De Indonesische roepia (Indonesisch: rupiah) is de munteenheid van Indonesië (valutacode: IDR).

Munten De volgende munten worden gebruikt: 100, 200, 500 en 1000 roepia, in twee verschillende series: aluminiumbronzen en bimetalen munten uit 1991–1998 en lichtgewicht aluminium munten vanaf 1999.

+munten Afbeelding Waarde Serie Diameter Dikte Gewicht Materiaal Voorkant Achterkant Beschikbaarheid Voorkant Achterkant Rp 50 1999 20 mm 2 mm 1,36 gAluminium Wapen van Indonesië Kepodang en muntwaarde Gemiddeld Rp 100 1999 23 mm 2 mm 1,79 g Palmkaketoe en muntwaarde Hoog Rp 200 2003 25 mm 2,3 mm 2,38 g Balispreeuw en muntwaarde Rp 500 1991 24 mm 1,8 mm 5,29 g Aluminiumbrons Jasminum en muntwaarde Laag 1997 1,83 mm 5,34 g Gemiddeld 2003 27 mm 2,5 mm 3,1 g Aluminium Hoog Rp 1,000 1993 26 mm 2 mm 8,6 g Bimetaal, nikkel en aluminiumbrons Palmboom en muntwaarde Laag 2010 24,15 mm 1,6 mm 4,5 g Nikkelstaal Wapen van Indonesië en muntwaarde Angklung en Gedung Sate Hoog

Bankbiljetten Waarde (S/.) Portret Voorzijde Achterzijde Rp 1000 Cut Nyak Meutia 200px 200px Rp 2000 Mohammad Husni Thamrin 200px 200px Rp 5000 Idham Chalid 200px 200px Rp 10.000 Frans Kaisiepo 200px 200px Rp 20.000 Sam Ratulangi 200px 200px Rp 50.000 Djoeanda Kartawidjaja 200px 200px Rp 100.000 Soekarno en Hatta 200px 200px

Geschiedenis De naam "roepia" (een variant van de naam roepie in India) werd voor het eerst geïntroduceerd tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog in plaats van de "gulden", en na het eind van de oorlog gaf de Javasche Bank kort zijn eigen roepia uit als vervanging. De gulden van Nederland en de diverse guerrilla-verbonden munten waren ook in gebruik op de archipel.

Op 2 november 1949, vier jaar nadat onder leiding van Soekarno de onafhankelijkheid was uitgeroepen, werd de Indonesische roepia geïntroduceerd als nieuwe nationale valuta. Een roepia was oorspronkelijk verdeeld in 100 sen. In het begin van de jaren 60 van de twintigste eeuw verdween de sen, toen de prijzen enorm stegen. De munten werden aangepast, bijvoorbeeld: een honderd RP-biljet werd een munt van RP100.

De roepia was aanvankelijk een gulden waard, maar onder de heerschappij van Soekarno was de inflatie bijzonder hoog. In december 1965, kort na de Kudeta, werd er een nieuwe roepia van 1000 oude roepia's ingevoerd, die desalniettemin slechts ongeveer 30 (gulden-)cent (8,5 dollarcent) waard was.

Ook daarna bleef de geldontwaarding aanhouden, zij het in een wat langzamer tempo. Na een devaluatie in september 1986 was de dollar ongeveer 1600 (nieuwe) roepia waard. Daarna brak er een decennium van relatieve stabilisatie aan. In 1997/1998 werd de Amerikaanse dollar voor 2000 tot 3000 roepia verhandeld. Door de monetaire crisis (Krismon) van dat jaar kelderde de roepia tot ongeveer 17.500 voor een dollar, op het dieptepunt in juni 1998. In de maanden daarna zou de roepia zich evenwel weer gedeeltelijk herstellen, tot ongeveer 7700 op een dollar, waarna er weer een periode van relatieve stabilisatie kwam. Vanaf 2013 begon de roepia weer te verzwakken.

+Wisselkoers roepia versus Amerikaanse dollarJaarGemiddeldJaarGemiddeld20109090 202014.58220118770 202114.30820129387 202214.850201310.461 202315.237201411.865 202415.855201513.389 202516.478 201613.304201713.381201814.237201914.148

Etymologie De woorden roepia en roepie zijn afgeleid van het Sanskriet rupya dat zilver betekent. De afleiding van een munteenheid van een edelmetaal komt vaker voor, vergelijk de woorden gulden en goud. Het Indonesische woord voor zilver, perak, werd vroeger ook gebruikt als aanduiding voor geld. In een kinderliedje is er bijvoorbeeld sprake van dua ribu perak wat feitelijk staat voor tweeduizend roepia.

Categorie:Munteenheid Categorie:Economie van Indonesië