Dit artikel beschrijft de geschiedenis van Afghanistan.

Historisch behoorde het gebied van het huidige Afghanistan tot wat gezien werd als Groot-Iran: het zuiden van de regio Chorasan, het oosten van Sistan, het noorden van Beloetsjistan en het westen van Arachosië. Haar huidige grenzen kreeg het land in de 19e eeuw door de politiek van het Britse Rijk. miniatuur|Greco-Bactrisch beeld uit Hadda Prehistorie

Steentijd In de Darra-e Kūr-grot in Badachsjan werden stenen werktuigen gevonden die teruggaan tot het middenpaleolithische Moustérien (ongeveer 30.000 jaar BP). Vergelijkbare vondsten werden gedaan bij Dasht-e Nawar.

Vondsten in de Kara-Kamar-grot bij Aybak kunnen samen met individuele vondsten in Zuid-Tadzjikistan en vondsten in een werkplaats bij het dorp Jangadzja in Turkmenistan kunnen worden gecombineerd tot één groep, de Karakamar-variant van het laatpaleolithicum van Centraal-Azië, dat analogieën heeft met het laatpaleolithicum van West-Azië. De Karakamar-variant wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van "hooggevormde" kernvormige schrabbers, grove prismatische kernen en grote afslagen.

5000 jaar oude landbouwnederzettingen op het grondgebied van Afghanistan behoren tot de vroegste ter wereld. Bij een neolithische bewoner van de Darra-e Kūr-grot, die ca. 4,5 duizend jaar geleden leefde, werden de mitochondriale haplogroep H2a en de Y-chromosomale haplogroep R2-M479 geïdentificeerd.

Bronstijd De Helmandcultuur (ca. 3200-2350 v.Chr.) was een bronstijdcultuur in Oost-Iran en Zuid-Afghanistan in de provincie Helmand, met de belangrijkste steden Shahr-e Sukhteh (Iran) en Mundigak (Afghanistan). Mundigak behoorde, naast Shortugai (Noord-Afghanistan) aan de Oxus (Amu Darya), ook tot een handelskolonie van de Indusbeschaving (3300-1300 v.Chr.)

In het noorden was er het archeologisch complex Bactrië-Margiana (ca. 2200-1700 v.Chr.), in welke periode Balch werd gesticht (ca. 2000-1500 v.Chr.).

Men neemt aan dat ergens in het 2e millennium v.Chr. leden van een Indo-Europese groep, de Indo-Iraniërs, in Afghanistan aankwamen, waarna zij zich van daaruit verder naar het zuiden verspreidden. Resten van centrale bewoning zijn gevonden bij Mundigak, zo'n 55 kilometer van Kandahar.

Vroege geschiedenis De oudste geschreven bron over Afghanistan wordt gevormd door de Avesta, het heilige boek van het zoroastrisme. Deze religie, die tot de komst van de islam in Perzië, de Kaukasus, Anatolië, Afghanistan en Centraal-Azië veel aanhangers kende, werd gesticht door de profeet Zarathoestra. Wanneer en waar hij leefde, is niet precies bekend. Sommige historici plaatsen hem in Bactrië rond 600 v.Chr., maar anderen denken dat hij eerder leefde, rond 1000 v.Chr. of nog eerder, en dat zijn woonplaats ook elders in het oostelijke deel van het Hoogland van Iran (Oost-Iran, West-Afghanistan, Zuidoost-Turkmenistan) kan liggen.

De mythische Rostam, de zoon van Zal, in het nationale epos Shahnameh van Ferdowsi over de koningen van Perzië, wordt met Kabul, Zavolestan en rivier Helmand in verband gebracht. Zal, opgegroeid in het nest van de Simorgh, huwde Rudabeh, de dochter van Mehrab, koning van Kaboel. Rostam was hun zoon. Vanuit Kaboel beschermden Zal en Rostam volgens Ferdowsi voortdurend het Perzische koningshuis.

Achaemeniden In 550 v.Chr. wist de Perzische prins Cyrus II de Medische koning Astyages, aan wie hij onderworpen was, te verslaan, en stichtte het Perzische rijk. Ten tijde van zijn dood in 530 v.Chr. behoorde ook het gehele huidige Afghanistan tot zijn rijk. Of het voordien onderdeel was van het Medische rijk of later door Cyrus zelf veroverd is, is niet bekend. Een groot deel van Afghanistan werd in deze tijd beheerst door de Saken, een Scythisch ruitervolk.

Grieken thumb|Bactrië in zijn grootste omvang, circa 180 v.Chr. Tot aan de verovering door Alexander de Grote bleef Afghanistan een van de meest oostelijk gelegen territoria van de Achaemeniden. Alexander trok in 329 v.Chr. met zijn leger door Afghanistan, bevocht een Sakische leider ten noorden van Afghanistan vanuit een basis in Bactra, stak de Hindoekoesj over, en kwam tot aan de Hydaspes (Beas) in de Punjab. Alexander bevocht ook Bessus, de satraap van Bactrië, die na de dood van Darius zichzelf tot koning der Perzen had laten uitroepen.

Na de dood van Alexander kwamen de troepen in Afghanistan in opstand: De mannen wilden terug naar huis. Nadat deze opstand was neergeslagen, en de strijd tussen de diverse generaals van Alexander was gestreden, kwam het oosten van het rijk in handen van Seleucus en zijn opvolgers, de Seleuciden van Syrië. Hij behield echter niet geheel Afghanistan: het zuiden (rond Kandahar) en oosten (rond Kaboel) kwamen in handen van Chandragupta Maurya, de stichter van de machtige Mauryadynastie in India.

Afghanistan, en in het bijzonder Bactrië, werd in snel tempo gehelleniseerd. Rond 250 v.Chr. kwamen de Bactriërs onder Diodotos in opstand tegen de Seleucidische heersers (vrijwel zeker ten tijde van Antiochus II) en maakten zich onafhankelijk. Het gebied bleef cultureel Grieks, ook nadat de Parthen Iran en Mesopotamië hadden veroverd. In Bactrië werden grote irrigatiesystemen aangelegd. In het begin van de 2e eeuw v.Chr. werd het Griekse gebied zelfs zuidwaarts uitgebreid: ten zuiden van de Hindoekoesj ontstonden Indo-Griekse rijkjes.

Maurya thumb|Afghanistan behoorde enige tijd tot het Mauryarijk Nadat Seleucus gedwongen werd een deel van Afghanistan aan de Mauryadynastie af te staan, begon de bloei van het boeddhisme en hindoeïsme in Afghanistan. Hoewel de heerschappij van deze Indiase dynastie maar kort was, was haar blijvende culturele en religieuze invloed in Afghanistan toch enorm. Onder Asoka de Grote verspreide het boeddhisme zich vanuit India over grote delen van Afghanistan.

Na de dood van Asoka begon het Maurya-rijk uit elkaar te vallen. Op het Indisch subcontinent kwam in 185 v.Chr. de Shungadynastie aan de macht. De coup door Pusyamitra Shunga zorgde ervoor dat het boeddhisme, dat vrijwel de belangrijkste godsdienst was in deze tijd naast het zoroastrianisme, werd vervangen door het hindoeïsme. Het hindoeïsme werd toen de belangrijkste godsdienst in het gebied dat nu Afghanistan is.

Kushana In het midden van de 2e eeuw v.Chr. beëindigde de Griekse overheersing in Afghanistan. Het land werd overrompeld door een volk of volkeren uit het noorden, bij de Chinezen bekend als de Yüeh-chih, in het westen als de Tocharoi, die zich in de gebieden van Bactrië tot aan Gujarat vestigden. Ook het Parthische Rijk ontsnapte maar ternauwernood aan vernietiging door deze invasie.

Aanvankelijk waren er verschillende (volgens Chinese bronnen 5) koningen van dit nieuwe volk, maar in de eerste eeuw werden ze verenigd onder een nieuw machtig rijk, Kushana. Op haar hoogtepunt, onder koning Kanishka (begin 2e eeuw), strekt het rijk zich uit over grote delen van India en tot in Centraal-Azië. Via het Kushanarijk werd ook het boeddhisme vanuit India in China ingevoerd.

Sassaniden

In 224 n.Chr. werd het rijk der Parthen omvergeworpen door een nieuwe dynastie, die der Sassaniden. Ook het Kushanarijk werd door de Sassaniden verslagen, en Afghanistan kwam onder hun controle.

Al in de vierde eeuw verloren de Sassaniden aan invloed in Afghanistan. Dit werd veroorzaakt door invallen uit het noorden: achtereenvolgens kwamen de Chionieten (2e helft 4e eeuw), de Hephthalieten (rond 450) en de Göktürken (rond 560). De eerste twee waren vermoedelijk nauw aan elkaar verwant, en lijken onder de Hunnen te moeten worden gerekend. Deze invallen waren funest voor de boeddhistische cultuur.

Middeleeuwen Komst van de islam thumb|Een van de boeddha's van Bamiyan, gebouwd in de zesde eeuw. Tot de komst van islam was het boeddhisme in Afghanistan dominant. In 2001 werden de boeddha's door de taliban vernietigd. Rond 650 werden de Sassaniden verslagen door de Arabieren, die na de dood van Mohammed aan een grote opmars begonnen waren tegen de grote wereldmachten der Sassanidische Perzen en Byzantijnen. De eerste invasie vond plaats door de Arabische dynastie van Khulafa Rashedeen die de islam introduceerde. Afghanistan bleef echter lange tijd een grensland ver in het oosten, met Arabische, Turkse, Indiase, Chinese en Tibetaanse invloeden. Ook intern bleef het wereldrijk niet bestaan: rond 860 werd in Sistan, rond de huidige Iraans-Afghaanse grens, de islamitische dynastie der Saffariden gesticht, en vanaf 900 was het gebied in handen van de islamitische Samaniden, die hun hoofdstad in Balkh hadden.

Een belangrijk deel van het Samanidische leger bestond uit Turkse slaven en huursoldaten uit Centraal-Azië. Een van de Turkse generaals, Alptigin, vluchtte in 961/962 naar het oosten nadat hij uit zijn functie was ontheven omdat hij in een troonstrijd de verkeerde partij had gekozen. Hij veroverde Ghazna, en hoewel na zijn dood in 963 er eerst enige verwarring ontstond, werd in 977 door Sebüktigin, een slaaf van Alptigin, de Ghaznavidische dynastie gesticht. Zijn opvolgers vestigden het eerste grote islamitische rijk in de regio, en ondernamen vele strooptochten naar Noord-India. Het was onder de Ghaznaviden dat de islam vaste voet aan grond kreeg in Oost-Afghanistan en Noordwest-India. Rond 1040 verloren ze hun gebied ten noorden van de Hindoekoesj aan de eveneens islamitische Seltsjoeken.

In het zuiden en oosten van Afghanistan bleef de Ghaznavidische dynastie lang aan de macht. Rond 1150 werden ze uiteindelijk verslagen door de Ghowriden uit centraal-westelijk Afghanistan. Hun rijk strekte zich uiteindelijk uit van India tot aan de Kaspische Zee, maar bestond slechts kort, en rond 1215 was Khwarazm, vanuit Turkmenistan en Oezbekistan, de nieuwe grootmacht in het gebied.

Mongolen Ook Khwarazm had echter maar kort de macht, want in 1220-1221 werd het rijk verslagen door de Mongolen onder Dzjengis Khan. De Mongolen waren zeer wreed tegenover steden die zich tegen hen verzetten. Volgens overleveringen, kostte de inname van Herat meer dan 1,5 miljoen levens, die van Nisjapoer 2 miljoen. Deze cijfers zijn waarschijnlijk overdreven, maar zeker lijkt dat er zeer veel bloed vloeide - nog afgezien van de schade aan steden, huizen en irrigatiewerken.

In Afghanistan bestreden twee Mongoolse rijken elkaar: dat van de Il-chans van Iran, gesticht door Hulagu, en dat van de Chagatayiden van Samarkand, gesticht door Dzjengis' zoon Chagatay. De Chagatayiden beheersten uiteindelijk het grootste deel van Afghanistan.

In 1370 werd de macht overgenomen door de Barlas, een Mongools-Turkse stam, met als leider Timoer Lenk. In 1401 veroverde hij Damascus en bij zijn dood in 1405 liet hij een rijk achter dat zich uitstrekte van Turkije tot aan India. Zijn zoon Shah Rukh verplaatste de hoofdstad naar Herat, wat onder de Timoeriden een van de belangrijkste steden van de wereld zou worden.

Rond 1500 werd het rijk der Timoeriden veroverd door de Oezbeken. Afghanistan was gedurende de volgende twee eeuwen opnieuw betwist gebied, het werd bevochten door de Oezbeken in het noorden, de Perzische Safaviden in het westen, en de Mogols in India vanuit het oosten.

Tussen de grote rijken Hotakiden thumb|Ahmad Shah Durrani Begin achttiende eeuw raakten de Mongoolse rijken in verval, en de Pashtun in Afghanistan profiteerden daarvan. De eerste was Mirwais Hotaki, een rijke leider van de Ghaldji-Pashtun rond Kandahar. Hij verklaarde zich onafhankelijk van de Safaviden, werd verslagen en verbleef enige jaren in luxe gevangenschap in Isfahan. Na terugkeer probeerde hij het in 1709 opnieuw, en dit keer wist hij wel de aanvallen van de Safaviden, alsook van andere Pashtungroepen, af te slaan. Zijn zoon Mir Mahmoed wist in 1722 zelfs Isfahan te veroveren, en riep zichzelf uit tot de nieuwe sjah van Perzië.

Durrani's De Ghaldji werden door de Perzische koning Nadir Sjah in 1729 weer uit Iran verdreven en deze veroverde in 1737 ook Kandahar en benoemde daar Ahmad Khan, leider van de Abdali-stam, als Perzisch stadhouder.