De Verenigde Nationale Beweging (Georgisch: , - ENM, in het Engels United National Movement - UNM) is een centrumrechtse partij uit Georgië. De partij werd in 2001 opgericht door Micheil Saakasjvili en regeerde van 2004 tot 2012 over Georgië.
Nadien was de Verenigde Nationale Beweging de belangrijkste oppositiepartij. In 2025 was de partij centraal onderwerp van de Commissie-Tsoeloekiani, die vermeende misstanden tijdens regeerperiode van de partij onderzocht, met als doel de partij te ontbinden.
Geschiedenis Justitieminister Micheil Saakasjvili kreeg in september 2001 geen steun van president Edoeard Sjevardnadze voor zijn hervormingsplannen, waarna hij ontslag nam en in oppositie ging tegen de regering. Hij behoorde met parlementsvoorzitter Zoerab Zjvania en parlementslid Nino Boerdzjanadze tot de vleugel van zogeheten "jonge hervormers" in de Burgerunie van Sjevardnadze, die ontevreden waren over de rem op hervormingen en corruptiebestrijding door de oude garde in de partij.
In het najaar van 2001 scheidden verschillende fracties zich af van de Burgerunie, waaronder de hervormingsgezinde (Nieuwe) Nationale Beweging onder leiding van Saakasjvili, en de Verenigde Democraten onder leiding van Zjvania. De conservatievere Nieuwe Rechtsen onder leiding van ondernemer David Gamkrelidze splitste zich in 2000 af en steunde eerst de regering nog, maar sloot zich in 2001 bij het hervormingsgezinde blok aan.
Oprichting Kort na zijn aftreden als minister won Saakasjvili in oktober 2001 als onafhankelijke kandidaat zijn parlementszetel terug in tussentijdse verkiezingen in het district Vake in Tbilisi. Zijn belangrijkste tegenstrever was Irina Sarisjvili, leider van de Nationaal-Democratische Partij. Op 17 december 2001 richtten een tiental hervormingsgezinde parlementsleden van de Burgerunie de fractie 'Beweging voor Democratische Hervorming' op. Deze werd diezelfde week de basis voor de partij 'Nieuwe Nationale Beweging' onder leiding van Saakasjvili.
Parallel daaraan nam Zjvania in oktober 2001 ontslag als voorzitter van het parlement, waarna Boerdzjanadze hem opvolgde in die rol. Zjvania richtte begin 2002 de Verenigde Democraten op en nam ruim twintig parlementsleden van de Burgerunie mee. In de zomer van 2003 voegde Boerdzjanadze zich ook bij Zjvania's partij. De twee nieuwe partijen trokken vanaf het begin samen op en leidden de Rozenrevolutie van november 2003. Kort na de revolutie kwamen ze overeen te fuseren, wat uiteindelijk een jaar later op het partijcongres van de Nationale Beweging een feit werd. De fusiepartij ging verder onder de naam Verenigde Nationale Beweging.
Uitdager van de macht miniatuur|Saakasjvili spreekt menigte toe in november 2003. Tweede van rechts fractieleider van de Verenigde Democraten, Giorgi Baramidze. De Nationale Beweging had een "revolutionaire radicale regeringswisseling" voor ogen, met als voornaamste doel om de corruptie uit te roeien. Saakasjvili gebruikte hierbij een agressieve campagne die deed denken aan de stijl en retoriek van de revolutionaire nationale beweging van midden jaren 80 van de 20e eeuw. De partij nam in juni 2002 deel aan de gemeenteraadsverkiezingen met de slogan "Tbilisi zonder Sjevardnadze", die ze overnam van de Republikeinse Partij, waar ze mee samenwerkte. De Nationale Beweging werd tweede in Tbilisi, vlak achter de Arbeiderspartij. De Burgerunie van Sjevardnadze behaalde in de hoofdstad de kiesdrempel niet. Oppositiepartijen betwistten maandenlang de uitslagen in de rest van het land. In Tbilisi kwamen de Nationale Beweging en de Arbeiderspartij een samenwerking in de raad overeen.
Saakasjvili kreeg het voorzitterschap van de gemeenteraad, op voorwaarde dat hij zijn parlementszetel zou opgeven. Hij gebruikte zijn positie in de raad als platform voor de strijd om het parlement een jaar later. De Nationale Beweging trok in de daaropvolgende periode gezamenlijk op met de Verenigde Democraten van Zjvania, maar in de parlementsverkiezingen van 2003 deden beide partijen apart mee. Oude tegenstellingen tussen de radicale hervormers (kamp Saakasjvili) en de gematigden (kamp Zjvania en Boerdzjanadze) stonden een gezamenlijke deelname op dat moment in de weg. De uitslagen van de verkiezingen werden betwist vanwege fraude waarna grote protesten uitbraken, aangejaagd door de leiders van de Nieuwe Nationale Beweging en de Verenigde Democraten. Internationale waarnemers keurden de verkiezingen ook af. De demonstraties leidden drie weken later tot de val van president Sjevardnadze, in wat bekend staat als de Rozenrevolutie. Partijleider Saakasjvili had hierin een cruciale rol.
miniatuur|Jongeren Nationale Beweging tijdens de Rozenrevolutie. De vlag van de Nationale Beweging werd aangenomen als nationale vlag. Een deel van de oppositie boycotte de beëdiging van het nieuwe parlement, maar tijdens de toespraak van president Sjevardnadze drong Saakasjvili met aanhangers de plenaire zaal binnen. In de ontstane chaos moest Sjevardnadze afgevoerd worden. Een dag later nam hij ontslag als president, na gesprekken met Saakasjvili en Zjvania. Boerdzjanadze werd als parlementsvoorzitter vervangend staatshoofd tot de vervroegde presidentsverkiezingen zes weken later. Saakasjvili won deze met grote overmacht en werd president van Georgië. Zjvania werd premier in zijn kabinet.
In de herhalingsverkiezing van maart 2004 voor het parlement vormden de twee partijen de alliantie 'Nationale Beweging - Democraten', aangevuld met de Republikeinse Partij. De combinatie won de verkiezing met een absolute meerderheid van stemmen. Boerdzjanadze bleef voorzitter van het parlement, waarmee de leiders van de revolutie alle belangrijke posities bekleedden. Enkele maanden na de zege verliet de Republikeinse Partij de parlementaire meerderheid en ging in oppositie tegen de regering uit onenigheid over fundamentele democratische principes en de in hun ogen oneerlijke verkiezingsgang in de autonome republiek Adzjarië in mei 2004. Op 22 november 2004 ging de Verenigde Democraten op in de Verenigde Nationale Beweging.
Regeren miniatuur|Na de Rozenrevolutie leidden premier Zoerab Zjvania (l), parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze (m) en president Micheil Saakasjvili (r) het land. De Verenigde Nationale Beweging formuleerde in aanloop naar de verkiezingen van 2003 een aantal prioriteiten, waaronder het herstel van de territoriale integriteit van Georgië en de verbetering van de sociale omstandigheden voor de bevolking. De nieuwe regering erfde van Sjevardnadze een land dat op instorten stond, een failed state, waar endemische corruptie en georganiseerde misdaad, inclusief ontvoeringen, de norm waren geworden. De landsdelen Adzjarië, Dzjavacheti, Svanetië en Pankisi stonden feitelijk onder controle van lokale clans en Abchazië en Zuid-Ossetië hadden zich onafhankelijk verklaard. Daarnaast was cruciale infrastructuur, van elektriciteitsvoorziening tot wegen, in erbarmelijke staat.
De partij maakte geld beschikbaar voor sociale programma's en het bevorderen van het economisch klimaat voor met name het midden- en kleinbedrijf, door middel van belastingliberalisering en de vereenvoudiging van vergunningen. Om de territoriale integriteit te herstellen werkte de partij aan het intensiveren van de onderhandelingen met de afscheidingsrepublieken voor een vreedzame oplossing van de conflicten en het verwerven van internationale steun. In mei 2004 herstelde de regering het gezag over Adzjarië, toen ze de lokale dictator Aslan Abasjidze verjoeg in een vreedzame revolutie. In de zomer van 2004 escaleerden de spanningen rond Zuid-Ossetië, toen de Georgische autoriteiten een mislukte poging deden hier ook het gezag te herstellen. Een van de doelen was de smokkel van goederen uit Rusland door de Roki-tunnel naar Zuid-Ossetië te stoppen, omdat de Georgische douane op deze manier miljoenen dollars aan inkomsten misliep. Sindsdien namen de spanningen rond Abchazië en Zuid-Ossetië stapsgewijs toe en verslechterde de Georgische relatie met Rusland.
miniatuur|Confrontaties tussen demonstranten en politie in november 2007 werd een keerpunt in de reputatie van de post-revolutionaire regering.Het andere grote speerpunt van de regering was het terugdringen van corruptie, iets waar de partij jaren later internationale erkenning voor kreeg. Dit beleid werd onder meer zichtbaar in de sterk verbeterde Georgische score in de jaarlijkse corruptieperceptie-index van Transparency International, maar kwam ook met een binnenlandse prijs. De regering ontsloeg duizenden ambtenaren, met name in het politiekorps, en zuiverde hele overheidsorganisaties van corruptie. De snelheid en hardhandigheid waarmee deze en andere hervormingen gingen, resulteerde binnen een paar jaar tot ontevredenheid onder de bevolking. Na de arrestatie van voormalig defensieminister Irakli Okroeasjvili in september 2007, vanwege corruptie en machtsmisbruik tijdens zijn ministerschap, brak een golf van demonstraties tegen de regering uit, waarin onder meer vervroegde verkiezingen geëist werden. De politie beëindigde deze op 7 november met geweld, waarbij honderden gewonden vielen. De regering kreeg hier internationale kritiek voor en leed reputatieschade. De latere regering van Georgische Droom vervolgde Saakasjvili voor dit ingrijpen.
Om aan de kritiek tegemoet te komen schreef Saakasjvili vervroegde presidentsverkiezingen uit op 5 januari 2008 voor een nieuw mandaat. Hij won deze minder overtuigend dan in 2004. Tegelijkertijd werd een referendum gehouden over het vervroegen van de parlementsverkiezingen en NAVO-lidmaatschap. In mei 2008 won de Verenigde Nationale Beweging een grondwettelijke meerderheid in de vervroegde parlementsverkiezingen, door de winst van bijna alle districten van het gemengde kiesstelsel. De aanloop naar de verkiezing was niet zonder controverse in de partij. Parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze zou de partijlijst leiden, maar trok zich een maand voor de stembusgang terug vanwege onenigheid over de samenstelling van de lijst. Ze stelde zich niet herkiesbaar en verliet na de verkiezingen het parlement. Een half jaar later begon ze een partij in oppositie tegen de Verenigde Nationale Beweging.
Achilleshiel miniatuur|President Saakasjvili en buitenlandminister David Bakradze (l) op 20 maart 2008 in het Pentagon in gesprek met Robert Gates om Amerikaanse steun voor Georgisch NAVO-lidmaatschap te verwerven. Vlak voor die parlementsverkiezingen ontving Georgië in april 2008 een "open deur" uitnodiging voor een toekomstig lidmaatschap van de NAVO, na actieve lobby van de regering met de uitkomst van het referendum van januari hierover als mandaat. Vier maanden na de NAVO-uitnodiging brak de Russisch-Georgische Oorlog uit, die catastrofaal verliep voor Georgië. Onder leiding van de Nieuwe Rechtsen en de Republikeinen eiste de oppositie het aftreden van de regering en eiste nieuwe verkiezingen. Protestgolven in 2009 en 2011 haalden niks uit, terwijl de regering toenemend van autoritaire tendensen werd beticht.
Democratiseringsindexen van onder meer Freedom House, Reporters Without Borders en de Democratie-index van The Economist constateerden democratische erosie in de tweede regeertermijn van de Verenigde Nationale Beweging. De corruptiebestrijding ging hand-in-hand met een gepolitiseerd rechtssysteem dat in dienst stond van de autoriteiten, waarbij rechtstatelijke principes en een eerlijk proces bijzaak waren. Juridische gijzelneming, afpersing en onteigening van zakelijke bezittingen werden de norm. Gedurende de regeertijd van Verenigde Nationale Beweging steeg de gevangenispopulatie met driehonderd procent. In 2010 had Georgië op drie landen na de meeste gevangenen per hoofd van de bevolking.miniatuur|Micheil Saakasjvili als partijleider en president in 2011 op het congres van de Europese Volkspartij, waar de Verenigde Nationale Beweging zich mee associeerde.