Het kabinet–Schmidt III was het West-Duitse kabinet van 4 november 1980 tot 1 oktober 1982. Het kabinet werd gevormd door de politieke partijen Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) en de Freie Demokratische Partei (FDP) na de verkiezingen van 1980 en was een voortzetting van het vorige kabinet Schmidt II. Helmut Schmidt de partijleider van de SPD diende een derde termijn als bondskanselier en Hans-Dietrich Genscher de partijleider van de FDP was vicekanselier en bondsminister van Buitenlandse Zaken.
De economische recessie die de Bondsrepubliek trof brachten de grote ideologische verschillen tussen de coalitiepartners, de sociaaldemocratische SPD van bondskanselier Helmut Schmidt en de liberale FDP aan het licht. Was de SPD een groot voorstander van ingrijpen in het economische leven van de Bondsrepubliek, de FDP was hier fel tegen gekant. In 1982 bereikten de spanningen tussen de beide partijen een hoogtepunt. Het werd steeds duidelijker dat de FDP en de oppositionele CDU van Helmut Kohl elkaar programmatisch dicht waren genaderd. De SPD hield in april in München een partijcongres met de vraag of voortzetting van de coalitie gewenst was. Bondskanselier Schmidt, een voorstander van voortzetting van de coalitie, wist uiteindelijk met zijn medestanders de gedelegeerden te overtuigen maar kwam met een stevig eisenpakket voor de FDP die moest instemmen met overheidsingrijpen. De partijleider van de FDP, Hans-Dietrich Genscher, die tevens als vicekanselier en bondsminister van Buitenlandse Zaken deel uitmaakte van het kabinet, gaf te kennen hier weinig voor te voelenRed. Winkler Prins, Winkler Prins Jaarboek 1983, p. 83. Op 30 augustus en 12 september deed de FDP-bondsminister van Economie Otto Lambsdorff, een scherpe aanval op het economische beleid van de regering, waarop Schmidt zijn aftreden eiste. De FDP-leiding trok daarop op 17 september al haar ministers uit de regering terugidem.
Grondwettelijk gezien was de regering hiermee nog niet ten val gebracht. Het rompkabinet werd echter op 1 oktober door een zogenaamde "constructieve motie van wantrouwen," die was ingediend door de CDU/CSU en de FDP, ten val gebracht. Tegelijkertijd werd de leider van de CDU/CSU-fractie, Helmut Kohl, door een meerderheid van de Bondsdag gekozen tot nieuwe bondskanselier van een coalitie van CDU/CSU en FDP.
Ambtsbekleder Functie(s) Ambtstermijn Partij(en) Helmut Schmidt (1918–2015) Bondskanselier 16 mei 1974 Functie gecontinueerd van het vorige Kabinet-Schmidt II 1 oktober 1982 SPD Bondsminister van Buitenlandse Zaken 17 september 1982 Hans-Dietrich Genscher (1927–2016) Vicekanselier 16 mei 1974 17 september 1982 Afgetreden FDP Bondsminister van Buitenlandse Zaken Egon Franke (1913–1995) Vicekanselier 17 september 1982 1 oktober 1982 SPD Bondsminister voor Oost-Duitse Betrekkingen 22 oktober 1969 Gerhart Baum (1932–2025) Bondsminister van Binnenlandse Zaken 8 juni 1978 17 september 1982 FDP Jürgen Schmude (1936–2025) 17 september 1982 Waarnemend 1 oktober 1982 SPD Hans Matthöfer (1925–2009) Bondsminister van Financiën 16 februari 1978 28 april 1982 Afgetreden na benoeming tot bondsminister van Posterijen en Telecommunicatie SPD Manfred Lahnstein (1937) 28 april 1982 1 oktober 1982 SPD Hans-Jochen Vogel (1926–2020) Bondsminister van Justitie 16 mei 1974 22 januari 1981 Afgetreden na benoeming tot regerend burgemeester van West-Berlijn SPD Jürgen Schmude (1936) 22 januari 1981 1 oktober 1982 SPD Graf Otto Lambsdorff (1926–2009) Bondsminister van Economische Zaken 7 oktober 1977 17 september 1982 FDP Manfred Lahnstein (1937) 17 september 1982 1 oktober 1982 SPD Hans Apel (1932–2011) Bondsminister van Defensie 16 februari 1978 1 oktober 1982 SPD Antje Huber (1924–2015) Bondsminister van Volksgezondheid, Jeugd en Familie Zaken 14 december 1976 28 april 1982 SPD Anke Fuchs (1927–2019) 28 april 1982 1 oktober 1982 SPD Herbert Ehrenberg (1926–2018) Bondsminister van Arbeid en Sociale Zaken 14 december 1976 28 april 1982 SPD Heinz Westphal (1924–1998) 28 april 1982 1 oktober 1982 SPD Jürgen Schmude (1936–2025) Bondsminister van Onderwijs en Wetenschap 16 februari 1978 28 januari 1981 Afgetreden na benoeming tot bondsminister van Justitie SPD Björn Engholm (1939) 22 januari 1981 1 oktober 1982 SPD Volker Hauff (1940) Bondsminister van Verkeer 4 november 1980 1 oktober 1982 SPD Josef Ertl (1925–2000) Bondsminister van Landbouw, Voedsel en Bosbeheer 22 oktober 1969 17 september 1982 FDP Björn Engholm (1939) 17 september 1982 1 oktober 1982 SPD Dieter Haack (1934) Bondsminister van Ruimtelijke Ordening en Huisvesting 16 februari 1978 1 oktober 1982 SPD Kurt Gscheidle (1924–2003) Bondsminister van Posterijen en Communicatie 16 mei 1974 4 november 1980 SPD Hans Matthöfer (1925–2009) 28 april 1982 1 oktober 1982 SPD Ministers zonder portefeuille Ambtsbekleder Functie(s) Ambtstermijn Partij(en) Rainer Offergeld (1937) Bondsminister voor Economische Betrekkingen 6 februari 1978 1 oktober 1982 SPD Andreas von Bülow (1937) Bondsminister voor Onderzoek en Technologie 4 november 1980 1 oktober 1982 SPD Manfred Schüler (1932) Chef des Bundeskanzleramts 16 mei 1974 1 december 1980 SPD Staatssecretaris voor Veiligheidsdiensten Manfred Lahnstein (1937) Chef des Bundeskanzleramts 1 december 1980 28 april 1982 Afgetreden na benoeming tot bondsminister van Financiën SPD Staatssecretaris voor Veiligheidsdiensten Gerhard Konow (1929–1997) Chef des Bundeskanzleramts 28 april 1982 1 oktober 1982 O Konow was een topambtenaar zijn benoeming was technocratisch Staatssecretaris voor Veiligheidsdiensten
Trivia Tien ambtsbekleders hadden ervaring as hoogleraar of wetenschapper en hadden een academische titel van doctor: Helmut Schmidt (econoom), Hans-Dietrich Genscher (jurist), Jürgen Schmude (jurist), Hans-Jochen Vogel (jurist), Otto Lambsdorff (jurist), Hans Apel (econoom), Herbert Ehrenberg (econoom), Volker Hauff (econoom), Dieter Haack (jurist) en Andreas von Bülow (jurist).
Schmidt III Categorie:Politiek in 1980 Categorie:Politiek in 1981 Categorie:Politiek in 1982