Dit artikel beschrijft de geschiedenis van Liverpool Football Club, een geregeld succesvolle club in het Engelse voetbal.
Vroege geschiedenis Liverpool Football Club werd voor het eerst opgericht in 1857. Dit was echter een van de oudste rugbyclubs in de wereld, die later fuseerde met een ander team en Liverpool St. Helens F.C. werd. Deze club heeft niks te maken met de tegenwoordige voetbalclub Liverpool, maar toch worden ze in de geschiedenis weleens door elkaar gehaald.
thumb|left|Het eerste Liverpoolelftal In het jaar 1878 werd de eerste voetbalclub in Liverpool opgericht: Everton FC. Deze club ging haar thuiswedstrijden spelen op Anfield Road. In 1891 werd de grond van dit stadion opgekocht door John Houlding, waarna Everton besloot te verhuizen naar een ander stadion: Goodison Park. Omdat hij nu een stadion had, maar geen team om erin te spelen, besloot Houlding zelf een voetbalclub op te richten. Op 15 maart 1892 werd Liverpool F.C. officieel opgericht. John McKenna werd de eerste voorzitter en hij vertrok onmiddellijk naar Schotland om daar spelers te zoeken. Er tekenden dertien spelers uit Schotland voor Liverpool, waardoor de ploeg de bijnaam Team of the Macs kreeg. De eerste wedstrijd van Liverpool werd gespeeld tegen Rotherham Town en de nieuwe club won haar eerste wedstrijd met 7-1. De eerste goal van Liverpool werd gemaakt door Malcolm McVean. Deze wedstrijd was ook de eerste, waarin een Engelse club speelde met alleen maar buitenlanders op het veld. Liverpool mocht niet beginnen in de Football League en daarom begon de club in de Lancashire League, waar het haar eerste wedstrijd met 8-0 won van Higher Walton. John Smith maakte de eerste officiële goal voor de club. Het eerste seizoen werd ook meteen de eerste Merseyside Derby tegen Everton gespeeld (en met 1-0 gewonnen). Liverpool werd dat jaar kampioen en daarna werd de club toegelaten tot de Football League.
De eerste goal in de op een na hoogste Engelse divisie werd ook gemaakt door McVean, tijdens de 2-0-overwinning op Middlesbrough Ironopolis. Dat seizoen bleef Liverpool ongeslagen en de club promoveerde naar de First Division. Tijdens een vriendschappelijke wedstrijd werd ook Newton Heath met 2-0 verslagen. Deze club zou haar naam later veranderen in Manchester United.
Het eerste seizoen in de First Division begon met een nieuwe manager en een nieuw tenue. De succestrainer Tom Watson, die drie keer kampioen werd met Sunderland, werd aangesteld en de clubkleuren werden veranderd van blauw-wit naar rood-wit.
In 1901 werd Liverpool voor het eerst kampioen van Engeland. Alex Raisbeck was de aanvoerder die de trofee in ontvangst mocht nemen. Vervolgens werd de club in 1906 opnieuw kampioen en in hetzelfde jaar werd het stadion aan de zuidkant uitgebreid. Deze tribune werd door de fanatieke aanhang The Spionkop genoemd, vanwege een oorlog in Zuid-Afrika, waaraan ook Engeland meedeed. Als eerbetoon aan mensen uit Liverpool , die meevochten in deze oorlog werd de tribune genoemd naar een heuvel in Zuid-Afrika, waar een bloedige strijd werd gevochten en waar veel Engelsen sneuvelden.
In 1914 haalde Liverpool voor het eerst de finale van de FA Cup. Deze wedstrijd werd met 0-1 verloren van Burnley FC. Een jaar later was Liverpool betrokken bij een van de eerste schandalen in het voetbal. De club was omgekocht om te verliezen van Manchester United en vier spelers werden geschorst. Deze schorsingen werden vier jaar later opgeheven en weer twee jaar later werd Liverpool weer kampioen. In 1921/22 en 1922/23 werd het landskampioenschap binnengehaald onder leiding van Ephraim Longworth, die op dat moment aanvoerder was.
George Kay (1936-1951) Gewonnen prijzen: Landskampioenschap (1947)
In juni 1936 werd George Kay de nieuwe trainer van Liverpool. Hij kwam van Southampton om George Patterson te vervangen. De periode van Kay bij Liverpool begon slecht, met vijf nederlagen en vier gelijke spelen in de eerste twaalf wedstrijden. Langzaam werden de resultaten beter, maar het eerste seizoen onder leiding van Kay eindigde de club 18e. In het seizoen 1937/38 ging het al beter. Ondanks een 6-1 nederlaag op Stamford Bridge tegen Chelsea eindigde Liverpool in de middenmoot. Weer een seizoen later eindigde de club op een 11e positie in de competitie. Berry Nieuwenhuys, Willie Fagan en Phil Taylor maakten alle drie 14 goals en werden gezamenlijk topscorer van de First Division.
Voor het nieuwe seizoen haalde Kay de jonge verdediger Bob Paisley van Bishop Auckland. Hij haalde ook Billy Liddell naar de club, maar al snel moest Liverpool stoppen met voetballen, vanwege de Tweede Wereldoorlog.
Na de oorlog ging Liverpool verder met voetballen. Kay kwam op het idee om een reis door de Verenigde Staten en Canada te maken met de ploeg. Tijdens het trainingskamp speelde Liverpool 10 wedstrijden in minder dan een maand tijd en daarom stond de ploeg met een veel betere conditie aan de start van het nieuwe seizoen.
Het seizoen begon wisselvallig voor Liverpool met vier overwinningen en drie nederlagen, waaronder een 7-4-overwinning op Chelsea, maar ook een 5-0 nederlaag tegen Manchester United. In februari en maart kende de club een betere periode en mede dankzij een reeks van zeven opeenvolgende overwinningen werd de club kampioen. Het was een zeer succesvol seizoen voor Liverpool, want verder werden ook de Lancashire Senior Cup, Lancashire County Combination Championship Cup en de Liverpool Senior Cup gewonnen. In de FA Cup haalde de club de halve finale, waar het verloor van Burnley. Het kampioenschap werd pas behaald in de laatste wedstrijd van het seizoen. Liverpool moest winnen van koploper Wolverhampton Wanderers en ook andere uitslagen moesten in het voordeel van Liverpool zijn. Liverpool deed wat het moest doen en had het geluk dat andere clubs dat ook deden en daarom werd de club voor de vijfde keer kampioen van Engeland.
De rest van Kay's periode bij de club kon Liverpool niet meer in de buurt van een nieuw kampioenschap komen. In de volgende drie jaren eindigde de club steeds onderaan het linkerrijtje. In 1950 werd nog wel voor het eerst in 36 jaar de FA Cup finale bereikt. Deze wedstrijd werd echter op Wembley verloren van Arsenal (2-0). In januari 1951 stopte Kay als trainer van Liverpool na vijftien jaar voor de club te hebben gewerkt. Hij werd vervangen door Don Welsh.
Don Welsh (1951-1956) Gewonnen prijzen: geen
Don Welsh had eerder zelf nog voor Liverpool gespeeld. Hij had ook de FA Cup gewonnen met Charlton. Helaas voor Welsh trof hij een selectie aan die oud begon te worden. Hij haalde wel een aantal nieuwe spelers zoals Alan A'Court, maar kon toch niet voorkomen dat de club voor het eerst in vijftig jaar degradeerde uit de hoogste divisie. In 1956 promoveerde de club bijna meteen weer terug, maar toch werd Welsh ontslagen. Hij was de eerste manager van Liverpool die ontslagen werd en werd vervangen door oud-speler Phil Taylor.
Phil Taylor (1956-1959) Gewonnen prijzen: geen
De belangrijkste opdracht die Phil Taylor meekreeg was zo snel mogelijk promoveren. De druk om te promoveren was enorm voor Taylor en hij eindigde derde in 1957 en een jaar later vierde. In januari 1959 leed Liverpool een vernederende nederlaag in de FA Cup tegen Worcester City. In november van hetzelfde jaar vertrok Taylor weer bij Liverpool.
Het Bill Shankly-tijdperk (1959-1974) Gewonnen prijzen: Landskampioenschap (1964, 1966, 1973), FA Cup (1965, 1974), UEFA Cup (1973)
In december 1959 werd Bill Shankly aangesteld als manager van Liverpool. Binnen een jaar liet hij 24 spelers vertrekken en haalde er anderen voor terug, zoals: Ian St. John, Ron Yeats, Roger Hunt, Ian Callaghan en Gerry Byrne. Tijdens zijn derde seizoen bij de club lukte het Shankly om te promoveren. Sinds dat seizoen (1961/62) is Liverpool nooit meer gedegradeerd en ook nooit meer lager geëindigd dan de achtste plaats in de hoogste divisie.
Twee jaar na de promotie werd Liverpool alweer landskampioen van Engeland. Tijdens dit seizoen werd er ook een nieuw tenue in gebruik genomen, een geheel rood tenue. Een jaar later lukte het niet om de titel te prolongeren, maar de club won wel haar eerste FA Cup. Tijdens haar eerste deelname aan de Europacup haalde Liverpool de halve finale, waar het verloor van Internazionale. De eerste wedstrijd werd met 3-1 gewonnen en dit leek een goede uitgangspositie, maar in Milaan werd met 3-0 verloren, waardoor Inter naar de finale ging.
Weer een jaar later ging het beter. Het kampioenschap werd wederom binnengehaald en de finale van de Europacup II werd bereikt. Deze wedstrijd werd wel met 2-1 verloren van Borussia Dortmund, maar de ploeg begon wel steeds beter te draaien. Shankly wist ook al wie zijn ploeg nog beter konden maken. Hij haalde Emlyn Hughes, Ray Clemence en Kevin Keegan erbij. Deze spelers kwamen allemaal van clubs uit lagere divisies.
In 1973 werd Liverpool weer kampioen en won de club ook haar eerste Europese beker. De UEFA Cup werd gewonnen, na een finale tegen Borussia Mönchengladbach. Nadat Liverpool de eerste wedstrijd met 3-0 had gewonnen, kwamen de Duitsers terug in de replay. Ze wonnen de wedstrijd met 2-0 en kwamen dus één doelpunt te kort.
In 1974 werd opnieuw de FA Cup gewonnen nadat Liverpool in de finale met 3-0 te sterk was voor Newcastle United. Niet lang na deze wedstrijd schokte Shankly de voetbalwereld door aan te kondigen dat hij zou stoppen. Veel spelers en fans probeerden hem over te halen, maar Shankly luisterde niet. Hij stopte ermee en werd supporter van de club op The Kop. Zijn taken als manager werden overgenomen door Bob Paisley.
Het Bob Paisley-tijdperk (1974-1983) Gewonnen prijzen: Landskampioenschap (1976, 1977, 1979, 1980, 1981, 1982, 1983), UEFA Cup (1976), Europa Cup I (1977, 1978, 1981), League Cup (1981, 1982, 1983)
Bob Paisley, de assistent trainer, nam de taken van Shankly over. Paisley bleef negen jaar bij Liverpool, waarin hij een van de meest succesvolle managers van Engeland werd. Zijn eerste seizoen was moeizaam en er werd geen prijs gewonnen. Daarna werd Liverpool twee keer op rij landskampioen en won de club haar eerste Europacup I. De finale werd wederom gewonnen van Borussia Mönchengladbach. Een jaar later werd de titel in de Europacup verlengd dankzij een 1-0-overwinning op Club Brugge.
Het seizoen 1978/79 was wederom een succesjaar. De landstitel werd wederom gewonnen met een recordaantal punten en het minste aantal tegengoals ooit. Een jaar later werd de titel nogmaals geprolongeerd en in 1981 won Paisley zijn derde en laatste Europacup I, door met 1-0 van Real Madrid te winnen. Hetzelfde seizoen stond Liverpool even op de elfde plaats in de competitie. Na een lange ongeslagen reeks werd alsnog de titel gewonnen en de club won dat seizoen ook de League Cup. Weer een jaar later werd wederom de landstitel en de League Cup binnengesleept. In de competitie werd maar acht keer verloren, waarvan vijf keer nadat de titel al zeker was.
Paisley was inmiddels 65 jaar en kondigde aan te stoppen als manager. In negen jaar had hij 21 prijzen gewonnen, waaronder drie keer de Europacup I, een UEFA Cup, zes landstitels en drie League Cups op rij. De grote vraag was wie hem moest gaan opvolgen. Uiteindelijk viel de keuze op Joe Fagan.
Joe Fagan (1983-1985) Gewonnen prijzen: League Cup (1984), Landskampioenschap (1984), Europacup I (1984)
De 63-jarige manager Joe Fagan nam de leiding over Liverpool over en tijdens zijn eerste seizoen maakte hij van Liverpool de eerste Engelse club die in één seizoen drie grote prijzen won (landstitel, League Cup en de Europacup). Tijdens dit seizoen behaalde Liverpool een aantal mooie records, zoals drie keer op rij de titel, vier keer op rij de League Cup en voor de vierde keer in acht jaar de Europacup I. Een belangrijke speler tijdens dat seizoen was Ian Rush, die was overgekomen van Chester.