De kuifleeuwerik (Galerida cristata) is een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae). De naam dankt de soort aan de grote kuif.

Kenmerken Deze vogel heeft een bruine gevlekte borst. Op de kop prijkt een goed zichtbare kuif, waarvan de veren achter de kop uitsteken.

Leefwijze en voortplanting Het voedsel bestaat uit rupsen, sprinkhanen en regenwormen. Soms eet de kuifleeuwerik ook zaden. Het nest wordt gebouwd in de luwte van struiken of een kluit aarde. Het legsel bestaat uit drie tot vijf eieren, die door het vrouwtje elf tot dertien dagen worden bebroed. Beide ouders zorgen voor de jongen.

Verspreiding en leefgebied De kuifleeuwerik is van oorsprong een bewoner van steppen en woestijnachtige gebieden. Hij komt voor in Afrika, Azië en Europa met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Scandinavië en Noord-Rusland. De soort neemt in West-Europa snel in aantal af. Hij was in de Lage Landen vooral te vinden in de zeereep, aan stads- en dorpsranden, op braak liggende terreinen, vuilnisbelten en dergelijke. Kuifleeuweriken hebben het in een groot deel van West- en Midden-Europa moeilijk om zich te handhaven, maar zijn nog erg talrijk in het zuiden van het Europese continent.

Voorkomen in Nederland en Vlaanderen De kuifleeuwerik vestigde zich pas in de 19de eeuw in Nederland, nam toen toe tot in de jaren 1950 en 1960; toen broedden er naar schatting 5000 tot 10.000 paar. In de jaren 1970 begon een snelle daling. In 1995-1997 waren er nog maar 100 tot 300 paar. Volgens SOVON waren er in 1998-2000 nog circa 70 paar.SOVON Verspreiding en aantalsontwikkeling van de kuifleeuwerik in Nederland De soort is in 2004 als ernstig bedreigd op de Nederlandse rode lijst gezet. De vooralsnog laatste maal dat een territorium van de kuifleeuwerik in Nederland werd vastgesteld was in 2015 bij Den Bosch. De meest waarschijnlijke oorzaak voor het verdwijnen van de vogel vormt de veranderde stedenbouw: een compactere bouw, geen verwaarloosde veldjes meer met onkruid maar netjes onderhouden groen.Bijlsma, R.G., F. Hustings & C.J. Camphuysen, 2001. Avifauna van Nederland 2. De soort staat ook in Vlaanderen op de Rode Lijst als ernstig bedreigd. Toch leverden inventarisaties in 2010 en 2014 nog respectievelijk 13 en 9 territoria op in de duinengordel tussen Westende en De Panne. Losse waarnemingen wijzen op een vrij constante restpopulatie van een 8-tal territoria sinds 2015. Klassieke, bijna jaarlijks bezette broedgebieden zijn de Sint-Laureinsduinen te Westende, de omgeving van de IJzermonding te Lombardsijde, de Schipgat- en Zeebermduinen te Oostduinkerke, de omgeving van Sint-André te Koksijde en de Westhoek en de omgeving van De Panne. In heel wat van deze gebieden worden de laatste jaren geregeld nog voedseltransporten door de oudervogels en uitgevlogen juvenielen waargenomen.Ecopedia

In sommige oude Vlaamse dialecten (o.a. Waasland) werd de kuifleeuwerik door landbouwers en plattelandsmensen ook wel de 'luitentuit' (of tureluut, luitekentuit en reiteketeit) genoemd, als onomatopee voor hun zang in de lucht.Jos Swanenberg, Kolbloemen, bloedpaters en manebladen versus zoetelief en luitentuit, Bronnen van lexicale variatie in de Brabantse flora en fauna, Taal en Tongval, 2004Wandelen langs trage wegen in Sinaai, Regionaal landschap Schelde-DurmeR. Verheyen, De zangvogels van België, 1957, p. 334

Ondersoorten De soort telt 35 ondersoorten:AviList The global avian checklist, 2025. https://avilist.org/Gill, F, D Donsker & P Rasmussen (Eds). 2026. IOC World Bird List (v15.2). G. c. pallida: het Iberisch Schiereiland. G. c. cristata: van zuidelijk Scandinavië en Frankrijk tot Oekraïne en Hongarije. G. c. neumanni: het westelijke deel van Centraal-Italië. G. c. apuliae: zuidelijk Italië en Sicilië. G. c. meridionalis: van oostelijk Kroatië tot centraal Griekenland en westelijk Turkije. G. c. cypriaca: Rodos, Karpathos en Cyprus. G. c. tenuirostris: van oostelijk Hongarije en Roemenië tot zuidelijk Rusland en Kazachstan. G. c. caucasica: de oostelijke Aegean islands, noordelijk Turkije en de zuidelijk Kaukasus. G. c. kleinschmidti: noordwestelijk Marokko. G. c. riggenbachi: westelijk Marokko. G. c. randonii: Barbarijse Hoogvlakte in oostelijk Marokko en noordwestelijk Algerije G. c. macrorhyncha: zuidelijk Marokko en noordwestelijk Algerije ten zuiden van Atlasgebergte tot west-centraal Mauretanië G. c. carthaginis: van noordoostelijk Marokko tot noordelijk Tunesië. G. c. arenicola: noordoostelijk Algerije, zuidelijk Tunesië en noordwestelijk Libië. G. c. festae: de noordoostkust van Libië. G. c. brachyura: van inlands noordoostelijk Libië tot zuidelijk Irak en noordelijk Arabië. G. c. helenae: zuidoostelijk Algerije en zuidwestelijk Libië. G. c. jordansi: het Aïrgebergte in noordelijk Niger. G. c. nigricans: de Nijldelta in noordelijk Egypte. G. c. maculata: centraal Egypte. G. c. halfae: zuidelijk Egypte en noordelijk Soedan. G. c. altirostris: oostelijk Soedan en Eritrea. G. c. somaliensis: zuidelijk Ethiopië, noordelijk Somalië en noordelijk Kenia. G. c. balsaci: de kust van Mauritanië. G. c. senegallensis: van Mauritanië, Senegal en Gambia tot Niger. G. c. alexanderi: van noordelijk Nigeria tot westelijk Soedan en de noordoostelijke Centraal-Afrikaanse Republiek. G. c. isabellina: centraal Soedan. G. c. cinnamomina: westelijk Libanon en noordwestelijk Israël. G. c. zion: zuidelijk Turkije tot noordoostelijk Israël G. c. subtaurica: van centraal Turkije tot zuidwestelijk Turkmenistan en noordelijk Iran. G. c. magna: van Kazachstan tot zuidelijk Mongolië en noordwestelijk China. G. c. leautungensis: noordoostelijk en oostelijk China. G. c. coreensis: Korea. G. c. lynesi: noordelijk Pakistan. G. c. chendoola: van centraal en oostelijk Pakistan via westelijk en noordelijk India tot zuidelijk Nepal.

Afbeeldingen

Video

Categorie:Leeuweriken Categorie:Dier uit het Afrotropisch gebied Categorie:IUCN-status niet bedreigd