Bahai-profetieën zijn toekomstige gebeurtenissen die in de bahai-geschriften zijn voorspeld. De meest specifieke profetieën zijn gerelateerd aan de opkomst en ondergang van leiders en organisaties. De meeste van deze voorspellingen kunnen gevonden worden in de tafelen van Bahá'u'lláh aan de koningen en heersers van de wereld en in de Kitáb-i-Aqdas.Smith, 2000, p. 278, 300-301

Vooral krachtig voor de vroege bahai-gelovigen was Bahá'u'lláhs voorspelling in 1868/69 van de val van sultan Abdülaziz, die werd afgezet in 1876.Smith, 2000, p. 13-14 Andere profetieën, met inbegrip van verklaringen van 'Abdu'l-Bahá, zijn algemener van aard, met betrekking tot de toekomstige maatschappij en de opkomst van het bahai-geloof.Smith, 2000, p. 363-364

De ondergang van verschillende heersers Sultan Abdülaziz

Bahá'u'lláh voorspelt in de Súriy-i-Ra'ís en de Lawh-i-Fu'ád dat sultan Abdülaziz de controle over het Ottomaanse Rijk zal verliezen. Bahá'u'lláh schreef aan 'Ali Pasha, de Ottomaanse minister-president: "De dag nadert dat het Land van Mysterie (Adrianopel) en wat er bij behoort zal veranderen en de koning uit handen zal vallen. Onlusten zullen ontstaan, geweeklaag zal opstijgen, overal zullen verderfelijke praktijken aan het licht komen en er zal verwarring heersen door hetgeen deze gevangenen (Bahá'u'lláh en zijn metgezellen) door de schare van verdrukking is aangedaan."Esslemont, 2010, p. 262 (Bahá'u'lláh, Súriy-i-Ra’ís, augustus 1868) Later, in de Lawh-i-Fu'ád (1869) vergelijkt Bahá'u'lláh de sultan en zijn minister-president met Nimrod en de Farao die opstonden tegen Abraham en Mozes en schrijft dat zij hun macht zullen verliezen: "Spoedig zullen Wij diegene ('Alí Páshá) wegzenden die net zo was als hij, en zullen Wij hun leider (Sultán Abdu'l-'Azíz) aangrijpen, die het land regeert..."Effendi, 1944 (Bahá'u'lláh, Lawh-i-Fu'ád, 1869) Sultan Abdülaziz werd op 30 mei 1876 afgezet en veertien dagen later werd hij dood gevonden in het paleis waar hij was opgesloten.

De profetieën in de Lawh-i-Fu'ád met betrekking tot de ondergang van de sultan en de minister-president hebben een belangrijke rol gespeeld in Mírzá Abu'l-Fadls bekering tot het geloof.Smith, 2000, p. 22-23Taherzadeh, 1984, p. 91–107

`Ali Pasha `Ali Pasha was de minister-president van het Ottomaanse Rijk onder sultan Abdülaziz; Bahá'u'lláh noemde hem "de leider". Bahá'u'lláh voorspelt in de Súriy-i-Ra'ís en de Lawh-i-Ra'ís dat hij zijn macht zal en rang verliezen.Smith, 2000, p. 34 In augustus 1868 schreef Bahá'u'lláh naar hem: "O minister, u hebt bedreven hetgeen Mohammed, de Apostel van God, in het allerhoogste Paradijs deed kreunen. De wereld heeft u hoogmoedig gemaakt, zozeer zelfs, dat u zich hebt afgekeerd van het Aangezicht door welks glans de Schare in den hoge wordt verlicht. Spoedig zult u zich in grote moeilijkheden bevinden." (Bahá'u'lláh, Súriy-i-Ra’ís, 1868)

In een andere brief verklaart Bahá'u'lláh nogmaals dat hij zijn rang en glorie zal verliezen: "Eerlang zal Zijn (Gods) gramschap over u komen, revoluties zullen uitbreken en uw landen zullen worden verdeeld! ..."Esslemont, 2010, p. 261 (Bahá'u'lláh, Lawh-i-Ra’ís, 1868)

`Ali Pasha overleed gedurende zijn functie als minister-president in 1871 na drie maanden van ziekte.

Napoleon III Napoleon III was de keizer van Frankrijk van 1852 tot 1870. In 1869 schreef Bahá'u'lláh een brief aan hem, waarin hij waarschuwde dat als Napoleon III Bahá'u'lláhs woorden niet zou accepteren, hij zijn koninkrijk zou verliezen en dat er commotie in Frankrijk zou optreden:Smith, 2000, p. 278 "Door uw daden zal uw koninkrijk ten onder gaan en uw keizerrijk zal u uit handen worden genomen als een straf voor hetgeen u hebt bedreven. Dan zult u weten hoe u onmiskenbaar hebt gedwaald. Beroeringen zullen het land teisteren, tenzij u opstaat om deze Zaak te steunen en u Hem die de geest van God is (Jezus Christus) in dit rechte pad volgt. Heeft uw pracht en praal u hoogmoedig gemaakt? Bij Mijn leven! Dit zal niet blijven; neen dit zal spoedig voorbij gaan, tenzij u zich aan dit sterke Koord vastklemt. Wij zien vernedering achter u aansnellen, terwijl u behoort tot hen die onachtzaam zijn."Esslemont, 2010, p. 258 (Bahá'u'lláh, Súriy-i-Haykal, 1869)

Binnen het jaar van de strijd tegen de Pruisen in juli 1870 werd de keizer gevangengenomen tijdens de Slag bij Sedan (2 september) en werd afgezet door de troepen van de Derde Franse Republiek in Parijs. Twee dagen later werd hij in ballingschap gestuurd naar Engeland, waar hij stierf.

Kalifaat Bahá'u'lláh profeteerde de val van het kalifaat, de titel van het staatshoofd in het Soennisme. Vanaf 1517 was de Ottomaanse sultan tevens de kalief van de islam en tussen 1517 en 1924 stond het Ottomaanse Rijk synoniem voor het kalifaat en de islamitische staat. Bahá'u'lláh, zich richtend tot de inwoners van Constantinopel, de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk, schreef in de Kitáb-i-Aqdas (voltooid in 1873) dat de leiders van Constantinopel, de kalief, een bron van tirannie was en dat ze de controle zouden verliezen:Smith, 2000, p. 100, 212 O inwoners van Constantinopel! Luistert, vanuit uw midden horen Wij de onheilspellende roep van de uil. Heeft de roes van hartstocht u in zijn greep, of zijt gij weggezonken in achteloosheid? O Plek die aan de kust van de twee zeeën is gelegen! De troon van tirannie is waarlijk op u gevestigd, en de vlam van haat is in uw boezem ontstoken, zodanig dat de Schare in den hoge en zij die rond de Verheven Troon cirkelen, wenen en weeklagen. Wij zien bij u de dwazen over de wijzen heersen, en duisternis zich erop beroemen beter te zijn dan licht. Gij zijt waarlijk vervuld van onmiskenbare trots. Is uw uiterlijke pracht u naar het hoofd gestegen? Bij Hem Die de Heer der mensheid is! Deze pracht zal spoedig vergaan, en uw dochters en uw weduwen, en allen die binnen uw muren wonen, zullen weeklagen. (Bahá'u'lláh, Kitáb-i-Aqdas, 1873)

Op 3 maart 1924 schafte de eerste president van de Turkse republiek, Mustafa Kemal Atatürk, de instelling van het kalifaat grondwettelijk af. Haar bevoegdheden werden overgedragen aan de Grote Nationale Assemblee van Turkije (parlement) van de nieuw gevormde Turkse natie-staat en de titel is sindsdien inactief.

De opkomst en val van het communisme De opkomst en val van het communisme:Smith, 2000, p. 107-108 "...Volkomen gelijkheid echter, is al even onmogelijk, want volkomen gelijkheid betreffende rijkdom, ereposten, handel, landbouw en industrie zou eindigen in wanorde en chaos, in desorganisatie van de middelen van bestaan en in algemene teleurstelling; de orde van de gemeenschap zou geheel worden vernietigd." ('Abdu'l-Bahá, Beantwoorde vragen, 1904-6, Hoofdstuk LXXVIII)

"Moderne internationale bewegingen zullen hun best doen hun doeleinden en oogmerken te verwezenlijken. De linkse beweging zal van grote betekenis worden en zijn invloed zal zich uitbreiden."Esslemont, 2010, p. 268 ('Abdu'l-Bahá in januari 1920, geciteerd in World Order of Bahá'u'lláh)

"De belangrijkste afgoden in de ontheiligde tempel van de mensheid zijn niets anders dan de drie goden van nationalisme, racisme en het communisme, tot wier altaren regeringen en volkeren, democratisch of totalitair, in vrede of oorlog, van het oosten of van het westen, christelijk of islamitisch, zijn, in verschillende vormen en in verschillende mate, nu aanbidden."Voorlopige vertaling (Shoghi Effendi, The Promised Day is Come, gepubliceerd in 1941)

Het uitbreken van Wereldoorlogen De val van koninkrijken in Europa in 1917:Lambden, Stephen. Catastrophe, Armageddon and Millennium: some aspects of the Bábí-Bahá'í exegesis of apocalyptic symbolism. Bahá'í Studies Review Volume 9 "Wij staan aan de vooravond van de slag van Armageddon,Zie ook: genoemd in het zestiende hoofdstuk van de Openbaring van Johannes. Over twee jaar zal een enkele vonk heel Europa doen ontvlammen. De sociale onrust in alle landen en het groeiende godsdienstige scepticisme, die aan het duizendjarige rijk voorafgaan, bestaan reeds en zullen geheel Europa in brand steken, zoals in het boek Daniël en de Openbaring van Johannes is voorspeld. Tegen 1917 zullen koninkrijken vallen en zullen grote rampen de wereld op zijn grondvesten doen schudden..."Esslemont, 2010, p. 265 ('Abdu'l-Bahá in oktober 1912, geciteerd in Esslemont, Bahá'u'lláh en het Nieuwe Tijdperk)

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, betrokkenheid van de Balkan:Smith, 2000, p. 354 "...[zullen] deze chronische ziekten nooit worden genezen, neen, zij zullen zelfs van dag tot dag heviger worden. De Balkanlanden zullen onrustig blijven en hun toestand zal verergeren. De overwonnenen zullen niet stil blijven zitten, maar alle middelen aangrijpen om opnieuw de oorlogsfakkel te ontsteken..." ('Abdu'l-Bahá in januari 1920, geciteerd in World Order of Bahá'u'lláh)

Het lijden van Duitsland in twee oorlogen:Smith, 2000, p. 356 "O oevers van de Rijn! Wij zagen u bedekt met bloed, aangezien de zwaarden van vergelding tegen u werden getrokken; en dit zal u nogmaals gebeuren. En Wij horen het weeklagen van Berlijn, ofschoon zij heden in volle luister praalt." (Bahá'u'lláh, Kitáb-i-Aqdas, 1873)

Wetenschappelijke ontdekkingen

Bahá'u'lláh schreef: "Vreemde en verbazingwekkende dingen bestaan er in de aarde, maar deze zijn verborgen voor het verstand en het begrip der mensen. Deze dingen zijn in staat de hele dampkring van de aarde te veranderen en besmetting erdoor zal dodelijk blijken te zijn." (Bahá'u'lláh, Kalimat-i-Firdawsíyyih (Woorden van het Paradijs), c.1879-91)

Sommigen interpreteren dit als een uitspraak over de ontdekking van kernenergie en het gebruik van nucleaire wapens.Smith, 2000, p. 260-261 Bahá'u'lláh schreef ook dat planeten zouden worden gevonden rond andere sterren, en dat het leven zou worden gevonden op die planeten: "Weet dat iedere vaste ster haar eigen planeten heeft en iedere planeet haar eigen schepselen wier aantal geen mens kan berekenen." (Bahá'u'lláh, Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh, Sectie LXXXII)

Het huidige begrip van stervorming erkent het vormen van planeten rond elke ster. Echter, het bestaan van buitenaards leven is niet bevestigd.

De oprichting van een Wereldgemenebest De Kleine Vrede Shoghi Effendi schreef:Smith, 2000, p. 266-267 "... moet leiden, hoe lang en kronkelig de weg ook moge zijn, na een reeks van overwinningen en tegenslagen, tot de politieke eenwording van het oostelijke en westelijk halfrond, tot de opkomst van een wereldregering en de vestiging van de Kleine Vrede, zoals voorspeld door Bahá‘u’lláh en aangekondigd door de Profeet Jesaja." (Shoghi Effendi, Citadel of Faith, 1947)

Tekenen voor de volwassenwording van het mensdom Bahá'u'lláh schreef in de Kitáb-i-Aqdas:Smith, 2000, p. 186-187 "Wij hebben twee tekenen vastgesteld voor de volwassenwording van het mensdom: het eerste, welke de stevigste grondslag is, hebben Wij in andere Tafelen opgetekend, terwijl het tweede in dit wonderbaarlijke Boek is geopenbaard." (Bahá'u'lláh, Kitáb-i-Aqdas, 1873)

Het eerste teken verwijst naar de selectie van een enkele taal en de vaststelling van een gemeenschappelijk schrift: "O parlementsleden overal ter wereld! Kiest één enkele taal die door allen op aarde zal worden gebruikt, en neemt eveneens een gemeenschappelijk schrift aan... Dit zal tot eenheid leiden, kon gij het slechts bevatten, en het voornaamste instrument zijn ter bevordering van harmonie en beschaving, hoe wenste Ik dat gij het mocht begrijpen!" (Bahá'u'lláh, Kitáb-i-Aqdas, 1873)

Het tweede teken verwijst naar het ontstaan van een 'goddelijke filosofie', die de ontdekking van een radicale benadering van de transmutatie van elementen omvat: