De buurtspoorlijn Gent - Nevele - Ruiselede was een Oost-Vlaamse buurtspoorweglijn die het Gent-Rabot (vanaf 1931 Gent-Sint-Pieters) verbond met Drongen, Baarle, Sint-Martens-Leerne, Vosselare, Nevele, Poesele, Lotenhulle, Poeke en Ruiselede. De lijn werd geopend op 6 juni 1909. Vanaf 1931 werd het traject Gent - Nevele geëlektrificeerd. Tijdens de krimp van de buurtspoorlijnen werd het niet geëlektrificeerde baanvak Nevele - Ruiselede - Tielt op 8 augustus 1953 als eerste gesloten. Het traject Gent - Nevele volgde op 30 mei 1959.

De aanvraag: 1899-1900 thumb|Buurtspoorlijnen in Oost-Vlaanderen In maart 1899 vroeg de gemeente Drongen een buurtspoorlijn aan die vanuit Gent via Drongen tot in Nevele zou lopen. Op 14 juni 1899 werd deze aanvraag afgekeurd door de staatsspoorwegen omdat deze te nadelig zou uitvallen voor de spoorlijn Gent - Kortrijk. In maart van datzelfde jaar vroegen de gemeenten Vosselare, Sint-Martens-Leerne, Bachte-Maria-Leerne, Deurle, Sint-Martens-Latem en Sint-Denijs-Westrem een buurtspoorlijn aan die door hun gemeenten naar Nevele zou lopen en aankomen te Gent-Sint-Pieters. In de zomer kwamen hier nog de gemeenten Poesele, Lotenhulle en Poeke bij. Nevele wilde echter dat de buurtspoorlijn vanuit haar gemeente naar Aalter zou lopen. Na een lange polemiek besliste de NMVB in 1900 de aanleg van de lijn Gent - Drongen - Baarle - Sint-Martens-Leerne - Bachte-Maria-Leerne - Vosselare - Nevele - Poesele - Lotenhulle - Poeke - Ruiselede. Hierdoor vielen de gemeenten Deurle, Sint-Denijs-Westrem en Sint-Martens-Latem uit de boot.

De kapitaalbijdragen voor de buurtspoorlijn: 1901-1903 Toen de NMVB in 1885 werd opgericht, werd bepaald in welke mate elke overheid moest bijdragen in het kapitaal: de Belgische Staat 50%, de doorlopen provincie 25% en de doorlopen gemeentes eveneens 25%. De kosten voor de buurtspoorlijn werden geschat op 1.920.000 frank. Dit kapitaal werd als volgt samengebracht. Kapitaalbijdrage voor de hele lijn 1.920.000 frank Kapitaalbijdrage gemeenten totaal 451.000 frank of 23,5% van de kostenGemeenteKapitaalbijdrageDatumPoeke 13 januari 1902Nevele 22 januari 1902Lotenhulle 27 januari 1902Poesele 28 januari 1902Ruiselede 30 januari 1902Gent 17 februari 1902Drongen gedeeltelijk 22 februari 1902Bachte-Maria-Leerne 22 maart 1902Vosselare 26 april 1902Drongen tweede deel 4 juni 1902Sint-Martens-Leerne 10 juli 1902 Kapitaalbijdrage provincies totaal 480.000 frank of 25% van de kostenProvincieKapitaalbijdrageDatumOost-Vlaanderen446.000 frank9 januari 1903West-Vlaanderen34.000 frank30 januari 1903 Particuliere kapitaalbijdragenParticulieren 29.000 frank of 1,5%21 oktober 1902 Staat 960.000 frank of 50 % van de kosten

Bezwaren over het traject: 1905-1907 De vergunning voor de buurtspoorlijn werd door de NMVB op 11 augustus 1905 aangevraagd. Hierna konden de gemeenten mogelijke klachten over het traject bij de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen indienen. Drongen diende een aantal klachten in, bijvoorbeeld omdat de tramlijn niet de Teerlingstraat (de huidige Veerstraat) zou volgen maar wel de Karnemelkstraat (de huidige Domien Ingelsstraat). Uiteindelijk raakte men het eens en in 1906 en 1907 maakte men werk van de onteigeningsprocedures. Op 27 januari 1907 verscheen het koninklijk besluit voor de buurtspoorlijn in het Belgisch Staatsblad.

De aanleg van de buurtspoorlijn: 1909-1912 De aanleg en opening van de buurtspoorlijn verliep in zes stadia tussen 15 september 1908 en 29 februari 1912, als volgt in onderstaande tabel:

BaanvakkenDatum van het begin van de aanlegDatum van de openingHaltes op het baanvakGent-Rabot - Drongen Gemeentehuis15 september 19086 juni 1909 Gent: Rabot, Begijnhoflaan, Nieuwewandelingbrug, Spiegelhofstraat, Akkergemlaan, Rooigemlaan, Brughuis Drongen: Halfweg, Assels, Groenen Boomgaard, GemeentehuisDrongen Gemeentehuis - Baarle17 augustus 190915 oktober 1910 Drongen: Kerkhof, Heilig Huis Baarle: Kerk, Molenhuis, NoordhouteDrongen - Baarle - Sint-Martens-Leerneoktober 191030 november 1910 Sint-Martens-Leerne: Kasteeldreef, DorpSint-Martens-Leerne - Vosselaredecember 191026 december 1910 Vosselare: StationVosselare - Nevelejanuari 191128 januari 1911 Nevele: Langemunt, Markt, StelplaatsNevele - Ruiselede?29 februari 1912 Nevele: Stelplaats Poesele: Dorp Lotenhulle: Proosdij, Station, Kannegat Poeke: Knokstraat, Kapel Ruiselede: Dorp

Eerste plannen voor elektrificatie Vanaf 1909 begon men plannen te maken voor elektrificatie van het Gentse buurtspoorwegennet in een straal van 10 kilometer. Voor de elektrificatie werd het kapitaal tussen november 1911 en februari 1912 verhoogd met 440.000 frank. In diezelfde periode werd er gezocht naar een mogelijke verbinding tussen de beginpunten van de buurtspoorlijnen van de westgroep (lijnen naar Ruiselede, Bassevelde en Zomergem) en de oostgroep (lijnen naar Hamme, Lochristi en Zaffelare) met als doel het toen nog belangrijkste Gentse Zuidstation te bedienen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 doorkruiste dit plan.

Het tijdperk van de Eerste Wereldoorlog Op 4 augustus 1914 viel het Duitse leger België binnen en op 12 oktober 1914 namen de Duitsers Gent in. Door het Belgische en het Duitse leger was er zware schade aangericht aan het buurtspoorwegennet. Vanaf 11 oktober was er op de lijn voor de rest van het jaar 1914 geen verkeer meer mogelijk. In februari 1915 ontving de NMVB een verzoekschrift van de Commission for relief in Belgium waarin er gevraagd werd om gratis goederenvervoer op het gehele net toe te staan. De NMVB kon dit niet toestaan maar het tarief werd wel sterk verlaagd. Halfweg 1915 kon de exploitatie hervat worden. Door het besluit van de NMVB waren de goedereninkomsten wel erg laag. Rond 1917 moest de NMVB met lede ogen toezien hoe ze haar net sterk zag inkrimpen door de Duitse bezetter. Dit had ook een naar gevolg voor de buurtspoorlijn: in 1917 werd het baanvak Drongen-Gemeentehuis tot Ruiselede uitgebroken en als klap op de vuurpijl kon het vak Gent-Rabot tot Drongen-Gemeentehuis vanaf augustus 1917 niet meer uitgebaat worden tot 1 april 1921 door de grote oorlogsschade.

Herstelling van de buurtspoorlijn: april 1921-oktober 1921 In geheel Vlaanderen werden tussen 1919 en 1921 vrijwel alle buurtspoorlijnen hersteld. De herstelling van de buurtlijn Gent - Nevele - Ruiselede verliep als volgt:

Herstelling van de buurtspoorlijn Gent - Nevele - RuiseledeBaanvakDatumGent - Drongen1 april 1921Drongen - Baarle18 juli 1921Baarle - Sint-Martens-Leerne6 augustus 1921Sint-Martens-Leerne - Nevele21 augustus 1921Nevele - Ruiselede1 oktober 1921

Na de herstelling van de buurtspoorlijn was er nog een stuk dat voor reizigersongemak zorgde. Doordat de brug over het kanaal pas in 1927 hersteld was, werd tot die tijd het vak Nevele-Kanaal tot Nevele-Stelplaats niet uitgebaat.

De jaren voor de elektrificatie: 1922-1928 In 1920 werd gemeld dat de elektrificatie van de buurtspoorlijnen rond Gent voor onbepaalde tijd was uitgesteld. In 1925 werd het eerste plan voor de elektrificatie van de buurtspoorlijn Gent - Nevele - Ruiselede bekendgemaakt. De elektrificatie zou van Gent tot Drongen station lopen. Over deze periode van de buurtspoorlijn heeft Cyriel Buysse een passage in zijn boek "Kerels" gewijd.

De plannen voor elektrificatie thumb|NMVB-tramlijnen in Gent. Naast de route naar Gent-Sint-Pieters bestond er een ringlijn om naar de stelplaats aan de Oostzijde te rijden. Vanaf maart 1928 werden de onderhandelingen over de elektrificatie hervat. Er was overeengekomen dat de buurtspoorlijnen in het Gentse niet meer zouden samenkomen aan het Zuidstation, dat op 9 oktober van dat jaar gesloten zou worden, maar aan het Sint-Pietersstation. Eerst dacht men om de tramlijn slechts te elektrificeren tot aan het station van Drongen. In november 1928 vroeg de gemeente Drongen aan de NMVB of het mogelijk zou zijn om de elektrificatie te verlengen tot Baarle. De NMVB ging hier in eerste instantie niet op in, maar liet op 20 mei 1930 aan het Drongense gemeentebestuur weten dat de elektrificatie tot Nevele mogelijk was. De elektrificatie van het eerste vak tot Drongen was klaar op paaszondag 5 april 1931 en het tweede vak Drongen - Nevele op 22 maart 1932. De geëlektrificeerde lijn Gent - Nevele kreeg N als 'lijnnummer' en het resterende niet-geëlektrificeerde traject Nevele - Ruiselede kreeg het lijnnummer 377.

De elektrische tramlijn N De tramlijn N, die het traject Gent-Sint-Pieters - Drongen - Sint-Martens-Leerne - Vosselare - Nevele volgde, was het tussen 1931 en 1932 geëlektrificeerde deel van de buurtspoorlijn Gent - Nevele - Ruiselede. Op 30 mei 1959 werd deze buurtspoorlijn gesloten.

1933-1940 Vanaf 1933 was het goederenspoor voor lijn N geëlektrificeerd. Tussen 1934 en oktober 1939 verliep alles normaal voor de buurtspoorlijn. Vanwege de oorlogsdreiging moesten op de trams vanaf maart 1940 de lichtverduistering worden toegepast. Tevens moest het traject in de buurt van Baarle worden omgelegd en de loskaai voor goederen verplaatst worden vanwege de geplande aanleg van een autosnelweg naar de kust (de huidige E40).

De Tweede Wereldoorlog Op 10 mei 1940 vielen de Duitse troepen België aan, ondanks dat nazi-Duitsland de neutraliteit had erkend. Op 25 mei werd Gent door de Duitse troepen bezet. De eerstkomende weken was er op een groot deel van het Gentse tramnet geen verkeer mogelijk, aangezien de Belgische genie in de nacht van 22 mei op 23 mei 26 bruggen in Gent hadden opgeblazen, waaronder de Albertbrug. Op 27 juli werd een eerste noodbrug geopend met één spoor. Dit veroorzaakte vaak hinder aangezien vijf lijnen van deze brug gebruik maakten. Vanaf augustus kon tramlijn N Gent-Sint-Pieters opnieuw bereiken. De Duitse Wehrmacht had recht op kosteloos vervoer. Omwille van een groot aantal opeisingen van mannelijk personeel, zag de NMVB zich vanaf 1942 verplicht vrouwen in dienst te nemen. In januari 1943 werd een rookverbod afgekondigd waardoor er op geen enkele plaats in de tram nog gerookt mocht worden. Ook verminderden vanaf december 1943 de kolenleveringen aan de elektriciteitscentrales. Nog datzelfde jaar werd er een nieuwe Koning Albertnoodbrug met dubbel spoor geopend. Tussen 5 september en 6 september 1944 werd Gent bevrijd door de geallieerden.

1945-1949 Na de Tweede Wereldoorlog reed de tram over de nieuwe Leiebruggen die tijdens de oorlog waren gebouwd. Tussen 1946 en 1947 werd de lijn voorzien van enkelspoorsignalisatie. In 1947 was het gevaar op ongevallen tussen Drongen Dorp en Kerkhof groot omdat de palen voor de bovenleiding op het fietspad stonden. Dit ongemak werd opgelost door de palen te verplaatsen naar de muur van de Drongense Abdij en de draagarmen te verlengen. In 1948 werden de werken aan de Contributiebrug beëindigd (een van de 26 bruggen die tijdens de oorlog slachtoffer was geworden van de bezetter).

1950-1959, de laatste jaren