De Nederlands-Turkse betrekkingen zijn de internationale betrekkingen tussen Nederland en Turkije. Het was in 1612 de Nederlandse diplomaat Cornelis Haga die het recht van de Turkse sultan Ahmed I verkreeg om onder Nederlandse vlag handel te drijven in Istanboel. Hiermee was het Ottomaanse Rijk het vierde land (na Spanje, Frankrijk en Engeland) dat de onafhankelijkheid van de Republiek der Verenigde Nederlanden erkende.https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/24889/de-spanjaarden-wilden-helemaal-geen-vrede.htmlhttps://historiek.net/het-twaalfjarig-bestand-1609-1621/72258/ De eerste onderlinge economische en culturele contacten tussen de twee landen ontstonden echter al enkele decennia eerder, halverwege de 16e eeuw. In 1923 was Nederland het eerste land dat de onafhankelijkheid van de Turkse Republiek erkende.Nederland heeft vanaf vandaag een Turks museum (historiek.net, 3 september 2012)

Landenvergelijking

Geschiedenis miniatuur|Cornelis Haga, de grondlegger van de Turks-Nederlandse betrekkingen De eerste handelscontacten tussen Nederland en Turkije stammen uit de middeleeuwen, toen Nederlanders, veelal op doorreis naar het Heilige land, als pelgrim of op kruistocht, het Byzantijnse Rijk (het oostelijk deel van het Romeinse Rijk) bezochten. In de 16e eeuw namen de handelscontacten toe. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was het Ottomaanse Rijk een bondgenoot van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de de strijd tegen Spanje. Tijdens het twaalfjarige bestand onthielden de Staten-Generaal elke maritieme steun aan de Turken.Jacobs, M.J.M., Diplomatieke Betrekkingen tussen De Republiek en het Ottomaanse Rijk 1612-1629. De rol van handel, slavernij en strategische overwegingen (2012), blz. 17 Een gehucht in Zeeuws-Vlaanderen kreeg van Prins Maurits de naam Turkeye. Bij de hagenpreken werd - onder het motto "Liever Turks dan paaps" - vaak verwezen naar de religieuze tolerantie van de Ottomaanse sultan, wat tot een voorbeeld verwerd van de protestanten.

In 1612 kwam de eerste Nederlandse ambassadeur, Cornelis Haga, in Istanboel aan en werden diplomatieke betrekkingen aangeknoopt. Ook culturele overwegingen speelden een rol in de Nederlandse belangstelling voor het Ottomaanse Rijk. Zo vonden bijvoorbeeld zeldzame manuscripten hun weg naar Nederlandse bibliotheken. Eind zestiende eeuw kwam de tulp vanuit Kazachstan naar Europa,https://www.tulipstore.eu/nl/tulpen/historie-van-de-tulp/ die in Nederland eerst tot een periode van tulpengekte leidde en zich langzamerhand tot nationaal symbool ontwikkelde. De oosterse literatuur die veel Nederlanders op hun reizen door het Ottomaanse Rijk verzamelden vond zijn weg naar de universiteit van Leiden, die hierdoor de belangrijkste plek werd voor Europese onderzoekers naar oosterse geschiedenis, talen en culturen.

De handelsbetrekkingen bleven zich voorspoedig ontwikkelen. Vanaf de 17e eeuw vestigen zich enkele honderden handelaren uit de lage landen in de belangrijkste Ottomaanse steden. Nadat Cornelis Haga in deze steden, zoals Thessaloniki, İzmir en Aleppo, consulaten had opgezet versterkte de positie van Nederland in de Levantijnse handel. De handel concentreerde zich voornamelijk rond Izmir, waar in de tweede helft van de 17e eeuw al 15 Nederlandse handelshuizen stonden. Dit zou in de komende eeuwen blijven groeien tot ruim 20 pakhuizen in de 19e eeuw. Enkele Nederlandse families bleven tot in de 20e eeuw in Izmir handel drijven, en nazaten van Nederlandse handelaren wonen ook in de 21e eeuw nog in Turkije.

Een deel van deze Nederlandse handelaren waren in feite Sefardische Joden die eerst uit Iberië waren gevlucht naar Nederland. Zij hadden van de handelsmogelijkheden in het Ottomaanse Rijk gehoord via hun familie of handelsrelaties die de andere kant op waren gevlucht. Nederlanders hadden een wat bevoorrechte positie binnen het Ottomaanse Rijk; zo hoefden zij geen belasting te betalen en konden zij zich vrij door het Rijk bewegen. Voor Nederlands-Sefardische Joden speelde ook mee dat zij hun geloof konden belijden.

Vanuit deze vriendschappelijke en economische achtergrond heeft Nederland een wat uitzonderlijke positie ten opzichte van Turkije vergeleken met andere West-Europese landen. De Nederlander Pieter van Woensel, een arts uit de 18e eeuw, is een van de weinige West-Europese schrijvers die openlijk over een genocide op de Tataren spreekt tijdens de Russisch-Turkse oorlogen op zijn reis door delen van Rusland en het Ottomaanse Rijk. In de 19e eeuw maakt de Nederlandse schilder Marius Bauer reizen door het Ottomaanse Rijk, waar hij veel interesse toont in de islamitische bevolking en architectuur. Dit is bijzonder omdat de meeste Europese intellectuelen (met name schrijvers) op hun reizen door het Rijk voornamelijk oog hadden voor de christelijke minderheden. Tijdens de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog in de 20e eeuw spreken Nederlandse kranten openlijk hun steun uit aan de Turken, wat een opmerkelijke positie was in Europa gezien belangrijke handelspartners van Nederland zoals Engeland, Frankrijk en Italië in deze oorlog verwikkeld waren tegen de Turken. Uiteindelijk zou het aan het begin van de 21e eeuw ook onder Nederlands voorzitterschap zijn dat de toetredingsonderhandelingen van Turkije tot de EU worden ingezet.

Na de stichting van de Turkse Republiek in 1923 sloot Nederland in 1924 een vriendschapsverdrag met Turkije. In 1935 werd onder auspiciën van Koningin Wilhelmina en president Atatürk een Nederlands-Turkse vereniging opgericht. Nederlandse bedrijven bleven belangstelling voor Turkije tonen: zo vestigden onder meer Philips, Unilever, Shell en de Hollandsche Bank-Unie (later overgenomen door ABN-AMRO) zich in Turkije. In 1958 werd het Nederlands Historisch-Archeologisch Instituut in Istanbul (thans: Nederlands Instituut in Turkije) gevestigd.About the NIT, website Nederlands Instituut in Turkije (geraadpleegd 29-12-2019)

Een Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Turkije werd in 1963 ondertekend waarna Turkse gastarbeiders vanaf 1964 naar Nederland kwamen. In de jaren na de staatsgreep van 1980 kwam een groep vluchtelingen naar Nederland. Heden ten dage zijn er in Nederland ruim 360.000 inwoners van Turkse afkomst. Het openstellen van de Turkse economie na het herstel van de democratie in 1983 leidde tot een intensivering van de handelsbetrekkingen.

Viering 400 jaar bilaterale betrekkingen thumb|Premier Mark Rutte en minister Ali Babacan op een bijeenkomst tijdens de viering van 400 jaar vriendschappelijke relaties. In 2012 werd het 400-jarig jubileum van de vriendschap tussen Turkije en Nederland gevierd. Om dit vier eeuwen bestaan te vieren werden in beide landen veel cultuurhistorische evenementen georganiseerd. De plannen werden al bedacht tijdens de kabinetsperiode van Balkenende en werden voortgezet door het kabinet onder leiding van premier Mark Rutte. Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd een speciale vertegenwoordiger aangesteld die zich met de viering bezighield en alle activiteiten coördineerde. Oud-minister Ben Bot zei in het kader van de vieringen: "Turkije is een van de weinige landen waarmee de band nooit is onderbroken, ook niet tijdens oorlogen of wat voor ellende ook. Dat is zeer uitzonderlijk."Oud-ambassadeur Ben Bot over 400 jaar diplomatieke betrekkingen Nederland-Turkije, Reformatorisch Dagblad, 6 februari 2012

De viering begon halverwege april 2012 met de opening van het Turkse paviljoen op de Floriade 2012 in Venlo door de Turkse president Abdullah Gül, wiens naam in het Turks overigens "roos" betekent. De meeste activiteiten vonden plaats tussen maart en november 2012. Van 17 tot en met 19 april 2012 bracht de Turkse president een staatsbezoek aan Nederland, dat enigszins tumultueus verliep, vanwege protest van Geert Wilders tegen de komst van Gül naar Nederland.Beatrix naar Turkije na tumultueus staatsbezoek president Gül in april, NRC.nl, 13 juni 2012 Van 13 tot en met 15 juni 2012 bracht koningin Beatrix een officieel bezoek aan Turkije.Warm onthaal Beatrix in Turkije, Nos.nl, 14 juni 2012

Politiek thumb|De eetkamer van de Turkse Ambassade in Den Haag. Kenmerkend voor de band tussen de beide landen is het grote aantal wederzijdse bezoeken van politici en bestuurders dat van oudsher plaatsvindt.

Mede in het kader van het Maatschappelijke Transformatie (Matra) programma heeft Nederland sinds 1994 actief bijgedragen aan de bevordering van de veiligheid, samenwerking en de overgang naar een pluriforme, democratische rechtsstaat in de landen in Midden- en Oost-Europa. Sinds 2001 valt ook Turkije onder het bilaterale Matra Programma. Hiermee ondersteunt Nederland, middels instrumenten van het Matra pre-accessieprogramma, Matra-klassiek en Kleine Ambassade Projecten, activiteiten die het proces van verandering stimuleren van de staat, zijn instituties, organisaties van burgers en hun onderlinge verbanden. Een en ander vindt mede plaats tegen de achtergrond van de toenemende Europese integratie in het algemeen en de EU-uitbreiding in het bijzonder.

De Nederlandse vertegenwoordiging in Turkije bestaat uit de Ambassade in Ankara en het Consulaat-Generaal in Istanboel. De Ambassade in Ankara houdt zich onder meer bezig met politiek, economie, asielzaken, milieu, landbouw, natuurbeheer en visserij, defensie, sociale zaken, culturele samenwerking, consulaire aangelegenheden. De handelsafdeling richt zich met name op het beantwoorden van schriftelijke handelsaanvragen, het volgen van de macro-economische ontwikkelingen en het bijstaan van bedrijven bij het contact met de Turkse overheid.

Het Consulaat-Generaal te Istanboel is gericht op economische, culturele en consulaire aangelegenheden. Istanboel is de economische hoofdstad van Turkije en het overgrote deel van het internationale bedrijfsleven heeft er zijn hoofdkantoren gevestigd. Bij het Turkse bedrijfsleven (met name het midden- en kleinbedrijf) bestaat een groeiende belangstelling voor Nederlandse producten.

Nederland en Turkije zijn beide lid van de Raad van Europa, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de World Trade Organization (WTO) en de Unie voor het Middellandse Zeegebied. Ook is Nederland een lid van de Europese Unie en Turkije een kandidaat-lid.

Wittenburg-conferentie

De Wittenburg-conferentie is een Nederlands-Turkse bijeenkomst die om en om in Nederland en Turkije wordt gehouden. De bijeenkomst is bedoeld om de onderlinge samenwerking te verbeteren. Er wordt gesproken over sociale, economische, culturele en veiligheidsthema's.

Affaire Yunus