Anton Heiller (Wenen, 15 september 1923 - 25 maart 1979) was een Oostenrijks organist, componist en muziekpedagoog.

Levensloop Zijn eerste orgel- en piano-onderricht, evenals de beginselen van harmonie en contrapunt kreeg hij van zijn vader. In de jaren dertig kreeg hij orgellessen van Wilhelm Mück, de organist van de Weense Stephansdom.

Van april 1941 tot juni 1942 studeerde hij aan de Muziekhogeschool van Wenen: orgel, piano, klavecimbel en muziektheorie. Daarop moest hij naar het leger.

Na de oorlog werd hij in 1945 docent orgel en basso continuo aan de Weense Muziekhogeschool en vanaf 1949 kerkmuziek en compositie. In 1950 nam hij de leiding van het Collegium Musicum für zeitgenössische Musik. Vanaf die jaren volbracht hij regelmatig concertreizen als organist, klavecinist en dirigent. Hij kreeg ook de directie aangeboden van het Orkest van de Opera van Wenen, maar hij weigerde, omdat hij liever zijn orgelwerk verder zette. Het belet niet dat hij ook graag dirigeerde.

Heiller kreeg grote reputatie als concertorganist, waarbij hij zich vooral aan de muziek van Johann Sebastian Bach wijdde. Tijdens de jaren zestig en tot aan zijn dood leidde hij talrijke jonge organisten op in de Muziekhogeschool van Wenen. Het scheen weldra alsof een curriculum niet meer volledig kon zijn als men niet minstens een meesterklas of een zomercursus bij Heiller had gevolgd. De studenten kwamen hiervoor van heinde en verre naar Wenen. Onder zijn leerlingen zijn te vermelden: Monique Gendron, Wolfgang Karius, Jan Kleinbussink, Henk G. van Putten, Brett Leighton, Michael Radulescu, David Sanger, Christa Rakich, Wolfram Syré, Bernhard Marx, Roman Summereder, Niels Henrik Nielsen, Martin Lücker, Bernard Lagacé, Bram Beekman.

Daarnaast was hij jarenlang, vanaf het begin in de jaren '50 tot aan 1977, een van de vaste docenten van de Internationale Zomeracademie voor Organisten in het Internationaal Orgelfestival Haarlem.

Anton Heiller was getrouwd met de pianiste Erna Heiller die in 2007 overleed. Hij kreeg in 1974 een beroerte die gedeeltelijk zijn linkerhand verlamde. Toen hij stierf was hij pas 55. Hij werd begraven op de Centrale begraafplaats van Wenen (Gruppe 40, Nummer 133).

Componist Heiller heeft bijna uitsluitend kerkmuziek gecomponeerd, in een rijke polyfone en chromatische klankkleur. Naast orgelmuziek componeerde hij Missen, Requiems, Psalmen, Koorwerk, Motetten, Cantates, Oratoria en orkestwerk. Hij verbond hierin de traditionele Oostenrijkse muziek met moderne elementen. Hij had hierbij Paul Hindemith als vriend en mentor. Hij gold weldra als een leidende figuur in het componeren van kerkmuziek.

Na de Tweede Wereldoorlog verwierf hij grote verdiensten bij de heropbouw van het Oostenrijkse orgelpatrimonium. Daarbij ontwierp hij ook nog een mechanisch lesorgel, waarmee hij doceerde aan de Weense Muziekschool. Het werd in 1958 gebouwd door Johann Pirchner uit Steinach am Brenner. Heel wat generaties orgelstudenten leerden er het vak op. Het instrument werd later verplaatst en bevindt zich in de parochiekerk van Sandleiten im de Weense agglomeratie.

Heiller was een merkwaardig allround musicus: zowel volwaardig organist, klavecinist en pianist als dirigent. Uitstekend componist en uitzonderlijk pedagoog.

Composities 1937 – Drei frühe Choralvorspiele - für Orgel I) Laßt uns erfreuen herzlich sehr II) Du mein Schutzgeist III) Es ist vollbracht 1938 – Die Bäume blühn und duften - für gemischten Chor a cappella 1938 – Christus factus est - für gemischten Chor a cappella 1940 – Sonatensatz in D für Orgel 1940 – Passacaglia in C für Orgel 1941 – Zwischenspiel E-Dur für Orgel 1941 – Toccata für Klavier 1941 – Fantasie und Fuge in F für Orgel 1942 – Drei Lieder nach Gedichten von Anton Wildgans - für Mezzosopran und Klavier 1943 – Klavierstück 1943 – O du fröhliche - Choralvorspiel und Choral für Orgel 1943 – Toccata Zwei Klaviere zu vier Händen 1943 – Intermezzo - für Klavier 1944 – Ave Maria - für Sopran, Violine und Viola 1944 – Es ist ein Ros’ entsprungen (Kleine Partita für Orgel) 1944 – Messe in mixolydisch g - für gemischten Chor a cappella 1944 – Sonate für Orgel 1945 – Wen Gott liebt - Spruch für Gesang und Klavier 1945 – Das Marienkind - Musik zum gleichnamigen Legendenspiel 1945 – Lux fulgebit nos - für vier Knabenstimmen 1945 – Der Heiland ist erstanden - Choralmotette für gemischten Chor a cappella 1946 – Kammersinfonie 1946 – Requiem - für dreistimmigen gemischten Chor a cappella 1946 – Laetentur caeli - für vierstimmigen Knabenchor 1946 – Christus factus est - für dreistimmigen Knabenchor 1947 – Ave Maria - für Sopran und Klavier oder Orgel 1947 – Resurrexi - für vierstimmigen gemischten Chor a cappella 1947 – Unam petii a domino - für Knabenchor a cappella 1947 – Exsurge, Domine - für Männerchor a cappella 1947 – Zweite Sonate für Orgel 1947 – Zwei kleine Partiten: I) “Freu dich sehr, o meine Seele” II) “Vater unser im Himmelreich” 1948 – Messe in lydisch f - für vierstimmigen gemischten Chor und Orgel 1948 – Missa in nocte - für zweistimmigen Oberchor und Orgel 1949 – Präludium und Fuge A-Dur - für Orgel 1949 – Dreifaltigkeitsproprium - für gemischten Chor a cappella 1949 – Ach wie nichtig, ach wie flüchtig - Choralmotette für gemischten Chor a cappella 1950 – Tragische Geschichte - für gemischten Chor a cappella 1951 – Nörgeln - für gemischten Chor a cappella 1951 – Hoc corpus - für gemischten Chor a cappella 1951 – O Jesu, all mein Leben - für gemischten Chor a cappella 1951 – Missa brevis in C - für gemischten Chor a cappella 1951 – Grad dort - für gemischten Chor a cappella 1951-1953 – Drei kleine geistliche Chöre - für gemischten Chor a cappella 1952 – Tentatio Jesu - Kurzoratorium für Soli, gemischten Chor und zwei Klaviere 1953 – Ich liebe dich von Herzensgrund - für Oberchor a cappella 1953 – Missa super "Erhalt uns, Herr, bei deinem Wort" - für Frauen- oder Knabenchor a cappella 1953 – Te Deum für gemischten Chor und Orgel 1955 – So treiben wir den Winter aus - für gemischten Chor a cappella 1955 – Psalmenkantate - für Soli, gemischten Chor, Orgel und Orchester 1956 – Deutsches Proprium für den Dreifaltigkeitssonntag - für gemischten Chor a cappella 1956 – François Villon - Rundfunkballade (Oratorium) für Soli, Chor und Orchester 1956 – Memorare - für gemischten Chor a cappella 1957 – Ave Maria - für dreistimmigen Oberchor 1957 – Missa super "Salve regina" et "Vater unser im Himmelreich" - für dreistimmigen Oberchor 1957 – Vier österreichische Volksliedsätze - für Männerchor a cappella 1957 – Confirma hoc, Deus - für gemischten Chor a cappella 1958 – Regina martyrum - Kantate für Soli, vierstimmigen Chor und Orgel 1958 – Postludium super "Ite, missa est XI" (für Orgel) 1958 – Vier geistliche Motetten - (Proprium in Anniversario Dedicationis ecclesiae) für gemischten Chor a cappella I) Terribilis est II) Locus iste III) Domine deus IV) Domus mea 1959 – Domine Deus omnipotens - Hymnus für Sopran und Klavier 1959 – In festo corporis Christi (Vier Stücke zum Fronleichnamsfest) 1959 – Zwei geistliche Gesänge - für Sopran und Orgel 1960 – Lobet, ihr Knechte des Herrn - Kleine Motette für gemischten Chor a cappella 1960 – Tantum ergo I über ein Zwölftonmodell - für gemischten Chor a cappella 1960 – Tantum ergo II über die gregorianische Melodie - für gemischten Chor a cappella 1960 – Missa super modos duodecimales - für gemischten Chor und sieben Instrumente 1960 – O Rex gentium - für gemischten Chor a cappella 1961 – Klavierstück über den Namen "Alfred Schlee" 1961 – Stufen - für Oberchor a cappella 1961 – Pater noster, Ave Maria - für Alt und Klavier 1961 – Kleine Messe über Zwölftonmodelle - für gemischten Chor a cappella 1962 – Fiat voluntas tua - für Alt und Klavier 1963 – Der 37. Psalm - für Chor und Orchester 1963 – Konzert für Orgel und Orchester 1964 – Terribilis est - für gemischten Chor a cappella 1964 – Sub tuum praesidium - für Alt und Klavier 1964 – Proprium zum Fronleichnamsfest - für dreistimmigen gemischten Chor a cappella 1965 – Deutsches Ordinarium - für gemischten Chor und Orgel oder Orchester 1965 – English Mass - for mixed choir, congregation and organ 1965 – Fantasia super “Salve Regina” (für Orgel) 1965 – In principio erat verbum - Kantate für Tenor, gemischten Chor, Orchester und Orgel 1965 – Nun bitten wir den heiligen Geist - Kleines Choralvorspiel für Orgel 1966 – Deutsches Proprium für den vierten Sonntag nach Ostern - für Knaben- oder Frauenchor 1967 – Deutsches Proprium zum Dreifaltigkeitsfest - für Chor, Gemeinde und Orgel 1967 – Ecce lignum crucis - Meditation für Orgel 1968 – Das Laub fällt von den Bäumen - für gemischten Chor a cappella 1968 – Improvisation über den Gregorianischen Choral “Ave maris stella” 1968 – Stabat Mater für gemischten Chor und Orchester 1970 – Geistliches Konzert - für gemischten Chor und sechs Holzbläser 1970 – 100 Jahre Wiener Musikverein - Geburtstagsgabe in einer Reihe von 100 Tönen 1970 – Tanz-Toccata für Orgel 1971 – Adventmusik - für Oboe, Violine, Kinderchor und Orgel 1971-1972 – Konzert für Cembalo, Orgelpositiv & Kamerorchester 1972 – Nun komm’ der Heiden Heiland (Variationen für Orgel) 1973 – Solo - für Gitarre 1973 – Passionsmusik - für Kinderchor und Orgel 1974 – Drei Weihnachtslieder - für Oberchor a cappella 1974 – Meditation für Orgel über die Gregorianische Oster-Sequenz ("Victimae Paschali Laudes") 1974 – Nicht Knechte, sondern meine Freunde nenne ich euch - für gemischten Chor a cappella 1974 – Verleih uns Frieden gnädiglich – Choralvorspiel für Orgel 1975 – Drei kleine Choralvorspiele für Orgel: I) “Valet will ich dir geben” II) “Der Tag ist hin” III) “Mit Fried und Freud ich fahr dahin” 1975 – Aus tiefer Not schrei ich zu dir - Intonation, Choral und drei Variationen für Orgel 1975 – Ein wenig über B-A-C-H - Drei kleine Stücke für Cembalo 1975 – Kleine deutsche Messe - für Oberchor und Orgel 1976 – Jubilato (für Orgel) 1977 – Hymnus für Chor und Orgel aus der Vesper für Kantor, Soli, Chor und Orgel 1977 – Hochgebet mit eigenem Sanctus - für Singstimme allein 1977 – Magnificat aus der Vesper für Kantor, Soli, Chor und Orgel 1977 – Es ist ein Ros’ entsprungen (Orgelsatz) 1977 – Kleine Partita über das dänische Lied: “Den klare sol går ned” (für Orgel, mit Anhang für Flöte solo) 1977 – Vorspiel, Zwischenspiel und Nachspiel aus der “Vesper” für Kantor, Chor und Orgel 1977-1978 – Choralvorspiele zu Liedern des Dänischen Gasangbuchs: I) O Hoved, højt forhånet (O Haupt voll Blut und Wunden’) II) Det hellige kors III) Rind nu op i Jesu navn (Steh nun auf in Jesu Namen) IV) Min sjael, den Herren love (Nun lob mein Seel den Herren) V) Sorrig og glæde de vandre til hobe (Kummer und Freude, zusammen sie wandern) VI) Som lilliens hjerte kan holdes i grøde (Wie der Lilie Herze kann reifen zur Ernte) VII) Freu dich sehr, meine Seele 1978 – Kleine Partita “Erhalt uns, Herr, bei deinem Wort”

Discografie Heiller heeft heel wat platenopnamen gerealiseerd waarop hij een groot deel van zijn repertoire vastlegde, gaande van Gabrieli, Buxtehude en Bach tot Reger en Paul Hindemith. De romantische muziek bleef hierbij wat achterwege, aangezien hij vooral voorliefde had voor barokmuziek en voor hedendaagse muziek. Zijn techniek was bij de uitvoeringen onberispelijk, een uitstekende zin voor ritme en een zeldzaam talent om zelfs de meest complexe polyfonische passages klaar en begrijpelijk te houden. De luisteraar kon bij hem de indruk opdoen dat het eigenlijk allemaal makkelijk uit te voeren was.

Prijzen en Eerbetoon 1952: Eerste prijs in het Internationaal Improvisatieconcours voor Organisten in Haarlem 1963: Cultuurprijs van de Stad Wenen 1968: Erekruis voor Kunsten en Wetenschappen van Wenen 1969: Oostenrijkse Grote Staatsprijs voor Muziek

Literatuur