. Zijn moeder, die in Bath (Engeland) woont, is de juridische eigenares van het kasteel. Anthony junior plaatst voor zijn achternaam de familienaam van de moeder van zijn vader en gaat zo verder door het leven als Anthony Mangelaar Meertens. Hij en zijn vrouw, Wilhelmina Jacoba Elizabeth Slengarde, gaan meteen in 1819 in Voorn wonen. In april 1820 wordt hier hun dochter Maria geboren.
In 1821 wordt in Amsterdam een dochter van Jacobus Meertens en Catharina Anna Maria Slengarde geboren. Zij heet Johanna Françoise Henriette en heeft een vijfjarig broertje, Anthony. De moeder en deze twee kinderen gaan op kasteel Voorn wonen. De plantagehouder Jacobus gaat terug naar Guyana.
De derde zoon, Henry George Ferdinand Meertens, woonde al in Nederland voordat Huis te Voorn werd gekocht door zijn broer. Hij studeerde rechten aan de Utrechtse Hogeschool (thans universiteit) en voltooide deze studie met het behalen van de meesterstitel.Hij begon aan deze studie voor of in 1815.
Na de aankomst van Catharina Slengarde met haar kinderen op Voorn wonen hier in elk geval de volgende personen: Catharina Anna Maria Slengarde met haar kinderen Anthony en Johanna Françoise Henriette Anthony Mangelaar Meertens met zijn vrouw Wilhelmina Jacoba Elizabeth Slengarde en hun dochter Maria Henry George Ferdinand Meertens.