Uitspoeling is het bodemvormend proces waarbij deeltjes in de bodem door neerslagwater van boven naar beneden verplaatst worden naar het grondwater. Daarbij spelen behalve de neerslag ook andere factoren een rol, zoals de verdamping, de zuurgraad en de bodemstructuur en -textuur van de grond. Door uitspoeling verdwijnen voedingsstoffen uit de bodem.
Ook via afspoeling kunnen voedingsstoffen verdwijnen. Daarbij gaat het om water dat over het aardoppervlak wegstroomt naar nabijgelegen oppervlaktewater zoals sloten of rivieren. Door het verdwijnen (door water) van de voedingsstoffen uit de bodem treedt verzuring op: de plaats van kationen (bijvoorbeeld kalium en magnesium) wordt ingenomen door waterstofionen, waardoor de pH van de bodem daalt. Door uitspoeling ontstaan podzol- en laterietgronden.
Voorbeelden van stoffen die uit kunnen spoelen zijn humus, ijzer en klei. De uit- en afspoeling van stikstof (nitraat) en fosfor kunnen grote milieuproblemen veroorzaken, met name op landbouwpercelen op löss- en zandgronden. Ze ondermijnen de waterkwaliteit en de bodemkwaliteit en dragen bij aan de stikstofcrisis in Nederland. De preventie van uit- en afspoeling van dergelijke nutriënten is daarom een belangrijk onderdeel van het mestbeleid in Nederland. In de akkerbouw en vollegrondstuinbouw zijn daarbij groenbemesters, vanggewassen en rustgewassen belangrijke middelen om nutriënten vast te houden voordat ze uitspoelen of afspoelen.
Uitspoelingsgevoelige cultuurgewassen in Nederland zijn onder meer: Akkerbouw: aardappelen, koolzaad, mais, suikerbieten, uien, vezelhennep, bepaalde grassen (afhankelijk van omstandigheden) en bepaalde granen (wintertarwe, triticale, rogge; zomertarwe en wintergerst alleen op zandgrond zuid; haver en zomergerst niet). Vollegrondsgroente: prei, sla, asperges, spinazie, selderij, koolgewassen (bloemkool, broccoli, boerenkool enzovoort), kruiden, schorseneren. Open fruitteelt (inclusief vruchtgroenten): alles, waaronder aardbeien, appels, bessen, bramen, frambozen, komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen), peren, pruimen, vruchtbomen (zandgrond zuid en löss) en de wijnbouw. Sierteelt: gladiool, hyacint, iris, krokus (zandgrond zuid en löss), lelie, narcis, tulp. Boomkwekerij: laan- en parkbomen (zandgrond zuid en löss), vaste planten (niet zandgrond noord).
Zie ook Kringlooplandbouw Stikstofkringloop
Categorie:Ecologie Categorie:Milieuwetenschappen Categorie:Bodemkunde Categorie:Geologie