Ahmose I (ook wel Amosis I, "Amenes" en "Aahmes"; "uit Iah geboren"Bestaande uit Iâh en msj ("op de wereld zetten, geboren worden uit"). Zie: , A concise dictionary of Middle Egyptian, Oxford, 1962, p. 116. Zelfs indien de transcripties verschillend zijn, bevat de naam Ahmose steeds dezelfde werkwoordsvorm (ms(j)) zoals in Ramses, "uit Ra geboren".) was een farao van het oude Egypte en de stichter van de achttiende dynastie. Hij was lid van het Thebaanse koningshuis, de zoon van farao Tao II Seqenenre en een nauwe verwant van de laatste farao van de zeventiende dynastie, Kamose.Het is gesuggereerd dat hij eerder een neef dan een jongere broer van Kamose zou zijn geweest (, Une stèle de l'an 18 d'Amosis à Hanovre, in CdE 52 (1977), pp. 243-244 (nonvidi), , The duties of the vizier: civil administration in the Early New Kingdom, Londen - New York, 1988, p. 340 (n. 27).). Volgens Manetho regeerde hij vijfentwintig jaar.Aegyptiaca fr. 53 a-b (Eusebius). Hij was eerst koning van Thebe van 1550/1549 tot 1540 v.Chr., vervolgens van heel Egypte tot 1525/1524 v.Chr.

Tijdens het bewind van zijn vader of grootvader kwam Thebe in opstand tegen de Hyksos, de heersers van Neder-Egypte. Toen hij zeven jaar oud was, sneuvelde zijn vader in deze strijd,, The Second Intermediate Period (c. 1650-1550 BC), in (ed.), The Oxford History of Ancient Egypt, Oxford, 2000, p. 199. en hij was nog geen tien jaar toen Kamose na een regeerperiode van slechts drie jaar aan onbekende oorzaken overleed. Ahmose I besteeg vervolgens de troon, art. ‘Ahmose, in , Encyclopedia of Ancient Egypt, New York, 20022, p. 15. en nam als praenomen of kroningsnaam Neb-Pehty-Re ("De heer van kracht is Re").

Tijdens zijn bewind voltooide hij de verovering en verdrijving van de Hyksos uit het deltagebied, herstelde hij de Thebaanse heerschappij over heel Egypte, en herbevestigde hij met succes de Egyptische macht in de voormalige onderworpen gebieden Neder-Nubië en Kanaän. - trad. , A History of Ancient Egypt, Malden - Oxford - Victoria, 1992, p. 192. Hij reorganiseerde de administratie van het land, heropende steengroeven, mijnen en handelsroutes en begon enorme bouwwerken van een type ongezien sinds de tijd van het Middenrijk. Dit bouwprogramma culmineerde in de bouw van de laatste door inheemse Egyptische heersers gebouwde piramide. Ahmoses heerschappij legde de fundamenten voor het Nieuwe Rijk, waaronder de Egyptische macht een hoogtepunt bereikte.

Familie Ahmose was een lid van de Thebaanse zeventiende dynastie. Zijn grootvader en grootmoeder, Ta'a I Senachtenre en Tetisheri, hadden minstens twaalf kinderen, waaronder Ta'a II Seqenenre en Ahhotep. Broer en zus trouwden, volgens de traditie van de Egyptische koninginnen, met elkaar. Hun kinderen waren een jong gestorven zoon genaamd AhmoseAls god vereerd in de regio van Thebe onder de naam Ahmose-Sipair. Jong gestorven: , Iâhmès Sapaïr, fils de Séqénenrê Djéhouty-âa (17e dynastie) et la statue du Louvre E 15 682, Brussel, 2005; , Un intercesseur dynastique à l'aube du Nouvel Empire. La statue du prince Iâhmès, in La revue du Louvre et des musées de France 4 (2005), pp. 19-28., Ahmose I, verschillende dochters, en misschien ook Kamose., L'Égypte et la vallée du Nil, II, Parijs, 1995, p. 199. (non vidi) Ahmose volgde in de traditie van zijn vader en trouwde met een aantal van zijn zusters, waaronder Ahmose-Nefertari, zijn grote koninklijke vrouw, die de eerste koningin was die de priesterfunctie van "godsvrouw van Amon" aannam., The 18th Dynasty before the Amarna Period (c. 1550-1352 BC), in (ed.), The Oxford History of Ancient Egypt, Oxford, 2000, p. 210. Ze hadden meerdere kinderen, waaronder de dochters Ahmose-Meritamon B, Ahmose-Sitamun A en zonen Siamon A, Ahmose-Ankh,, Crown Prince Djhutmose and the Royal Sons of the Eighteenth Dynasty, in JEA 76 (1990), p. 91 (non vidi). Amenhotep I en Ramose A (de "A"- en "B"-aanduidingen achter de namen zijn een door Egyptologen gebruikte conventie om een onderscheid te maken tussen de koninklijke kinderen en echtgenotes, die anders dezelfde naam zouden hebben)., The Complete Royal Families of Ancient Egypt, Londen - New York, 2004, p. 126 (non vidi). Zij waren mogelijk ook de ouders van Moetneferet, die de tweede vrouw van Thoetmosis I zou worden. Ahmose-Ankh was Ahmoses erfgenaam, maar hij ging ergens tussen het 17de en 22ste regeringsjaar van Ahmose zijn vader voor in de dood., Thutmose III's Accession and the Beginning of the New Kingdom, in JNES 57 (1975), p. 271 (non vidi). Amenhotep I volgde hem op, mogelijk na een korte periode van gedeeld koningschap.

Er was geen duidelijke breuklijn binnen de koninklijke familie tussen de 17e en 18e dynastie. Ramses II liet in zijn dodentempel de grote stichters van het Egyptische Rijk afbeelden: Menes als stichter van het Oude Rijk, Mentoehotep II als stichter van het Middenrijk en Ahmose I als stichter van het Nieuwe Rijk., Egypte, het land van de farao's,Könemann, 1997, pag. 25 Ook historicus Manetho schreef later, tijdens de Ptolemaeïsche dynastie, dat de uiteindelijke verdrijving van de Hyksos na bijna een eeuw en het herstel van de inheemse Egyptische heerschappij over het hele land reden genoeg waren om van de start van een nieuwe dynastie te kunnen spreken., History and Chronology of the 18th Dynasty of Egypt: Seven Studies, Toronto, 1967, p. 28 (a, b).

Regering Context Het conflict tussen de lokale koningen van Thebe en de Hyksoskoning Apepi I Awoserre begon onder het bewind van Ta'a II Seqenenre en zou, na bijna 30 jaar van onregelmatige periodes van conflict en oorlog, onder het bewind van Ahmose I worden beëindigd. Ta'a II sneuvelde wellicht in de strijd tegen de Hyksos, iets waar zijn danig toegetakelde mummie op lijkt te wijzen.Zijn mummie werd teruggevonden in de koninklijke grafkelder van Deir el-Bahri. Van zijn opvolger Kamose is bekend dat hij de landen rond de Hyksoshoofdstad, Avaris (het huidige Tell el-Dab'a), met aan- en overvallen bestookte. Kamose kende klaarblijkelijk slechts een korte heerschappij, daar zijn hoogste (ons bekende) regeringsjaar zijn derde is en werd opgevolgd door Ahmose I. Apepi is mogelijk rond dezelfde periode gestorven. Er is onenigheid over de vraag of twee namen voor Apepi die in de historische bronnen voorkomen de namen van twee verschillende vorsten of meerdere namen voor één en dezelfde koning zijn. Indien het inderdaad om verschillende koningen gaat, dan wordt Apepi I Awoserre gedacht rond dezelfde tijd als Kamose te zijn gestorven en werd deze opgevolgd door Apepi II Aqenienre.

Ahmose besteeg de troon toen hij nog een kind was, waardoor zijn moeder, Ahhotep, als regentes optrad tot hij meerderjarig was. Als we mogen afgaan op een aantal beschrijvingen van haar koninklijke rol, toen ze aan de macht was, inclusief de algemene eretitel "die zorgt draagt voor Egypte", heeft ze de Thebaanse machtsbasis in de jaren voorafgaand aan Ahmoses volledige machtsovername effectief geconsolideerd. - trad. , A History of Ancient Egypt, Malden - Oxford - Victoria, 1992, p. 201. Indien Apepi Aqenienre inderdaad een opvolger van Apepi Awoserre was, dan wordt ervan uitgegaan dat hij was ingesloten in de Nijldelta gedurende Ahhoteps regentschap, omdat zijn naam op geen enkel van de monumenten of objecten ten zuiden van Bubastis voorkomt. - trad. , A History of Ancient Egypt, Malden - Oxford - Victoria, 1992, p. 192-194.

Strijd tegen de Hyksos en herovering van de Nijldelta miniatuur|links|Tekening van een bas-reliëf van Ahmose I vechtend tegen de Hyksos Ahmose begon de herovering van het door de Hyksos bezette Neder-Egypte. In het 15de jaar van zijn regering, nam hij Memphis in. Hij bleef optrekken en bereikte het grensgebied van de Nijldelta rond het jaar 11 van de Hyksoskoning Chamoedi, maar de volgorde van de daaropvolgende gebeurtenissen is niet algemeen aanvaard., The Second Intermediate Period (c. 1650-1550 BC), in (ed.), The Oxford History of Ancient Egypt, Oxford, 2000, p. 203.

Het is zeer moeilijk om een beeld te krijgen van de verovering die voorafging aan de belegering van de Hyksoshoofdstad, Avaris. Bijna alles wat we weten is ons bekend uit de door de soldaat Ahmose, zoon van Abana in zijn graf achtergelaten autobiografie en de achterkant van de Rhind-papyrus, die bestaat uit dagboekaantekeningen,, War in Ancient Egypt. The New Kingdom, Malden - Oxford - Carlton, 2005, p. 23. waarvan er een zegt:

Terwijl men voorheen aannam dat het regeringsjaar moest verwijzen naar dat van Ahmose, is men nu van mening dat het verwijst naar het 11de regeringsjaar van Chamoedi, de toenmalige Hyksoskoning en tegenstander van Ahmose. De Rhind-papyrus verwijst naar Ahmose met de inferieure titel "zuiderse prins" of "prins van het zuiden" in plaats van die van koning of farao, zoals een Thebaanse aanhanger van Ahmose zonder twijfel zou hebben gedaan., The Relative Chronology of the Middle Kingdom and the Hyksos Period (Dyns. 12–17), in (edd.), Ancient Egyptian Chronology, Leiden, 2006, p. 195 (a). Anthony Spalinger wijst er in een bespreking van een werk van Kim Ryholt op dat de indirecte verwijzing naar Ahmose als "hij-van-het-zuiden" (Ryholts vertaling) erop wijst dat de schrijver een aanhanger van de Hyksoskoning was en dat het dus niet meer dan logisch is, dat de regeringsjaren verwijzen naar de regering van Chamoedi en niet die van Ahmose., Bespreking van , The Political Situation in Egypt during the Second Intermediate Period c. 1800-1550 B.C., Kopenhagen, 1997, in JNES 60 (2001), p. 299: "it is reasonable to expect a Theban-oriented text to describe its Pharaoh in this manner? For if the date refers to Ahmose, then the scribe must have been an adherent of that ruler. To me, the very indirect reference to Ahmose—it must be Ahmose—ought to indicate a supporter of the Hyksos dynasty; hence, the regnal years should refer to this monarch and not the Theban [king]."

miniatuur|Deel van stele met drie personen, Djehuti, Ahhotep en Ahmes, die Ahmose volgen, toen nog "zoon van de koning"The MET

De Rhind-papyrus geeft ons ook een beeld van de militaire strategie van Ahmose tijdens zijn herovering van de Nijldelta. Nadat hij in juli Heliopolis was binnengetrokken, zakte hij langs de oostelijke Nijldelta af om Tjaru in te nemen, de voornaamste grensversterking op de Horusweg, via de weg van Egypte naar Kanaän, waarbij hij Avaris volledig links liet liggen. In oktober werd Tjaru ingenomen, waarmee alle verkeer tussen Kanaän en Avaris werd afgesneden., The Second Intermediate Period (c. 1650-1550 BC), in (ed.), The Oxford History of Ancient Egypt, Oxford, 2000, pp. 200-201. Dit lijkt erop te wijzen dat hij van plan was om een blokkade te leggen rond Avaris, waarbij de Hyksoshoofdstad niet kon rekenen op de hulp of bevoorrading uit Kanaän.