thumb|300px|De dood van Adonis van Peter Paul Rubens (ca. 1614) De Vlaamse barokschilderkunst is de schilderkunst in barokstijl die zich ontwikkelde tijdens de periode tussen ongeveer 1585, toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden na de Val van Antwerpen zich afscheidde van het Zuiden, en ongeveer 1700, toen de laatste Spaanse koning die in het Zuiden regeerde, Karel II van Spanje, overleed. Antwerpen, waar Peter Paul Rubens, Antoon van Dyck en Jacob Jordaens actief waren, was het belangrijkste artistieke centrum naast Brussel en Gent. Het is een van de belangrijkste periodes in de Vlaamse schilderkunst.
Met name Peter Paul Rubens had grote invloed op de visuele kunst. Zijn innovaties maakten Antwerpen tot een van Europa's belangrijkste kunststeden. De schilderijen van Rubens en andere kunstenaars van de Antwerpse School waren belangrijk in de strijd van de contrareformatie tegen het opkomend protestantisme. Antoon van Dyck vernieuwde de portretkunst in Engeland. Andere ontwikkelingen in de Vlaamse barokschilderkunst liepen parallel aan de ontwikkelingen tijdens de Gouden Eeuw in de Nederlandse Republiek, met specialisten historieschilderkunst, portretschilderkunst, genrestukken, marines, landschapschilderkunst en stillevens.
Algemene karakteristieken Vlaams in deze context en in de artistieke periodes zoals die van de Vlaamse Primitieven omvatte naast het oude graafschap Vlaanderen ook delen van het hertogdom Brabant en het autonome prinsbisdom Luik. Het voornaamste centrum van vernieuwende artistieke productie was evenwel Antwerpen in Brabant. Dat was vooral te danken was aan de aanwezigheid van Rubens. Brussel, ook in Brabant, was belangrijk omwille van de aanwezigheid van het hof met hovelingen hetgeen belangrijke kunstenaars uit andere steden wist aan te trekken zoals de Antwerpenaren David Teniers, Gaspar de Crayer, Joos van Craesbeeck en Gillis van Tilborgh.
Laat Maniërisme Terwijl de schilderijen van het einde van de 16e eeuw in het algemeen tot het Noordelijke maniërisme behoorden en de invloed van het laat-renaissance vertoonden net zoals de rest van Europa, waren er kunstenaars zoals Pieter Brueghel de Oude, Otto van Veen, Adam van Noort, Maerten de Vos en de familie Francken die het pad effenden voor de plaatselijke barok. Tussen 1585 en het begin van de 17e eeuw maakten ze veel nieuwe altaarstukken na de vernielingen vanaf 1566 van de beeldenstorm.
De glorietijd van Rubens Peter Paul Rubens (1577–1640) was een leerling van Otto van Veen en Adam van Noort. Hij verbleef acht jaar in Italië (1600–1608) en bestuurde voorbeelden van de klassieke oudheid, de Italiaanse renaissance, Adam Elsheimer en Caravaggio. Bij zijn terugkeer in Antwerpen zette hij een groot atelier op met leerlingen als Antoon van Dyck. Hij oefende een algemene invloed uit op de Vlaamse kunstenaars.
Specialisatie en samenwerking Vlaamse barokschilders werkten vaak samen omdat bepaalde schilders zich specialiseerden in het schilderen van dieren, landschappen, bloemen, enzovoorts. Frans Snyders werd gevraagd wegens zijn afbeeldingen van dieren, en Jan Brueghel de Oude om zijn landschappen en bloemen. Beide kunstenaars werkten met Rubens samen waarbij deze zich beperkte tot het schilderen van de menselijke figuren en zij de rest invulden. bloemenstillevens die zich ontwikkelden rond 1600 door kunstenaars zoals Jan Brueghel de Oude waren gedeeltelijk een Vlaamse vernieuwing die haar weerklank vond in de doeken van de in Antwerpen geboren Ambrosius Bosschaert de Oude (1573-1621). Het genre van pronkstillevens werd ook door Antwerpse stillevenspecialisten in de gang gezet. Andere genres in de schilderkunst die verbonden zijn met Vlaamse barokschilders zijn de monumentale jachtscènes van Rubens en Snyders en de galerijschilderijen van o.a. Frans Francken (II), Willem van Haecht en David Teniers de Jongere.
Historiestukken Historieschilderkunst, die Bijbelse, mythologische en historische thema's behandelen, werden door de 17e-eeuwse kunstkenners beschouwd als de nobelste vorm van kunst. Abraham Janssens was een belangrijke historieschilder in Antwerpen tussen 1600 en 1620, alhoewel Rubens na 1609 de leidende figuur was. Zowel van Dyck als Jacob Jordaens waren actieve schilders van monumentale historiescènes. Na Rubens' dood was Jordaens de belangrijkste Vlaamse schilder. Andere vermeldenswaardige kunstenaars die het idioom van Rubens volgden waren Gaspar de Crayer, die naast Antwerpen, in Brussel en Gent actief was, Artus Wolffort, Cornelis de Vos, Jan Cossiers, Theodoor van Thulden, Abraham van Diepenbeeck, en Jan Boeckhorst. Tijdens de tweede helft van de eeuw combineerden historieschilders de lokale invloeden met hun kennis van het classicisme en de Italiaanse barok. Schilders die deze strekking volgden waren Erasmus Quellinus de Jongere, Jan van den Hoecke, Pieter van Lint, Cornelis Schut, en Thomas Willeboirts Bosschaert. Later in de 17e eeuw was het Antoon van Dyck die een grote invloed liet gelden op schilders als Pieter Thijs, Lucas Franchoys de Jongere, en schilders die geïnspireerd werden door het theatrale van de late barok zoals Theodoor Boeyermans en Jan Erasmus Quellinus. Daarnaast bestond er een Vlaamse variant van het caravaggisme zoals beoefend door Theodoor Rombouts en Gerard Seghers. Frans Francken (II) en Jan Brueghel de Oude verwierven bekendheid met hun miniaturen die vaak mythologische en historische onderwerpen hadden.
Religieuze schilderijen Rubens was prominent aanwezig bij de ontwikkeling van de barokke altaarstukken. De triptiek De kruisafneming (1611-1614) dat hij schilderde voor de gilde van de haakbusschutters in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen met zijluiken die de Visitatie en de Opdracht van Jezus in de Tempel is een belangrijke reflectie van de ideeën van de Contrareformatie over kunst, gecombineerd met het naturalisme uit de baroktijd, dynamiek en monumentaliteit.
Portretschilderkunst Rubens was niet overwegend een portretschilder. In zijn vroege werken vindt men doeken terug zoals het Portret van Brigida Spinola-Doria (1606, National Gallery of Art, Washington, D.C.), schilderijen van zijn vrouwen zoals dat van Hélène Fourment en talrijke portretten van vrienden en edelen. Hij oefende een sterke invloed uit op de barokke portretkunst via zijn assistent Antoon van Dyck. Van Dyck werd hofschilder van koning Karel I van Engeland en had op zijn beurt invloed op de Engelse portretschilderkunst. Andere succesvolle portretschilders waren Cornelis de Vos, Jacob Jordaens, Pieter Thijs, Gaspar de Crayer en Frans Pourbus (II). Alhoewel de meeste Vlaamse portretschilders hun opdrachtgevers levensgroot afbeeldden, waren de portretten van Gonzales Coques and Gillis van Tilborch groepsportretten op een kleinere schaal.
Genrestukken Genrestukken die scènes uit het alledaags leven uitbeelden zijn erg populair in de 17e eeuw. Veel kunstenaars volgden de traditie van Pieter Bruegel de Oude door taferelen uit het boerenleven te schilderen. Elegante scènes uit het leven van de bovenlaag met modieus geklede koppels tijdens bals of in lusttuinen werden vaak op doek gezet. Hieronymus Janssens was een meester van dit thema. Adriaen Brouwer, wiens doeken vaak dronken en rokende boeren verwikkeld in vechtpartijen tonen, had veel invloed. Schilderijen van vrouwen die huishoudelijke taken uitvoeren waren populair in de Noordelijke Nederlanden door Pieter de Hooch en Johannes Vermeer, maar niet in het zuiden, alhoewel schilders zoals Jan Siberechts en Gillis van Tilborch dit thema soms opnamen.
De Bruegeltraditie Vlaamse genreschilderkunst is sterk verbonden met de tradities van Pieter Bruegel de Oude en hij ontwikkelde een stijl die gevolgd werd tot in de 17e eeuw via kopieën en nieuwe composities gemaakt door zijn zonen Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude. Veel van deze kermistaferelen en scènes van boeren die deelnemen aan nog andere vermakelijkheden zijn bekeken vanaf een hoog gezichtspunt. Kunstenaars in de Nederlandse Republiek, zoals de in Vlaanderen geboren David Vinckboons en Roelant Savery maakten gelijkaardige werken van rustieke scènes uit het leven van alledag die grote overeenkomsten toonden met Nederlandse en Vlaamse schilderkunst.
Adriaen Brouwer en zijn volgelingen Adriaen Brouwer (1605 of 1606–1638) schilderde de voor hem typische werken van scènes van armzalige boeren die vechten, drinken, spelen en overdreven en onbeschoft gedrag vertonen. Hij werd geboren in de Zuidelijke Nederlanden maar leefde in de jaren rond 1620 in Amsterdam en Haarlem waar hij onder de invloed kwam van Frans Hals en Dirck Hals. Toen hij in 1631 of 1632 terugkeerde naar Antwerpen introduceerde hij een nieuwe, invloedrijke vorm waarbij het thema werd uitgewerkt als interieur.Hij maakte ook expressieve gezichtsstudies zoals De bittere drank (zie afbeelding), een genre dat als tronies wordt aangeduid. Brouwers kunst werd reeds om zijn kwaliteit geschat tijdens zijn leven en had een krachtige invloed op de Vlaamse kunst. Rubens bezat meer werken van hem dan eender welke andere schilder en David Teniers, Jan van de Venne, Joos van Craesbeeck en David Ryckaert III waren volgelingen.
Elegante gezelschappen en vrolijke gezelschappen Elegante koppels gekleed naar de laatste mode, vaak met onderliggende thema's als de liefde of de vijf klassieke zintuigen zijn vaak het werk van Hiëronymus Francken (II), Louis de Caullery, Jan Cossiers, Simon de Vos, David Teniers en David Ryckaert III. Ook Rubens' Tuin van de liefde in het Museo del Prado rekent men hierbij.
Monumentale genrestukken De genre werken van Brouwer waren in het algemeen klein van schaal. Andere kunstenaars lieten zich inspireren door Caravaggio en schilderden grootschalige, theatrale scènes waarin muzikanten, kaartspelers en waarzeggers op de voorgrond van de compositie traden. Deze doeken vertonen over het algemeen sterke lichteffecten. Deze navolgers van Caravaggio worden caravaggisten genoemd. De Italiaanse volgelingen van Caravaggio zoals Bartolomeo Manfredi gaven ontstaan aan deze nieuwe stijl en werden gevolgde door de caravaggisten uit Utrecht zoals Gerrit van Honthorst. Adam de Coster, Gerard Seghers en Theodoor Rombouts waren de belangrijkste exponenten van deze populaire stijl die vooral populair was van 1620 tot 1640. Rombouts onderging ook de invloed van zijn leermeester Abraham Janssens die invloeden van Caravaggio verwerkte in zijn historiestukken van de eerste decennium van de 17e eeuw. Louis Finson, Jan Janssens, Jacob Jordaens, Theodoor Van Loon, Theodoor van Thulden, Adam de Coster, Jacob I van Oost en Jacques de l'Ange waren ook vertegenwoordigers van deze stroming.
Jacob Jordaens Jordaens werd de meest prominente Antwerpens schilder na de dood van Rubens in 1640. Hij is bekend vanwege zijn monumentale genrestukken zoals De koning drinkt en Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. Veel van deze doeken gebruiken dezelfde compositie- en lichteffecten van de volgelingen van Caravaggio terwijl de stijl van Jordaens een impact hadden op Nederlandse schilders zoals Jan Steen.
Gevechtsscènes Een ander populair type van schilderijen dat ontwikkeld werd in Vlaanderen waren landschappen met historische en fictieve gevechten, maar ook schermutselingen en diefstallen. Sebastiaen Vrancx, zijn leerling Pieter Snayers, Jasper Broers, Vincent Adriaenssen, Pieter Meulener en Pieter van Bloemen waren bedreven in dit genre. Adam Frans van der Meulen, een leerling van Snayers, schilderde monumentale doeken van de belangrijkste militaire campagnes van zijn tijd in dienst van de Franse koning.
Bamboccianti en het Italiaans classicisme