Johan Frederik ten Doesschate (Zwolle, 21 november 1904 – Hooge en Lage Zwaluwe, 18 juli 1964) was een Nederlands bedrijfseconoom, hoogleraar aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool te Rotterdam, en directielid van Koninklijke Hoogovens.

Professor Ten Doesschate is een van de grondleggers van de bedrijfseconomie in Nederland, die met name de menselijke factor in de bedrijfshuishouding benadrukte.Jong, Albert de. De menselijke factor in de bedrijfshuishouding en de bedrijfseconomische problematiek. Groningen : Stenfert Kroese, 1954. p. 23

Biografie Ten Doesschate studeerde economie aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool In Rotterdam, waar hij in 1927 zijn doctoraal examen deed. In 1930 promoveerde hij hier op het proefschrift Analyse van de vrachtprijsvorming in de wilde vaart.

Van 1939 tot 1946 was Ten Doesschate hoogleraar bedrijfshuishoudkunde aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool. Zijn inaugurele rede was getiteld Over de doelmatigheid van het huidige distributie-apparaat. Op deze leerstoel trad hij in de voetsporen van J.G.Ch. Volmer, die drie jaar daarvoor in 1935 was teruggetreden.J.H. van Stuijvenberg (1963). De Nederlandsche Economische Hoogeschool, 1913-1963. Nijgh & Van Ditmar. p.44 In 1944 volgde hij Prof. George Lodewijk Gonggrijp op als rector magnificus van de Nederlandse Economische Hoogeschool.W.L.J. Brusse. (1944). Rotterdams jaarboekje. Historisch Genootschap Roterodamum. p.31.

In 1946 ging Ten Doesschate met emeritaatJ.F. ten Doesschate (1946). "De grenzen der leiding". In: De Economist. Volume 94, Number 1, pp. 503-516. en werd in juli van dat jaar mededirecteur van de Koninklijke Hoogovens in IJmuiden.INGEN HOUSZ, Arnold Hugo (1888-1983) op www.inghist.nl. Gearchiveerd op 19 mei 2011. Hij bleef lid van de directie tot 1962.E. Homburg, Arjan van Rooij (2004) Groeien door kunstmest: DSM Agro 1929-2004. p.307. Hij kwam in de plaats van Marius Holtrop, die was benoemd tot president van De Nederlandsche Bank. Als directielid richtte hij zich vooral op financieel-economische vraagstukken, en hij was stimulator van het Hoogovenschaaktoernooi.PERSONALIA: Prof. dr. J.F. ten Doesschate], in: Schip en Werf, Vol. 31, nr 17 (14 augustus 1964), p. 481 (online)

Ten Doesschate was verder actief als voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor de Internationale Kamer van Koophandel in 1951, bij het Nederlandsch Instituut voor efficiency en de Vereniging voor de Staathuishoudkunde, waarvoor hij enige publicaties schreef. Tevens was hij commissaris van de Handelsvereniging A.J. ten Doesschate N.V. te Zwolle, in welk familiebedrijf hij over het zogenoemde 'wipaandeel' beschikte.

Voor zijn verdienste was Ten Doesschate benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij overleed op 18 juli 1964 aan een hartaandoening, terwijl hij aan het zeilen wasICC News: Monthly Bulletin of the International Chamber of Commerce, Volumes 27-33, 1961-64, p. 106. op zee.

Werk Analyse van de vrachtprijsvorming in de wilde vaart, 1930 Met zijn proefschrift in 1930 was ten Doesschate de eerste, die zich specifiek richtte op de kosten en baten en de vrachttarieven in de wilde vaart. Hij benadrukte dat de analyse hiervan zich dient te onderscheiden van de analyse van de lijnvaart. Op de wilde vaart is het mogelijk om min of meer vaste vrachttarieven te berekenen op basis van kenmerken van het schip en de lading.Peter de Weert. Sailing Upstream. Network and business strategies of the company Vinke & Co., within Dutch Tramp. Shipping, 1910-1930. ESHCC Master Thesis 2012.

Ten Doesschate stelde verder dat men niet kan veronderstellen dat exploitatiekosten gelijk blijven bij opvolgende reizen. De kosten dienen bepaald te worden voor ieder afzonderlijke deel van de reis. Deze kosten worden sterk bepaald door de lengte van de reis, het aantal havens dat wordt aangedaan, de specifieke gebieden, waar wordt gevaren, en het soort lading. Bij de bepaling van de prijsstelling speelt volgens Ten Doesschate de vraag en de prijselasticiteit van de vraag een meer belangrijke rol dan het te vervoeren tonnage.

Het object van de bedrijfshuishoudkunde In zijn afscheidsrede aan de Nederlandse Economische Hoogeschool op 6 juni 1946, getiteld De grenzen der leiding pleitte Ten Doesschate voor het gebruik van het begrip bedrijfshuishoudkunde of bedrijfseconomie in plaats van bedrijfsleer. Hij sprak:

Het vakgebied hieromtrent, wat wij tegenwoordig kennen als bedrijfseconomie, was in de eerste helft van de 20ste eeuw afwisselend aangeduid als bedrijfsleer of bedrijfshuishoudkunde. Zo was Théodore Limperg in 1922 aangesteld als hoogleraar bedrijfshuishoudkunde in Amsterdam, terwijl op hetzelfde vakgebied Jan Goudriaan aangesteld was als hoogleraar bedrijfsleer in Rotterdam. In de tweede helft van de 20ste eeuw zijn nog verschillende hoogleraren bedrijfshuishoudkunde aangesteld, waaronder Jacobus Franciscus Haccoû, Anton Dreesmann, Johannes Lützen Bouma en Jan Bulte.

Het object van de bedrijfshuishoudkunde, aldus Ten Doesschate, dient te zijn het bedrijf, ofwel "de productiecel der maatschappij, waarin arbeid en kapitaal technisch samengaan om goederen en diensten voort te brengen." Dit uitgangspunt werd echter in die tijd door weinigen ervaart. De literatuur in die tijd, volgens Ten Doesschate:

Volgens Ten Doeschate ontbreekt in deze economische kijk de ruimte en "de geestelijke sfeer van den man, die zich naast individu ook een deel eener gemeeschap voelt."

Aansluiting van MTS onderwijs bij het bedrijfsleven Als Hoogoven-directeur was Ten Doesschate betrokken bij de sociale problemen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Een centraal probleem was de motivatie van de jongere generatie. De Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel in 1952 formuleerde dit probleem in die tijd als volgt:

Volgens Ten Doesschate moest de oplossing van dit probleem gezocht worden in een zo groot mogelijke aansluiting tussen het technisch onderwijs en de omstandigheden in de industrie.

Hoogovenschaaktoernooi Als Hoogoven-directeur was ten Doesschate als een van haar oprichtersChess review, Vol. 33-34. (1965), p. 108 betrokken bij het Hoogovenschaaktoernooi, tegenwoordig Tata Steel-toernooi. Tot de laatste jaren van zijn carrière was hij bij de openingsplechtigheid aanwezig in Beverwijk.

In 1968 verhuisde het toernooi weer terug van Beverwijk naar Wijk aan Zee, waar het in 1938 ook was begonnen.

Trivia In Heemskerk is er een straat naam hem vernoemd, de Professor Ten Doesschatestraat.

Publicaties 1930. Analyse van de vrachtprijsvorming in de wilde vaart. Amsterdam : Van Mantgem & De Does. 1936. Collectieve bedrijfsstatistieken voor den groothandel. Purmerend : J. Muusses. 1939. Over de doelmatigheid van het huidige distributie-apparaat. Rotterdam : Nijgh & Van Ditmar. 1950. Vijf en twintig jaren Maandblad voor accountancy en bedrijfshuishoudkunde: jubileumbundel... Redactie. 1950. Het vraagstuk der kapitaalschaarste in Nederland, meer in het bijzonder de schaarste aan risicodragend kapitaal. Met E. Tekenbroek en H.J. Witteveen. 's-Gravenhage : Nijhoff. 1952. De functie van de ondernemer in het huidige tijdsbestek. Met J.F. Haccoû en A.C.J. Rottier. Leiden : Stenfert Kroese. 1959. Enige economische en sociale aspecten van de automatisering voor bedrijf en maatschappij.

Categorie:Nederlands bedrijfskundige Categorie:Nederlands econoom Categorie:Rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam