Bernardus van Clairvaux, vereerd als Sint-Bernardus (Fontaine-lès-Dijon, 1090 – Clairvaux, 20 augustus 1153) was een Franse abt en de belangrijkste promotor van de hervormende kloosterorde van de cisterciënzers. Door zijn optreden kwam er een einde aan de zogenoemde adelskerk (of Adelskirche). Als kerkleraar is hij bekend als Doctor Mellifluus.

Algemeen beeld en betekenis Na de dood van zijn moeder trad Bernard in 1113 toe tot de Cisterciënzer orde. Spoedig kreeg hij opdracht om een dochterklooster te stichten, dat hij op 25 juni 1115 de naam Claire Vallée, 'Clairvaux' gaf. Bernard predikte een onmiddellijk geloof, waarin de bemiddelaar de Maagd Maria was. In het jaar 1128 speelde Bernard een rol in het Concilie van Troyes, waarin hij de contouren van de regels van de tempeliers schetste, die al snel het ideaal van de christelijke adel werden. Bernardus schreef De laude novae militiae (Lofzang op een nieuwe ridderorde) voor de tempeliers rond 1130-1136, opgedragen aan stichter Hugo van Payns (een verre neef van Bernardus). Het werk was bedoeld om de orde te verdedigen en te promoten als een christelijke ridderorde die de combinatie van het monastieke leven en het ridderschap belichaamde.

Bij de dood van paus Honorius II op 14 februari 1130, brak er een schisma uit in de kerk. Koning Lodewijk VI van Frankrijk riep een nationaal concilie van de Franse bisschoppen bijeen in Étampes, waar Bernard werd gekozen om te oordelen over de rivaliserende pausen. In 1139 woonde Bernard het Tweede Lateraans Concilie bij. Bernard hekelde de leer van Pierre Abélard bij de paus, die vervolgens het Concilie van Sens in 1141 bijeenriep om deze zaak verder af te wikkelen. Bernard zag een van zijn leerlingen, Bernard van Pisa tot paus gekozen worden. Na eerder geholpen te hebben het schisma binnen de Kerk te beëindigen, kreeg Bernard nu de opdracht om de ketterij te bestrijden. In juni 1145 reisde Bernard naar het zuiden van Frankrijk en zijn prediking versterkte de steun tegen ketterij.

Na de christelijke nederlaag bij het Beleg van Edessa (28 november tot 24 december 1144) tegen de moslimstrijders van Zengi droeg de paus Bernard op om in zijn predikingen op te roepen tot een Tweede Kruistocht. De laatste jaren van het leven van Bernard werden bezwaard door de mislukking van deze Tweede Kruistocht, waarvoor hij de hele verantwoordelijkheid in zijn schoenen kreeg geschoven. Bernard overleed op drieënzestigjarige leeftijd, na 40 jaar doorgebracht te hebben in het klooster. Hij was de eerste cisterciënzermonnik die werd opgenomen in de Heiligenkalender. Op 18 januari 1174 werd hij door paus Alexander III heilig verklaard en Paus Pius VIII gaf hem in 1830 de titel van kerkleraar.

Levensloop

Vroege leven (1090-1113) thumb|left|200px|Geboortehuis van Bernard van Clairvaux in Fontaine-lès-Dijon. Bernards ouders waren Tescelin, de heer van Fontaines, en Aleth van Montbard, beiden behorend tot de hoogste adel van Bourgondië. Bernard was de derde zoon in een gezin van zeven kinderen, zes zonen en een dochter. Op de leeftijd van negen jaar verliet Bernard zijn ouderlijk huis en startte hij zijn studies aan de kapittelschool van Saint-Vorles te Châtillon-sur-Seine. Deze werd geleid door de seculiere kanunniken van Saint-Vorles. Bernard had een grote voorkeur voor de literatuur en wijdde zich gedurende enige tijd aan poëzie. Met zijn succes in zijn studie oogstte hij bewondering van zijn leermeesters. Bernard wenste uit te blinken in de literatuur om zo snel mogelijk aan de Bijbelstudie te mogen beginnen. Hij had een bijzondere devotie voor de Maagd Maria, en hij zou in zijn latere leven verschillende werken over de Koningin van de Hemelen schrijven.

Bernard zou voortbouwen op de rol van Anselmus van Canterbury in het omvormen van het sacramenteel rituele christendom van de vroege middeleeuwen naar een nieuw, meer persoonlijk beleefd geloof, met het leven van Christus als een rolmodel en met een nieuw accent op de Maagd Maria. In tegenstelling tot de rationele benadering om het goddelijke te begrijpen dat de scholastici voorstonden, predikte Bernard een onmiddellijk geloof, waarin de bemiddelaar de maagd Maria was, Bernard speelde een leidende rol in de ontwikkeling van de cultus van de Heilige maagd, een van de belangrijkste uitingen van alledaagse vroomheid in de twaalfde eeuw. In het vroegmiddeleeuwse denken, had de maagd Maria een ondergeschikte rol gespeeld en het was pas nu met de opkomst van het emotionele christendom in de elfde eeuw, dat Maria de belangrijkste bemiddelaar werd tussen de mensheid met de godheid.Cantor (1993), p. 341.

Toen Bernard zeventien of negentien jaar oud was stierf zijn moeder. Tijdens zijn jeugd ontsnapte hij niet aan wereldse verleidingen en in deze tijd dacht Bernardus eraan om zich uit de wereld terug te trekken en een leven van eenzaamheid en gebed te gaan leiden.Bunson (1998), p. 129. In 1098 had Robert van Molesme het klooster van Cîteaux, nabij Dijon, opgericht met het oog op het herstel in al haar strengheid van de Regels van Sint-Benedictus. Terugkerend naar Molesmes liet hij het dagelijks bestuur van de nieuwe abdij over aan Alberic van Citeaux, die in het jaar 1109 stierf. In 1113, toen Stephen Harding net was aangetreden als derde abt van Cîteaux, trad Bernard samen met dertig andere jonge edellieden uit Bourgondië toe tot de cisterciënzerorde.McManners (1990), p. 204.

Abdij van Clairvaux (1113-28) De kleine gemeenschap van hervormingsgezinde benedictijnen in Cîteaux, die zo'n diepgaande invloed zou hebben op het Westelijke kloosterleven, groeide snel. Hij praatte zijn volledige familie, waaronder zijn vader, het klooster in.Y.v.Buyten, W.Vanderzeypen, De Tempeliers, Synthese, p. 74 Reeds drie jaar later werd Bernard met een groep van twaalf monniken uitgezonden om een nieuw klooster te stichten in de Vallée d'Absinthe, in het bisdom Langres. Bernard noemde dit nieuwe klooster op de 25 juni 1115, Claire Vallée, of Clairvaux, en vanaf dat moment zouden de namen van Bernard en van Clairvaux onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Tijdens de afwezigheid van de bisschop van Langres werd Bernard als abt ingezegend door Willem van Champeaux, de bisschop van Châlons-sur-Marne. Vanaf dat moment bloeide er een sterke vriendschap tussen de abt en de bisschop, die tevens hoogleraar was in de theologie op de Notre Dame van Parijs en de stichter van de klooster van St. Victor.

De begintijd van de abdij van Clairvaux was een beproeving. Het regime was zo ascetisch dat Bernard ziek werd, en alleen de invloed van zijn vriend Willem van Champeaux, en het gezag van het Algemeen Kapittel kon hem het strenge regime enigszins doen verzachten. Het klooster maakte echter snel vooruitgang. Discipelen kwamen er in groten getale op af en stelden zich onder de leiding van Bernard. Zijn vader en al zijn broers traden in Clairvaux in als religieuzen, waardoor slechts zijn zuster, Humbeline, in wereldlijke sferen verbleef en ook zij kreeg al snel toestemming van haar man in te treden in het benedictijner klooster van Jully. Gerard van Clairvaux, Bernards oudere broer, werd de keldermeester van Citeaux.

De abdij werd te klein voor het aantal religieuzen dat er verbleef en het bleek noodzakelijk groepen uit te zenden om nieuwe kloosters te stichten. In 1118 werd het klooster van de Drie Fonteinen gesticht in het bisdom Châlons. In 1119 het klooster van Fontenay in het bisdom Autun en in 1121 dat van Foigny, in de buurt van Vervins, in het bisdom Laon. Naast deze successen waren er ook tegenslagen. Tijdens een afwezigheid van Bernard uit Clairvaux, lokte de Grote Prior van Cluny Bernards getalenteerde neef, Robert van Châtillon weg. Dit was de aanleiding voor de langste en meest emotionele van Bernards brieven.

thumb|left|300px|De abdij van Cluny zoals deze er ten tijde van Bernard van Clairvaux tijd zou hebben uitgezien. In het jaar 1119 was Bernard aanwezig tijdens de eerste algemene vergadering van de cisterciënzerorde, die bijeen was geroepen door Stephen Harding. Hoewel hij nog geen 30 jaar oud was, werd er met de grootst mogelijke aandacht en respect naar Bernard geluisterd, vooral wanneer hij zijn gedachten over de heropleving van de oorspronkelijke geest van regelmaat en ijver in alle monastieke ordes uiteenzette. Het was deze algemene vergadering die de definitieve vorm gaf aan de statuten van de Cisterciënzer orde en aan de dagelijkse regels zoals deze werden vastgelegd in het "Handvest van Barmhartigheid", dat door paus Calixtus II op 23 december 1119 werd bevestigd.

In 1120 schreef Bernard zijn eerste werk "De Gradibus Superbiae et Humilitatis" en zijn homilieën, die hij de titel "De Laudibus Mariae" meegaf. De monniken van de abdij van Cluny waren niet gelukkig om te zien dat Cîteaux steeds meer de leidende rol binnen de religieuze ordes van de rooms-katholieke kerk overnam. Om die reden probeerden de zwarte monniken de regels van de nieuwe orde als onpraktisch en in de praktijk niet haalbaar af te schilderen.

In de intredingsonderhandelingen met Willem van St.-Thierry verdedigde Bernard zijn orde door de publicatie van een "Apologie" die uit twee delen bestond. In het eerste deel bewees hij onschuldig te zijn aan de aantijgingen van Cluny en in de tweede onderbouwde hij zijn tegenaanval. Wel putte hij zich uit in blijken van zijn enorme waardering voor de benedictijnen van Cluny van wie hij aangaf evenveel te houden als van alle andere religieuze orden binnen de Rooms-katholieke kerk. Petrus de Eerbiedwaardige, de abt van Cluny, antwoordde Bernard en verzekerde hem van zijn grote bewondering en oprechte vriendschap.

In de tussentijd werd er een hervorming in Cluny doorgezet, en werd de abt Suger, minister onder Lodewijk VI gewonnen voor Apologie van Bernard. Hij haastte zich zijn wereldse leven af te ronden en de discipline in zijn eigen klooster te herstellen. De geloofsijver van Bernard breidde zich uit tot bisschoppen, geestelijken en leken. Bernards brief aan de aartsbisschop van Sens, De Officiis Episcoporum, werd gezien als een echte verhandeling. In dezelfde periode schreef hij zijn werk over Genade en vrije wil.

Abt Hij was enorm sterk in het beïnvloeden van mensen. Dat blijkt uit een anekdote die verhaalt dat hij in Cîteaux aankwam in het gezelschap van al zijn broers. In 1112 trad hij in in dit strenge klooster, de bakermat van de cisterciënzerorde, die sindsdien een hoge vlucht nam. Na één jaar als novice en twee jaar als gewoon monnik kreeg Bernard al in 1115 opdracht het derde dochterhuis van Cîteaux, het klooster Clairvaux te stichten, dat op zijn beurt een middelpunt werd van vele nieuwe kloosterstichtingen. Hij werd na de stichting de eerste abt van dit klooster.

Tot aan zijn dood in 1153, zou hij abt blijven, al slaagde hij erin deze opdracht te combineren met een druk leven als prediker, schrijver en denker. Hij was een man van actie, onophoudelijk reizend door Europa, waarbij hij ketterijen van andersdenkende christenen neersloeg en de Tweede Kruistocht predikte. Hij liet 350 preken na, meer dan 500 brieven en een aantal verhandelingen.

De abdijen van de benedictijnen stonden elk afzonderlijk. Bernard organiseerde naar het voorbeeld van Cluny visitaties, inspectiebezoeken van het moederklooster bij de dochterkloosters. Alle zaken van de orde werden jaarlijks besproken met alle abten op een algemeen kapittel. Zijn klooster had 700 monniken en 160 dochterkloosters.

Paus Eugenius III, een vroegere leerling van hem, droeg hem op de Tweede Kruistocht te prediken, die echter mislukte. Bernard weigerde voorts aartsbisschop van Milaan te worden, waardoor hij zijn moreel gezag nog vergrootte.

Publiek optreden (1128-1146)