Albstadt is een gemeente in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg, gelegen in het Zollernalbkreis. De stad is een Große Kreisstadt en telde op de peildatum van de meest recente statistiek inwoners.

Het gemeentebestuur zetelt te Ebingen, sedert februari 2026 op twee verschillende stadhuis-locaties, waarvan één aan de vanwege de vele horecabedrijven bekende straat Untere Vorstadt. Het voormalige stadhuis van Tailfingen is een Bürgerbüro, een bijkantoor, waar men bijvoorbeeld geboortes en overlijdens kan aangeven.

Geografie

Albstadt heeft een oppervlakte van 134,41 km² en ligt in het zuidwesten van Duitsland, in het westen van de Schwäbische Alb.

Door het noorden van de gemeente stroomt de beek Eyach, die in stadsdeel Pfeffingen ontspringt en 50 km noordwaarts stroomt, om bij de plaats Eyach, gemeente Eutingen im Gäu, in de Neckar uit te monden. Door het zuiden van de gemeente stroomt de beek Schmiecha, die in stadsdeel Onstmettingen ontspringt, vanaf de grens tussen Albstadt en Straßberg Schmeie heet, en 41 km zuidwaarts stroomt, om bij de plaats Inzigkofen in de Donau uit te monden. Het gedeelte van het Schmiecha-dal tussen Onstmettingen en Ebingen wordt wel Talgang genoemd; van 1901 tot 1998 liep hier een spoorlijntje doorheenDe rails liggen er nog, voor het geval men er later weer gebruik van gaat maken. Er zijn sinds 2024 plannen, om over deze 8 kilometer lange Talgangbahn in 2030 weer passagierstreinen te laten rijden. .

De streek heeft een tamelijk ruw klimaat met relatief koude en lange winters. De bodem is bovendien op de meeste plekken weinig vruchtbaar (kalksteen, waarin het water snel diep wegzakt). Hierdoor is akkerbouw op de meeste plekken niet lonend.

Naburige gemeenten Grotere steden in de omgeving van Albstadt zijn in het zuidoosten Sigmaringen en in het noorden Reutlingen en Tübingen.

Albstadt grenst aan: Stetten am kalten Markt, in de Landkreis Sigmaringen, in het uiterste zuiden Meßstetten, in het zuidwesten Balingen, in het westen en noordwesten Bisingen, in het noordwesten Hechingen, in het noorden Burladingen, in het noordoosten Bitz, in het oosten Straßberg, in het zuidoosten.

Met de oostelijke buurgemeente Bitz bestaat een nauwe samenwerking binnen een zogenaamde Vereinbarte Verwaltungsgemeinschaft, een alleen in Baden-Württemberg bestaande vorm van bestuurlijke samenwerking. Daarbij neemt Albstadt een aantal gemeentelijke bevoegdheden en taken over van Bitz.

Plaatsen in de gemeente Albstadt Zes van de negen plaatsen in de gemeente Albstadt, die door fusies van kleinere gemeenten in 1975 ontstond, hebben de status Ortschaft en dus een eigen stadsdeelraad. Ebingen is de kernstad, waar het gemeentebestuur zetelt. Ook Tailfingen is officieel een stad, met een aparte vertegenwoordiging bij het gemeentebestuur. Truchtelfingen heeft slechts de status van stadswijk van Tailfingen.

In het gemeentewapen van Albstadt is een zilverdistel, een hier in het wild voorkomende plant, met 9 bloemetjes afgebeeld, voor iedere tot de stad behorende plaats één.

Burgfelden; aantal inwoners per 31 december 2025Ontleend aan de website van de gemeente; in januari 2026 is de webpagina, waar de Duitse Wikipedia deze cijfers aan ontleende, door de gemeente uit haar website verwijderd.: 312 Ebingen, 20.206 inw.; een westelijke buitenwijk van Ebingen draagt de naam Petersburg. Laufen an der Eyach, 1.647 inw.; circa 8 km W (ten westen van het centrum van Ebingen) Lautlingen, 1.776 inw. circa 4 km W Margrethausen, 956 inw. Onstmettingen, 5.031 inw. circa 8 km N Pfeffingen, 1.982 inw. Tailfingen, 12.188 inw. circa 5 km N Truchtelfingen, 3.164 inw.

Gemeentetotaal: 47.262 personen.

Verkeer en vervoer

Door de gemeente loopt de B 463 Pforzheim – Sigmaringen. Deze loopt door de stadsdelen Laufen, Lautlingen en Ebingen, in de zuidelijke helft van het stadsgebied. De dichtstbijzijnde autosnelweg is de Autobahn A 81 Würzburg - Singen, met afrit 31 bij Empfingen, circa 40 kilometer ten westen van Ebingen, en afrit 33 bij Oberndorf.

Albstadt ligt aan een vanaf 1867 aangelegde spoorlijn tussen Tübingen Hauptbahnhof via Albstadt en Sigmaringen naar Aulendorf (Zollernalbbahn). Op deze spoorlijn rijdende treinen moeten in de gemeente klimmen naar een hoogte van 730 meter boven de zeespiegel. Naast station Albstadt-Ebingen bevinden zich in het stadsgebied drie kleinere stations of spoorweghaltes (Albstadt-Laufen Ort, Albstadt-Lautlingen en Albstadt-Ebingen West). De Zollernalbbahn moet in de jaren-2030 geëlektrificeerd en ingrijpend gemoderniseerd worden.

Vanaf het busstation bij station Albstadt-Ebingen vertrekken verscheidene stads- en streekbussen. De frequentie van deze buslijnen is buiten de spitsuren op dagen, dat er op de scholen les wordt gegeven, in het algemeen zeer laag.

In de gemeente Albstadt ligt, op 891 meter hoogte boven zeeniveau, het vliegveldje Flugplatz Albstadt-Degerfeld (ICAO-code EDSA). Het ligt 3 kilometer ten oosten van Tailfingen, en de start-en landingsbaan bestaat uit een graspiste van 960 x 30 meter. Het vliegveld is bedoeld voor de zweefvliegsport en voor andere kleine sport- en hobbyvliegtuigen.

Economie

Economisch van belang voor de gemeente zijn: Vier vrij grote industriële bedrijven, gevestigd te Ebingen, op het langgerekte industrieterrein tussen de spoorlijn en de Bundesstraße 463: Groz-Beckert, oprichtingsjaar 1852, fabricage van naaimachine-naalden en andere -onderdelen, industriële snijgereedschappen en composietmateriaal voor de bouwnijverheid Hartner, oprichtingsjaar 1879, fabricage van metalen gereedschap, o.a. de boortjes, die men in een boormachine steekt Gühring, oprichtingsjaar 1898, fabricage in 20 Duitse steden van metalen gereedschap, o.a. de boortjes, die men in een boormachine steekt, maar meer op klanten in de industrie gericht dan Hartner. In Nederland en de Engelstalige landen wordt de naam vaak onjuist, zonder Umlaut als Guhring vermeld. Gühring heeft Hartner onlangs overgenomen. ASSA ABLOY Sicherheitstechnik, opgericht als effeff in 1936, dochteronderneming van het Zweedse ASSA ABLOYevenals de bekende Nederlandse slotenfabriek van Lips., fabricage van veiligheidssystemen voor het afsluiten van deuren, ramen, enzovoort. Sponsor van evenementen in de mountainbikesport. Het toerisme (o.a. wintersport, mountainbiken, (berg)wandelen) Het lokaal midden- en kleinbedrijf Hoger onderwijs: de Hogeschool Albstadt-Sigmaringen biedt hoger onderwijs aan in o.a. engineering, o.a. voor de machinebouw en de textielnijverheid, alsmede IT-wetenschappen, op ingenieursniveau. De dienstverlenende sector: ziekenhuis, Amtsgericht.

Geschiedenis

Ebingen, Laufen, Lautlingen, Pfeffingen en Tailfingen komen in een document van de abdij van Sankt Gallen uit het jaar 793 reeds voor. Plaatsen in deze streken, waarvan de naam op de Oud-Germaanse patroniem-uitgang -ingen eindigt, zijn doorgaans ontstaan in de vroege middeleeuwen. In deze streek zijn bij archeologisch onderzoek sporen van Merovingische grafvelden gevonden. In de regio worden enige oude sagen rondom Alemannische stamhoofden verteld, die heldendaden zouden hebben verricht, en naar hen genoemde steden en dorpen gesticht.

Men leefde van de transithandel op de pasroute en van de veeteelt, die op de vaak schrale grond lonender was dan akker- of tuinbouwRondom Ebingen liggen echter enige percelen voor fruitteelt geschikte en ook gebruikte grond, terwijl appel- en vooral perenbomen ook wel als laanboom zijn aangeplant.. Vanaf de late middeleeuwen is hier en daar ook sprake geweest van kleinschalige mijnbouw. De bodem bevatte hier en daar winbaar ijzererts. Onder hertog Ulrich van Württemberg werd tussen circa 1534 en 1540 de Reformatie doorgevoerd. Sedertdien is een grote meerderheid van de christenen in de huidige gemeente Albstadt evangelisch-luthers. Dit geldt (tenzij anders vermeld) ook voor de in dit artikel genoemde kerkgebouwen in de gemeente. Bijzonder actief in dit gebied was de uit Konstanz afkomstige reformator Ambrosius BlarerGeboren op 4 april 1492; overleden te Winterthur (CH) op 6 december 1564. Ook dichter van kerkgezangen. In zijn leer omstreden, doordat hij wilde bemiddelen tussen aanhangers van Maarten Luther en Zwingli..

De gehele streek had tussen 1618 en 1648 te lijden van de Dertigjarige Oorlog, niet alleen oorlogsgeweld en plunderingen door de legerbendes, maar ook pestepidemieën. Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw kwam de kousenmakerij, vanaf de 19e eeuw de textielindustrie en de metaalnijverheid op, aanvankelijk vooral de productie van naalden voor de textielproductie. In 1878 verkreeg de regio aansluiting op het spoorwegnet, een spoorlijn richting Sigmaringen en Tübingen.

De zuidelijke helft van het huidige gemeentegebied lag in de 14e eeuw in de semi-onafhankelijke heerlijkheid Zollern-Schalksburg en vanaf 1403 in Württemberg. Het gehele gebied lag vanaf 1806 in het Koninkrijk Württemberg, direct ten zuiden van de Pruisische exclave rond Slot Hohenzollern. Vanaf 1871 was dit koninkrijk onderhorig aan het Duitse Keizerrijk.

Ebingen, dat al langere tijd in Württemberg lag, verkreeg in of vóór 1260 stadsrechten. Het ligt aan een bergpas in de Schwäbische Alb. In 1367 kwam het in bezit van het Huis Württemberg. Bijna alle delen van de huidige gemeente Albstadt voeren in hun wapenschild de Hirschstange (deel van een hertengewei) van Württemberg. Een textielfabrikant bracht reeds in 1834 een Rundwirkstuhl, een machine voor het maken van kousen, naar Ebingen.

Lautlingen, waar in de Romeinse tijd een castellum stond, werd in de middeleeuwen gedomineerd door het kasteel van de adellijke heren Von Tierberg. Van hun oorspronkelijke burcht op de bijna 900 meter hoge Thierberg is niets bewaard gebleven. Later werd bij het dorp een nieuw kasteel gebouwd. Kasteel en heerlijkheid werden in 1625 verworven door het bekende geslacht Schenk von Stauffenberg, dat het tot in de Tweede Wereldoorlog bezat. In 1842 werd het kasteel grotendeels vervangen door het huidige gebouw.

Ook Tailfingen, dat sinds de 19e eeuw door de kousenmakerij en later de textielindustrie werd gedomineerd, was vanaf 1871 een vlek en is sinds 1930 officieel een stadje. Van de burcht Tailfingen, die van circa 1100 tot 1250 op de Schlossberg lag, is nagenoeg niets bewaard gebleven.

In de nazi-periode (1933-1945) was er weinig verzet onder de bevolking tegen het nationaal-socialisme. De Joden van Ebingen, Tailfingen en omgeving, die niet tijdig wisten te emigreren, werden allen dodelijk slachtoffer van de Holocaust. De plaatselijke communisten en vakbondsactivisten ondergingen een soortgelijk lot. In april 1945 werd Ebingen gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Daarbij werd de stationsbuurt van Ebingen verwoest, mede door de ontploffing van een munitietrein. Bij een eerder bombardement op 11 juli 1944 waren in het centrum van Ebingen ongeveer 65 doden gevallen. Op 20 februari 1945 waren bij een geallieerd bombardement op Laufen an der Eyach negentien doden gevallen.

Van 1887 tot 2000 bestond in o.a. Tailfingen en Onstmettingen de grote textielfabriek van de firma Hasana J. Hakenmüller, die vanaf circa 1901 ondergoed en sportkleding, vooral voor tennissers, maakte. In 1930-1937 liet het bedrijf markante, voor die tijd moderne fabriekspanden in Bauhaus-stijl bouwen. Van de zomer van 1944 tot aan zijn aanhouding door de Amerikanen in mei 1945 verbleef de beroemde kerngeleerde Otto Hahn in de directeursvilla van de Hakenmüllers, en had hij in een toen leegstaand, naburig fabrieksgebouw een laboratorium. Na de Tweede Wereldoorlog produceerde Hakenmüller vooral ondergoed, onder met Ha.. beginnende merknamen, dat aan filiaalbedrijven werd verkocht, ook Nederlandse. De productie werd in de jaren-1970 naar o.a. Joegoslavië verplaatst. In de decennia daarna ging Hakenmüller ten onder aan o.a. felle concurrentie op de sportkledingmarkt.