Waalwijk (Brabants: Wolluk) () is een stadANWB Topografische Atlas Noord-Brabant (2005) - kaart 44 134-411 . in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, tevens hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. Waalwijk is een middelgrote stad, centraal gelegen in De Langstraat aan de Bergsche Maas. Met een groot aantal voorzieningen vervult het een regionale functie. Naar inwonertal is Waalwijk de 14e plaats van Noord-Brabant.

Topografie Waalwijk ligt tussen Kaatsheuvel en Drunen, de dichtstbijzijnde grotere plaatsen zijn Tilburg en 's-Hertogenbosch. Andere nabijgelegen kernen zijn Sprang-Capelle (deel van de gemeente Waalwijk) en Drongelen. De stad is door middel van het het noordelijke havengebied verbonden met de Bergsche Maas, ter hoogte van kilometerraai 236. thumb|geen|400px|Topografisch kaartbeeld van de stad Waalwijk, dec. 2013. Klik op de kaart voor een vergroting.

Etymologie In de dertiende eeuw zien we voor het eerst Waalwijk als Walwic (1200), Walewijc (1232), Walewic (1233), Walewich (1267), Walewyc, Waelwyc, en Waelwyck (1312-1350), Waelwyck (1139), Walewijc (1388).

Recentelijk is een hernieuwde uitgave verschenen van het boek ‘Nederlandse plaatsnamen verklaard’ van Gerald van Berkel en Kees Samplonius (2018). Het tweede deel van de plaatsnaam is ‘-wijk’, dit verwijst naar de betekenis van ‘hoeve, dorp of nederzetting, vaak met een bepaalde functie’ en is ontleend aan het latijn (‘vicus’). Het woord ‘waal’ is een nevenvorm van wiel en in Middelnederlands ‘wael’ of ‘wale’ en heeft de betekenis van ‘poel, plas, door dijkdoorbraak ontstane diepe waterkolk’. Voor Waalwijk is als betekenis ‘nederzetting aan de diepe poel’ te geven. In de begin tijd, voor de Sint-Elisabethsvloed van 1421, lag de stad Waalwijk een stuk noordelijker aan de Oude Maas.

Geschiedenis De oudste sporen die mensen hebben achtergelaten in Nederland zijn uit de omgeving van Waalwijk: "rond 10.000 vóór Chr. hield een groepje van ongeveer 25 zwervende jagers zich korte tijd op tussen Waalwijk en Waspik, want daar werden in 1990 twee stenen mesjes en een paar stukjes afval uit die tijd gevonden".Eerste sporen van bewoning op canonvannederland.nl

Waalwijk werd in de 13e eeuw voor het eerst vermeld in schriftelijke bronnen, en wel als Walwic. Omstreeks deze tijd begon men vanuit een oost-west verlopende zandrug - de kern van De Langstraat - het ten zuiden ervan gelegen gebied te ontginnen, en wel volgens het slagensysteem. Dit gebied was een moerassig veengebied. Men begon met het steken van turf, en deze werd via turfvaarten naar haventjes vervoerd, van waar ze naar Dordrecht en andere plaatsen in het Graafschap Holland werd gebracht.

Daar De Langstraat in het grensgebied van Graafschap Holland en Hertogdom Brabant lag, gaf dit nogal eens aanleiding tot conflicten. Grenzen wisselden regelmatig. Waalwijk was oorspronkelijk een dorp langs de Lange Straete van Geertruidenberg naar 's-Hertogenbosch en lag op het grondgebied van Holland. In 1232 werd Waalwijk verkocht aan het Hertogdom Brabant. De buurdorpen Besoijen en Baardwijk bleven Hollands. In het jaar 1303 kreeg Waalwijk stadsrechten. De stad werd echter nooit versterkt en reeds in 1304 door de Hollanders gebrandschat. De plaats zou nooit stedelijke allures krijgen.

Begin 13e eeuw werd een kerk gebouwd, op de plaats waar nu de Nederlands Hervormde kerk aan de (gedempte) haven staat. Bij de "Paelscheijding" van 26 oktober 1326 werd de grens tussen Graafschap Holland (Besoijen) en Hertogdom Brabant (Waalwijk) naar het oosten verlegd. Daardoor zou de grens dwars door de kerktoren gaan. Ook in de verdere jaren werd de grens op vreedzame wijze vastgelegd. Vooral in het jaar 1388 kan daarbij worden genoemd. De oude stadskern van Waalwijk en het ten noorden daarvan gelegen Gansoyen en ook Drunen waren Brabants en behoorden tot het Kwartier van Oisterwijk van de Meierij van 's-Hertogenbosch, maar het ten oosten daarvan gelegen Baardwijk, en de onmiddellijk ten westen van Waalwijk gelegen dorpen als Besoijen, Vrijhoeven, Sprang, Capelle en Waspik hoorden tot het Graafschap Holland, en wel bij het in Dordrecht zetelende Baljuwschap Zuid-Holland.

De Sint-Elisabethsvloed van 1421 richtte ten noorden van Waalwijk grote schade aan. Vanzelfsprekend bracht ook de Tachtigjarige Oorlog, in het grensgebied van Holland en Brabant, veel onzekerheid. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de kerk beschadigd en tijdens het Twaalfjarig Bestand werd alleen het deel dat in Waalwijk stond hersteld. In Besoijen verrees in dezelfde periode een nieuwe, heden nog bestaande, katholieke kerk (de huidige Nederlands Hervormde Kerk aan de Haven), deze werd opnieuw op de grens gebouwd omdat zowel Besoijen (1/3) als Waalwijk (2/3) ieder een deel van de kosten van de bouw betaalden. Nadat Hugo de Groot in 1621 uit Slot Loevestein ontsnapte, verbleef hij slechts kort in Waalwijk. De omringende Hollandse dorpen werden begin 17e eeuw Protestants, maar in 1648 kwam ook de Meierij van 's-Hertogenbosch, waaronder Waalwijk, bij de Republiek der Verenigde Nederlanden. In de periode augustus 1624 tot juli 1625 resideerde Prins van Oranje Frederik Hendrik met zijn leger in Waalwijk. Na de dood van Stadhouder Prins Maurits werd Prins Frederik Hendrik in Waalwijk tot stadhouder beëdigd.

Waalwijk werd begin 19e eeuw, evenals de omringende Hollandse dorpen, aan de nieuw gevormde provincie Noord-Brabant toegevoegd, nadat reeds de Fransen de Maas als grensrivier voor hun departementen hadden vastgesteld. In de 19e eeuw ontwikkelde Waalwijk zich tot een centrum van de leer- en schoenindustrie.

Gedurende de 20e eeuw heeft Waalwijk zich sterk uitgebreid. De samenvoeging van de gemeenten Baardwijk, Besoijen en Waalwijk vond plaats op 1 januari 1922; de dorpen Baardwijk, Besoijen en Waalwijk waren toen al aan elkaar vastgegroeid en vormden gezamenlijk een straatdorp. De nieuwbouwwijken werden ten zuiden van deze Groote Straat gebouwd. Tegenwoordig vinden veel uitbreidingsplannen plaats op het grondgebied van de dorpen Sprang-Capelle en Waspik die in 1997 zijn samengevoegd met Waalwijk. Ook zijn er veel inbreidingsplannen.

Kloosters In 1471 werd te Waalwijk het Klooster Nazareth gesticht vanuit het Sint-Maria Magdalenaklooster op het Spui te Amsterdam. Er woonden Augustinessen. Het klooster kon echter in Waalwijk blijven bestaan, aangezien het de bescherming van het Huis Nassau had: Twee telgen uit dit geslacht, Maria en Adriana van Nassau (dochters van Jan de Bastaard van Nassau), waren er ingetreden. Door allerlei perikelen vertrok in 1716 een 17-tal nonnen vanuit Waalwijk naar het Belgische Kortessem (Dessener), dat in 1720 door nog onbekende redenen werd opgeheven. Voordien waren al enkele nonnen naar Waalwijk teruggekeerd of ze vertrokken naar Antwerpen of Landen (België). In 1732 trokken de zusters naar Antwerpen, waar ze eveneens een klooster stichtten en als spinsters werkzaam waren. In 1783 werd, onder Keizer Jozef II, ook dit klooster opgeheven. Aan de Grotestraat is nog de Kleine Poort aanwezig, die een onderdeel van het klooster was. Ook vindt men hier tegenwoordig de neo-Byzantijnse Sint-Jan-de-Doperkerk die, evenals haar voorganger, een waterstaatskerk, zich bevindt op de plaats van het voormalige klooster.Marius van Loon, die de geschiedenis van het Klooster Nazareth 1471-1732 heeft gepubliceerd in onder meer De Klopkei.

Zowel in Baardwijk, Besoijen en Waalwijk zijn in de 18de eeuw kloosters gesticht van de congregatie Jezus, Maria en Jozef. In Baardwijk werd direct na de inzegening op 27 juni 1889 het Liefdegesticht betrokken door vier zusters van de congregatie Jezus, Maria en Jozef (J.M.J.) uit ’s-Hertogenbosch. Op 1 juli 1889 werd het Bewaarschoolonderwijs door de zusters aangevangen met 150 kinderen. Twee weken later werden twee taalscholen geopend. Later kwam er nog een naaischool voor meisjes vanaf 12 jaar. Van 1889 tot 1959 woonden zusters van J.M.J. in dit Liefdegesticht, het bevatte naast het oud‑manhuis, een klooster, een kleuter- en een meisjesschool, de Mariaschool.

In Besoijen ontving bij zijn zilveren jubileum als priester in juli 1876 Joannes van Kessel, de eerste pastoor van Besoijen, een schenking van zijn parochianen. Deze gift was bedoeld voor de oprichting van een „Liefdehuis voor Zusters”. In 1878 werd een nabijgelegen woonhuis naast de R.K. Waterstaatskerk omgebouwd tot een klooster voor enkele zusters. Pastoor van Kessel had de wens om onderwijs te organiseren in de parochie, en de Zusters van Jezus, Maria en Jozef (J.M.J.) waren daar specialisten in. Er werden drie schoollokalen bijgebouwd. Een jaar later kwamen de eerste zes zusters aan uit ’s‑Hertogenbosch. Op 19 juni 1879 werd het klooster door de J.M.J.-zusters in gebruik genomen. Naast onderwijs voor meisjes en begeleiding van meisjes buiten het onderwijs, namen de zusters ook andere taken op zich, zoals alle werkzaamheden van een koster. Het aantal zusters steeg in 1885 tot zeven. In 1900 werd het klooster uitgebreid en verbeterd. De invoering van de leerplicht in 1900 resulteerde in een toename van het aantal leerlingen, waardoor de kloostergemeenschap nog een keer versterking kreeg. Het totale aantal zusters kwam op acht. Vanaf 1908 begonnen de zusters met liefdewerk, zoals „de vervaardiging van kleedingstukken voor de arme kinderen”. In 1929 werd het 50-jarig jubileum groots gevierd, verspreid over twee dagen. In 1938 werd het aantal zusters nogmaals uitgebreid, tot negen, en daar kwam geen verandering meer in. In het voorjaar van 1949 kwam het onthutsende bericht dat het Sint-Johannesgesticht zou worden opgeheven. Op 13 augustus 1950 vertrokken de zusters uit Besoijen. De meisjesschool veranderde onmiddellijk van naam; de Mariaschool werd met ingang van het nieuwe schooljaar de Bernadetteschool genoemd.

In 1844 vestigde de congregatie van de Zusters van Jezus, Maria en Jozef zich in Waalwijk (Grotestraat 292). Van 1846 tot 1874 woonden de nonnen op twee percelen wat nu Grotestraat 168‑170-172 is. Zij leidden er een bewaar- en een lagere school voor meisjes en een naaischool. In 1863 bouwden de zusters van diverse giften een neogotische kapel. In deze periode vatte het kerkbestuur van de Sint‑Jansparochie het plan op een gasthuis op te richten. Dit gasthuis startte al in 1871. Dankzij een legaat van pastoor E.P. Schrijvers (1836-1870) bouwde het kerkbestuur in 1874 naast de Sint‑Janskerk een klooster voor de zusters met schoollokalen, een neoromaanse kapel en een ziekenverblijf. Het complex breidde daarna aanzienlijk uit. De zusters gaven onderwijs aan een kleuterschool en een zeven‑klassige lagere school voor meisjes. Ze gaven lessen Frans, muziek en handwerken. Het kloostercomplex werd vanaf 1960 in fasen gesloopt. Vele jaren later kwam op deze plek de Rabobank.

Wijkindeling De stad Waalwijk bestaat uit zeven wijken: Baardwijk, Besoijen, Zanddonk, Bloemenoord, Meerdijk, Laageinde, de Hoef en Landgoed Driessen.

Baardwijk en Besoijen waren vanouds zelfstandige dorpen die – in tegenstelling tot Waalwijk – tot 1814 bij het Graafschap Holland behoorden.

Economie