George Walker Bush () (New Haven, Connecticut, 6 juli 1946) is een Amerikaans politicus. Hij was van 2001 tot 2009 de 43e president van de Verenigde Staten.

Bush is lid van de Republikeinse Partij. Zijn presidentschap werd in belangrijke mate bepaald door de aanslagen op 11 september 2001, de daaropvolgende War on Terror, de oorlog in Afghanistan en de Irakoorlog. Tijdens zijn tweede ambtstermijn kreeg hij tevens te maken met de financiële crisis van 2007-2008.

Bush is de zoon van George H.W. Bush, de 41e president van de Verenigde Staten en maakt deel uit van de familie Bush, een invloedrijke Amerikaanse politieke familie.

Vroege leven thumb|George W. Bush met zijn ouders rond 1947 thumb|George Bush in het uniform van de Texas National Guard, ergens tussen 1968 en 1973 thumb|Laura Bush in 2005

Bush werd geboren in de staat Connecticut, als eerste kind van George H.W. Bush en zijn vrouw Barbara Bush. Toen hij twee jaar oud was verhuisden ze naar de staat Texas. Hij werd opgevoed in Midland en Houston. Het echtpaar Bush kreeg na George nog vijf kinderen, Jeb, Neil, Marvin, Dorothy en Robin. Robin stierf in 1953 op driejarige leeftijd aan leukemie. https://www.famoustexans.com/georgewbush.htm

Bush zat op de Phillips Academy en werd daarna student aan de Yale-universiteit, de universiteit waaraan zijn vader ook had gestudeerd. In 1968 werd hij Bachelor of Arts na zijn studie geschiedenis. Tijdens zijn tijd aan Yale hielp hij mee aan verscheidene verkiezingscampagnes voor de Republikeinen. Bush werd aan Yale lid van het besloten genootschap Skull and Bones. Volgens Bush zelf was hij een gemiddelde student. https://web.archive.org/web/20071119035809/http://www.foxnews.com/story/0,2933,25229,00.html.

In 1968 werd Bush reserve-officier vlieger bij de Texas National Guard. Tijdens de rest van zijn loopbaan zou hij bekritiseerd worden, omdat zijn dienst daar te kort te was en omdat hij onregelmatig aanwezig was. In 1972 werd hij overgeplaatst naar Alabama, zodat hij daar kon werken aan de Republikeinse senaatscampagne. In 1974 kreeg hij permissie om zes maanden te vroeg zijn zesjarige dienst af te sluiten, om te kunnen studeren aan Harvard.

Tijdens deze periode had Bush een alcoholprobleem. Bush heeft later toegegeven in die tijd te veel te hebben gedronken en dat hij een onverantwoordelijke jeugd heeft gehad. . "Bush's Life-Changing Year", The Washington Post, 1999-07-25. Gearchiveerd op 7 februari 2023. Op 4 september 1976 werd Bush gearresteerd wegens rijden onder invloed. Hij werd schuldig bevonden en mocht tot 1978 geen auto meer rijden. Het strafblad van George Bush, www.thesmokinggun.com Bush wist dit geheim te houden, tijdens zijn jaren als gouverneur van Texas, maar het zou later toch in de pers komen. Een persbericht waarin naar buiten komt dat Bush onder invloed had gereden en was opgepakt.

Nadat Bush zijn MBA aan Harvard had gehaald, ging hij werken in de olie-industrie. In 1977 werd hij door vrienden voorgesteld aan Laura Welch, die toen lerares en bibliothecaresse was. De vonk sprong meteen over en George en Laura trouwden drie maanden later, op 5 november 1977 in Midland (Texas). Hier gingen ze ook wonen en kregen er in 1981 een tweeling: Jenna en Barbara.

In 1978 deed Bush mee aan de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden, maar hij verloor van de Democraat Kent Hance. Bush ging terug werken in de olie-industrie en werkte voor verschillende energiebedrijven. Hij zei de alcohol in 1986 voorgoed vaarwel en begon de Bijbel te bestuderen.

Bush verhuisde met zijn familie in 1988 naar Washington D.C., waar hij zijn vader steunde in diens campagne voor het presidentschap. Samen met Lee Atwater, Doug Wead en Jimbo Oldhand ontwierp hij een strategie waarmee ze de conservatieve kiezers voor zich wilden winnen.

Toen Bush weer terugkwam in Texas kocht hij een aandeel in de honkbalploeg de Texas Rangers. In 1993 liep hij vlak voor de gouverneursverkiezingen de marathon van Houston.

Gouverneur van Texas Gelijktijdig met zijn vaders verkiezing in 1988 tot president kwamen er speculaties dat George W. Bush in 1990 mee zou doen aan de gouverneursverkiezingen. Dit werd echter in de weg gezeten door persoonlijke problemen en doordat hij net mede-eigenaar was geworden van de Texas Rangers. Mede door het succes dat hij boekte bij de Rangers besloot George zich in 1994 kandidaat te stellen als gouverneur van Texas. Zijn broer Jeb deed ook mee aan de verkiezingen, maar dan in Florida. Toen Bush vrij gemakkelijk door de Republikeinen werd gekozen als nieuwe kandidaat, moest hij het opnemen tegen de toenmalige gouverneur Ann Richards.

Bush werd in zijn campagne geholpen door een groep adviseurs, waaronder Karen Hughes, John Allbaugh en Karl Rove. Zijn team adviseurs besloot om de campagne te richten op onderwijs, criminaliteit en deregulering van de economie. Bush ontwikkelde tijdens de verkiezingen een positief imago. De campagne werd bekritiseerd, omdat controversiële methodes werden gebruikt om Richards beleid aan te vallen. Door zijn indrukwekkend optreden tijdens de debatten groeide de populariteit van Bush.

Als gouverneur verbeterde hij de scholen en hervormde hij het juridische systeem. Tijdens zijn gouverneurschap werden er 152 gevangenen geëxecuteerd, meer dan tijdens enig ander gouverneurstermijn op dat moment.

In 1998 werd Bush herkozen met een meerderheid van 69% van de stemmen. Hiermee werd hij de eerste Texaanse gouverneur die werd verkozen voor twee termijnen van vier jaar (voor 1975 waren er termijnen van twee jaar).

Presidentsverkiezingen Presidentsverkiezingen 2000 Bij de presidentsverkiezingen van 2000 werd Bush gekozen tot president, met een zeer klein verschil van de Democratische kandidaat en zittende vicepresident Al Gore. Bush won 271 kiesmannen ten opzichte van 266 voor Gore. Door het klein verschil verliep de telling van de stemmen vooral in de staat Florida bijzonder moeilijk. In de staat Florida ontstond rumoer: een deel van de stemmen in sommige districten werden ongeldig verklaard, omdat de stemmers crimineel zouden zijn (plegers van bepaalde soorten misdaden verliezen hun kiesrecht in de V.S.). Er werd ook gezegd dat de stemformulieren in één county onduidelijk waren, waardoor veel mensen verkeerd zouden hebben gestemd, en dat elders niet alle stemmen door de machines goed waren geteld, waardoor een handmatige hertelling nodig zou zijn. Gore ging naar het Hooggerechtshof van Florida om een dergelijke hertelling aan te vragen, maar voor slechts vier specifieke county's (namelijk county's waarvan het bekend was dat de meerderheid van de geregistreerde kiezers democraat was), en dit werd toegestaan.

Vervolgens stelde Bush in een petitie aan hetzelfde gerechtshof dat het hertellen in slechts vier uitgekozen county's volgens de verkiezingswet van Florida niet toegestaan is en dat de hertelling dus moest stoppen, of minstens in alle county's zou moeten plaatsvinden. Dit argument werd afgewezen en dus ging Bush naar het Federale Hooggerechtshof van de Verenigde Staten om de plaatselijke hertellingen te stoppen. (Voor een algemene hertelling was niet genoeg tijd meer volgens de verkiezingswet van Florida.) Met een 5-4 beslissing gaf het Federale Hooggerechtshof Bush gelijk.

Uiteindelijk behaalde Bush, dankzij een verschil van 537 stemmen in Florida, een absolute meerderheid van de stemmen in het Kiescollege en werd daarmee tot 43e president van de Verenigde Staten gekozen. Net zoals bij vijf andere verkiezingen in de geschiedenis van de Verenigde Staten, behaalde Bush geen meerderheid van de stemmen, maar won hij toch de presidentsverkiezing, omdat het bij de presidentsverkiezingen erop aan komt om zo veel mogelijk kiesmannen achter zich te scharen.

Presidentsverkiezingen 2004 thumb|250px|Uitslag presidentsverkiezingen VS 2004. Rood is voor de Republikeinen en blauw is voor de Democratische Partij.

Bij de presidentsverkiezingen van 2 november 2004 won Bush met 286 kiesmannen ten opzichte van 251 kiesmannen voor zijn tegenstander John Kerry (51% van de stemmen ten opzichte van 48%). De Republikeinen verstevigden ook hun greep op het Congres met zowel zetelwinst in het Huis van Afgevaardigden als de Senaat. De politieke strategie voor de herverkiezing van Bush werd mede bepaald door Karl Rove die wordt gezien als een belangrijke adviseur van president Bush. De tweede en laatste termijn van Bush eindigde op 20 januari 2009.

Net als in de presidentsverkiezingen in 2000 waren er geluiden te horen over verkiezingsfraude, ditmaal zou dat in de staat Ohio moeten zijn gebeurd.Evidence of Fraud and Disenfranchisement in Ohio, 2004: A Partial List Deze geluiden waren echter minder sterk dan in 2000. Bovendien was de uitslag, in tegenstelling tot in 2000, overduidelijk in het voordeel van de Republikeinen.

Presidentschap Hoewel Bush verkozen werd op een programma van meest binnenlands beleid zoals belastingverlagingen en andere sociale en economische aangelegenheden waren het de Aanslagen op 11 september 2001 die meer dan enige andere gebeurtenis het presidentschap van Bush zouden gaan definiëren.

Buitenlands beleid en veiligheid thumb|225px|Bush met de Zweedse premier Göran Persson en de Voorzitter van de Commissie van de Europese Unie Romano Prodi bij Gunnebo Slott dicht bij Göteborg, Zweden, 14 juni 2001 Het buitenlandbeleid van de regering-Bush werd vanaf het begin gedomineerd door drie neoconservatieven, die elkaar kenden van de denktank "Project for the New American Century" (PNAC): vicepresident Dick Cheney, minister van defensie Donald Rumsfeld en diens onderminister Paul Wolfowitz. Zij hadden een sterke drang om de Amerikaanse waarden uit te dragen in de wereld, en de aanslagen op 11 september 2001 gaf hun alle gelegenheid hiertoe. Voor het eerst in de geschiedenis van de NAVO werd artikel 5 ingeroepen: een aanval op één is een aanval op allen. Een van de pijlers van het buitenlands beleid van Bush was de zogenaamde bushdoctrine waarmee gesteld werd dat de VS geen onderscheid zou maken tussen terroristen en diegene die terroristen onderdak boden. Bush kondigde de "War on Terror" af en met een "coalition of the willing" werd Afghanistan binnengevallen, dat bescherming bood aan de moslimterroristen van Al Qaeda.

Kyoto-protocol Tijdens zijn eerste presidentiële bezoek aan Europa in juni 2001 werd Bush bekritiseerd door Europese leiders vanwege zijn verwerping van het Kyoto-protocol, dat een vermindering nastreefde van kooldioxide-emissies die bijdragen aan de opwarming van de aarde. Terwijl de vertegenwoordigers van de Verenigde Staten en andere landen nog onderhandelden over het Kyoto-protocol, had de Senaat van de VS in 1997 in een 95-0 stemming geëist dat er ook bindende verplichtingen zouden komen voor ontwikkelingslanden in het protocol. Hoewel het protocol in 1998 symbolisch werd ondertekend door Peter Burleigh, de waarnemende ambassadeur van de VS aan de Verenigde Naties, werd het door de toenmalige president Bill Clinton nooit aan de Senaat voorgedragen voor bekrachtiging. In 2002 protesteerde Bush sterk tegen het verdrag dat schadelijk zou zijn voor de economische groei: "Mijn benadering erkent dat de economische groei de oplossing, niet het probleem is." De regering van Bush betwistte ook de wetenschappelijke basis voor het verdrag. In november 2004 bekrachtigde Rusland het verdrag, waarmee het vereiste minimumaantal van landen bereikt was om de protocol van kracht te maken zonder de Verenigde Staten.

Staal De heffing door Bush van tarieven op ingevoerd staal was controversieel gezien Bush' vrije marktbeleid en werd bekritiseerd door zowel medeconservatieven als de betrokken landen. Het staaltarief werd later herroepen onder druk van de Wereldhandelsorganisatie.

Naaldhout