De blauwe koffervis (Ostracion cyanurus) is een vis uit de familie van de koffervissen (Ostraciidae). De wetenschappelijke naam is voor het eerst gepubliceerd door Eduard Rüppell in 1828. De vis bereikt een lengte van ongeveer 15 centimeter en leeft in koraalriffen van tropische en subtropische zeeën. (1975). Fantastische vissen. Amsterdam: Uitgeverij Amsterdam Boek B.V.
Kenmerken De vis heeft een lichaam dat op doorsnede vierkant is, en van de kop tot aan het begin van de staartwortel bedekt door een beenachtig pantser dat gevormd wordt door vergroeide benige schubben. Zijn lichaam is hierdoor hard en niet vervormbaar. Mond, ogen en borstvinnen komen door het pantser naar buiten. De vis heeft geen buikvinnen; de rug- en de aarsvin zijn ver naar achteren geplaatst. Het pantser biedt vermoedelijk bescherming tegen vijanden. Bij verstoring kan de vis via de huid een giftige stof afgeven.
De juveniele en vrouwelijke vissen zijn qua tekening moeilijk te onderscheiden van Ostracion cubicus. De jonge vissen zijn geel met donkere stippen; bij Ostracion cyanurus zijn de stippen eerder bruin dan zwart en staan ze dichter bij mekaar. De vrouwelijke vissen zijn gelijkaardig maar hebben vaak oranje kaken. De mannelijke vis wordt eerst grijsachtig blauw en daarna blauw naarmate hij ouder wordt. Hij heeft een vaalgele rug.
Verspreiding De blauwe koffervis komt voor in de volgende zeeën:www.fishbase.org Het westelijke deel van de Indische Oceaan Perzische Golf Rode Zee
Categorie:Koffervissen Categorie:IUCN-status niet bedreigd