Het arrest Drijfmest, ook wel het Zijpe-arrest genoemd (HR 21 oktober 2003, NJ 2006/328) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat van belang is voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid en daderschap van een rechtspersoon.

Casus De verdachte in deze zaak is een rechtspersoon. Deze beheert in opdracht van A BV een stuk grond in Groote Keeten (gemeente Zijpe), dat eigendom is van A BV. Feitelijk wordt de grond evenwel beheerd door een natuurlijk persoon, die in loondienst is bij A BV. Op de grond wordt drijfmest aangetroffen. De verdachte wordt ten laste gelegd dat zij dierlijke meststoffen heeft gebruikt op de grond.

Rechtsvraag Kan de verdachte als beheerster van de grond in casu worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit? (Nee)

Procesgang De raadsman van verdachte voert aan dat de verdachte niet als dader aangemerkt kan worden, omdat zij als beheerster niet weet wie de mest heeft gebruikt op haar land. Evenmin heeft ze iemand toestemming gegeven. Volgens het hof behoort het rechtens tot de taak van de beheerster van de grond om ervoor te waken dat de landerijen worden beheerd overeenkomstig de wettelijke voorschriften. Bovendien blijkt volgens het hof niet dat de verdachte alle maatregelen heeft genomen om het dumpen van drijfmest door derden te voorkomen.

Hoge Raad De Hoge Raad oordeelt:

De Hoge Raad vernietigt om deze reden de bestreden uitspraak en verwijst de zaak terug naar de Economische Kamer van het Hof te 's-Gravenhage. Het Hof had verdachte niet mogen veroordelen zonder dat eerst was vastgesteld of de verboden gedraging binnen de sfeer van de rechtspersoon lag. Daartoe had vastgesteld moeten worden welke taken en bevoegdheden de verdachte had.

Belang Het Drijfmest-arrest is met name van belang wegens de criteria die in rechtsoverweging 3.4 gegeven worden voor de toerekening van een gedraging aan een rechtspersoon. Deze staan sedertdien bekend als de Drijfmestcriteria.

Zie ook IJzerdraad-arrest (1954)

Categorie:Nederlands arrest (strafrecht)