thumb|De bordesscène: koningin Beatrix presenteert als hoofd van de regering de ministers van het kabinet-Rutte I voor paleis Huis ten Bosch op 14 oktober 2010. Een kabinetsformatie vond plaats in Nederland na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010. Dit leidde na 127 dagen tot de beëdiging van het kabinet-Rutte I. Het kabinet bestond uit de conservatief-liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en het Christen-Democratisch Appèl (CDA), met gedoogsteun van de radicaal-rechtse Partij voor de Vrijheid (PVV).

De formatie begon met een verkenning door informateur Uri Rosenthal en later Herman Tjeenk Willink. Er werd onderhandeld met paarsplus bestaande uit VVD, Partij van de Arbeid (PvdA), Democraten 66 (D66) en GroenLinks. Ondanks de vergevorderde gesprekken onder leiding van Rosenthal en Jacques Wallage werden op 20 juli de besprekingen beëindigd.

Informateur Ruud Lubbers verkende daarna een kabinet van VVD en CDA gedoogd door PVV. Onder informateur Ivo Opstelten werd tussen die drie partijen onderhandeld. Met name binnen het CDA was er verdeeldheid over regeren met de PVV. Binnen de CDA-fractie waren er dissidenten, waardoor de PVV de onderhandelingen stopte. Onder Tjeenk Willink werd geconcludeerd dat na het opstappen van dissident Ab Klink de PVV weer wilde onderhandelen, wat onder leiding van Opstelten op 28 september werd afgerond. De fracties stemden in met het akkoord, alsmede het CDA-kabinetsformatiecongres. Onder formateur Mark Rutte werd vervolgens gezocht naar bewindspersonen, die op 14 oktober beëdigd werden.

Het was de laatste formatie waar het staatshoofd een rol speelde. Met name bij de PVV was er ontevredenheid over een aantal acties van koningin Beatrix tijdens de formatie. Na afloop van de formatie was er daardoor een meerderheid om de Tweede Kamer voortaan (in)formateurs aan te laten wijzen.

Achtergrond Tweede Kamerverkiezingen

miniatuur|Samenstelling van de nieuw geïnstalleerde Tweede Kamer tijdens de formatie: Bij de verkiezingen werd de VVD onder leiding van Mark Rutte de grootste partij met 31 zetels. De partij werd op de voet gevolgd door de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid (PvdA) met 30 zetels. Het CDA — daarvoor acht jaar lang de grootste partij — halveerde van 41 naar 20 zetels. Door het grote verlies trok premier Jan Peter Balkenende zich terug als CDA-partijleider en werd opgevolgd als fractievoorzitter door Maxime Verhagen. De PVV van Geert Wilders kreeg er de meeste zetels bij en steeg van 9 naar 24 zetels.

Informateur Rosenthal miniatuur|Informateur Uri Rosenthal (VVD). Foto uit 2011. De dag na de verkiezingen ontving koningin Beatrix haar vaste adviseurs; de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer, respectievelijk René van der Linden en Gerdi Verbeet, en de vice-president van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink. Een dag later adviseerden de meeste fractievoorzitters haar een informateur van de VVD aan te wijzen om een kabinet van VVD, PVV en CDA te onderzoeken. Op voordracht van Rutte werd VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Uri Rosenthal benoemd. Zijn opdracht was om "mede gelet op de moeilijke situatie waarin ons land verkeert" op korte termijn de mogelijkheden voor een kabinet te onderzoeken "waarvan de grootste partij en de grootste winnaar" deel uitmaken. Rosenthal en latere (in)formateurs werden bijgestaan door twee raadsadviseurs, waaronder Kajsa Ollongren, en de directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst Henk Brons.

+ Coalitievoorkeuren onder kiezersvolgens Peil.nlPartijen % kiezersZetels VVD, PVV, CDA 35%7635 VVD, PvdA, D66, GL 33%8134 VVD, PvdA, CDA 10% 82 49 VVD, PvdA, SP9%7640

Verkenning kabinet met PVV Op 14 juni ontving Rosenthal elke fractievoorzitter. Rutte gaf de voorkeur aan een coalitie van VVD, PVV en CDA, wat voor Wilders zelfs de enige mogelijkheid was. Verhagen gaf aan dat het CDA wat betreft kabinetsdeelname "bescheidenheid past". Verhagen wilde verder dat eerst VVD en PVV onderling op hoofdlijnen onderhandelden, voordat CDA mogelijk zou aansluiten. Iets wat door met name Wilders werd afgewezen. Behalve de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) achtten alle andere partijen deelname aan een kabinet met PVV onwaarschijnlijk of sloten het uit. Omdat Verhagen volhield na nog twee gesprekken, sloot Rosenthal deze informatiepoging af met een verslag aan de koningin.

Verkenning paarsplus Rosenthal ging vervolgens afzonderlijk in gesprek met Rutte, Verhagen, PvdA-leider Job Cohen, D66-leider Alexander Pechtold en GroenLinks-leider Femke Halsema om een coalitie tussen hun partijen te verkennen. PvdA, D66 en GroenLinks gaven de voorkeur aan paarsplus, bestaande uit hun partijen plus VVD. Rutte zag deze coalitie vanwege "grote programmatische verschillen" niet zitten en concludeerde na twee dagen besprekingen "dat er op dit moment geen perspectief is voor onderhandelingen".

Ruttes tweede voorkeur, een middencoalitie van VVD, PvdA en CDA, werd daarna verkend. Verhagen toonde zich "in het landsbelang" bereid mee te praten, maar de optie was voor Cohen "onwenselijk". Cohen wilde alleen meepraten als D66 en GroenLinks aansloten (de Regenboogcoalitie). Deze optie kon niet op steun rekenen van Halsema en Pechtold en Cohen zelf kwam daar al binnen een uur op terug. SP-leider Emile Roemer opperde nog een coalitie van PvdA, CDA, SP en GroenLinks, maar dit werd door de andere fractievoorzitters afgewezen. Na deze mislukte pogingen stuurde Rosenthal op 25 juni zijn eindverslag waarin hij adviseerde om een VVD- en een PvdA-informateur aan te stellen om een kabinet in het brede politieke midden te vinden.

Informateur Tjeenk Willink (1) miniatuur|links|Informateur Herman Tjeenk Willink (PvdA). Foto uit 2017. Naar aanleiding van het eindverslag van Rosenthal liet de koningin zich op 25 juni adviseren door de fractievoorzitters van 'het brede midden' (VVD, PvdA, CDA, D66, GroenLinks). Dit leidde niet tot een eenduidige richting. De koningin benoemde diezelfde avond Tjeenk Willink tot informateur. Tjeenk Willink ging op 28 juni in gesprek met zijn voorganger Rosenthal en met de fractievoorzitters van het brede midden. Tjeenk Willinks voorkeur voor een coalitie van die vijf partijen, met een akkoord op hoofdlijnen en met partijleiders in de Kamer werd afgewezen.

Op 29 juni vond nog het debat met de oud-informateur Rosenthal plaats. Onderwerp van het debat was vooral waarom een kabinet met VVD, PVV en CDA niet mogelijk was gebleken. CDA had regeren met PVV in de campagne namelijk niet uitgesloten. Verhagen gaf als reden de "grote principiële verschillen [...] met betrekking tot de democratische rechtsstaat". Verhagen herhaalde dat VVD en PVV eerst samen uit Wilders' standpunten zoals "kopvoddentaks, het verbieden van de Koran en de strijd tegen de islam" moesten komen voordat CDA aanschoof. Rutte omarmde dit voorstel en nodigde Wilders hiertoe zevenmaal uit in het debat, maar Wilders weigerde.

Tweede verkenning paarsplus Na een nieuwe ronde gesprekken met de vijf fractievoorzitters uit het brede midden onderzocht Tjeenk Willink wederom paarsplus. Rutte verklaarde zich bereid hierover te spreken als Cohen zijn blokkade tegen de middencoalitie zou opheffen. Daarop hief Cohen die blokkade op. De fractievoorzitters van paarsplus kwamen op 1 en 2 juli in het geheim samen bij Tjeenk Willink thuis en concludeerden dat de coalitie realiseerbaar was. VVD en PvdA schoven voor de onderhandelingen als informateurs respectievelijk Rosenthal en voormalig PvdA-fractievoorzitter Jacques Wallage naar voren. D66 en GroenLinks bepleitten nog alternatieven, maar legden zich er uiteindelijk bij neer. Beide informateurs mochten echter niet zitting nemen in een eventueel paarsplus kabinet. Op 5 juli bracht Tjeenk Willink eindverslag uit met het advies te onderhandelen over paarsplus.

Bij zijn eindverslag had Tjeenk Willink op persoonlijke titel een bijlage geschreven. De bijlage was getiteld "Wat kan binden in plaats van scheiden" en had als doel te benoemen wat de paarsplus-partijen kon binden. Daarin schreef hij onder meer over inburgering van vreemdelingen en over Europese samenwerking op het terrein van politie en justitie. Wilders vond dit ongepast voor een informateur. Hij gaf aan Tjeenk Willink in de toekomst niet meer als informateur te willen en vroeg in Kamervragen of Tjeenk Willink afgezet kon worden als vice-president van de Raad van State. Wilders vermoedde dat hij met de notitie ook de mening van de koningin vertolkte en riep op tot het einde van de koningin als onderdeel van de regering.

Informateurs Rosenthal en Wallage miniatuur|Informateur Jacques Wallage (PvdA). Foto uit 2011. De koningin nam het advies van Tjeenk Willink over en benoemde op 5 juli Rosenthal en Wallage tot informateurs. De onderhandelaars spraken af om richting pers en publiek een 'radiostilte' te hanteren. Op 12 juli stonden de informateurs de pers te woord en spraken van een "plezierige sfeer" en een "opmerkelijk goede onderlinge verstandhouding". Vooral de sfeer tussen generatiegenoten Rutte, Pechtold en Halsema was uitstekend en soms jolig volgens Halsema in haar memoires. De verstandhouding tussen de twee informateurs was daarentegen slechter en hen werd gebrekkige regie verweten.

Inhoud Inhoudelijk werd er aan het begin veel vooruitgang geboekt. Het regeerakkoord moest van beperkte omvang worden en ruimte laten voor "vrije kwesties", waar fracties zelf mochten kiezen. Het kabinet zou bestaan uit acht ministers en gehuisvest worden op het Catshuis. De twaalf staatssecretarissen moesten dan de departementen runnen. Overeenstemming werd onder meer bereikt op hervormingen van het belastingstelsel, het ontslagrecht, de Werkloosheidswet en bezuinigingen op woningbouw en defensie. Zelfs op het gebied van immigratie en integratie bleken de verschillen overbrugbaar.

Verdere versoepeling van het ontslagrecht en hervorming van de hypotheekrenteaftrek werden echter tegengehouden door respectievelijk PvdA en VVD, waardoor de onderhandelingen vastliepen. Er was ook geen overeenstemming over het totaal aan bezuinigingen. Rutte had in zijn verkiezingsprogramma een grote bezuiniging beloofd en stelde in de onderhandelingen 18 miljard als minimum, wat niet gehaald werd. Op vrijdag 16 juli stelden de onderhandelaars en informateurs vast dat er geen vooruitgang geboekt werd. Besloten werd om een weekend pauze te hebben.

Einde van paarsplus Dat weekend praatte Rutte zijn partijtop bij over de onderhandelingen. Hij kreeg van hen steun hoewel paarsplus niet hun eerste voorkeur was. Partijprominenten zoals Hans Wiegel en Henk Vonhoff keerden zich echter tegen paarsplus. In de peilingen zakte de VVD tevens naar 23 zetels, terwijl de PVV steeg naar 35 zetels. Op maandag werd geconcludeerd dat de pauze geen nieuwe inzichten had gebracht. De informateurs poogden om de verschillen te overbruggen, maar op dinsdag meldden zowel Rutte als Cohen dat zij geen perspectief meer zagen in de onderhandelingen. Een dag later brachten Rosenthal en Wallage daarom hun eindverslag aan bij de koningin.

Informateur Lubbers miniatuur|Informateur Ruud Lubbers (CDA). Foto uit 2011. Rosenthal en Wallage hadden geen advies voor vervolgstappen geformuleerd. Rutte stelde daarom via de media voor om zelf een conceptregeerakkoord te schrijven waarop andere partijen konden intekenen. Verhagen steunde zo'n opdracht, maar dit plan werd afgeraden door Kamervoorzitter Verbeet. De koningin werd geadviseerd om opnieuw een ronde te maken langs alle fractievoorzitters om de opties te verkennen. Tjeenk Willink vond zichzelf hiervoor niet geschikt, vanwege de commotie omtrent zijn bijlage in de vorige ronde. Daarop werd voormalig CDA-premier en minister van Staat Ruud Lubbers benoemd als informateur. Tegen gebruik in zegt Lubbers bij de persconferentie dat de koningin het voorstel van Rutte "een waagstuk" vindt.

Verkenning