thumb|Een 26 weken zwangere vrouw thumb|De groei van de baarmoeder tijdens de zwangerschap thumb|Prenataal onderzoek Zwangerschap of graviditeit is de periode waarin een vrouw een bevruchte eicel, en vervolgens embryo en foetus, in zich draagt.

Een zwangerschap ontstaat doordat een bevruchte eicel (de zygote) zich in de baarmoeder van een vrouw nestelt en verder groeit. Volwassen vrouwen en meisjes kunnen vanaf vlak voor hun eerste menstruatie zwanger worden door geslachtsgemeenschap. Een succesvolle zwangerschap eindigt tijdens de bevalling met de geboorte van een baby.

Na geslachtsgemeenschap kan een eicel door het zaad van een man bevrucht worden. De bevruchte eicel ontwikkelt zich tot een klompje cellen. Dat nestelt zich na zes tot tien dagen in het slijmvlies van de baarmoeder. Een deel van de cellen ontwikkelt zich tot de placenta en een ander deel groeit uit tot het embryo. Een zwangerschap duurt ongeveer negen maanden na de laatste menstruatie. Gerekend vanaf de bevruchting duurt de zwangerschap gemiddeld 38 weken.

Een zwangerschap wordt vanaf ongeveer drie maanden voor buitenstaanders zichtbaar door een steeds groeiende buik. De vrouw ontdekt meestal al eerder dat ze zwanger is doordat er geen menstruatie optreedt, maar ook door grote hormonale veranderingen, waardoor zwangerschapsmisselijkheid kan ontstaan. Een zwangerschapstest kan de zwangerschap in een vroeg stadium aantonen. Met een hulpmiddel, zoals een doptone, kan het geluid van het hartje hoorbaar gemaakt worden. Als de foetus groter wordt, kan de vrouw, of iemand die een hand op de dikke buik legt, de bewegingen van de baby voelen.

Wanneer een vrouw of meisje (en haar eventuele partner) niet zwanger wil worden, kan zij een voorbehoedsmiddel (anticonceptie) gebruiken. Sommige vormen van anticonceptie, zoals periodieke onthouding of "voor het zingen de kerk uit", zijn onbetrouwbaar.

Ontstaan van zwangerschap Een zwangerschap ontstaat meestal door vaginale geslachtsgemeenschap (ook penis-in-vagina-seks genoemd of coïtus, copulatie of neuken), maar kan ook ontstaan zonder dat er een penis in de vagina komt. Zowel in het voorvocht als in de zaadlozing uit de penis kunnen zaadcellen aanwezig zijn die een eicel kunnen bevruchten. Als een baby gewenst is, kan een zwangerschap ook ontstaan door een medische ingreep, zoals kunstmatige inseminatie en in-vitrofertilisatie (IVF).

De meest vruchtbare periode waarin een vrouw zwanger kan worden, is rond de eisprong, circa twee weken na een menstruatie. Een eicel, rijp geworden in een van de eierstokken, moet dan door een zaadcel bevrucht worden.

Om zwanger te kunnen worden, moet een vrouw of meisje vruchtbaar zijn. Meisjes kunnen al zwanger worden vlak voor de eerste menstruatie. De vruchtbaarheid stopt rond de menopauze op latere leeftijd. Soms is dan nog wel een zwangerschap mogelijk met medische hulp, met bijvoorbeeld een ingevroren embryo.

Verloop van een zwangerschap Een zwangerschap wordt meestal opgesplitst in drie trimesters (kwartalen). Een bevruchte eicel ontwikkelt zich tot een klompje cellen dat zich innestelt in de wand van de baarmoeder. Vanaf dat moment wordt er gesproken van "zwangerschap". Een deel van de ingenestelde cellen zal zich ontwikkelen tot de placenta terwijl een ander deel het latere embryo vormt. Na 6 tot 8 weken is deze embryo een foetus geworden, waarin de belangrijkste ledematen en organen al herkenbaar zijn. Deze ontwikkelen zich in het verloop van de zwangerschap steeds verder en worden steeds meer functioneel, totdat uiteindelijk de geboorte plaats kan vinden.

Soms splitst een bevruchte eicel zich in een vroeg stadium in twee delen; er ontstaan dan twee embryo's die zich kunnen ontwikkelen tot een eeneiige tweeling. Het is ook mogelijk dat meerdere eicellen zich tegelijk in de baarmoeder nestelen. Dan kan uiteindelijk een twee-eiige tweeling of zelfs een meerling geboren worden.

De duur van een zwangerschap, de draagtijd, is meestal rond de 38 weken, gemeten vanaf de datum van conceptie (bevruchting), maar vaak wordt gerekend met een tijdsduur van 40 weken, gerekend vanaf de datum van de laatste menstruatie. De duur van een zwangerschap wordt meestal opgesplitst in drie trimesters.

Er is een scala aan fysiologische veranderingen tijdens de zwangerschap. Zo verandert de hormoonhuishouding van een zwangere sterk. De placenta produceert het hormoon humaan choriongonadotrofine (hCG), dat het afsterven van het corpus luteum dat zich in de eierstok bevindt tegengaat. Hierdoor blijft het lichaam progesteron produceren en wordt de menstruatiecyclus stopgezet, zodat de embryo zich in de baarmoeder kan blijven innestelen. De placenta produceert ook hormonen die de groei van de borsten en baarmoeder bevorderen, zoals hPL (human placental lactogen) en oestrogeen. Daarnaast reguleert de placenta de ontwikkeling van het embryo zelf, en vormt het een immunologische barrière om het embryo en later de foetus te beschermen tegen eventuele ziekteverwekkers die in het bloed van de zwangere aanwezig zijn. Zwangerschap kan gepaard gaan met verschijnselen zoals zwangerschapsmisselijkheid, braken, tijdelijke groei van de borsten en vermoeidheid.

Einde van de zwangerschap Een succesvolle zwangerschap eindigt met een bevalling en de geboorte van een kind. Een zwangerschap kan ook eindigen met een miskraam of een abortus.

Meetschalen van de zwangerschapsduur

Om de fase in een zwangerschap uit te drukken, zijn twee 'leeftijden' van belang (twee meetschalen):https://www.oudersvannu.nl/zwanger/zwangerschap/hoe-lang-duurt-een-zwangerschap-echt de postmenstruele leeftijd (PML): de verstreken tijd sinds de eerste dag van de laatste menstruatie. De zwangerschapsduur wordt meestal uitgedrukt als de postmenstruele leeftijd in weken. Als iemand "tien weken zwanger is", betekent dit dus over het algemeen dat de PML tien weken is, en dat de betrokkene tien weken eerder nog niet zwanger was. Gemiddeld vindt de bevalling plaats bij een PML van 40 weken. Aan het begin van de zwangerschap wordt op basis daarvan de datum bepaald waarop de bevalling naar schatting plaatsvindt (uitgerekende datum, in statistische termen de verwachtingswaarde van de datum van de bevalling). de conceptionele leeftijd (in het Engels fertilization age, ook aangeduid als de 'bevruchtingsleeftijd', de 'embryonale leeftijd' en later 'foetale leeftijd'): de leeftijd van een embryo bij een zwangerschap vanaf het moment van de conceptie (bevruchting). De conceptionele leeftijd wordt over het algemeen gebruikt in de beschrijving van de prenatale ontwikkeling van een foetus en in de neonatologie in het algemeen. Het moment van bevruchting wordt over het algemeen geschat op ongeveer twee weken na de eerste dag van de laatste menstruatie. Als iemand volgens de PML "tien weken zwanger is", is de conceptionele leeftijd dus over het algemeen acht weken. Gemiddeld vindt de bevalling plaats bij een conceptionele leeftijd van 38 weken.

Men kan de PML in eerste instantie meestal exacter vaststellen dan de conceptionele leeftijd. In een latere fase van de zwangerschap kan de conceptionele leeftijd beter worden bepaald dan in het begin, op basis van de grootte van de foetus.

Beschrijving van de drie trimesters van een zwangerschap Elk trimester van de zwangerschap komt overeen met ongeveer dertien weken. Het eerste trimester bestrijkt zodoende een tijdsspanne van de 1e tot de 13e week, het tweede tot de 26e, en het derde tot de geboorte.

Eerste trimester thumb|Innesteling thumb|Innesteling thumb|Een intact menselijk embryo met een embryonale leeftijd van zes weken of een zwangerschapsduur van acht weken.

De ovulatie (eisprong) vindt gemiddeld twee weken na de eerste dag van een menstruatie (maandbloeding) plaats, als zwangerschap volgt dus bij een PML van twee weken. Binnen een etmaal daarna vindt dan de bevruchting (conceptie) plaats, waarbij een zaadcel een eicel bevrucht, waardoor er een zygote (bevruchte eicel) wordt gevormd. Bij vaginale geslachtsgemeenschap die niet meer dan drie etmalen voor de bevruchting plaatsvindt, is de zaadcel is over het algemeen afkomstig van een ejaculatie (zaadlozing) in de vagina. De bevruchting is ook mogelijk via IVF of ICSI.

Voor de innesteling deelt de zygote zich in een klompje kleinere cellen dat zich excentrisch in de blastocyste bevindt; dit klompje is totipotent, nog ongedifferentieerd: de cellen kunnen alle kanten op ontwikkelen.

Ongeveer zes dagen na de bevruchting, ofwel een PML van drie weken (dus na de laatste bloeding), is het embryo een morula van 16-32 cellen geworden. Op dit punt volgt de innesteling (nidatie) van het embryo in het baarmoederslijmvlies (endometrium) van de baarmoeder.

Na een bevruchting blijven daaropvolgende menstruaties gewoonlijk uit. Een zwangerschapstest is over het algemeen zinvol vanaf de dag dat de eerstvolgende menstruatie wordt verwacht. Als men zwanger is, dan valt de test doorgaans vanaf die dag of een à twee dagen later positief uit. Eerder is de kans op een foutnegatieve uitslag groot. Dit komt doordat het hCG-hormoon dan in het ouderlichaam nog niet in waarneembare gehaltes aanwezig is.

Gedurende de eerste drie maanden van een zwangerschap, het eerste zwangerschapstrimester, voelt een deel van de aanstaande moeders zich vaak misselijk, en kan de geur van sommige levensmiddelen, bijvoorbeeld van koffie, als zeer onprettig worden ervaren. Zwangerschapsmisselijkheid blijkt gerelateerd te zijn aan een succesvolle zwangerschap.Ask the Doctors - Is morning sickness linked to a successful pregnancy?, UCLA Health, 23 mei 2018, ingezien op 27 juli 2026 Het is mogelijk dat deze zwangerschapsmisselijkheid het embryo beschermt tegen stoffen die schade kunnen berokkenen.Nausea and vomiting of pregnancy in an evolutionary perspective, Paul W. Sherman, Samuel M. Flaxman, American Journal of Obstetrics and Gynecology, 8 juli 2006

Tweede trimester Tijdens de middelste drie maanden van een zwangerschap voelen de meeste aanstaande moeders zich beter. De helft heeft na 14 weken geen misselijkheid meer, en na 22 weken heeft negentig procent geen misselijkheid meer. Nausea and vomiting during pregnancy: A prospective study of its frequency, intensity, and patterns of change, Renée Lacroix, Erica Eason, Ronald Melzack, American Journal of Obstetrics and Gynecology, Volume 182, Issue 4, april 2000, p 931-937 Na ongeveer zestien weken kan de zwangere de foetus voelen bewegen (schoppen). Anderen kunnen de beweging pas na twintig weken voelen.

Derde trimester Gedurende de laatste drie maanden gaat het kind in de baarmoeder veel energie vragen: het groeit snel en neemt toe in gewicht. Daardoor voelen zwangeren zich sneller moe. Een zwangere komt gemiddeld ongeveer twaalf kilo aan tijdens de zwangerschap, sommigen tot 25 kilo. Slechts ongeveer een derde daarvan is het gewicht van het kind zelf; de rest komt van de placenta, het vruchtwater, extra bloed en vocht.

De zwangerschap eindigt met de geboorte van het kind. De bevalling vindt plaats bij een postmenstruele leeftijd van gemiddeld 40 weken, dus een conceptionele leeftijd van gemiddeld 38 weken. Een "zwangerschapsduur" (PML bij de bevalling) tussen 37 en 42 weken wordt als normaal beschouwd. Dit wordt de "à terme periode" genoemd.

De foetus gaat op het eind van de zwangerschap het stresshormoon cortisol aanmaken. Dit hormoon komt via de placenta in het bloed van de zwangere vrouw. Onder invloed van dit hormoon en de hormonen oxytocine en prostaglandine worden de weeën opgewekt.

Herstel Na de geboorte van het kind kan het zes weken tot enkele maanden duren voordat de lichamelijke toestand van de vrouw weer enigszins is teruggekeerd tot die van vóór de zwangerschap. Deze periode heet 'ontzwangering'; de eerste dagen van die periode worden kraambed of puerperium genoemd. Het geven van borstvoeding speelt een positieve rol in dit proces.

Zwangerschap en afweersysteem