Een supergroep is een van de hoogste taxonomische rangen, boven dat van een rijk en stam en onder dat van een domein. Een supergroep is een zeer grote, monofyletische groep van organismen die een gemeenschappelijke voorouder delen. De supergroep wordt vooral bij de classificatie van eukaryoten toegepast.

Vanaf de late 20e eeuw maakte de opkomst van moleculaire technieken, met name sequencing en genoomanalyses, het mogelijk om evolutionaire relaties nauwkeuriger te reconstrueren, wat leidde tot het inzicht dat traditionele indelingen (zoals plantenrijk, dierenrijk en protisten) onvoldoende recht deden aan de werkelijke afstammingsgeschiedenis. Zodoende werd een nieuwe taxonomische rang in het leven geroepen, de supergroep. Supergroepen worden in recente literatuur algemeen gebruikt.

De indeling van supergroepen is niet statisch, maar wordt voortdurend herzien. Nieuwe fylogenomische datasets, verbeterde analysemethoden en een bredere bemonstering van organismen leiden regelmatig tot aanpassingen in de onderlinge relaties of begrenzingen van deze groepen.

Indeling van eukaryoten thumb|right|upright=1.5|Fylogenetische stamboom van de eukaryoten (2020), met supergroepen weergegeven in kleur.

Vanaf het begin van de jaren 2000 werd de evolutionaire stamboom van de eukaryoten ingedeeld in een aantal diep-evolutionaire, overkoepelende supergroepen. De indeling kwam voort uit het idee dat alleen monofyletische clades – groepen met één gemeenschappelijke voorouder – als officiële taxonomische rangen zouden moeten worden erkend. Oude indelingen zoals het rijk Protista bleken parafyletisch en zijn daarom verlaten.

Door de ontdekking van veel nieuwe protisten en de wijdverspreide toepassing van fylogenomische analyses is de systematiek van eukaryoten steeds verder verfijnd. Hoewel er nog genoeg groepen zijn waarvan de fylogenetische positie onzeker is, is er in de loop der jaren een redelijk robuust raamwerk ontstaan. Hieronder staan de huidige supergroepen van eukaryoten, met een korte toelichting:

TSAR, bestaande uit de SAR-clade (Stramenopila, Alveolata en Rhizaria), met Telonemia. Deze supergroep vormt vermoedelijk de helft van de totale eukaryote diversiteit, en komt grotendeels overeen met wat vroeger onder Chromalveolata werd geplaatst. Archaeplastida, bestaande uit globaal drie plantaardige groepen die chloroplasten verkregen via primaire endosymbiose: Viridiplantae (groene algen en landplanten), Rhodophyta, Glaucophyta. Ook Picozoa valt onder deze supergroep. Amorphea, voorheen Unikonta genoemd, bestaat uit de Amoebozoa en de Opisthokonta (dieren, schimmels en verwante protisten). CRuMs, bestaande uit de vrijlevende protozoa-groepen Collodictyonidae, Rigifilida en Mantamonas. Haptista, bestaande uit de microalgen Haptophyta en de Centrohelida. Cryptista, omvat de Cryptophyta, Katablepharida en de basale protist Palpitomonas. Discoba, omvat verschillende heterotrofe eencelligen waaronder Euglenozoa. Komt grotendeels overeen met wat voorheen Excavata werd genoemd.

Zie ook Evolutionaire systematiek

Referenties

Categorie:Taxonomie